Tag Archives: piano

Opgedoft

opgedoft

Ik ben zo’n type dat het liefst in een spijkerbroek en trui of shirt rondloopt. Een simpele bloes wil soms ook nog wel. Een jasje voelt al gauw ongemakkelijk, laat staat een jurk. En wat voor schoenen moet ik daar dan onder dragen? Met een hak? Dan ga ik wiebelen of mijn voorvoet gaat zeer doen. Dat krijg je met doorgezakte voeten. Op een gegeven moment zit er een zenuw klem en je weet niet half hoeveel pijn dat geeft. Schoenen met een hak draag ik dan ook alleen als ik vooral alleen maar hoef te zitten.

Niet lang geleden kocht ik een jurk bij de HEMA. Ja ja, gewoon bij de HEMA en het hele geval kostte vijfentwintig euro. Onder die jurk, hij is groen met zwart, draag ik een dikke zwarte maillot en aan mijn voeten gewoon mijn zwarte, platte schoenen. Nee, het staat niet truttig, het staat juist leuk. Deze jurk trok ik laatst aan toen we naar het theatercollege over de Goldberg Variaties gingen. Dat vond ik nu net zo’n gelegenheid waarbij een jurk hoort.

Opgedoft en wel liepen wij naar het theater. Het publiek was duidelijk van andere aard dan bij de klucht waar we laatst waren. De mensen waren keurig gekleed, op een enkeling na. Die enkeling was de pianist zelf, gekleed in spijkerbroek met bijbehorende scheur in één van de broekspijpen en gympen er onder. Een overhemd met opgerolde mouwen maakte zijn outfit compleet. Het deed echter niets af aan zijn uitleg en spel.

Het eerste half uur kregen we uitleg over het thema van de Goldberg Variaties. Ik zat op een geweldige plek en kon precies zien wat hij met z’n handen op de toetsen deed als hij iets vertelde. Alleen al het feit dat ik dat kon zien maakte mij helemaal blij. Meestal zit een pianist op het toneel, ver weg van het publiek. Nu stond de vleugel in het midden en zaten wij, het publiek, er omheen.

Bij één van de variaties speelde hij de akkoorden zo dat het een jazz-achtig geheel werd. Maar ook vertelde hij dat hij een bepaald akkoordenschema bleek te hebben gebruikt bij een lied voor Guus Meeuwis. Ik weet echt even niet meer welk lied hoor, zo goed ken ik Guus z’n repertoire niet.

Geweldig vond ik al die uitleg die we kregen. Dat vind ik op pianoles ook altijd zo fijn. Ik word dan een soort spons die alles opzuigt, maar om te voorkomen dat ik het allemaal weer vergeet schrijf ik het thuis op in een schriftje. Soms hoor ik dingen voor een tweede keer, maar dat ontdek ik dan pas als ik het op wil schrijven. Zo zie je maar weer, ik moet die dingen niet alleen opschrijven, ik moet ze ook regelmatig nalezen.

Na de pauze speelde hij de tachtig minuten durende Goldberg Variaties uit z’n hoofd. Soms trok hij zich, tussen twee variaties in, terug in zichzelf en leek het bijna alsof hij in gebed ging. Tijdens het spelen trok hij een moeilijke gezichten, soms zelfs alsof iets pijn deed. Meteen vroeg ik me af of ik dat ook doe. Het is iets wat ik niet weet, uiteindelijk zie ik mezelf niet in de spiegel als ik zit te spelen. Dat in jezelf terugtrekken is misschien wat ik me moet gaan aanleren. Soms begin ik plompverloren te spelen en eerlijk gezegd speelt dat niet fijn. Daar moet ik nodig iets aan doen. .

Er waren stukken bij waarbij zijn handen elkaar flink in de weg leken te zitten. Linkerhand over de rechter heen of andersom. Soms ver uit elkaar, maar ook vaak vlak boven elkaar alsof ze beiden dezelfde toetsen wilden raken.

Ik genoot van de muziek en vergaapte me tegelijkertijd aan het spel van zijn handen. Even moest ik aan mijn moeder denken. Zij zou gezegd hebben: “Hoe weten we nu of hij het wel goed speelt? Hij heeft niet eens muziek voor zich staan.” Maar dat is dan ook typisch mijn moeder, want zelfs al had hij de muziek voor zich staan, dan zou ze nog niet weten of hij het wel goed speelde.

Al een poosje ben ik bezig met het Konzert für Klavier d-moll, van J.S. Bach, naar een hoboconcert van Alessandro Marcello (BWV 974). Vooral het middendeel vind ik prachtig. Misschien dat ik om die reden naar dit theatercollege wilde, terwijl ik echt jarenlang heb gedacht dat ik geen Bachliefhebber ben.

Ik vond het schitterend en je raadt het al: Ik wil in ieder geval de Aria leren spelen. Volgens mij is dat, èn een aantal variaties haalbaar voor mij. Zouist heb ik de pianopartituur besteld, want ook mijn pianoleraar ziet dat wel zitten.

Hier word ik blij van

 

grunge-music-sheet-background_23-2147492536

Volgend jaar word ik zestig en ik ben mezelf weer opnieuw aan het uitvinden. Het gekke is dat het wat negatief aanvoelde. Zo van, was het niet goed genoeg dan? Ik weet ook precies waar dat gevoel vandaan kwam. Ooit was er iemand in mijn leven die regelmatig zei: “Het is ook nooit genoeg hè?” En dat werd niet positief bedoeld. Het werd als lastig ervaren.

