Tag Archives: vrijheid

Vrijheid

IMG_0720

De afgelopen tijd las ik het boek “Wij waren de gelukkigen”. Een aangrijpend en waar gebeurd verhaal van een Pools Joodse familie in de Tweede Wereldoorlog. De hoofdstukken waren vaak kort en dat was voor mij goed. Zo hakte ik het boek in kleine stukjes om het te kunnen behappen, want het was vaak te veel om te bevatten.

 

Zelf heb ik de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt en als ik er over lees begrijp ik nog steeds niet hoe die massajacht en -moord op de Joden, maar ook op vele anderen, kon gebeuren. Tijdens het lezen is het boek vaak spannend omdat het beschrijft hoe leden van het gezin Kurc zich uit allerlei situaties weet te redden. Dat vind ik dan weer raar, dat ik dat spannend vind, want ik zou absoluut niet in hun schoenen hebben willen staan.

De honger en de kou is iets waar ik me weinig bij voor kan stellen. Als ik naar mijn werk moet ontbijt ik om zes uur en om negen uur eet ik even een sneetje roggebrood met kaas, omdat ik dan alweer trek heb.

Overleven op 1 stuk brood en wat waterige soep en dan in de kou zware lichamelijke arbeid verrichten. Hoe deden deze mensen dat. Wij beginnen al te jammeren over het feit dat we tot onze 67e door moeten werken. Ook in de zorg en in andere zware beroepen.

En dan die aantasting van vrijheid tijdens de Tweede wereldoorlog. Niet vrij te zijn om te gaan en staan waar je wilt. Geen mening meer kunnen en durven ventileren uit angst dat je verraden wordt. Vervalste persoonsbewijzen om aan te kunnen tonen dat je vooral geen Jood bent, terwijl je dat in hart en nieren juist wel bent.

Vervolgens lees ik in de krant berichten dat het terugdringen van de maximale snelheid op snelwegen naar 100 km/u wordt gezien als vrijheidsbeperkend voor de automobilist. Ik voel een bepaalde opstandigheid naar boven borrelen. Wat nou vrijheidsbeperkend? Gelukkig lees ik niet lang daarna een ingezonden reactie van iemand die zich afvraagt of “stoppen voor een rood stoplicht”, “30 km/u in een woonerf”, “50 km/u binnen de bebouwde kom”, dan ook vrijheidsbeperking van de automobilist is. Het cynisme druipt van het stukje af. Goddank, denk ik, er zijn nog meer mensen als ik.

Trouwens, ik ben de laatste dagen meteen maar minder hard gaan rijden op de snelweg. Ik was al teruggegaan van 130 km/u naar 120 km/u en ontdekte dat ik daardoor anderhalf keer extra naar mijn werk kon rijden zonder te hoeven tanken. Nu ben ik 110 km/u gaan rijden en ik weet nu al dat ik daarmee geld uitspaar, want ik doe weer langer met mijn tank. Dat is toch ook een mooie vrijheid.

En wat mij toch ook opviel de laatste dagen is dat er meer mensen langzamer zijn gaan rijden. Mooi, want dat gejakker zorgt alleen maar van onrust. Niet alleen op de snelwegen, maar ook in mensen hun hoofd.

Maar terug naar het boek “Wij waren de gelukkigen”. Het liep voor deze mensen goed af. Alle leden van het gezin blijken nog in leven te zijn na de oorlog. Weliswaar woont iedereen verspreidt over de hele wereld, maar ze zijn er nog. Even bekruipt mij dan het gevoel dat het boek niet op waarheid berust tot ik de aantekeningen van de auteur lees. Het is wel degelijk gegaan zoals in het boek beschreven staat. Zij eindigt haar boek met een kort hoofdstuk waarin zij vertelt dat leden van deze familie verspreidt wonen over de hele wereld: Brazilië, de VS, Frankrijk, Zwitserland en Israël. Er worden reünies georganiseerd waarbij al deze mensen bij elkaar komen. Allemaal lid van deze familie, pianisten, violisten, cellisten, fluitisten, ingenieurs, architecten, juristen, artsen, bankiers, timmerlieden, motorrijders, filmmakers, fotografen, marineofficieren, eventplanners, restaurateurs, dj’s, onderwijzers, entrepreneurs en schrijvers. Dat van die entrepreneur moest ik even opzoeken. Nog niet eerder van gehoord. De kortste omschrijving is “een ondernemende ondernemer”. Ze lijken niet op elkaar, kleden zich niet hetzelfde en spreken ook niet allemaal dezelfde taal. Wat deze mensen met elkaar verbindt is de dankbaarheid dat ze er nog zijn.

