Tag Archives: verpleeghuis

De biecht

biecht

Dagelijks, soms wel twee keer, bezoekt ze haar man. Ze vroeg me of ik haar kon helpen, want ze had een berichtje ontvangen op haar telefoon, maar wist niet hoe ze dat moest openen.

Het bleek een herinnering te zijn voor het controle in het ziekenhuis.
“Wat gek, die dokter zei dat ik niet meer terug hoefde te komen.”

Ik schreef de datum en tijd en het telefoonnummer voor haar op, zodat ze de afspraak af kon zeggen. Daarna schreef ik voor haar op hoe zij berichtjes kan openen en verwijderen.

“Ik ga thuis meteen bellen.”
“Het is zondag vandaag.”

“Is het zondag? Dan kan ik beter morgen bellen. Alle dagen lijken ook op elkaar tegenwoordig.”
“Ben je niet naar de kerk geweest vandaag?”

Nee, daar kwam ze al jaren niet meer. Vroeger wel, elke ochtend voordat ze naar school ging werd ze door haar vader naar de mis gestuurd. Op zondag kreeg ze drie centen mee voor de collectes. Ze nam dan ook nog drie knopen mee, die gingen in de collectezakken, terwijl ze de centen bewaarde. Daar kocht ze toverballen voor.

“O jee, voelde je je niet schuldig?”

“Nee hoor, ik ging toch gewoon biechten. Dan kreeg ik absolutie en drie weesgegroetjes mee. Dan was het weer goed.”

“Ja, en dan kon je weer gewoon doorgaan met die knopen.”

“Ja, idioot eigenlijk hè?”

Tegenwoordig gaat ze niet meer naar de kerk. Haar zonden biecht ze aan zichzelf op waarna ze absolutie krijgt. Ook van zichzelf.

“En verder vergeet ik tegenwoordig toch al gauw wat ik misdaan heb. Dat is het voordeel van ouder worden.”

 

Advertisements

De Moslim en de Jood – vervolg

Silhouette head with puzzle pieces on white background.
Silhouette head with puzzle pieces on white background.

Gisteren in de namiddag besloot de Jood weer op het balkon te eten. Voor de andere bewoners was in de huiskamer gedekt. De Moslim pakte zijn kom soep en reed daarmee in zijn rolstoel het balkon op om daar verder te eten. Ik vroeg hem of hij daar ook zijn brood wilde.

Met zijn placemat, bord en bestek liep ik het balkon op en zei tegen hem: “Wel gewaagd zo bij de Taliban.”

De Jood keek op en zei, terwijl hij met zijn wijsvinger zwaaide: “Ho ho, ik ben de Hamas hè.”

Volgens mij is hier toch van enige verwarring sprake. Tja, het zijn niet voor niets mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel.

De Moslim en de Jood

Silhouette head with puzzle pieces on white background.

De Moslim woont al jaren op onze afdeling, de Jood slechts enkele weken en het leek ons een gewaagde combinatie. De eerste paar dagen ging er ook wel eens iets mis tussen die twee, maar met hun geloof had dat niet te maken.

Gisteren zat de Jood tussen de middag op het balkon te eten. Dit leek de Moslim een goed idee te vinden want hij reed met zijn rolstoel het balkon op: “Hé Taliban, ga eens opzij”. Ja echt, ik vergis me niet, dat zei de Moslim tegen de Jood die in de lach schoot en hem op zijn schouder sloeg.

Met ingehouden adem volgden wij het tafereel en zagen dat de Moslim de Jood ook op de schouder sloeg waarna ze beiden aan hun maaltijd begonnen.

Sluipwinden

sluipwinden

Ik hielp haar op het toilet en vroeg haar te bellen als zij klaar was. Het duurde nogal even zodat ik op een gegeven moment naar haar terugliep.

“Is het gelukt?”

Ja, ze was net klaar.

“Heeft u alleen geplast of ook gedrukt?”

Ze bleek ook gedrukt te hebben.

“Ja, ik ruik het”.

“Nou jij ruikt ook niet lekker als je gedrukt hebt hoor.” Het klonk ietwat gepikeerd. Ach heel goed kende ik haar ook niet, dus misschien had ik dit niet moeten zeggen.

“Inderdaad, ik ben kampioen stinken hoor. Volgens mijn man span ik de kroon, vooral als ik een windje laat, u weet wel zo’n sluipwind. Die glijdt heel langzaam je broek uit, en stinken dat ‘ie doet.”

“O kind (zo lief om op je 59e nog met ‘kind’ aangesproken te worden) dat ken ik. Die zijn de ergste. Je hoort ze niet, maar ineens zijn ze er.”

We hebben er samen smakelijk om gelachen.

Het is een schande

Om kwart over vijf zitten alle bewoners aan tafel voor de broodmaaltijd. Ik val in op een andere afdeling en werk die avond samen met iemand van de flexpool. Ook zij valt dus in en heel bekend zijn wij hier beiden niet.

Schande

Iedereen is voorzien van brood en beleg en voor een aantal mensen ben ik nog brood aan het smeren, omdat zij dit niet meer zelf kunnen. Er ligt een bewoner ziek op bed, die moet nog geholpen worden met eten. En er eet een bewoner in zijn kamer omdat hij anders te veel prikkels krijgt.

