Tag Archives: raar

Mijn claustrofobische ik

 

De microfoon

Kijk, pianospelen is één ding, zingen ook. Maar pianospelen en zingen tegelijk zijn twee dingen die je tegelijk moet doen. Dat is een soort puzzel waarbij alles op z’n plek moet vallen en dat gaat niet van de ene dag op de andere.

Ik weet nog goed, die eerste les zingen en mezelf begeleiden. Echt waar, ik scheet zeven kleuren bagger. Sorry voor het taalgebruik, maar zo zeiden wij dit toen ik nog het voortgezet onderwijs volgde. Dat is inmiddels alweer ruim 40 jaar geleden, maar de kreet ben ik niet vergeten. Net zoals iets “geen pan” is, geen gezicht dus. De polderbewoners kennen deze uitdrukking niet en na ruim vijf jaar hier wonen gebruik ik deze uitdrukking vrijwel niet meer. Toch is het leuk om ‘m af en toe te laten vallen, want dan krijg ik van die verbaasde blikken toegeworpen, maar dat even terzijde.

Maar goed, dat zingen en pianospelen tegelijk. Als iemand mij vorig jaar had verteld dat ik dit zou gaan doen had ik ‘m waarschijnlijk voor gek versleten. Niets zo veranderlijk als een mens, ook ik niet, en laat ik het nu ontzettend leuk vinden. De zoektocht om het akkoordenschema om te zetten in een begeleiding, de puzzel die dat voor mij is om uiteindelijk tot iets te komen wat leuk is. En dan die teksten uit m’n hoofd leren. Ik heb nog nooit zoveel gezongen als de laatste paar maanden. Zelfs in de auto galm ik af en toe een song, maar dat blijkt toch niet altijd handig te zijn. Want wat gebeurt er dan? Ik ga veel te hard rijden en dat heb ik pas door als ik wel erg veel auto’s passeer. Dus zingen in de auto doe ik maar niet meer en als ik wel zing doe ik het zachtjes. Gek genoeg ga ik dan niet harder rijden. Of misschien is dat logisch en is daar een wetenschappelijke verklaring voor. Wie het weet mag het zeggen.

En dan heb je nog die microfoon. Een hulpmiddel wat ik nog niet eerder gebruikt heb, dus het was even wennen. De eerste keer kreeg ik daar een zeer claustrofobisch gevoel door. Die microfoon kwam veel te dichtbij en tja, daardoor werd voor mijn gevoel de ruimte om me heen kleiner. Idioot eigenlijk, alhoewel, ik voel me bij vlagen ook claustrofobisch achter mijn bril. Vooral als het warm is. Ja, een beetje raar ben ik wel.

Maar ook je eigen stem horen alsof ‘ie niet uit jezelf komt. Dat was toch ook wel wat vreemd en ik wist ook niet goed of ik dit nu wel mooi vond. Maar ook dat blijkt te wennen.

De laatste twee lessen kwam de microfoon er ook aan te pas, want tja, het is wel iets waar ik mee moet leren omgaan. Achter de vleugel had ik nagenoeg geen last van dat ding. Ik kon de muziek, nou ja muziek? Als je op mijn papier kijkt zie je alleen tekst met daarboven akkoorden geschreven. Ha ha, nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, maar het lukt. Maar goed, ik kon de muziek goed zien. Dat was de laatste keer een ander verhaal, want ik had les op de piano die achter in de tuin in een tent stond. De piano bleek lager te zijn dan de vleugel, waardoor ik hoger zat dan normaal. Mijn muziek stond lager dan normaal en eerlijk gezegd stond de microfoon, volgens mij een andere, toch behoorlijk in de weg. Claustrofobie werd meteen geboren, maar die heb ik meteen geparkeerd. Dan kon ik er niet bij gebruiken, maar ondertussen probeerde ik wel zo nu en dan p, microfoon heen te kijken om de muziek te kunnen zien. Ja, dat kan natuurlijk niet, want dan zing je naast de microfoon. Dat heeft volgens mij een beetje vreemd effect. Waarom ik naar de muziek moest kijken weet ik ook niet, want het zit in mijn vingers en in mijn hoofd.

Het is maar goed dat ik deze ervaring heb opgedaan, dan vlieg ik zaterdag hopelijk niet uit de bocht. Die claustrofobie laat ik gewoon thuis en ach, als er iets mis gaat is er nog geen man overboord. Dan ben ik waarschijnlijk wat uit mijn hum maar daar ga ik niet dood aan.

