Tag Archives: verkouden

Besmettelijk

morsig mannetje

Hij is een ‘morsig’ mannetje om te zien. Om hem ‘s morgens te helpen met wassen en aankleden moeten we alle zeilen bijzetten. Zijn ritme is dat hij eerst naar beneden gaat om te roken. Hij trekt, zo goed en zo kwaad als het gaat, zijn lange broek over zijn natte inco aan en is er niet toe te bewegen om zich eerst even te laten fatsoeneren.

Na het roken wil hij eerst ontbijten en soms komt dat ons dan eigenlijk ook beter uit. We moeten alleen opletten dat hij na het ontbijt meteen verdwijnt naar de rookruimte. Gelukkig moet hij ons om sigaretten vragen, anders is hij te snel door zijn rantsoen heen, terwijl zijn budget ook zeer beperkt is.

Douchen en zich scheren wil hij alleen op zondag en soms weigert hij dat ook nog. Zijn gebit mogen wij niet poetsen, want dat doe hij zelf. Helaas is dat niet het geval en heel soms weten wij hem te overtuigen dat het gebit toch nodig een poetsbeurt nodig heeft.

Gisteren, in de namiddag, kwam hij met zijn rolstoel de keuken binnen.

“Jongedame, ik heb nog vis in de koelkast liggen. Wil je dat er even uithalen?”

“Natuurlijk, maar we gaan pas over een half uur eten.”

“Dat weet ik, maar dan is die vis niet meer zo koud.”

Ik ben verkouden, krijg een niesbui en snuit daarna mijn neus. Kijk, en hygiënisch als ik ben was ik daarna mijn handen en pak dan pas de vis uit de koelkast. Het is gerookte makreel.

“Wilt u ze allebei?”
“Nee, één is genoeg.”

“Dan leg ik die, afgedekt, op een bordje op het aanrecht tot het etenstijd is.”

En dan komt het: “Ja maar niet met uw besmettelijke handen!”

“Natuurlijk niet, ik gebruik wel een vork.”

Overigens is het natuurlijk wel leuk om op je 59e met ‘jongedame’ te worden aangesproken.

Advertisements

Nachtdienst

nachtdienst

Wat gammel ga ik mijn nachtdiensten in. Verkouden, pijnlijke ogen van het tranen, een rode neus van het snuiten. Kortom, gammel dus. De eerste nacht werd ik ingewerkt, de tweede nacht moest ik het zelf doen.

Eerst even bij alle 33 bewoners kijken, daarna de medicijnkarren aanvullen en het programma openen waarin ik medicatie kan bestellen. Een werkje wat voor mij nieuw was, zodat ik met een collega afsprak dat zij bij het opruimen van de bestelling goed zal kijken of ik niets vergeten ben. Of misschien heb ik wel e.e.a. teveel besteld. Ik heb liever dat ze me dat gewoon vertellen, want dan weet ik de volgende keer waar ik op moet letten.

Af en toe gaat er een bel en meestal wil diegene een beetje water drinken. Eén bewoner belt de eerste nacht ieder half uur, gewoon om te vragen hoe laat het is. De tweede nacht slaapt hij beter en belt hij met diezelfde vraag maar twee keer.

Soms vraag er iemand om een paracetamol, maar er is ook een bewoner die ‘s nachts even wil roken op het balkon en daarna wel een beker warme melk lust.

Bij één bewoner moet elke drie uur de sonde doorgespoeld worden om te voorkomen dat het slangetje verstopt. Als ik om een uur of kwart over drie de afdeling af ga om met de collega’s van de eerste en tweede etage even een kop koffie te drinken, besluit ik eerst nog even bij hem langs te gaan. De zak sondevoeding is bijna leeg en ik druk op het knopje info om te kunnen bepalen hoe lang dit nog gaat duren. Dat is een simpel rekensommetje. Er is ruim 800 ml doorheen en de pomp staat op 70 ml per uur. Dan kan ik nog wel even weg.

Lekker even dat kopje koffie en een praatje. Met z’n vieren bemannen we het hele huis, waarbij de verantwoordelijk verpleegkundige tussen twee huizen in pendelt. Net als ik weer terug wil gaan naar mijn afdeling gaat mijn pieper. Het is de bewoner met de sondevoeding. Rechtop zit hij in bed. “Dat ding staat niet goed hoor. Hij hoort op 70 te staan en nu krijg ik zo te zien veel te veel in één keer. “ Ik probeer hem uit te leggen dat dit het schermpje met informatie is waarop ik kan zien hoeveel sondevoeding hij al gehad heeft. Hij wil er niets van weten en ik moet nu direct de zak voeding vervangen.

Ik pak de nieuwe zak sondevoeding en sluit hem aan op de pomp en stel hem weer in. “Zo, nu kan ik tenminste nog mooi een poosje slapen”, zegt hij.

