Tag Archives: werk

Dom, dom, dom

dom dom dom

Eigenlijk vond ik het al wat wonderlijk dat ik twee keer achter elkaar op donderdag naar pianoles kon. Na een “werkweekend” ben ik vrijwel altijd op maandag en dinsdag vrij en moet ik daarna weer werken. Dus les ik de ene week op dinsdag en de andere week op donderdag. Toen al had er een belletje moeten gaan rinkelen. Maar nee, er rinkelde helemaal niets.

‘s Woensdags had ik een dagdienst tot 14.30 uur. Even na drieën was ik thuis. Mijn jas hing aan de kapstok, mijn tas stond op de orgelbank en toen voelde ik in mijn broekzak dat de sleutel van de medicijnkar daar nog in zat. Oeps, dat gedoe met die sleutel. Ik was niet de eerste die ‘m mee naar huis had genomen. Meteen belde ik mijn werk met de vraag of ze een dagje zonder konden, want ik moest pas vrijdagavond weer werken. Natuurlijk wist ik het antwoord al, want het is gewoon lastig als je medicijnkar in een ruimte moet zetten die afgesloten kan worden. Stomme voorschriften ook.

Goed, ik moest die sleutel dus terug brengen. Mijn lief vond het vervelend voor me en stelde voor dat hij zou gaan. Dat vond ik te gek voor woorden, uiteindelijk was het mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten nadenken. Het resultaat was dat we even samen gingen. Dat “even” duurde wat langer. Al op de heenweg zagen we dat er file stond in tegengestelde richting. Omrijden dus op de terugweg. Gelukkig weet mijn lief hier wat sluiproutes.

Op donderdag was ik vrij. Heerlijk, want dan kon ik dit………en dat……..en dat ook nog even doen en ik moest naar pianoles. Rond een uur of drie ging mijn telefoon. Mijn werk waarvan ik dacht dat ze misschien zouden vragen of ik vrijdag de lange avonddienst zou willen werken. Hoe onnozel van mij. Of ik al onderweg was. “Ik, onderweg? Ik ben vrij vandaag!” was mijn reactie. Nou echt niet hoor, ik stond op het rooster. Hier begreep ik niets van en nadat ik opgehangen had haalde ik eerst dat rooster maar eens tevoorschijn. Toen zag ik wat me niet eerder opgevallen was. Mijn rooster liep tot 30 januari en het was de 31e. O, wat stom!!

Omkleden, eten pakken voor ‘s avonds, tas pakken, pianoleraar bellen dat ik niet kon komen. Vragen of het de dag er na kon. Dat kon!

Gek is dat als je niet voorbereid bent om te gaan werken. Met een raar gevoel zat ik in de auto. Zin had ik niet, want hier had ik geen rekening mee gehouden. Dat gevoel was overigens weg zodra ik aan het werk ging. Dan heb je geen tijd om daarin te blijven hangen, je blijft gewoon de hele avond bezig. Mijn avonddienst duurde tot 23.15 uur. Op een etenspauze en een korte koffiepauze na was er amper tijd om te zitten.

En toch, dat rare gevoel in de auto. Ging het wel goed met mij? Twee dagen achter elkaar zo’n blunder? Had ik het te druk, was ik te druk in mijn hoofd, had ik last van stress? Ik vroeg het me allemaal af. Hoe had ik zo dom kunnen zijn om mijn rooster maar tot de 30e uit te printen. En op dat moment bedacht ik dat ik dat al maanden eerder had gedaan. Weg waren die twee blunders achter elkaar. Deze blunder was al van oktober vorig jaar. Ik weet toch dat ik moet selecteren van 1-1 2019 tot 1-2-2019!!

Wat bleek later op mijn werk toen ik in het rooster keek? In de roostermap zat het rooster en dat liep ook maar tot 30 januari. Ik had het rooster gekopieerd en ik weet wel dat ik dan evengoed goed moet kijken of alles er wel opstaat. Het is uiteindelijk mijn rooster, maar toch. Ik was niet dom geweest met printen, ik had niet geblunderd. Dat had een ander al voor me gedaan.

Weet je wel dat ik me ontzettend opgelucht voelde hierbij. Ik was niet dom, behalve met die medicijnkar sleutel. Maar dat gebeurt me nooit meer.

Ik vertrek

ik-vertrek

Het is weer zo ver. Ik vertrek en soms lijkt het alsof ik niet anders doe dan dat. Eerst vertrok ik uit mijn eerste huwelijk, daarna uit het tweede. En nee, ik verlaat mijn lief niet, dus je hoeft niet te schrikken. Ik was gewoon nog niet klaar met de hele opsomming.

Ik verliet de eerste kantoorbaan, de tweede, de derde en de vierde en ging in de zorg werken. Bij mijn eerste werkgever bleef ik tot ik van Middenbeemster naar de Flevopolder vertrok. Daarna kon ik denk ik mijn draai niet meer echt vinden. Ik vertrok uit het verzorgingshuis en ging weer werken in een verpleeghuis. Kijk, en daar vertrek dus ik binnenkort.

Een afdeling voor dementerenden is niet meer zoals ik het ken uit het verleden. Dit jaar is het thema in de zorg “Leven in vrijheid”, en dat geldt ook voor dementerenden. Er moet met zo min mogelijk ‘Middelen en Maatregelen’ gewerkt worden. Dat betekent dat er zo min mogelijk vrijheidsbeperkende middelen worden ingezet. Het klinkt heel mooi en voor sommige dementerenden is het misschien ook fijn, alhoewel? Ik schreef laatst al in een blog hoe alle deuren open moeten blijven zodat iedereen vrij rond kan lopen. Sommigen weliswaar met dwaalsensor, zodat ze niet door de BOPZ deur kunnen verdwijnen. Zodra dat gebeurt krijgen wij op onze pieper een melding en reppen we ons richting die deur om zo iemand terug te halen. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot, want zo iemand wil weg.