Advertisements

Buitenbeentje of authentiek

het-buitenbeentje-van-het-raadsel-620889

Je zou van mij best kunnen zeggen dat ik nieuwsgierig ben. Zodra iemand mijn schilderwerk liked op facebook, klik ik het profiel aan. Even zien wie die persoon is. Is dat gek? Ik vind van niet, maar ja wie ben ik? Door zo’n profiel aan te klikken las ik het volgende: Jezelf zijn brengt mensen op je pad die erop horen en houdt degene die er niet op horen er vanaf!

Wanneer je jezelf bent ben je authentiek en volgens mijn huidige leidinggevende ben ik dat. Ik laat me niet snel van de wijs brengen, maak me om sommige dingen niet druk. Dat zijn dan ook de dingen die minder belangrijk zijn. Zo vond zij het stoer dat ik eerlijk aangaf waarom ik niet mee ging met het team-uitje. Ik had ook een smoes kunnen verzinnen dat ik verhinderd was, maar dat deed ik niet. Ik hou ook gewoon niet van dat soort uitjes en als ze in mijn vrije tijd worden georganiseerd vind ik dat ik er voor mag kiezen om niet mee te gaan. Dat heeft niets met mijn collega’s te maken, want daar kan ik het prima mee vinden.

Ben ik altijd zo geweest? Nee, als ik eerlijk ben heb ik een groot deel van mijn leven schipperend doorgebracht. Doen wat in het belang van iedereen was waardoor er regelmatig discrepantie ontstond. Stom hoor, maar als ik deed wat in het belang van mijzelf was veroorzaakte dit hetzelfde. Een regelmatige terugkerende spagaat dus, die letterlijk niet fijn aanvoelt, maar figuurlijk ook niet. Vaak voelde ik me een buitenbeentje, of op z’n minst raar en anders dan anderen. Deed ik mee om er bij te horen dan voelde dat niet prettig aan. Aan de andere kant vroeg ik me maar al te vaak af of het niet raar was als ik niet meedeed en er dus niet bij hoorde. Achteraf bekeken vind ik het idioot dat ik ergens bij wilde horen terwijl het totaal niet bij me paste.

De afgelopen tien jaar heb ik dit voor een groot deel achter me kunnen laten. Dat ging met vallen en opstaan, en soms dacht ik dat ik eindelijk mezelf was terwijl ik nog een stukje verder moest.
Jezelf zijn brengt mensen op je pad die erop horen, en gelukkig zijn die er inmiddels. Tja, er zijn er daardoor ook die niet meer op mijn pad meedoen.

Hele normale mensen

hele normale mensen

Zoals je al eerder kon lezen raak ik weer aardig uit de knoop. Het gekke is echter dat ik nog steeds niet goed kan schrijven over mijn  leven. Net alsof er even niets is wat de moeite waard is, omdat er iets is dat erg veel ruimte in mijn hoofd inneemt. Ik heb het redelijk los kunnen laten en ben zelfs van de week, voor het eerst sinds een half jaar, weer een kabouter Pim verhaal gaan schrijven. Ook dat proces stond stil en dat vond ik toch wel wat jammer.

Het nam niet alleen veel ruimte in bij mij, maar ook bij mijn moeder. Zelfs zo erg dat ze er lichamelijk klachten door kreeg en naar de dokter moest. Vorige week ben ik nog met haar mee geweest toen ze een MRI scan moest laten maken. De klachten zijn inmiddels zo goed als verdwenen, maar doordat ze zo met het probleem bezig was raakte ze aardig gestrest. Toen ze besloot om het los te laten kwamen de lichamelijke klachten. Dat gebeurt als al die adrenaline uit je lijf verdwijnt.

Een medeblogster  loste het ‘niet-schrijven’ probleem op door een fotoblog te maken. Een grandioos idee. Ook ik ben gaan zoeken naar iets over mijn eigen leven waar ik wel over kan schrijven en zo kwam ik op ons soms wat uitzonderlijke taalgebruik:

“Soeie sroen”, afkomstig van het leren praten van mijn kleindochter die aanvankelijk de G niet uit kon spreken, waardoor “groen” veranderde in “sroen”. Wij zochten een kleed met een bepaalde kleur groen er in. Tijdens onze kleedjesjacht riepen mijn lief en ik regelmatig tegen elkaar: “Nee, dat is niet de soeie sroen!” En nog gebruiken wij dit vaak om aan te geven of we iets mooi of juist niet mooi vinden. Maakt niet uit of het groen is, dat is daar ondergeschikt aan.

“Sappelesie”, komt van mijn zoon toen hij een jaar of drie was. Als ik een boodschappenlijstje stond te maken vroeg hij: “Sappelesie?”. Uiteraard doen ik nog steeds boodschappen met een sappelesie.

