Tag Archives: muziek

Geen recht op

Net als in alle andere januari maanden trekt mijn ene ik ten strijde tegen mijn andere ik. Het komt ieder jaar terug en ik weet dat het ook weer wegtrekt. Soms al op 1 februari, en af en toe duurt het wat langer. Bah, wat heb ik een hekel aan die vervelende januari dip.

“Jij hebt helemaal geen recht op een januari dip. Moet je kijken wat er allemaal voor moois in je leven gebeurt. Je sloot het vorige jaar af met het spelen van de Aria van de Goldbergvariaties op een Steinway vleugel. Nota bene op een groot podium tijdens het pianotest”.

“Ja maar dat was vorig jaar. Dat telt dan toch niet mee? Maar eerlijk is eerlijk, ik vond het wel fantastisch om te doen. En het ging nog goed ook. En kerst was ook heel fijn. Wel wat jammer dat ik op kerstavond tot 23.15 uur moest werken, maar eerste kerstdag hebben we gewoon samen doorgebracht. Tweede kerstdag hebben we voor het eerst sinds jaren weer eens mijn (bijna) hele familie gevierd. Mijn lief heeft mijn  ouders Tweede Kerstdag opgehaald en ik bracht ze de volgende dag weer naar huis. Daarna begon die werkmarathon van vier dagen om 5.30 uur opstaan. Het weekend, oudejaarsdag en nieuwjaarsdag. Weet je wel dat ik er s’avonds als een vaatdoek bij hing op de bank?”

“Nu haal je zelf ook het laatste deel van vorig jaar er bij. Ben je nu al vergeten dat je op 2 januari naar het nieuwjaarsconcert van Wibi Soerjadi bent geweest. En ben je dan ook al kwijt hoe mooi je dat vond? Hij speelde o.a. Nocturne nr. 20 waar je zelf ook mee bezig bent. Je vijzelt ‘m weer mooi op nadat je er 7 jaar geleden ook aan begonnen was. Je hebt met gespitste oren zitten luisteren om op die manier iets van Wibi in jouw spel te kunnen leggen.”

“Ja ja, dat weet ik heus nog wel. En die nocturne begint al aardig vorm te krijgen. Alleen al die lange notenreeksen die heel snel moeten, die willen nog niet zo. Althans, ze klinken nog lang niet zoals bij Wibi.

“Jemig mens, dat hoeft toch ook niet. De meeste mensen kunnen dat stuk helemaal niet spelen. En dan heel iets anders. Na dat concert kreeg je de volgende dag die mail met het verzoek te exposeren in de Markehof in Marknesse. EEN VERZOEK! Je hoeft niet eens met je schilderwerk te lopen leuren. Je werd er voor gevraagd en 22 januari ga je de boel daar ophangen.”

“Ja, ik weet het nog. Ik las de mail en stoof naar beneden om het mijn lief te laten weten. Hartstikke blij werd ik er van. Geen idee waarom zo’n blijdschap daarna zomaar minder wordt.”

“Hé, trouwens, je schilderij van die mus, die op steigerhout, die heb je toch maar mooi in de etalage van boekhandel Marsman mogen laten plaatsen. Wie weet verkoop je ‘m wel.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Daar ben ik inderdaad zelf achteraan gegaan. Maar dat gedoe van een prijs bepalen vinden ik dan heel vervelend. Als ik het voor een prikkie te koop zet neem ik mezelf niet serieus en als ik het te duur maakt koopt niemand het. Trouwens, als het schilderij verkocht wordt vind ik dat ook weer lastig. Het is toch een beetje een kindje van me”.

“Jemig hé wat kan jij zeuren. Die schilderijen van de honden van Jan heb je toch ook niet meer?”

img_7157img_7765 - kopie

“Nee, maar die kan ik wel iedere week vanuit het raam bekijken als ik pianoles heb. Niet dat ik dat doe, maar het kan wel.”

“En dat schilderij en het portret van je ouders? Die heb je ook niet meer.”img_5880img_6385

“Nee, maar die zie ik als ik daar ben. En trouwens, het is heus niet allemaal rozengeur en maneschijn hoor. Je vergeet zeker dat ik me best zorgen maak om mijn oudste dochter en haar twee kinderen. Het heeft bijna een jaar geduurd voordat die scheiding er doorheen was, maar daarna leek de ellende alleen maar groter te worden voor haar. En dat ik al drie jaar geen contact meer heb met mijn zoon ben je zeker ook vergeten? Gek genoeg went dat ook nog en soms bedenk ik dat het zonder het contact met hem een stuk rustiger is. Het gevoel daar eigenlijk niet welkom te zijn en altijd net het verkeerde te zeggen was soms dodelijk. Spitsroeden lopen deed ik als ik daar was. En dat ik dat dan zo voel vind ik dan eigenlijk ook weer verkeerd.”