Om maar even te herhalen: Een aangrijpend en waar verhaal dat ik in kleine stukjes moest lezen om het te kunnen bevatten.

Te veel vrijheid

boos-en-verdrietig

Ze is een jaar ouder dan ik en heeft een gedeeltelijke eenzijdige verlamming. Als ik bij haar kom begroet ze mij met: “Hallo meid, alles goed?” Als ik haar verzorg vraagt ze een aantal keer of het allemaal wel lukt. Na de zorg wordt ze naar haar vaste plek aan tafel gereden en ‘s middags gaat ze meestal een uurtje naar bed. Soms wil ze na het slapen lekker in bed blijven liggen een andere keer wil ze er liever uit.

Haar echtgenoot bezoekt haar dagelijks als hij uit zijn werk komt. Ze gaan naar beneden om iets te drinken of gaan naar buiten. Een enkele keer gaan ze samen uit eten.

Sinds kort heeft ze meer vrijheid door de inzet van een trippelstoel en kan ze de afdeling verlaten. Vaak zit ze beneden te wachten op haar man. Dat wachten duurt lang, vooral als ze daar ‘s morgens al gaat zitten. Ik zie haar veranderen in een opstandig, boze en verdrietige vrouw. Dan, van de ene op de andere dag wil ze niet meer eten. “Het hoeft voor mij allemaal niet meer”. Om haar van beneden naar boven te krijgen moet je heel wat in je mars hebben, want ze weigert. En als ze boven is moeten we veel moeite doen om haar te laten eten. Lastig, want ze is diabeet en insuline afhankelijk.

“Wil je mij vertellen waar je zo boos en verdrietig over bent?”

Nee, ze wil er niet over praten.

“Ook niet als ik je naar je kamer breng en we even rustig kunnen zitten?”

Dat wil ze wel, maar eenmaal in haar kamer krijg ik weinig uit haar en blijft ze herhalen dat het voor haar allemaal niet meer hoeft.

“Ik begrijp het niet zo goed, want voorheen zat je altijd aan dezelfde plek aan tafel en kon je alleen ergens anders heen als wij je brachten. Nu heb je een trippelstoel en kan je jezelf verplaatsen. Eigenlijk heb je veel meer vrijheid dan voorheen.”

Ze kijkt me een poosje aan en zegt dan: “Maar ik kan niet meer naar de winkel om boodschappen te doen.”

Heeft ze teveel vrijheid en ziet ze daardoor beter wat er allemaal niet meer kan? Ik kaart het aan bij collega’s en het wordt aan de dokter voorgelegd. Daarna besluiten we dat zij voorlopig ‘s morgens in haar passieve rolstoel zit en pas na de middag maaltijd in de trippelstoel wordt geholpen. Ze lijkt weer wat meer tevreden en soms besluit ze dat ze ‘s middags even naar bed wil. Vaak wil ze er dan niet meer uit en ligt ze televisie te kijken of leest ze in haar boek.

Vrijheid kan voor sommige mensen ook te veel van het goede zijn. Soms vergelijk ik het met de hoeveelheid vrijheid die je je kinderen geeft. Ook bij hen is teveel vrijheid niet altijd goed en worden ze wispelturig en onhandelbaar.