“Vindt u het goed dat ik u nog even iets uitleg over wat u op het schermpje zag?” Hij gaat weer rechtop zitten.
“Kijk, zoals het nu is ingesteld ziet u dat de pomp op 70 ml per uur staat. Als ik op het knopje ‘info’ druk leest u af dat u nu 1,3 ml voeding heeft gehad. De vorige keer dat u keek zag u dat er 876 stond. Ik was vergeten om het scherm terug te zetten naar het aantal ml per uur.”

“Ik heb dus de normale hoeveelheid voeding gehad, begrijp ik.”

Een onverwacht cadeautje

IMG_4847

Al twee weken loop ik te kwakkelen. Snotteren, hoesten, stem kwijt en pijn in mijn ‘hoestspieren’. Je weet wel, die in je bovenrug. Wanneer ik mijn neus snoot klonk het alsof de viezigheid uit mijn tenen moest komen. Nou, ik kan je vertellen dat het ook zo voelde. En evengoed gewoon aan het werk, gewoon mijn ding doen. Nou ja gewoon? Tegen mijn collega’s riep ik bij voorbaat al dat ik zo traag was als dikke stront. Ik ben alleen niet naar de koorrepetities geweest, want zingen kon ik echt niet.

In die tijd heb ik ook nog mijn verjaardag gevierd en mijn ouders te logeren gehad. Ieder jaar vind ik het weer een gedoe. Dat vieren van mijn verjaardag bedoel ik. Doe ik dat als de kinderen van mijn lief hier zijn of juist niet. Voor mij is dat iedere keer weer een dilemma. Misschien zou het voor die twee wel goed zijn, terwijl het voor mijn gevoel niet voegt. Moet ik dan tegen mijn gevoel in gaan? Dat heb ik lang genoeg gedaan. Niet speciaal met mijn verjaardag hoor, maar met veel andere dingen. Dan stelde ik mezelf weer eens op de laatste plaats. Iedereen ging voor, of het nu voegde of niet. Daar ben ik van terug gekomen. Voelt iets niet goed, dan doe ik het op een manier die wel goed voelt.

Afgelopen week kwam mijn lief met de mededeling dat zijn twee kinderen dit weekend niet zouden komen. Zij hadden een feestje elders. Dat betekende dus ineens een weekend voor ons samen. Zelfs toen liep ik te dubben of ik daar wel blij mee mocht zijn. Het is uiteindelijk voor mijn lief ook niet leuk als ik in jubelen uitbarst bij zo’n mededeling. Stom natuurlijk, want van mijn lief mag ik dat gewoon. Zo kreeg ik dus een onverwacht cadeautje. Een weekend samen, zonder allerlei gedoe. Heerlijk!

Zaterdag zijn we begonnen aan het fotoalbum van onze vakantie in Luxemburg en vandaag in de namiddag hebben we het afgemaakt. Een HEMA album en wat een werk was dat weer zeg. Maar het is zo leuk om de foto’s terug te zien en te bedenken wat we allemaal gedaan en gezien hebben. We beleefden die vakantie gewoon weer een beetje.

Zaterdagavond hebben we nog een orgelconcert bijgewoond. Ik kan echt genieten van de orgelklanken, zelfs al heb ik het orgel verruild voor de piano, maar gisteravond was ik er eigenlijk te moe voor. Ik zat dan ook af en toe met mijn ogen dicht tegen mijn lief aan te knikkebollen. Snurken deed ik niet, dus de mensen om me heen dachten vast dat ik met mijn ogen dicht zat te genieten.

IMG_4849 IMG_4845IMG_4844

Vandaag zijn we gaan fietsen. Mijn lief kwam het tochtje in De Telegraaf tegen: een rondje Kampen-Zwolle. Toen we vanmorgen vertrokken scheen hier het zonnetje al. Bij Kampen was het grijs, grijs en nog eens grijs. Heel even vroeg ik me af of dit weer goed voor mij was. Uiteindelijk snotter en hoest ik nog steeds. Nog vóór Zwolle brak de zon door en werd het heerlijk weer. In Zwolle hebben een restaurantje opgezocht en een heerlijk kopje koffie met gebak genomen. Daarna langs de andere kant van de IJssel weer terug naar Kampen gefietst. Onderweg hebben we op een bankje onze boterhammen opgegeten. Regelmatig klonk het “eet smakelijk” als er mensen voorbij fietsten.

Er zijn genoeg momenten dat ik het vervelend vind dat ik zo’n moeite met deze situatie heb. Dat ik iedere keer weer, als de kinderen van mijn lief hier het weekend zijn, voor mijn gevoel mijn huis een beetje kwijt ben. Mijn lief vindt dat ik niet moelijk moet doen over mijn gevoel. Sterker nog, ik mag dat zo voelen van hem. Ik maak er dus gewoon iedere keer maar weer het beste van en zorg er voor dat ik het zelf ook prettig heb in zo’n weekend.