Wat ook vrijheidsbeperkend is, is de psychofarmaca. Dus zo min mogelijk kalmerende middelen en vooral ook geen antidepressiva. Persoonlijk zou ik het vreselijk vinden als bij mijn moeder ineens dit middel afgebouwd zou worden. Zij slikt dit zeker al 18 jaar in een lage dosering. Soms bouwde zij dit op eigen initiatief af. Mijn moeder voelde zich dan goed en vond dat medicijn overbodig. Al snel ontdekte zij dat ze zich dan minder prettig voelde. Stel nu dat zij in een verpleeghuis terecht komt en dat zo’n specialist ouderengeneeskunde dan besluit om die antidepressiva af te bouwen. Ik zou vechten als een leeuw om mijn moeder dit te laten blijven slikken.

Wie doe je nu eigenlijk een plezier met het afbouwen van kalmerende middelen en antidepressiva? De dementerende zelf volgens mij niet. Ze zijn onrustig en voortdurend op zoek naar iets wat er niet meer is. Ze maken ruzie met elkaar over de meest onzinnige dingen. Kortom, een aantal van hen is gewoon boos en wij horen daar oplossingen voor te vinden zonder die middelen die ik noemde. Allemaal leuk en aardig, maar dan hadden ze in Den Haag niet met die bezuinigingen moeten aankomen. Je kan niet aan de ene kant met minder personeel op de werkvloer hetzelfde werk blijven doen en dan ook nog verwachten dat we met een paar man allerlei activiteiten ontplooien om de bewoners aangenaam bezig te houden. Ook kan niet verwacht worden dat we een half uur naast een onrustige bewoner gaan zitten en haar hand vasthouden terwijl er nog een stuk of 30 aandacht willen. Dat gaat nu eenmaal niet.

Wanneer ik ‘s morgens begin aan mijn dag loopt de eerste bewoner al in pyjama rond. Op zoek naar, ja naar wat? Halverwege de ochtend loopt ze helemaal scheef, want zitten wil ze niet. Meestal zoekt ze haar kinderen. Een ander loopt vanaf dat tijdstip mopperend rond. Niks is goed en iedereen doet het verkeerd. Gisteren rukte ze een plant uit een pot en wilde daar een andere bewoner een klap mee verkopen. Gelukkig kon mijn collega dit nog op tijd voorkomen. Een ander vraagt zich voortdurend af waarom wij haar ‘dit’ aandoen.

Alle leuke anekdotes ten spijt raakte ik zelf helemaal overprikkeld op deze afdeling. Een chaos was vaak in mijn hoofd, vooral aan het eind van de dag. Maar vooral als er op diezelfde dag ook nog een artsenvisite was of een gedragsspreekuur. Alles wat daar besproken wordt moet verwerkt, doorgebeld aan familie en zodanig omschreven staan dat het voor iedereen duidelijk is. Dan schoot een verschoning bij deze of gene er wel eens bij in. Daar baalde ik dan van. Kon een ander dat dan niet doen? Ik hoor het je vragen. Natuurlijk kan dat, als er geen rare dingen tussendoor gebeuren wel, maar met veel zijn wij niet op de afdeling.

Nu vraag je je natuurlijk af wat ik dan voor werk ga doen. Tja, ik ga weer in een verpleeghuis werken, maar dan op een afdeling waar mensen verblijven met niet-aangeboren hersenletsel. Ik heb er een dagje mee mogen lopen/werken en voelde me daar meteen zo prettig bij. Uiteraard weet ik heus wel dat niet-aangeboren hersenletsel ook gedragsafwijkingen geeft. Toch is het anders dan bij dementerenden. Deze mensen kun je op het gedrag aanspreken. Bovendien zijn er afspraken gemaakt waar iedereen zich aan houdt, zodat dit ook werkt.

En natuurlijk weet ik dat ook hier de werkdruk hoog is en dat ik misschien wel tegen een heleboel dingen aan ga lopen die ik minder leuk zal vinden. Maar misschien ook niet, dat weet ik pas als ik er werk. Voorlopig heb ik er zin in en weet je wat fijn is? Het is in Lelystad, in een cultuur die lijkt op die van Noord-Holland en die ik dus ook herken. Zelfs het soort mensen dat ik voor de deur in rolstoelen zag zitten herkende ik. Geen idee of je dit begrijpt, maar gelukkig begrijp ik het zelf.

Er is nog een bijkomend voordeel. Als ik naar mijn ouders of kinderen wil na mijn werk, dan ben ik al een aardig eind in de goede richting en is mijn reistijd niet ineens nog eens een half uur langer.

In die bijna vijf jaar dat ik hier nu woon, in de Flevopolder, zie ik pas achteraf hoe lastig het is om een heel nieuw leven op te bouwen. Spijt heb ik er niet van, maar het had fijn geweest als ik dit van te voren had in kunnen schatten. Heel lang heb ik gezegd dat ik ooit terug zou willen naar Noord-Holland. Dat gevoel is nu pas weg, alhoewel ik nog steeds wel graag wat dichter bij mijn ouders en kinderen zou willen wonen. Gewoon omdat dat praktisch is. Ach, wie weet verhuizen we nog eens naar Lelystad. Dat is dan toch alweer wat dichterbij. Tegelijkertijd worstel ik dan met het gevoel dat dit niet eerlijk is tegenover de puberkinderen van mijn lief. Maar ja, voor wie is het leven wel eerlijk?