Tag Archives: zingen

Dikke tranen

Dikke tranen

Zomaar ineens was daar die huilbui. Niet zo één met van die gierende uithalen of hartstochtelijke snikken. Nee, gewoon tranen die uit mijn ogen bleven stromen. En dat allemaal bij het deel: “Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kunt haar een beetje mooier kleuren. Je hebt nog heel wat voor de boeg. Maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg”.

Ik zong het liedje mee en probeerde daarnaast ook te luisteren naar wat de muziek deed. Al weet ik veel hoeveel keer had ik dit gezongen. Gedachteloos waarschijnlijk en vroeger toen Anne, mijn jongste dochter, klein was reageerde zij zelf steevast nogal heftig, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen met: “Neehee!!”

Inmiddels is zij dertig en wilde ik dit liedje zingen en van een pianobegeleiding voorzien. Ze heeft al heel wat achter de rug en ook wel ontdekt dat de wereld niet altijd mooi is.

Dit liedje wilde ik niet alleen voor haar zingen, maar ook voor mijn twee andere kinderen. Die heten uiteraard geen ‘Anne’, maar ook zij waren de mooiste en liefste baby’s en ook zij hadden toen nog heel wat voor de boeg. Dat ik al anderhalf jaar geen contact met ze heb zegt niets over de liefde die ik voor ze voel. De tranen kwamen dus ook daaruit voort. Dat een scheiding van 19 jaar geleden nu nog zoveel impact zou hebben had ik niet kunnen voorzien. Misschien had ik dingen anders moeten doen. Aan de andere kant leef ik mijn leven ook met vallen en opstaan. Dat doen mijn kinderen ook, net als de meesten van ons denk ik.

Uiteindelijk lukte het me steeds beter om dit te zingen. Zeker wanneer ik druk bezig was met het zoeken naar het intro en de juiste akkoorden. Door iedere keer maar weer naar de muziek te luisteren kon ik het uiteindelijk aardig reproduceren op de piano. Evengoed kreeg ik af en toe tijdens het zingen een dikke keel en speelde ik alleen de begeleiding. Het heeft echt wel even geduurd voordat het goed ging.

En wanneer ik dacht dat het wat was bleek ik op les iets net weer een beetje anders te moeten doen. Maar het lastigste was het overdrijven van de uitspraak. Als je niet zo’n overdrijver bent voelt dat al gauw vreemd. En als ik vervolgens dacht dat ik het overdreef riep mijn pianoleraar dat ik het nog meer moest overdrijven.

 

Eindelijk was het af en werd het opgenomen. De tekst is goed te verstaan, maar ik begrijp nu wel wat hij met “nog meer overdrijven” bedoelt. Want uiteraard overdreef ik ook toen nog niet genoeg. Om die reden is het wel goed om naar zo’n opname te luisteren. Raar vind ik het overigens wel om mezelf te horen. Zo klinkt mijn stem helemaal niet als ik mezelf hoor praten of zingen.

En nu ben ik druk bezig met het uitwerken van de pianobegeleiding van “Bridge over troubled water”. Wat denk je? Ook dan krijg ik, als ik het meezing af en toe een dikke strot. Ik weet waar dat door komt. Tijdens onze vakantie in Engeland was dit liedje regelmatig op de radio te beluisteren naar aanleiding van de brand in Grenfill Tower in Londen. Dit benefietlied werd door bekende artiesten als o.a. Robbie Williams, Dua Lipa, Rita Ora en de twee ex-One Directioners Liam Payne en Louis Tomlinson gezongen. Niet ver van de plaats waar de ramp plaatsvond werd dit nummer opgenomen. Toen luisterde ik voor het eerst goed naar de tekst en wist ik ineens dat dit het volgende liedje was dat ik wilde zingen.

 

 

Mijn claustrofobische ik

 

De microfoon

Kijk, pianospelen is één ding, zingen ook. Maar pianospelen en zingen tegelijk zijn twee dingen die je tegelijk moet doen. Dat is een soort puzzel waarbij alles op z’n plek moet vallen en dat gaat niet van de ene dag op de andere.