“Nee, dat ben ik niet vergeten. Maar ik dacht dat je dit aardig naast je neergelegd had.”

“Dat heb ik ook, maar soms springt er een laatje open in mijn hersenkast en floept dit naar buiten. Dan ben ik er toch weer even mee bezig.”

“Jeetje joh, dat weet ik dan toch niet?”

“En dan mijn moeders verjaardag. Ze heeft weet ik hoe vaak gevraagd wat mijn vrije weekend was, zodat ze het in dat weekend zou vieren. En wat doet ze? Gaat ze ineens zelf aan het rekenen met die weekenden en nu viert ze het dus in mijn werkweekend. Ik heb in ieder geval kunnen regelen dat ik eerder weg kan, zodat ik niet heel laat in de middag aankom, maar toch. Morgen ga ik nog proberen of er een flex-medewerker voor me wil werken. Dan ben ik die dag gewoon vrij.”

“Ja, ik hoor het al, jij hebt echt een januari-dip, want je maakt overal een probleem van op dit moment. Weet je, zo halverwege februari is het vast weer over, want zo gaat dat ieder jaar. Je moet gewoon nog een paar weken doorbijten.”

En zo zeurt het maar door in mijn hoofd. Het is net alsof mij ieder jaar overvalt dat het nieuwe jaar begonnen is en dat er eigenlijk niets verandert is. Eerlijk gezegd hoop ik, doordat ik het zo opgeschreven heb, dat het nu gewoon even rustig wordt in dat hoofd van mij. Ik heb de opname van het pianofest er bij gedaan en alle schilderijen die in mijn verhaal voorkwamen ook. En dan kom ik ook tot de conclusie dat ik toch echt geen recht heb op deze januari-dip. Maar helaas, ik heb er wel last van.

Memoires van een bladluis – Hoe het allemaal begon

 

01 mijn orgel in het orkest

Ooit, in een vorig leven, speelde ik kerkorgel. Een prachtig instrument, en toch ben ik blij dat ik dit instrument uiteindelijk inruilde voor een piano, maar dat even terzijde. In dat vorige leven was ik getrouwd met een man die van mijn muzikale bezieling niets begreep. Jaren heb ik mijn muzikale kant dan ook verwaarloosd en me voortdurend aangepast aan wat er van mij verwacht werd. Als ik daar nu aan terugdenk heb ik de neiging om daar nog steeds boos over te worden. Gelukkig kan ik het zo langzamerhand met wat mildheid ten opzichte van mezelf bekijken.

Op mijn 37e pakte ik mezelf bij de lurven en nam weer kerkorgelles. Mijn muzikale kant had ik rond die tijd al een beetje nieuw leven ingeblazen. Ik genoot van die lessen en al gauw kwam de vraag van mijn orgelleraar of ik tijdens een concert, waarbij hij onderdeel was van een ensemble wat een koor begeleidde, de bladzijden om wilde slaan. Ik vond het geweldig dat dit mij gevraagd werd. Goddank hoefde ik niet te registreren, dat was op het kistorgeltje niet nodig. Van dat registreren had ik totaal nog geen kaas gegeten.

Enthousiast vertelde ik thuis dat me dit gevraagd was en dat ik het heel leuk vond om te doen. Ik kreeg een reactie waar ik totaal niet op gerekend had: “Belachelijk, waarom vraagt die man dat aan jou, dat kan zijn vrouw toch wel doen?”

Stomverbaasd was ik. Zoals ik gewend was in dat huwelijk, gingen mijn gedachten razendsnel allerlei mogelijkheden af om te rechtvaardigen dat dit mij gevraagd was en ook nog eens om te rechtvaardigen dat ik dit leuk vond. Snel vloog de gedachte door mijn hoofd dat mijn orgelleraar zijn vrouw ook organist was, maar ook dat zij kleine kinderen hadden en daar moest toch iemand voor thuis zijn. Na al die razendsnelle gedachten was mijn reactie: “Ze hebben kleine kinderen, dus dat kan niet.” Zo zou ik nu echt nooit meer reageren.

De reactie die ik daarna kreeg vond ik nog veel schokkender: “Dan kan jij toch op hun kinderen passen?”

