Tag Archives: plassen

In de war en de weg kwijt.

kortsluiting-28044331

Eén ding weet ik zeker: Er kan maar beter niet iets fout gaan in je hersenen, want dan gaat er van alles mis. Lichamelijk wil het dan niet meer zo, laat staan overprikkeling of gedragsescalaties. Er ontstaat soms gewoon kortsluiting in je hoofd.

“Ik zie wel hoe het loopt”, was mijn gedachte toen ik de laatste keer de nachtdienst in ging. Het blijft onvoorspelbaar hoe zo’n nacht verloopt. De medicijnvoorraad moest nagekeken worden en zo nodig medicatie bijbesteld. Na mijn eerste rondje langs de bewoners ben ik daar meteen aan begonnen. Je weet uiteindelijk maar nooit of je er later nog aan toekomt.

De onrust begon al vroeg in de nacht. Hij zocht het toilet, moest vreselijk nodig plassen. Met grote ogen en hevig transpirerend zwalkte hij door zijn kamer. Ik deed de badkamerdeur open en liet hem zien waar het toilet was. Geen reactie, maar een maai met zijn arm zodat ik een stapje terug deed. Gelukkig kwam het nachthoofd meteen toen ik haar belde. Inmiddels liep hij over de gang, rammelde aan deuren. Het nachthoofd probeerde hem met een zoet lijntje mee te krijgen, maar weer maaide hij boos met zijn armen. Ondertussen deed ik alle slaapkamerdeuren dicht en haalde de spullen weg waar hij zich aan zou kunnen bezeren. De enige deur die nog open stond was zijn slaapkamerdeur, maar helaas liep hij die voorbij. Al zwalkend ging hij ons kantoor in, gaf het verrijdbare whiteboard een zet, schoof de tafel aan de kant en struikelde uiteindelijk over een plastic voorraadbak die meteen stuk was. Voorzichtig ging hij op de grond zitten en leek iets rustiger te worden. Dat bleek schijn, want van ons moest hij niets hebben.

We besloten hem voorlopig met rust te laten. Af en toe keek ik om een hoekje om aan zijn blik en bewegingen te kunnen controleren hoe zijn stemming was.

Anderhalf uur later konden we hem weer benaderen en iets rustgevends geven. Hij had zijn urine laten lopen en was de oorzaak van zijn spanning dus kwijt. Samen hielpen we hem in zijn rolstoel en brachten hem naar zijn kamer. Hij kreeg een schone broek aan en ging zijn bed in. De rest van de nacht, inmiddels was het 5.00 uur, bleef het redelijk rustig. Slechts één keer, om 6.30 uur bleek hij in de kamer van zijn buurvrouw te zijn beland, maar toen kon ik hem bij de hand nemen en weer terug naar zijn eigen kamer brengen.

De volgende nacht was er met hem niets aan de hand, maar was er een ander onrustig. Ze is een jaar ouder dan ik en lag te roepen om haar man.
“Je man ligt thuis in zijn eigen bed”.

“Ik geloof je niet”.

“Mijn man ligt ook thuis in zijn eigen bed terwijl ik hier ben.”

Het stelde haar even gerust en ik bleef nog even bij haar voordat ik met mijn werk verder ging. Een half uur later hoorde ik haar weer schreeuwen: “Ik wil niet meer, ik kan niet meer.”

“Niet zo schreeuwen, je maakt het hele huis wakker.”

“Sorry, ik kan er niets aan doen. Ik ben in de war en ik begrijp er niets meer van. Het gaat niet goed met mij, dat zegt mijn man ook. Maar ik moet elke week naar therapie en daar zeggen ze dat het wel goed gaat met me. Ik snap het niet. En waar is mijn man?”

Ik hoorde het aan, trok haar even tegen me aan tot ze weer rustiger was.

“Zal ik de televisie aanzetten?” Ja, en dat om 2.30 uur in de nacht.