Ik weet nog goed, die eerste les zingen en mezelf begeleiden. Echt waar, ik scheet zeven kleuren bagger. Sorry voor het taalgebruik, maar zo zeiden wij dit toen ik nog het voortgezet onderwijs volgde. Dat is inmiddels alweer ruim 40 jaar geleden, maar de kreet ben ik niet vergeten. Net zoals iets “geen pan” is, geen gezicht dus. De polderbewoners kennen deze uitdrukking niet en na ruim vijf jaar hier wonen gebruik ik deze uitdrukking vrijwel niet meer. Toch is het leuk om ‘m af en toe te laten vallen, want dan krijg ik van die verbaasde blikken toegeworpen, maar dat even terzijde.

Maar goed, dat zingen en pianospelen tegelijk. Als iemand mij vorig jaar had verteld dat ik dit zou gaan doen had ik ‘m waarschijnlijk voor gek versleten. Niets zo veranderlijk als een mens, ook ik niet, en laat ik het nu ontzettend leuk vinden. De zoektocht om het akkoordenschema om te zetten in een begeleiding, de puzzel die dat voor mij is om uiteindelijk tot iets te komen wat leuk is. En dan die teksten uit m’n hoofd leren. Ik heb nog nooit zoveel gezongen als de laatste paar maanden. Zelfs in de auto galm ik af en toe een song, maar dat blijkt toch niet altijd handig te zijn. Want wat gebeurt er dan? Ik ga veel te hard rijden en dat heb ik pas door als ik wel erg veel auto’s passeer. Dus zingen in de auto doe ik maar niet meer en als ik wel zing doe ik het zachtjes. Gek genoeg ga ik dan niet harder rijden. Of misschien is dat logisch en is daar een wetenschappelijke verklaring voor. Wie het weet mag het zeggen.

En dan heb je nog die microfoon. Een hulpmiddel wat ik nog niet eerder gebruikt heb, dus het was even wennen. De eerste keer kreeg ik daar een zeer claustrofobisch gevoel door. Die microfoon kwam veel te dichtbij en tja, daardoor werd voor mijn gevoel de ruimte om me heen kleiner. Idioot eigenlijk, alhoewel, ik voel me bij vlagen ook claustrofobisch achter mijn bril. Vooral als het warm is. Ja, een beetje raar ben ik wel.

Maar ook je eigen stem horen alsof ‘ie niet uit jezelf komt. Dat was toch ook wel wat vreemd en ik wist ook niet goed of ik dit nu wel mooi vond. Maar ook dat blijkt te wennen.

De laatste twee lessen kwam de microfoon er ook aan te pas, want tja, het is wel iets waar ik mee moet leren omgaan. Achter de vleugel had ik nagenoeg geen last van dat ding. Ik kon de muziek, nou ja muziek? Als je op mijn papier kijkt zie je alleen tekst met daarboven akkoorden geschreven. Ha ha, nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, maar het lukt. Maar goed, ik kon de muziek goed zien. Dat was de laatste keer een ander verhaal, want ik had les op de piano die achter in de tuin in een tent stond. De piano bleek lager te zijn dan de vleugel, waardoor ik hoger zat dan normaal. Mijn muziek stond lager dan normaal en eerlijk gezegd stond de microfoon, volgens mij een andere, toch behoorlijk in de weg. Claustrofobie werd meteen geboren, maar die heb ik meteen geparkeerd. Dan kon ik er niet bij gebruiken, maar ondertussen probeerde ik wel zo nu en dan p, microfoon heen te kijken om de muziek te kunnen zien. Ja, dat kan natuurlijk niet, want dan zing je naast de microfoon. Dat heeft volgens mij een beetje vreemd effect. Waarom ik naar de muziek moest kijken weet ik ook niet, want het zit in mijn vingers en in mijn hoofd.

Het is maar goed dat ik deze ervaring heb opgedaan, dan vlieg ik zaterdag hopelijk niet uit de bocht. Die claustrofobie laat ik gewoon thuis en ach, als er iets mis gaat is er nog geen man overboord. Dan ben ik waarschijnlijk wat uit mijn hum maar daar ga ik niet dood aan.

Het moet toch niet gekker worden

verward

Soms kan ik ontzettend moe van mezelf worden. Weet je wel wat een moeite het mij soms kost om dicht bij mezelf te blijven? Nou, gewoon veel. Soms lijk ik het onder de knie te hebben en dan ineens slaat er een soort virus toe en dwaal ik bij mezelf vandaan. Ik merk de drukte op in mijn hoofd, voel de twijfels die ik vervolgens lekker ga negeren. En hoe zit het ook alweer met twijfel? Is het niet zoiets: “Bij twijfel, niet doen!”