Vrijheid

vrijheid

Afgelopen zaterdag werd ik wakker en was ik blij dat ik mijn stem weer terug had. Ruim twee weken had ik lopen sukkelen. Hoestbuien waarbij ik het nodige ophoestte. Pijn in mijn keel, pijn in mijn hoofd en ik was echt zo gammel als wat. Eenmaal beneden zag ik de krant met het bericht van de terroristische aanslagen in Parijs. Het leek ineens totaal niet relevant dat ik mijn stem terug had. En toch was ik daar blij mee.

Later, die ochtend, opende ik facebook en zag alle reacties. Even twijfelde ik of ik mijn bericht wel zou schrijven. Was het wel passend om te laten weten dat ik ‘s avonds mee zou zingen met het concert waar we zo lang aan gewerkt hadden? Ik deed het toch en besloot me niet door de toestanden in de wereld van de wijs te laten brengen. Is dat struisvogelpolitiek?

Ik kan me nog herinneren dat de eerste berichten over IS in de krant stonden en hoe van slag ik er van raakte. Welke kant zou dit opgaan? Hoe dichtbij zou dit komen? Zouden de IS strijders vandaag of morgen hier door de straat komen en ons allemaal angst aanjagen? In wat voor wereld zouden mijn kleinkinderen opgroeien? Ik werd er down van, vroeg me af wat het nut nog was van alles wat ik graag doe.

Hoe lang duurt het nog voordat onze vrijheid verleden tijd is? Waarom zou ik nog tekenen, schrijven of piano spelen? Is dat zo belangrijk? Ja, het is voor mij belangrijk en daarom blijf ik deze dingen doen.

Na het krantenbericht van afgelopen zaterdag had ik die depressieve gevoelens niet. Misschien raak ik afgestompd door de vele berichtgevingen? Ik besloot er niet verder over na te denken en mezelf weer in de put te helpen. Er zijn momenten dat ik het liefst de krant meteen bij het oud papier gooi en niet naar het journaal wil kijken. En toch doe ik het eerste niet en het tweede wel.

Angst

angst2

De bloedige terreuraanslag die gisteren in Parijs werd gepleegd op het satirische weekblad Charlie Hebdo heeft ons goed wakker geschud. Wij zijn in Europa helemaal niet zo veilig als wij dachten. Onze vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd en dat is iets wat ik zelf heel eng vind.

De krant stond er vol mee en een klein stukje van een artikel is blijven hangen: “Gingen ze te ver? (de cartoon tekenaars) Provoceerden zij om het provoceren? Onzin, zei Charlie destijds over die aantijgingen. Ik vind het juist onverantwoord om voor een paar extremisten te wijken en door hen je keuzes te laten beïnvloeden. Wij maken gebruik van onze persvrijheid. De Franse wet is daarbij onze grens”.

Wat vooral bleef hangen is de zin over het wijken voor een paar extremisten en door hen je keuzes te laten beïnvloeden. Als we dat gaan doen, dan beperken zij nu al onze vrijheid. Dat willen wij niet, maar ik denk dat we zo langzamerhand wel bang worden en onze beslissingen gebaseerd worden op angst. Ik zei al eerder in een blog dat wanneer angst beslissingen voor je neemt zal het goede beslissingen nemen, maar alleen omwille van zichzelf en niet omwille van jou.

Nemen wij in het dagelijks leven ook niet vaak keuzes die door anderen beïnvloed zijn? Ik denk van wel. Bij mij is dit vaak genoeg het geval geweest. Zeker in het verleden. Tegenwoordig laat ik me wat minder snel beïnvloeden, maar het blijft soms lastig. Kijk alleen maar naar mijn blog. Daar krijg ik best zo nu en dan commentaar op. De verhalen over mijn werk werden niet altijd gewaardeerd. Een heb ik er zelfs tijdelijk van verwijderd omdat het zoveel stof deed opwaaien. Het was ook een schokkend verhaal, maar het gaf ook heel goed weer hoe dingen wel of juist niet werken in een verzorgingshuis. Oudere mensen zijn niet altijd lieverdjes en rekening houden met het verzorgend personeel is vaak helemaal niet aan de orde. Begrip voor onverwachte situaties is er niet. Vaak is de reactie: “Vervelend voor jou, maar ik dan?”