Op het moment dat ik de huiskamer verlaat hoor ik een mevrouw zeggen dat zij naar het toilet moet. Ik hoor dat ze het nog een keer herhaalt. Mijn collega zit vlak bij haar, maar helpt iemand met eten die dit helemaal niet meer zelf kan. Dit zijn van die momenten dat je een afweging moet maken. Ik besluit toch eerst de bewoner op zijn kamer te helpen met eten.

En dan kom ik terug de huiskamer in. Op luide toon hoor ik een andere bewoner, die zelf nogal doof is, zeggen: “Het is een schande dat je gewoon moet wachten tot iemand je naar het toilet kan helpen”.

Ik reageer en zeg: “Weet u wat een schande is? Dat jullie met z’n zestienen zijn en wij maar met z’n tweeën. Die strijd blijft altijd oneerlijk, want we kunnen niet iedereen tegelijk helpen.”

Het wordt stil en ik rij de bewoner die naar het toilet moet naar haar kamer. Ze kan er niks aan doen, vindt het ook allemaal heel vervelend. Als ik vervolgens de tilband van de actieve lift (zo één waar je nog wel sta-functie voor moet hebben) achter haar rug doe en vasthaak aan de lift zegt zij: “Ik hoop dat er wat komt”.

Tja, er kwam niets, geen plas geen ontlasting en zelfs geen boze zuster. Ik vroeg me later af of zij misschien alleen maar uit de huiskamer weg wilde. Ze zit graag alleen op haar kamer om een beetje tv te kijken. Volgende keer zal ik het haar eens vragen.

MS

87922c24852f6a0262925ff6be52351e--multiple-sclerose-my-dad

Wat een rare vraag. Natuurlijk leef ik niet het leven dat ik, binnen de mogelijkheden mijn beperkingen, zou willen leven. En natuurlijk helpen ze mij daar hier niet bij. Hoe zouden ze dat kunnen? Ik wil hier niet zijn en kijk me nu zitten in mijn rolstoel tussen al deze ‘rare’ mensen.

Voordat ik hier kwam woonde ik zelfstandig. Oké, ik kon niet alles en viel ook regelmatig maar ik hoefde in ieder geval niet overal om te vragen. Als ik moet plassen hou ik het zo lang mogelijk op, zodat ik niet te vaak om hulp bij de toiletgang hoef te vragen. Maar ja, als ik dan te lang moet wachten omdat de zuster net even bij iemand anders is doe ik het wel bijna in mijn broek.

Als ik op het balkon wil roken moet ik eerst bellen, want ik kan zelf niet met mijn rolstoel over de drempel heen. Die kracht heb ik niet.

Of ik iemand deze organisatie zou aanbevelen? Ook weer zo’n rare vraag. O, ze bedoelt iemand als mijn 82 jarige vriendin die pas geleden overleden is. Tja, dat hangt er van af wat zij voor zorg nodig zou hebben gehad. Volgens mij maakt het dan ook niet meer uit in welk verpleeghuis je terecht komt. Het wordt toch nooit meer zoals het was.

Kort door de bocht

Kort door de bocht

Nou, daar zit ik dan, in een verpleeghuis. Ik denk niet dat ik hier aan wennen kan, bovendien ben ik nog veel te jong. Ik weet dat ik MS heb en ook dat het stom is dat ik gevallen ben waardoor ik moest revalideren. En nu ben ik uitgerevalideerd, maar terug naar huis kan ik niet.

Zo te zien is er vandaag weer een zuster die ik nog niet ken. Dat houdt ook nooit op, lijkt wel. Ze is met de medicijnen bezig en zegt: “O, u krijgt niets, zie ik”. Nee, natuurlijk niet, ik slik gewoon niks, alleen paracetamol als ik veel pijn heb. O ja, en vitamine D3, maar dat hoeft maar een keer in de week.

Ja hoor, nu gaat die man aan de andere kant van de tafel zich er ook nog mee bemoeien: “Jij slikt helemaal geen medicijnen? Dan hoef je hier ook niet te wonen, dan kan je gewoon weer naar huis.”

 

 

Veel te druk

veel te druk

Meestal wordt ze pas laat wakker, maar deze keer zat ze als eerste op de rand van haar bed. Ze werd geholpen met douchen en daarna naar de huiskamer begeleid. Op de eerste de beste stoel, direct na de deuropening, ging ze zitten.

Regelmatig liepen wij met een bewoner de huiskamer in. Ze vond dat heen en weer geloop waarschijnlijk te veel van het goede. Moeizaam stond ze op, sleepte haar stoel naar het midden van de deuropening en ging daar pontificaal zitten. “Zo, hier komen jullie niet meer langs”!

Hitteprotocol of gezond verstand

hitteprotocol

Vanmorgen vroeg was het buiten koeler dan binnen in het verpleeghuis, zodat ik besloot om de deur open te zetten. Een ander zag dat niet zo zitten, want het hitteprotocol gaf iets anders aan.

“Om 9.00 uur moet de deur dicht hoor, dat staat in het protocol”.

Ik liet weten dat ik mijn gezonde verstand het werk liet doen en dat ik de deur weer dicht zou doen als het buiten warmer werd dan binnen.

“Gaan jullie buiten, in deze hitte koffie drinken?”, vroeg zij.

“Het is buiten koeler dan binnen hoor”, liet weer een ander weten. En ja hoor, eindelijk mocht bij haar in de huiskamer ook de deur open.

Gezond verstand, waar blijft dat als alles volgens protocollen gedaan moet worden?