Het was wel duidelijk dat deze echtgenoot werkelijk niets van mij begreep en misschien zelfs wel jaloers was. Maar ik ben de bladzijden om gaan slaan tijdens dat concert, zelfs al gaf het een hoop geruzie thuis.

Tijdens het concert zat ik redelijk in het gezichtsveld van het publiek, dus had ik nagevraagd wat de koorkleding was. Ik paste mij hier zo goed mogelijk bij aan, wat gewaardeerd werd.

Ik genoot van die middag. De enige wanklank was dat ik halverwege het eerste deel van het concert twee bladzijden tegelijk omsloeg. Razendsnel sloeg mijn orgelleraar één bladzijde terug. Het schaamrood vloog mij naar de kaken. Wat voelde ik me daar ongemakkelijk bij zeg. Het bleek niet erg te zijn, het was iets wat gewoon kon gebeuren.

Memoires van een bladluis

 

bladluis

Na twee uitvoeringen van de operette “Clairette” in het theater werd nu een deel hiervan uitgevoerd in een woon-zorgcentrum. Geen orkest deze keer, maar een pianist voor de begeleiding en de daarbij horende bladluis.

Geconcentreerd las ik de muziek mee zodat ik op tijd om zou slaan. Het wordt een wat gênante vertoning als zo’n pianist iedere keer “ja” moet zeggen. Dat is ook wat storend. Zodoende mijn concentratie.

Halverwege het eerste deel voelde ik een klopje op mijn schouder. En nee, niet zo’n klopje dat laat weten hoe geweldig ik dat omslaan deed. Buiten dat klopje zag ik dat iemand haar hoofd naar mij toe boog. Vervolgens klonk de vraag: “Kan de piano ook zachter?”

Uit alle macht probeerde ik me te blijven concentreren en tegelijkertijd zocht ik naar een antwoord. Dat antwoord wist ik natuurlijk al, want een piano kan gewoon niet zachter. Hooguit kan de pianist wat zachter gaan spelen.

Mijn antwoord liet duidelijk te lang op zich wachten, dus de volgende vraag werd al op me afgevuurd: “Of kan de piano anders misschien meer naar achteren geschoven, want de mensen kunnen de zangers niet verstaan”.

Ook dat kon natuurlijk niet, want dan kon de pianist de dirigent niet meer zien. Bovendien stonden achter ons een stuk of wat zangers en dansers. Die hadden dan ook ergens anders heen gemoeten.

Hilarisch vond ik het en het enige antwoord wat ik kon verzinnen was: “Nee, niet nu.”

Daarna ook niet, maar dat zei ik er maar niet bij. Ik moest eerst uitvissen waar we in de muziek gebleven waren, zodat ik weer op tijd om kon slaan.

En over hilarisch gesproken: Voordat de voorstelling begon stond ik tegen een tafel geleund de zaal in te kijken tot er iemand naar me toe kwam: “Wil jij misschien even het publiek van koffie voorzien?” Multifunctioneel inzetbaar stond er schijnbaar op mijn voorhoofd geschreven.

Op het podium

Op het podium

Goh, dat is nog eens wat anders dan in de zaal van het theater zitten. Zomaar zaten mijn lief en ik op het podium. O nee, niet om op te treden hoor, mocht je dat soms denken. We zaten bij een soort salonconcert en het podium was tot salon gebombardeerd. Overigens was het de tweede keer al dat we met een klein gezelschap op het podium zaten.

Als ik er goed over nadenk lijkt het wel alsof wij altijd naar optredens gaan die niet druk bezocht worden. Ach, wat zou het, ik voel me mijn hele leven bijna al een buitenbeentje, iets waar ik de laatste jaren niet meer zo mee kan zitten.

Tijdens de voorstelling van Mike Bodé, die voorlas uit zijn eigen boek “Zupheul, Febbo, en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan. waren wij ook maar één van de weinigen in de zaal. Overigens begrijp je natuurlijk wel dat tegenwoordig alle Jannen die wij kennen aangeduid worden met “Grak”.

Bij de Goldberg Variaties zaten wij in een kleine zaal om de vleugel heen en tijdens een optreden van het Peter Beets Trio die de jazz met Chopin probeerde te verbinden zat het publiek ook op het podium. En bij het Ciconia Consort was het publiek ook klein, maar zaten we wel in de grote zaal en niet op het podium. Dat kon ook niet, want het orkest nam alle ruimte in beslag.