Mijn persoonlijke blog wordt ook vast niet door iedereen gewaardeerd. Best gek, denk ik dan, want het gaat over mij en wat er in mijn leven gebeurt. Hoe ik met vallen en opstaan mijn leven leid en wat er soms voor emoties bij komen kijken. Maar ook hoe ik voor veel dingen een oplossing probeer te vinden of een andere manier van benaderen zoek.

Het wordt wat anders als ik persoonlijke problemen van anderen ga lopen ventileren in mijn blog. Stel dat ik een aan drugs verslaafd familielid heb. En lees het even goed, want ik zeg nadrukkelijk “stel dat”. Dit betekent dus dat deze situatie er niet is. Maar stel dat, en stel dat ik daar over ga schrijven, met naam en toenaam. Dat ik ga roepen dat ik vind dat dit toch echt niet kan, dat hij of zij wel heel erg stom bezig is. Dat ik het er zelf moeilijk mee zou hebben zou ik misschien weer wel mogen schrijven.

Stel dat ik mijn keuzes zou laten beïnvloeden door de meningen en bedreigingen van anderen. Dan kan ik mijn blog sluiten, want dan staat in ieder verhaal wel iets waar een ander zich aan zou kunnen storen.
Dit is even in het klein wat in de wereld heel groot aan de gang is. Het is om bang van te worden en bij mij veroorzaakt het gebeuren in de wereld soms een soort van verlamming. Dan krijg ik echt het gevoel dat ik maar beter kan stoppen met leren, dat het ook weinig nut heeft om te tekenen en piano te spelen omdat het straks allemaal helemaal niet meer belangrijk is. En met straks bedoel ik de tijd dat de Jihadisten bij ons door de straat paraderen. Want zover gaan mijn gedachten dan al.

Het is iets wat helemaal niemand wil. Wij willen gewoon die vrijheid van leven die we tot nu toe dachten te hebben. Dit is echt gewoon doodeng. En ondanks die angst ga ik gewoon door met mijn leven. Ik studeer, begeleid een aantal ‘proefpersonen’ die af willen vallen, teken bijna elke dag even een half uurtje, speel piano en ga naar pianoles en schrijf mijn blog.

Angst is een slechte raadgever en als je angst beslissingen laat nemen zijn dat goeie beslissingen, maar vooral omwille van zichzelf en niet omwille van jou.

Vrijheid

De halve wereld staat in brand en wij fietsen over het eiland Texel. Ik ben me heel erg bewust van de vrijheid die wij hier hebben en onwillekeurig vraag ik me af hoe lang die vrijheid blijft bestaan. De berichten in de krant liegen er niet om. Vandaag lees ik een ingezonden stukje waarin iemand aangeeft dat het, door alle ellende die via de kranten en het journaal over je heen spoelen, iedere dag een gevecht is om jezelf te blijven en niet in de put te raken. 

Ik kan me bij deze schrijver aansluiten. Het is niet zo dat ik dagelijks moeite heb om uit die put te blijven, maar het houdt me wel bezig. Soms denk ik dat ik de kranten beter niet meer kan lezen. Maar steek ik dan niet mijn kop in het zand? En toch heb ik die krant opgezegd, want misschien is het voor mij wel voldoende om alleen naar het journaal van 20.00 uur te kijken. Dat is minder breed uitgemeten en ventileert ook niet de meningen van vele journalisten.