Een jaar of drie geleden ging ik hier zingen in een koor. Het bleek niet helemaal het koor wat ik gedacht had en soms had ik heimwee naar het Waterlands Kamerkoor. Maar ja, om nu vanuit Emmeloord naar Purmerend te rijden om de koorrepetitie bij te wonen ging ook wat ver.

Drie jaar lang heb ik in dit koor gezongen en drie jaar lang heb ik getwijfeld of dit was wat ik wilde. Ik ben zelfs nog een jaar voorzitter van het bestuur geweest, ook al met de nodige twijfels. Niet lang geleden hakte ik de knoop door en nam ik afscheid van dit koor.

Begin dit jaar begon ik met ‘sing a song’ lessen naast mijn pianolessen. Het gekke is dat ik daar geen enkele twijfel bij had en nog steeds niet heb. Het is iets wat ik heel goed kan doen in plaats van in een koor zingen. En toch ging ik op zoek naar een koor waar ik me misschien meer thuis zou voelen. Waarom ik dat deed? Ach, er speelde van alles door mijn hoofd. Alles wat ik naast mijn werk doe, en dat is best veel, doe ik alleen. Piano spelen, sing a song, schrijven, tekenen en schilderen, niets van dit alles doe ik in groepsverband. Ja oké, ik heb piano en sing a song les. Door de aanwijzingen die ik daar krijg ontwikkel ik me steeds meer. Maar het blijft toch iets wat ik alleen doe. In een koor zing je samen en misschien is dat wel goed voor me. Onzin natuurlijk, want ik gedij prima als ik dingen alleen doe. Bovendien werk ik door mijn beroep met allerlei soorten mensen. En zonder dat ik op wil scheppen durf ik best te zeggen dat ik goed ben in mijn werk. Het is dus niet zo dat ik een soort kluizenaar ben.

Maar goed, ik vond een koor en woonde twee repetities bij. Het was een koor waar ik meteen enthousiast van werd. En toch was er een stemmetje wat twijfel zaaide. Wat deed ik daarmee? Het moet toch niet gekker worden, maar ik negeerde het totaal. Oliedom natuurlijk, want het stemmetje vroeg mij of ik niet te veel hooi op mijn vork nam. De vakopleiding van de Schumann Akademie gaan volgen en dan toch ook weer een koor zoeken. Kijk, dat is ook zoiets. Over die Schumann Akademie had ik geen enkele twijfel. Vandaar dat het ook zo onlogisch was dat ik de twijfels over het zingen in koorverband zo totaal negeerde. Ik deed zelfs auditie. Spannend, maar ook leuk om te doen. Ik bleek een groot stembereik te hebben en wat ik voorbereid had kwam er goed uit. De dirigent enthousiast, de voorzitter enthousiast en ik op dat moment ook. De uitslag heb ik uiteindelijk niet afgewacht, want na die auditie sloeg de twijfel pas goed toe. Nog steeds negeerde ik die hardnekkig tot ik een interview met Adriaan van Dis las. Door iets wat hij zei begon ik mijn twijfels te verwoorden naar mijn lief.

“Als jij twijfelt dan weet je eigenlijk al dat je het niet moet doen. Neem dat gevoel serieus!”

Ik sliep er een nachtje over en de volgende ochtend waren bij het wakker worden mijn eerste woorden: “Ik ga het afzeggen”. Raar, want ik had niet liggen piekeren die nacht en toch kwam het er heel resoluut uit. Ik zei zelfs nog iets over zangles nemen, maar waar dat idee ineens vandaan kwam weet ik niet. Dat idee verdwijnt overigens alweer langzaam naar de achtergrond.

In ieder geval maakte ik weer eens een grote omweg om een beslissing te nemen maar bleef ik uiteindelijk dicht bij mezelf. Maar die drukte die in mijn hoofd ontstaat moet ik toch echt eens serieus gaan nemen.

Emoties

Mijn jongste dochter heet Anne. Wij noemden haar zo na het horen van het liedje van Herman van Veen. Dit liedje heeft dan ook een speciaal plekje in mijn hart. Toen mijn dochter klein was werd ze steevast boos als ik het begon te zingen. “Neehee!”, klonk het dan verontwaardigd en daar moest ik dan altijd stiekem een beetje om lachen. Overigens werd zij ook boos als ik een reclameliedje zong: “Salades van Johma, verrassend lekkere salades”. Dan klonk hetzelfde “Neehee”. Volgens mij had het niets met mijn zangkunst te maken, want bij andere liedjes werd ze niet boos, dan zong ze gezellig mee.