De televisie bleek een poosje een uitkomst, tot ik haar weer hoorde schreeuwen. Ik besloot wat minder vriendelijke op te treden: “Nu moet je ophouden met dat geschreeuw. Je buren worden boos, die kunnen niet slapen.”

Het hielp en af en toe keek ik bij haar om het hoekje. De ene keer was de televisie aan, de andere keer uit. Om een uur of vijf dacht ik dat ze sliep, maar ze bleek nog steeds wakker.
“Fijn dat je niet meer ligt te roepen” zei ik en trok haar weer tegen me aan.

“Lief dat je dat doet” en ze bleef een poosje tegen me aanhangen.

“Ik laat de televisie aan, maar ga nu wel weer aan het werk.”
Ook hebben we een bewoner die echt heel weinig meer kan. Elke nacht is het een uitdaging om haar te begrijpen. Om een uur of 0.30 belt ze en dan is er iets wat niet naar haar zin is. Met oogbewegingen probeert ze uit te leggen wat er dan mis is. Ik volg haar blik, maar noem bijna alle verkeerde dingen op. “Zal ik je laserpen maar aan je bril vastmaken?”

Een minimaal knikje en dan begint het aanwijzen van de letters op het letterbord. Hardop lees ik de letters voor en maak er woorden van. Haar laatste zin is duidelijk: “Jij moet beter ingewerkt worden.”

“Dit heeft niets met inwerken te maken. Ik kan je alleen beter leren begrijpen door dit vaak te doen.”

Ik voer handelingen uit waardoor zij comfortabeler in bed ligt. De laserpen mag weg en dan beginnen de oogbewegingen weer. Vriendelijk leg ik haar uit dat ik dit toch wel wat vervelend vind. De laserpen mag weg, want alles was goed en dan blijken er toch nog dingen niet goed te zijn.

Het duurt even, maar we komen er samen wel uit.

Elke nacht belt zij drie keer en de tweede nacht begrijp ik haar sneller en beter, maar aan haar kreten begrijp ik hoe gefrustreerd zij is.

“Ik begrijp dat het je frustreert dat ik je niet meteen begrijp. Maar ik ben ook gefrustreerd omdat ik jou niet meteen begrijp.”

Een al wat dementerende bewoner stond midden in de nacht de wastafel te poetsen. “Ja, ik dacht ik begin maar meteen, want ik heb nog veel te doen.”
“Het is 3.00 uur, dat is geen tijd om schoon te maken. Ga maar gauw weer terug in bed. Ik doe het gordijn wel een stukje open, dan kan je zien dat het nog donker is.”

Leuk bedacht van mij, maar een oplossing bleek het niet te zijn en dat had ik eigenlijk wel kunnen weten.

Weet je wat ik nog het meest gek vind aan nachtdiensten? Dat ik s’morgens doe wat ik normaal gesproken ‘s avonds doe: Mijn gezicht schoonmaken, nachtcrème inmasseren, want ja ook ik ben ijdel en wil zo min mogelijk rimpels, om vervolgens mijn bed in te stappen. Ha ha, nachtcrème terwijl de dag net begint.

Luchtbedperikelen

luchtbedperikelen

Vorige week hebben we gekampeerd, met de tent, in Zeeland. Vorig jaar, in mei, hebben we onze nieuwe tent uitgeprobeerd. Prachtig weer, een leuke camping maar koud ‘s nachts. Vorst aan de grond en je weet niet wat je dan overkomt in een tent. Met goede slaapzakken is dat overigens prima te doen. Helaas hadden wij gewoon ons dekbed mee  en hebben de volgende dag dus die goede slaapzakken alsnog aangeschaft.

Vorig jaar in juli kampeerde ik alleen op Texel. Daar ga ik niets over vertellen, dat moet je zelf maar lezen in https://warboelwoordenspel.wordpress.com/2015/07/25/mijn-kampeervakantie/. Dit bestaat uit een paar delen.