Maar goed, samen met mijn lief en zijn twee kinderen van twaalf en bijna elf, fietste ik gister over het eiland Texel. Het was droog en zonnig, maar er stond een stevige wind. Het was hard werken op de fiets. Ik kan merken dat mijn stiefkinderen dit soort activiteiten niet gewend zijn. Het is opletten geblazen voor mijn lief en mij. Ze moeten wennen aan de huurfiets, maar maken soms ook rare bewegingen. Bij kruisingen moeten wij uitkijken voor vier, want soms zijn ze geneigd om gewoon maar door te fietsen. Afstappen gaat ook niet altijd vlekkeloos en mijn achterwiel werd ook niet gespaard waardoor de oudste bijna van zijn fiets viel.  Hij lette even niet op en zag over het hoofd dat ik voor hem fietste. Tel daar de flinke wind bij op dan krijg je niet zomaar een fietstochtje. De jongste liet zich door de wind niet kennen en hield stug vol. Als het te zwaar werd schoot ze in haar fantasie. Dan was de fiets een paard en die was nog lang niet moe. Het werkte. De oudste liet af en toe de moed zakken en werd dan even stevig toegesproken.  Ik fiets en geniet, maar probeer me soms even af te sluiten voor de woordenbrij die de oudste aan één stuk door produceert. Ik wijs hem op het moois om hem heen, zodat hij niet alleen maar bezig is met die vervelende harde wind. Want dat is waar die woordenbrij uit bestaat. Iedere keer probeer ik een ander gespreksonderwerp aan te snijden,  zodat hij even afgeleid raakt van het probleem waar hij met fietsen op stuit. Het lukt aardig en er ontstaan korte gesprekjes, waardoor ik weer iets meer van hem begin te begrijpen.

11-08-2014 (8)

Het Juttersmuseum was ons eerste doel. Een mooie vergaarbak voor allerlei aangespoelde spullen. Je weet niet wat je ziet en helemaal niet wat je hoort als in een film een Jutter aan het woord is. Het zijn geweldige verhalen, maar allemaal hebben ze een serieuze ondertoon. “Die van het schip in nood en het redden van de opvarenden.” Het is goed dat zulke verhalen verteld worden. De manier waarop de Jutter dit deed was leuk. Hij schetste scènes die hilarisch waren, zodat we flink hebben gelachen. Op foto’s zien we een enorme hoeveelheid schoenen die met elkaar het woord “sportschoenen” vormen. Ze zijn van een containervracht die aangespoeld is. Maar ook rijen televisies, waar je natuurlijk niets meer aan hebt. En dan alles wat gewoon achterblijft op het strand. Lege flessen, aanstekers, lege pakjes sigaretten en zelfs schepjes en emmertjes. Waarom ruimen mensen hun zooi eigenlijk niet op?

11-08-2014 (18)

Na het Juttersmuseum rijden we richting Oudeschild, met de bedoeling een boottochtje te maken. Helaas, we zijn net te laat. De boten die nog varen zijn al weg. Er liggen nog twee boten die vanwege het weer niet afvaren. Eén van de bemanningsleden legt uit dat de meeste mensen groen en geel terugkomen en het onderweg alleen maar druk hebben gehad met het voeren van de vissen. Ha ha, met andere woorden: “Ze hebben kotsend over de reling gehangen”.  Het is er eigenlijk geen weer voor en om te voorkomen dat de meevarenden nooit meer op een boot willen varen ze gewoon niet. Geen nood, want wat in het vat zit verzuurt niet en we beloven ter plekke om een andere keer weer naar Texel te gaan. En één ding weet ik zeker, wat wij beloven doen we. We drinken ergens wat en gaan naar De Koog. Daar nemen we een kijkje op het strand en de jongste gaat schelpen zoeken. Een flink aantal gaat mee terug naar huis. Die kan ze mooi wassen en gebruiken voor één of ander knutselwerkje.

Met elkaar hebben we een leuke dag, maar ook allemaal een moe lijf. Kijk, en dat geeft nou niet, want we weten ook waar dat door komt. We hebben gewoon heel veel lichamelijke arbeid verricht.  Dan mag je ook moe zijn en daardoor in slaap storten. Dat hoort ook zo. Bij mij duurt het even voordat ik echt slaap, want ik ben nog steeds aan het opletten. Ik zie gaten in de weg waar we omheen moeten. Langsrazende auto’s die niet voor ons willen stoppen en besluit al deze gedachten maar gewoon op te ruimen en val in een droomloze slaap.