Sinds begin dit jaar heb ik, behalve pianoles ook ‘sing a song’ les. Zingen en je eigen begeleiding maken n.a.v. een akkoordenschema. In het begin een soort worsteling, omdat ik heel weinig van akkoorden weet. Inmiddels begin ik het te snappen en dat mag dan ook wel, want ook in de lessen van de Schumann Akademie word ik met akkoorden om de oren geslagen.

Inmiddels ben ik drie liedjes verder en heb ik Scarborough fair, Memory en Alone Again zo goed als onder de knie. Tijd voor een nieuw liedje dus. Tja, dat wordt dan weer een zoektocht, want heel erg thuis in dit soort muziek ben ik niet. Soms hoor ik toevallig iets op de radio waarvan ik denk  “Hé dat is ook wel leuk!” , maar dan kan het qua tekst niet. Eigenwijs genoeg dan wil ik het eigenlijk toch,  omdat ik de strekking van het lied best aandoenlijk vind. Maar ja, een mens kan niet alles hebben. Dus viel de keus op “Anne” van Herman van Veen.

Nooit heb ik er aan gedacht dat dit zoveel emoties met zich mee zou brengen. Ik luisterde naar het liedje en kreeg last van een dichtgeknepen keel en de waterlanders zaten meteen ook wel erg hoog. Hiermee bekroop mij meteen het gevoel dat het misschien niet handig is om juist dit liedje te willen zingen. De emoties laaien vooral op tijdens het refrein: “Anne, de wereld is niet mooi. Maar jij kan haar een beetje mooier kleuren. Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg, maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg.”

Anne is sinds anderhalf jaar mijn enige kind waar ik contact mee heb. De andere twee hebben mij in een hoek weggezet. En dat is waar de emotie bij dit liedje vandaan komt. En dan is het ook nog eens moederdagweekend. Anne kwam, samen met de kinderen, vorige week al vanwege moederdag. En dat is dan ook zoiets, want mijn andere vier kleinkinderen heb ik dus ook al anderhalf jaar niet gezien.
Vanmorgen belde Anne al heel vroeg om me een fijne moederdag te wensen. Ook dat is wel eens anders geweest. Want de laatste jaren had ik juist met haar het minste contact.

Er over uitweiden doe ik verder niet, er is gewoon ontzettend veel gebeurd de afgelopen jaren. Ik kan het ook niet goed uitleggen, krijg vaak het gevoel dat mensen meteen denken: “Tja, je zal het er misschien ook wel naar gemaakt hebben”. Maar er zitten echt altijd meerdere kanten aan een verhaal. En dan, je eigen moeder aan de kant zetten, ik zou het niet kunnen.

Ik wil het liedje zingen en ontdekte vanmiddag dat, als ik met dat akkoordenschema bezig ben, de emoties naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt me eigenlijk heel leuk als ik het een keer voor haar kan zingen. Of ik dat life kan weet ik niet, maar wie weet kan ik nog eens een link van een opname naar haar sturen.

Eerst maar eens kijken of ik die emoties kan parkeren.

2014

Alweer een jaar voorbij. Wat zal dit nieuwe jaar brengen. Behalve de sleutel van ons nieuwe huis weet ik het niet. Ja, toch wel, want eind april wordt mijn kleindochter geboren. Alweer mijn vijfde kleinkind. Verder is niets zeker en in de toekomst kijken kan ik niet.

 Over drie weken krijgen we de sleutel van ons nieuwe huis. Kijkers voor ons huidige huis hebben we nog niet gehad. Jammer, want het lijkt me prettig als daar wat meer zekerheid over zou zijn. Wanhoop ik nu? Nee hoor, er komt gerust een koper en anders verhuren we het gewoon en worden we huisbaas.

Sociale contacten

 groep mensen

Zal ik dingen missen als we hier niet meer wonen? Nee, ik weet dat dit niet het geval zal zijn. Sociale contacten heb ik niet echt opgebouwd. Ooit zei iemand over mij dat ik het prettig vind om mensen om me heen te hebben, maar dat ik er niet afhankelijk van ben. Ik denk dat hij gelijk heeft.

