Tag Archives: verpleeghuis

MS

87922c24852f6a0262925ff6be52351e--multiple-sclerose-my-dad

Wat een rare vraag. Natuurlijk leef ik niet het leven dat ik, binnen de mogelijkheden mijn beperkingen, zou willen leven. En natuurlijk helpen ze mij daar hier niet bij. Hoe zouden ze dat kunnen? Ik wil hier niet zijn en kijk me nu zitten in mijn rolstoel tussen al deze ‘rare’ mensen.

Voordat ik hier kwam woonde ik zelfstandig. Oké, ik kon niet alles en viel ook regelmatig maar ik hoefde in ieder geval niet overal om te vragen. Als ik moet plassen hou ik het zo lang mogelijk op, zodat ik niet te vaak om hulp bij de toiletgang hoef te vragen. Maar ja, als ik dan te lang moet wachten omdat de zuster net even bij iemand anders is doe ik het wel bijna in mijn broek.

Als ik op het balkon wil roken moet ik eerst bellen, want ik kan zelf niet met mijn rolstoel over de drempel heen. Die kracht heb ik niet.

Of ik iemand deze organisatie zou aanbevelen? Ook weer zo’n rare vraag. O, ze bedoelt iemand als mijn 82 jarige vriendin die pas geleden overleden is. Tja, dat hangt er van af wat zij voor zorg nodig zou hebben gehad. Volgens mij maakt het dan ook niet meer uit in welk verpleeghuis je terecht komt. Het wordt toch nooit meer zoals het was.

Kort door de bocht

Kort door de bocht

Nou, daar zit ik dan, in een verpleeghuis. Ik denk niet dat ik hier aan wennen kan, bovendien ben ik nog veel te jong. Ik weet dat ik MS heb en ook dat het stom is dat ik gevallen ben waardoor ik moest revalideren. En nu ben ik uitgerevalideerd, maar terug naar huis kan ik niet.

Zo te zien is er vandaag weer een zuster die ik nog niet ken. Dat houdt ook nooit op, lijkt wel. Ze is met de medicijnen bezig en zegt: “O, u krijgt niets, zie ik”. Nee, natuurlijk niet, ik slik gewoon niks, alleen paracetamol als ik veel pijn heb. O ja, en vitamine D3, maar dat hoeft maar een keer in de week.

Ja hoor, nu gaat die man aan de andere kant van de tafel zich er ook nog mee bemoeien: “Jij slikt helemaal geen medicijnen? Dan hoef je hier ook niet te wonen, dan kan je gewoon weer naar huis.”

 

 

Veel te druk

veel te druk

Meestal wordt ze pas laat wakker, maar deze keer zat ze als eerste op de rand van haar bed. Ze werd geholpen met douchen en daarna naar de huiskamer begeleid. Op de eerste de beste stoel, direct na de deuropening, ging ze zitten.

Regelmatig liepen wij met een bewoner de huiskamer in. Ze vond dat heen en weer geloop waarschijnlijk te veel van het goede. Moeizaam stond ze op, sleepte haar stoel naar het midden van de deuropening en ging daar pontificaal zitten. “Zo, hier komen jullie niet meer langs”!

Hitteprotocol of gezond verstand

hitteprotocol

Vanmorgen vroeg was het buiten koeler dan binnen in het verpleeghuis, zodat ik besloot om de deur open te zetten. Een ander zag dat niet zo zitten, want het hitteprotocol gaf iets anders aan.

“Om 9.00 uur moet de deur dicht hoor, dat staat in het protocol”.

Ik liet weten dat ik mijn gezonde verstand het werk liet doen en dat ik de deur weer dicht zou doen als het buiten warmer werd dan binnen.

“Gaan jullie buiten, in deze hitte koffie drinken?”, vroeg zij.

“Het is buiten koeler dan binnen hoor”, liet weer een ander weten. En ja hoor, eindelijk mocht bij haar in de huiskamer ook de deur open.

Gezond verstand, waar blijft dat als alles volgens protocollen gedaan moet worden?