Nu kampeerden we met z’n tweeën en op een nieuw luchtbed. Zo een die zichzelf vult, dat scheelt weer een hoop gedoe met een pomp, want die paste niet goed op het oude luchtbed. Dat was pas een gehannes. De één moest pompen en de ander moest de boel tegen elkaar houden. Dat was een langdurig karwei.

Zelf had ik dit nieuwe luchtbed al uitgeprobeerd, maar met z’n tweeën bleek dit toch weer anders.

Dit luchtbed is gevuld bijna 50 cm dik, verder is het nogal groot en past het precies in de slaapcabine. Er kon verder echt niets meer bij. De rits van de slaapcabine ging dan ook nog net dicht.

Ook nu hadden we een koude nacht, maar niet met vorst aan de grond. Vervelend genoeg moest ik daar vaak van plassen. Zo’n keer of vier, die bewuste nacht. Heb je enig idee hoe je dan zo’n luchtbed afkomt? Dat is een heel gedoe, het hele geval gaat namelijk heen en weer wiebelen alsof je op zee zit. Eerst moet je dan overeind zien te komen, dan de rits zoeken van de slaapcabine en deze openritsen. Gelukkig sliep ik aan de kant waar de rits open ging. Als mijn lief moest plassen moest hij eerst over mij heen klimmen. Tja, dan werd ik wakker en besloot ik om ook maar naar de wc te gaan.

Maar goed, dan heb je de rits open en moet je door de opening de tent in zien te komen. Dan werd dus een duik naar voren zodat ik op handen en knieën terecht kwam. Soms was het ook wel makkelijk om me achterover te laten zakken en landde ik op mijn billen. Van beide manieren kreeg ik de slappe lach.

“Hoe lang zouden we nog kunnen kamperen?”, vroeg ik mijn lief. “Zie je het voor je, dat we over tien jaar nog steeds dat luchtbed af moeten. Misschien moeten we dan nog veel vaker plassen. Dan kunnen we natuurlijk een inco (luier) omdoen. Voor een urinaal hebben we geen ruimte, dus die hoeft dan niet mee. Bovendien heb ik daar zelf niets aan.” We hadden dus regelmatig samen de slappe lach midden in de nacht. Dat kan natuurlijk helemaal niet op een camping, wat iedereen hoort alles van elkaar. We hoorden zelfs de buurman hoesten, terwijl die in een caravan sliep.

We gaan het grote luchtbed maar te koop zetten en gewoon weer zo’n ouderwets, redelijk plat, luchtbed kopen. Zo één die je met een pomp moet oppompen. Ze zijn nu juist in de aanbieding. Dan zijn we van het gewiebel af en kunnen we wat makkerlijk van de slaapcabine de tent in. En over tien jaar zien we wel weer verder.

Is er trouwens iemand die cursussen geeft in luchtbedklauteren?

De bekeuring

NAH

Ik nam hem mee naar de badkamer, maar aan zijn reactie te zien begreep hij totaal niet wat er van hem verwacht werd. Op het moment dat hij stond en ik zijn broek naar beneden deed wist hij niet hoe snel hij deze weer omhoog moest doen. Geduldig legde ik uit dat hij naar het toilet ging en dat hij daarbij niet zijn broek aan kon houden.

Met veel pijn en moeite kreeg ik hem zover dat hij ging zitten. Helaas zat hij niet ver genoeg naar achteren: “Je zit niet goed, als je straks plast, plas je de hele muur nat. Je moet eerst opstaan en dan meer naar achteren gaan zitten.”

Het duurde even voordat hij deed wat ik van hem vroeg en ondertussen had hij het nog steeds over die bekeuring die hij niet wilde krijgen.

“Maar waarom krijg je dan een bekeuring?”, vroeg ik hem.

“Nou, omdat ik verkeerd op de wc zit natuurlijk”, was het antwoord.

“Gelukkig zit je nu goed op de wc, dus als je die bekeuring krijgt kan je hem rustig verscheuren.”

Een dikke moeder

Een dikke moeder

Mijn oudste kleindochter, drie jaar, gaat binnenkort met de peuterspeelzaal op schoolreisje. Ze gaan naar het Sprookjesbos in Enkhuizen. 