Ik ging wonen in het huis waar Arie met de moeder van zijn kinderen heeft gewoond. Vanwege zijn kinderen koos ik hier bewust voor, zonder te beseffen dat dit niet altijd mee zou vallen. Niet vanwege het huis, want het is gewoon mijn huis geworden. Of beter gezegd “ons huis”. Nee, het is meer alles wat er mee samenhangt. Natuurlijk had ik vriendschappen op kunnen bouwen met mensen die verweven waren met het leven van Arie, zijn kinderen en hun moeder. Voor mij werkte dat niet. Maar ook de basisschool van de kinderen bijvoorbeeld. Ik had me natuurlijk kunnen storten in het helpen op deze school. Maar ik had me ook met mijn hele ziel en zaligheid in kunnen zetten voor de kerk. Daarmee had ik heel wat sociale contacten op kunnen bouwen.

Helpen op de basisschool?kids_groep2

Waarom deed ik dat dan niet? Had ik er geen tijd voor? Beslist wel. Dat was de reden dan ook niet. Het past gewoon niet meer in mijn leven. Helpen op de basisschool heb ik jaren geleden al gedaan. Toen mijn jongste dochter drie was ben ik begonnen in de schoolbibliotheek en bij het overblijven. Dat is ruim 23 jaar geleden en ik heb het 12 jaar volgehouden. En eerlijk waar, ik vond het toen hartstikke leuk, maar nu zou ik er niet meer aan moeten denken. Bovendien omring ik mezelf dan met vrouwen die in een totaal andere levensfase zitten dan ik. Jonge moeders met basisschool kinderen, terwijl ik zelf al oma ben.

Natuurlijk was het voor mijn stiefkinderen heel leuk geweest, maar voorwaarde blijft dat ik het zelf ook leuk moet vinden. En dat is niet zo.

Actief binnen de kerk?

kerk

Jaren ben ik actief geweest binnen de kerk. Ik bespeelde het orgel, zong met het kinderkoor, zong zelf in het koor en deed dit alles met groot plezier. Er kwam echter een eind aan.

Ook in deze kerk had ik op muziek gebied van alles aan kunnen pakken. Toen ik hier nog maar net woonde werd mij gevraagd of ik een ‘meidengroep’ wilde leiden met zingen.

Het leek mij best leuk, maar ik ben er toch niet op ingegaan. Het idee dat ik aan alle kanten vast zit aan activiteiten binnen de kerk weerhield mij hiervan.

Een enkele keer heb ik piano gespeeld tijdens een dienst. Dat vond ik leuk om te doen, maar als de halve gemeente er dwars doorheen gaat zitten kakelen is de animo er al gauw vanaf.

Vuurwerk

vuurwerk

Kijk, dat is zo ongeveer het enig wat ik zal missen. Het bijna ontbreken van vuurwerk.  Op de laatste dag van het jaar waren hier wat kinderen met rotjes bezig en in de loop van de avond klonk er af en toe een knal. Om 0.05 uur begon het vuurwerk afsteken pas echt en klokslag 0.30 uur was het weer stil. Heerlijk, vooral omdat ik de volgende dag moest werken en dus mijn wekker om 5.30 uur zou aflopen.

En misschien het wonen in een twee onder één kap, waarvan het tweede huis leeg staat. We wonen dus eigenlijk in een vrijstaand huis. Straks wordt dat een rijtjeswoning, maar ach, ik heb jaren in zo’n huis gewoond en zelfs nog een paar jaar op de zevende etage van een galerijflat.

Kortom: Er zal weinig of niets zijn wat ik hier ga missen.

Zingen!

 zangkoor

Bovendien ga ik volgende week voor het eerst mee repeteren in het Emmeloords Vocaal Ensemble. Twee jaar geleden stapte ik uit het Waterlands Kamerkoor omdat ik hierheen verhuisde en nu pak ik het weer op. Heerlijk lijkt me dat. Het koor heeft niet direct een alt nodig, maar ik ga er vanuit dat ik wel gewoon mee mag repeteren. En wie weet, misschien zing ik straks wel mee als er een concert gezongen wordt. Ik zie het wel. Belangrijk is dat ik daar waarschijnlijk meer mijn sociale contacten zal vinden dan de laatste twee jaar het geval was.