Vrijheidsberoving

Vrijheidsberoving

Vanmorgen vroeg viel het allemaal nog wel mee. Er kwam een vrouw met een witte jas die vroeg of ik wilde douchen. Natuurlijk wilde ik dat, want ik weet dat ik dat niet meer zo goed zelf kan. Ik was blij dat ze aanbood om me te helpen. Na het douchen liep ze weer met me mee naar mijn kamer en gaf me mijn scheerapparaat zodat ik me kon scheren. Zelf ging ze de badkamer opruimen en kwam  later terug om met me naar de ontbijtzaal te lopen. En daar zaten al die gekken, ze keken naar me maar zeiden niks. De vrouw met de witte jas zette een mandje met brood, boter en kaas op tafel. Ik had al laten weten dat ik ‘s morgens altijd kaas op brood eet. Dat vind ik lekker. Daarna kwam ze met een cupje waarin medicijnen zaten. Mijn medicijnen, wel te verstaan. Ik keek er naar en besloot dat ik ze niet in wilde nemen. Wie had dit voorgeschreven? Ik slikte altijd alleen metformine en nu zaten er wel een stuk of 8 pillen in het cupje.

“Uw huisarts heeft dit voorgeschreven”,  zei de vrouw met de witte jas aan. Ik geloofde haar niet en liet dat ook duidelijk weten. Insuline spuiten mocht ze wel hoor, ik weet dat ik dat nodig heb, maar die pillen vertrouwde ik niet. De vrouw nam ze weer mee en maakte met mij de afspraak dat de dokter in de loop van de ochtend uit zou komen leggen waarom ik die pillen in moest nemen. Niet dat ik daar wat aan had, want het was een dokter die bij dit huis hoort. Eéntje die ik niet ken dus.

Langzaam werd ik bozer en bozer en besloot dat ik een jurist zou moeten raadplegen. Tenslotte was ik van mijn vrijheid beroofd en dat is niet wettelijk toegestaan. Aan de vrouw met de witte jas vroeg ik of zij een jurist was. Dat was ze niet, nee, ze was verpleegkundige. Zie je wel, dacht ik, dan ben ik dus echt in het gekkenhuis. “Ik wil mijn vrouw bellen”, zei ik. De vrouw gaf me haar telefoon en zei dat ik dat gerust mocht doen. Daar stond ik dan, met die telefoon in mijn handen en ik had werkelijk geen idee wat ik met dat ding moest. Hoe moest ik dat bedienen en wat was het telefoonnummer ook alweer? Ze zag het waarschijnlijk aan me en bood aan om te bellen. Ze hield het toestel tegen haar oor en zei na een poosje: “Uw vrouw neemt niet op. Ik probeer het later nog een keer”. Maar wat is later. Ik hoopte toch wel dat dit binnen afzienbare tijd was. De vrouw beloofde mij om het over een kwartier nog een keer te proberen.

Na verloop van tijd kwam de vrouw in de witte jas terug. Mijn vrouw had haar gebeld, liet ze weten. Maar hoe kon ik weten of dat waar was? Volgens haar zou mijn vrouw na 15.00 uur bij mij op bezoek komen. Ik werd steeds bozer en dat was waarschijnlijk goed aan me te zien. De vrouw met de witte jas aan liep weg. Misschien was ze wel bang voor me.

Na een poosje kwamen een vrouw en een man door de deur naar binnen. Ik kende ze. De vrouw woont bij ons in de straat en de man ken ik van mijn werk. Ze vroegen of ik mee wilde om een kopje koffie te drinken en gezellig bij te praten. Dat heb ik toen maar gedaan. Ik was blij dat ik iets bekends zag.

Na zestig jaar gedwongen uit elkaar

Iemand had deze link facebook gedeeld en nadat ik het stukje gelezen had deelde ik ‘m ook nog eens. Het is inderdaad schrijnend wanneer mensen, na 60 jaar huwelijk, uit elkaar gehaald worden vanwege gezondheidsproblemen. Wat ik op het moment van lezen vergat, is dat dit niet nieuw is. Zoals ik het las leek het een noodkreet op alle bezuinigingen in de zorg.