“Allemaal jegen op kaiwaam”, is een uitspraak van de oudste dochter van mijn lief toen ze nog klein was. Dan regende het hard op haar raam. Wij zeggen dit tegen elkaar als we in de auto zitten en het begint te regenen.

“Vindt ze niet mooi, doet ze niet aan”, zeg ik als ik op kledingjacht ben en niets leuks kan vinden. Ook deze uitspraak is van de oudste dochter van mijn lief.

“Satausees bij?”, komt van mijn jongste dochter. Die gooide wat letters door elkaar toen we satesaus hadden bij de nassi. Het leuke is dat satausees veel chinezer klinkt dan satesaus. Het smaakt ook lekkerder hebben wij ontdekt.

“Jamonaise”, eten wij bij de patat sinds mijn kleindochter de mayonaise zo noemde toen we bij Burger King gingen eten.

“Isse niet eng, isse donker”, komt van mijn andere kleindochter. Het was donker, de gordijnen waren niet dicht. Ze keek naar buiten en kwam vervolgens tot deze mooie conclusie. Wij kijken graag naar Scandinavische thrillers. Die zijn best spannend en eng en op zo’n moment zeggen wij “Isse niet eng, isse donker”. Ik kan je vertellen dat zo’n thriller dan ook meteen minder eng is.

“Kedonnolds! We gaan bij Kedonnolds eten”, juichte mijn kleindochter. Sindsdien gebruiken wij het als krachtterm of om aan te geven dat we ergens heel enthousiast over zijn.

“Mei sie” is een uitspraak van mijn lief. Hij zegt vaak meisie en laatst kwam er achteraan. Ja, jij bent mei sie. Waarop ik enthousiast uitriep: “Ja, ik jouw sie”.

“Dees en Lelle” is van mijn kleindochter. Als zij het over zichzelf had, zei ze “dees”. Haar broertje heet Jelle, maar je J was lastig om uit te spreken, dus Jelle werd Lelle. Inmiddels kan ze de J goed uitspreken en doet dat ook bij alle woorden die met die J beginnen. Alleen Jelle blijft Lelle, behalve als een ander dit zegt. Dan kijkt ze verbaasd op. Nu gebeurt het regelmatig dat ik iets zie en dan zeg: “Kijk,  dees bedoel ik”. Steevast komt er dan achter aan: “Ja, en Lelle”.

En dan de laatste, die is nog niet lang geleden ontstaan: “Weeteniet” en dan lekker dom en lijzig uitgesproken. Ik heb nogal eens de neiging om dingen aan mijn lief te vragen die hij niet kan weten. Gewoon  omdat het dan gaat over het verloop van een film. Of omdat ik tijdens een vakantie vraag: “Wat zou dat zijn?” Allemaal dingen die hij niet eens kan weten. Dan krijg ik dus dat dommig en lijzig uitgesproken “Weeteniet” als antwoord.

Ik vraag me af hoe één van de dementerende ouderen zou reageren wanneer ik dat als antwoord geef op de vraag: “Waar moet ik nu naar toe? Hoe kom ik weer thuis?” Stel dat ik dan heel dommig zou zeggen: “Weeteniet”. Misschien kijken ze dan heel verbaasd. Of ze schieten in de lach, maar het kan ook zijn dat zo iemand woest wordt.

Mochten jullie nu denken dat wij een raar zijn of een stel malloten dan kan ik jullie gerust stellen. Meestal zijn wij hele normale mensen, vooral als er anderen bij zijn. Maar soms doen we gezellig even raar en dat is best fijn. Het is echter absoluut geen reden om ons in een dwangbuis af te voeren.

De zoekgeraakte rollator

flauwekul

“Mag ik uw rollator even lenen voor deze mevrouw?” , vraag ik haar. Het mag, maar ze wil hem wel terug, want hij is al zo vaak zoekgeraakt. Onvindbaar is hij  dan en zo maar ineens heeft ze hem weer gevonden. Waar ze hem dan vandaan heeft gehaald is ons een soms een raadsel.

Ik breng de rollator weer terug en zij vraagt of ik even mee loop naar haar kamer. Samen lopen we door de gang, ze is afgeleid door wat er om haar heen gebeurt en wil rechtsaf terwijl we naar links moeten. “Ach, zie je wel, ik word ook al een beetje raar”, zegt zij.

Als we bij haar kamer zijn loopt ze naar binnen. Ze gaat even televisie kijken, of kaartjes maken. Ik wens haar veel plezier en loop de kamer uit.

“Zuster, nu is mijn rollator weer zoek!” roept ze vertwijfeld, terwijl ze achter haar rollator naar mij toe loopt.