Idioot eigenlijk dat door dit zinnetje dat negatieve gevoel weer komt bovendrijven als ik weer eens iets aanpas in mijn leven. Gek genoeg is het helemaal niet negatief. Sterker nog, vandaag zijn iemand tegen me: “Leuk toch!” Inderdaad, want ik word hier blij van.

Mijn hele leven lijkt een zoektocht. Maar is dat ook niet zoals het leven voor bedoeld is? Stilstand is achteruitgang, maar door te zoeken naar wat er allemaal in je zit ontwikkel je jezelf.

Ik ga niet mijn hele doopceel lichten, maar til een klein stukje van de sluier op. Van kerkorgel en actief op muziekgebied binnen de kerk stapte ik over naar de piano. Dat ik de kerk verliet heeft hier zeker invloed op gehad. Ik raakt er een hoop door kwijt en het duurde een hele poos voordat ik er op muzikaal gebied iets voor in de plaats kreeg.

Van kerkkoren naar klassieke koren. Niet alleen piano spelen maar ook een koorlid, een sopraan, begeleiden en de muziek uitvoeren. Dit raakte ik weer kwijt door te verhuizen naar een ander deel van het land. Weer ontstond een zoektocht op muzikaal gebied. Zoeken naar een pianodocent en een koor. Van de ene pianodocent naar een ander en bij de laatste ben ik beter op mijn plek. En juist door de activiteiten van deze docent besloot ik om te gaan zingen en spelen. Geen klassiek, maar ander repertoire zodat ook dit weer een zoektocht gaat worden. Ach, ik kom er wel. Waar dan? Bij mezelf, denk ik, maar het voornaamste is dat ik er blij van word.

Ah, nu zet ik je misschien op het verkeerde been, want nee, ik ga mezelf niet op de gitaar begeleiden. Ik hou me bij de piano.

Heerlijk dat ik het aandurf om mezelf opnieuw uit te vinden zelfs al word ik volgend jaar zestig.

Het afscheid

het-afscheidHet heeft lang geduurd, maar eindelijk kon ik afscheid nemen. Ik streek nog een laatste keer met mijn hand over de mouw en besloot dat het lang genoeg geduurd had. Het was mooi geweest.

Ruim vijfenhalf jaar geleden zat ik niet zo heel goed in de slappe was. Ik woonde in een mooi appartement boven de slagerij in een monumentenpand, in de Middenbeemster. Hier zat uiteraard een aardig prijskaartje aan. Maar het was mijn woning, mijn plek en ik voelde me er thuis. Mijn salaris ging er voor een groot deel aan op, maar ook aan de huur voor mijn piano en mijn pianolessen. Daar wilde ik ook beslist geen afstand van doen. Daarnaast zong ik in het Waterlands Kamerkoor, waar ik uiteraard contributie voor moest betalen. Sparen was er niet bij, of toch wel, ik spaarde de zorgtoeslag waar ik toen recht op had. Ik geloof dat dit zo’n € 22,– was.

Wekelijks pinde ik € 50,– uit de muur waar ik boodschappen van deed. Zo hield ik het overzichtelijk voor mezelf. Wat ik overhield ging in een potje zodat ik aan het eind van de maand een bedrag had wat ik gewoon domweg voor mezelf kon uitgeven.

Mijn eindejaarsuitkering, die in december bij mijn salaris zat, ging naar mijn spaarrekening. Een klein bedrag had ik opzij gelegd, daar wilde ik een winterjas van kopen. In de uitverkoop van januari 2011 struinde ik de winkels af. Ik ging zelfs naar een tweedehandskledingzaak, waar ik echt een hele leuke jas zag. Er hing echter een muffig luchtje aan zodat ik van de koop afzag.
Uiteindelijk slaagde ik gewoon bij C&A. Ik kocht een winterjas voor € 24,95. Een leuke jas, waar ik verder nooit iemand in heb zien lopen. Er hing er dan ook maar eentje. Het was een jas die als gegoten zat, zo’n jas waar je bijna in woont. Ken je dat?

Vorig jaar zag ik de slijtageplekken langs de mouwranden, maar ook aan de rand van de zakken. Eigenlijk kon het niet meer, maar afscheid nemen wilde ik nog niet. Een jas die € 24,95 heeft gekost doe je niet zomaar weg. Ik was werkelijk waar nog steeds trots op mezelf dat ik toen voor dat bedrag een jas had aangeschaft.

Nu, vijfenhalf jaar verder, ben ik zover en deze week kocht ik een nieuwe jas. Folders uitgeplozen, prijzen bekeken en vergeleken. Weet je dat ik het werkelijk jammer vond dat ze allemaal duurder waren dan mijn oude jas. Die heeft per jaar krap € 5,– gekost.

Gisteren was het zo ver. Ik kocht een nieuwe jas, die verdacht veel lijkt op mijn oude jas. Hij is iets getailleerder en iets korter, maar verder viel het mijn lief niet eens op dat er een nieuwe jas aan de kapstok hing.

Vandaag streek ik nog één keer over de mouw van mijn oude jas, waarna ik hem in een tas deed en hem naar Het Goed, de Emmeloordse Kringloopwinkel, bracht. Ik hoop dat hij een nieuwe eigenaar krijgt die hem net zo graag draagt als ik al die jaren heb gedaan.