Onderweg van mijn werk naar huis volgde ik een programma op de radio. Hierin kwam het bovenstaande ook aan de orde. De mannelijke helft van het echtpaar blijkt aan de ziekte van Alzheimer te lijden. Dat is een vorm van dementie en zoals de meesten weten leven dementerenden in hun eigen werkelijkheid. Dat is meestal niet de onze en daardoor botst dat in het dagelijks leven. Ze zijn niet “betrouwbaar” meer, weten vaak niet wat ze doen, vergeten waar ze mee bezig waren, weten de weg niet meer in hun vertrouwde omgeving. Kortom, ze worden helaas een gevaar voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Overbelast

Partners van Alzheimerpatienten raken maar al te vaak overbelast. Ze kunnen de zorg niet meer aan, zijn vaak de gevangene van deze partner. Alleen laten, om zelf even een boodschap te kunnen doen, gaat niet. Ze meenemen is ook geen oplossing, want het zijn net kleine kinderen: je komt oren en ogen te kort. Wanneer de partner eenmaal overbelast is volgt heel vaak een spoedopname van de dementerende. Zo’n spoedopname is voor niemand leuk. Voor de dementerende zelf niet, maar ook voor de partner of kinderen is het vaak een regelrechte ramp. De dementerende mens is meestal boos, wil niet blijven, is voortdurend op zoek naar de uitgang.

De kurk

En nee, dit is niet leuk. Voor niemand! Dat ben ik me heel goed bewust. Ik heb gewerkt op een afdeling waar dit soort spoedopnames voorkwamen. Het leven van zo iemand raakt totaal ontwricht. In eerste instantie is de mantelzorger, vaak de partner of één van de kinderen, opgelucht. Eindelijk wordt er goed gezorgd voor de dementerende. De opluchting slaat al gauw om wanneer de dementerende enorm boos blijkt te zijn. Bovendien lijken ze in een vreemde omgeving veel erger te dementeren dan in hun vertrouwde omgeving. Was thuis houden dan toch een betere optie geweest? Nee, want de mantelzorger was immers overbelast. En zoals de verpleeghuisarts daar vaak terecht opmerkte tegen de mantelzorger: “U bent de kurk waarop alles drijft. Dat is een wankel evenwicht”. Bij overbelasting blijft deze kurk duidelijk niet meer drijven.

Decorumverlies

Gebeurt dit uit elkaar halen alleen wanneer iemand dementerend raakt? Nee, absoluut niet. Wat dacht je van mensen die een hersenbloeding krijgen? Zij worden na een ziekenhuisperiode overgeplaatst naar een revalidatie afdeling en in negen van de tien gevallen daarna naar een verpleeghuis. Naar een somatische afdeling. Ook dan kan de partner niet mee verhuizen. Zou zo’n partner dat dan echt willen? Waarschijnlijk wel, maar een verpleeghuis is hier niet op ingesteld. Bovendien vraag ik me heel serieus af of iemand met zijn partner mee wil verhuizen naar een psychosomatische afdeling, ook wel gesloten afdeling genoemd. Daar woon je dan als “normaal” iemand tussen de dementerenden. Ik denk echt dat je daar zelf helemaal gek wordt. Wonen tussen mensen die verward zijn, niet meer weten wat ze doen, duizend keer hetzelfde vragen, niet meer weten dat ze al gegeten hebben, niet onder de douche willen, handelingen eindeloos repeteren om nog maar te zwijgen over het decorum verlies waar dementerenden vaak aan lijden:  “Gebit uit de mond halen tijdens het eten om dit schoon te likken, plassen in een hoek van de kamer, met de mond open eten en dus smakken, met de handen eten en soms het eten door elkaar kneden omdat ze het niet meer als eten herkennen”. Ik gun dit niemand, maar zeker niet degene die niet dementerend is.

 Privacy

Maar hoe zou jij het vinden als je met je partner in een verpleeghuis woont en je hebt zelf geen zorg nodig. Het maakt niet uit of dit op een somatische of psychosomatische afdeling is, want op beide afdelingen komt de verzorgende met de regelmaat van de klok je kamer in: Om je partner te helpen met wassen en aankleden, vanwege de toiletgang, om koffie of thee te brengen. Hoezo privacy? Die heb je dan niet meer. Ook ’s nachts komt er een verzorgende langs, gewoon om te kijken of je partner nog in bed ligt, of om zijn urinaal te legen of hem te helpen in een prettigere houding te liggen. Daar wordt je dan zelf ook wakker van, althans dat lijkt mij zo.

Enorm moeilijk

Het is heel naar als je na 60 jaar gedwongen uit elkaar moet, maar die 60 jaar halen veel mensen niet eens. Misschien is het beter om terug te kijken op de tijd die je samen had en alle goede dingen koesteren.

Makkelijk gezegd? Ja, dat is makkelijk gezegd en ontzettend moeilijk om te doen, maar misschien wel het enige verstandige.