Ik weet nog goed dat haar moeder, mijn jongste dochter, voor het eerst met schoolreisje ging. Ook naar het Sprookjesbos en ik ging zelf als hulpmoeder mee. Uiteraard was het niet de bedoeling dat je je eigen kind in je groepje had. Zo kwam mijn dochter bij een flink uit de kluiten gewassen moeder terecht. Ze hield er bijna een trauma aan over, want deze moeder had duidelijke regels en tijdstippen waarop de kleuters naar de wc mochten En zo gebeurde het dat toen mijn dochter plassen moest dit niet kon. Ze moest het maar even ophouden. Dat valt niet mee als je vier jaar bent.

De weken na het schoolreisje bekeek ze alle dikke moeders met de nodige argwaan. Spelen bij een kindje uit de klas was prima, maar het mocht geen dikke moeder hebben. Dikke moeders waren gewoon niet aardig.

Vaak, of niet vaak.

Hoe vaak is vaak? Wanneer mag je tegen iemand zeggen dat ze wel erg vaak naar het toilet geholpen wil worden? Hoe leg je iemand uit dat ieder uur misschien echt wel wat veel is? Ik vind dit best lastige dilemma’s als iemand niet incontinent is en aandrang heeft. 

‘s Middags zijn we maar met z’n tweeën op de afdeling. En die afdeling telt een man of veertig, waarvan er veel afhankelijk zijn van hulp. Ik was in gesprek met de verpleeghuisarts en mijn collega holde van de ene bel naar de andere. Het was bijna niet bij te houden. Zij belde ook, maar het duurde haar te lang zodat ze toch maar naar het bloemschikken ging. Haar man was furieus en kwam verhaal halen in de zusterpost.

Na het bloemschikken werd zij naar haar appartement teruggebracht en belde zij voor hulp bij de toiletgang. Dat was ruim twee uur na haar eerste belletje. Ze mopperde dat ze voor het bloemschikken ook al moest plassen,  maar heeft alles goed opgehouden. Het was dus gewoon goed gegaan!

Normaal gesproken belt zij vrijwel ieder uur, of iedere anderhalf uur. Behalve als er bezoek is, dan belt zij niet. Dan is het soms een uur of drie achter elkaar stil. Vraagt zij hiermee om aandacht? Het lijkt er op.

Vanmorgen, om 7.30 uur had zij geplast terwijl zij in de douchestoel geholpen werd met douchen. Nadat ik haar man had geholpen vroeg zij mij of ze even naar het toilet mocht. Het was toen 8.15 uur. Ik hielp haar, want misschien kwam er een grote boodschap, je weet maar nooit. Ik zei er echter wel bij dat ik vond dat zij de volgende toiletgang moest proberen uit te stellen tot na tien uur.  “Maar dat is wel heel lang!” was haar reactie. Ik legde haar uit dat dit toch zou moeten kunnen. Het wordt ook gewoon wat veel om iemand een keer of twaalf naar het toilet te helpen. Alles wat we geprobeerd hebben hielp even. Daarna komt het patroon al snel weer terug.

Ze reageert wat beledigd, want stel dat ze nu echt moet…………Ik leg nogmaals uit dat ik toch wil dat ze het probeert. Het is niet goed voor haar blaas ook om bij iedere aandrang direct naar het toilet te gaan.

Om 10.15 belt zij, dat is de eerste keer nadat ik haar eerder geholpen heb en ik laat haar weten dat ze het goed volgehouden heeft. Ze glundert toch een beetje na mijn woorden. Het blijft echter een lastig probleem. Mijn stelling is eigenlijk altijd dat naar de wc moeten voorrang heeft op andere dingen. Maar als iemand twaalf keer op een dag moet raak ik met mijn stelling toch echt aan het twijfelen. Vandaar dat ik iedere keer toch probeer om de boel een beetje binnen de perken te houden.