Tag Archives: somatiek

Sluipwinden

sluipwinden

Ik hielp haar op het toilet en vroeg haar te bellen als zij klaar was. Het duurde nogal even zodat ik op een gegeven moment naar haar terugliep.

“Is het gelukt?”

Ja, ze was net klaar.

“Heeft u alleen geplast of ook gedrukt?”

Ze bleek ook gedrukt te hebben.

“Ja, ik ruik het”.

“Nou jij ruikt ook niet lekker als je gedrukt hebt hoor.” Het klonk ietwat gepikeerd. Ach heel goed kende ik haar ook niet, dus misschien had ik dit niet moeten zeggen.

“Inderdaad, ik ben kampioen stinken hoor. Volgens mijn man span ik de kroon, vooral als ik een windje laat, u weet wel zo’n sluipwind. Die glijdt heel langzaam je broek uit, en stinken dat ‘ie doet.”

“O kind (zo lief om op je 59e nog met ‘kind’ aangesproken te worden) dat ken ik. Die zijn de ergste. Je hoort ze niet, maar ineens zijn ze er.”

We hebben er samen smakelijk om gelachen.

Advertisements

Het is een schande

Om kwart over vijf zitten alle bewoners aan tafel voor de broodmaaltijd. Ik val in op een andere afdeling en werk die avond samen met iemand van de flexpool. Ook zij valt dus in en heel bekend zijn wij hier beiden niet.

Schande

Iedereen is voorzien van brood en beleg en voor een aantal mensen ben ik nog brood aan het smeren, omdat zij dit niet meer zelf kunnen. Er ligt een bewoner ziek op bed, die moet nog geholpen worden met eten. En er eet een bewoner in zijn kamer omdat hij anders te veel prikkels krijgt.

Op het moment dat ik de huiskamer verlaat hoor ik een mevrouw zeggen dat zij naar het toilet moet. Ik hoor dat ze het nog een keer herhaalt. Mijn collega zit vlak bij haar, maar helpt iemand met eten die dit helemaal niet meer zelf kan. Dit zijn van die momenten dat je een afweging moet maken. Ik besluit toch eerst de bewoner op zijn kamer te helpen met eten.

En dan kom ik terug de huiskamer in. Op luide toon hoor ik een andere bewoner, die zelf nogal doof is, zeggen: “Het is een schande dat je gewoon moet wachten tot iemand je naar het toilet kan helpen”.

Ik reageer en zeg: “Weet u wat een schande is? Dat jullie met z’n zestienen zijn en wij maar met z’n tweeën. Die strijd blijft altijd oneerlijk, want we kunnen niet iedereen tegelijk helpen.”

Het wordt stil en ik rij de bewoner die naar het toilet moet naar haar kamer. Ze kan er niks aan doen, vindt het ook allemaal heel vervelend. Als ik vervolgens de tilband van de actieve lift (zo één waar je nog wel sta-functie voor moet hebben) achter haar rug doe en vasthaak aan de lift zegt zij: “Ik hoop dat er wat komt”.

Tja, er kwam niets, geen plas geen ontlasting en zelfs geen boze zuster. Ik vroeg me later af of zij misschien alleen maar uit de huiskamer weg wilde. Ze zit graag alleen op haar kamer om een beetje tv te kijken. Volgende keer zal ik het haar eens vragen.

Poepéren

poepéren

Op de afdeling somatiek, waar ik een jaar als zorgcoördinator werkte, hadden wij een cliënt die heel deftig liet weten dat hij moest “poepéren”. Een term die ik in het dagelijks leven nog vaak gebruik als ik een grote boodschap moet doen. Het is besmettelijk, want ook mijn lief noemt het tegenwoordig zo.

Gisteren had ik zo’n moment dat ik ontzettend nodig moest poepéren. Nou en, zal je misschien denken, wat kan mij dat nou schelen. Kijk, dat weet ik ook niet, maar ongetwijfeld heb je het volgende zelf ook wel eens meegemaakt. Ik liep gisteren met een zware boodschappentas richting huis en ja hoor, ik voelde de aandrang. Een poosje kon ik dit negeren, maar op een gegeven moment werd dit toch wat lastig. Met samengeknepen billen probeerde ik steeds sneller te lopen. Moet je eens proberen, dan kom je al snel tot de ontdekking dat die twee niet samengaan.

Door deze hoge nood moest ik ineens denken aan de tijd dat ik als leerling-verzorgende werkte op een pscychogeriatrische afdeling. Die voor dementerenden dus. Daar trof je nog wel eens een drol aan in de gang. Dan had een dementerende in zijn of haar broek gepoepeerd (laat ik maar even in stijl blijven) en vond dit waarschijnlijk wat vies aanvoelen. Wat doe je dan? Je laat je broek zakken en wipt de drol er uit. Zo, weg dat vieze ding en daar ligt ‘ie goed. Als je op een pg-afdeling werkt kan je hier om lachen. Kan je dat niet, dan ben je als verzorgende niet op je plek.

Met samengeknepen billen bedacht ik dat ik dit natuurlijk ook zou kunnen doen, mocht het zover komen dat ik in mijn broek zou poepéren. Zie je het voor je? Ik wel en ik ben blij dat dit me bespaard bleef. Het laatste stukje strompelde ik zo ongeveer naar de voordeur. Daar kreeg ik uiteraard de sleutel niet zo gauw in het slot, maar toen ik eenmaal binnen was haalde ik opgelucht adem. Nu nog naar het toilet. Jas uit en gewoon op de grond gesmeten. Sjaal af en een slinger door de kamer gegeven, daarna als de wiedeweerga naar het toilet om snel mijn grote boodschap te doen. Ik ga niet beeldend uitleggen wat ik daar in de pot neerlegde, maar dit had ik niet in mijn broek willen hebben. Dat weet ik zeker.

Trouwens raar dat we het tegenwoordig over cliënten hebben in de verpleeg- en verzorgingshuizen. Vroeger waren het gewoon bewoners. Dat klinkt veel gezelliger. Niet dat ze dat ook automatisch waren, maar het klinkt wel zo. Waarom er ooit iemand op het idee gekomen is om deze mensen cliënten te gaan noemen is me een raadsel. Misschien past deze status meer bij de term poepéren, wie weet.