Gisteravond zaten we op het podium bij LAVALU. Een optreden waar ik heen wilde omdat zij zingt als een popzangeres en dit combineert met klassiek pianospel. Ik was daar heel nieuwsgierig naar. Niet in de laatste plaats omdat ik sinds begin dit jaar zing en mezelf op de piano begeleid. Eerlijk gezegd wilde ik wel eens weten of ik dat ook op een andere manier zou kunnen dan ik tot nu toe doe.

Weet je wat trouwens heel irritant was gisteravond? Vlak voordat wij van huis gingen hoorde ik iets op de radio wat in mijn hoofd was blijven plakken. Ik ben bezig, nou ja, bezig? Ik moet nog beginnen met het liedje “The little drummer boy”. Dat ken je vast wel en zoals je weet zit daar eigenlijk alleen een trommel in als begeleiding. Dat wordt wel wat saai als pianobegeleiding. Ik struinde dus heel Youtube af naar opnames van dit liedje. Eerlijk gezegd kon ik niets bruikbaars vinden tot ik op de radio iets hoorde wat perfect in het ritme van dit liedje past. Tijd om het uit te proberen had ik niet, want we moesten de deur uit. Dan is het heel vervelend dat mijn hersens doorwerken, zelfs tijdens het optreden van LAVALU. Ondertussen keek ik wel naar wat haar handen deden op de toetsen van de vleugel. Wat mij opviel waren de vaak repeterende motiefjes die zij speelde. En ja hoor, mijn hersenen gingen ook daar druk mee aan de slag. In mijn hoofd hoorde ik “The little drummer boy” met een repeterend motiefje er door heen. Regelmatig riep ik mezelf tot de orde, want ik was niet voor niets naar deze voorstelling gegaan. Ik parkeerde het motiefje wat ik dus al vóór de voorstelling had gehoord en luisterde naar LAVALU. Grappig zoals zij Bach-achtige muziek onder een popliedje had gezet. Maar ook klanken die leken op de Gnossienes van Satie en op de eerste Arabesque van Debussy.

Nu even heel eerlijk: Ik denk niet dat ik dit kan, maar eigenlijk wil ik dit wel kunnen. Dus ben ik vandaag het motiefje gaan integreren in “The little drummer boy”. Misschien wordt het helemaal niet wat ik vind dat het zou moeten worden, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd.

Eigen regie

IMG_6462

Kijk, zo ziet mijn hersen-ladekast er uit. Ik kwam ‘m zomaar tegen in de Libelle en herkende ‘m meteen. Bij zijn er etiketten opgeplakt zodat ik weet wat er in zit. Sommigen kunnen beter dichtblijven, daar staat dan ook ‘gesloten’ op. Als die opengaan voegt het weinig toe, of ik kan niks met de inhoud. Overigens is die van mij wel donkerder en staan er geen snuisterijen op, want dan wordt het wel erg druk in mijn hoofd en dat is het soms toch al.

Soms floept er zomaar zo’n laatje open. Alhoewel, helemaal zonder aanleiding gebeurt dat niet. Neem nu dat laatje waar de Schumann akademie inzat, die ging open doordat ik naar straatmuzikanten stond te luisteren, maar misschien ook wel doordat ik eindelijk weer eens voor publiek piano ging spelen.

Laatst ging het laatje ‘begrafenis’ open. Ook daar was een aanleiding voor, want mijn tante is nog niet lang geleden overleden en mijn lief en ik waren naar de crematieplechtigheid. Er kwam van alles bij me naar boven, wat ik op dat moment maar weer even in het laatje terug gestopt.

Het grootste deel van mijn leven hoorde ik bij een kerk en begrafenissen of crematies werden vanuit die kerk geregeld. In dat deel van mijn leven stond ik ook verder niet stil bij hoe ik dat zelf zou willen. De laatste tien jaar ga ik niet meer naar de kerk. Wel ging ik af en toe met mijn lief mee als hij een kerkdienst moest spelen, maar ik vind er niks. Eerlijk gezegd vroeg ik me al die keren af wat ik daar nu eigenlijk deed. Als ik dat eenmaal ga denken moet ik gewoon niet meer gaan. Heel af en toe vroeg ik me wel af hoe dat dan moest met een begrafenis. Via een kerk waar ik nooit kom is voor mij geen optie. Dat vind ik dan eerlijk gezegd ook wat hypocriet. Maar wat dan? Mijn lief iets laten zeggen, wat muziek en dan stilte zodat iedereen mij zich op zijn eigen manier kan herinneren? Dat lijkt het me een wat kale aangelegenheid.

Mijn tante heeft, samen met mijn oom en mijn twee nichten, haar eigen plechtigheid geregisseerd. Eerlijk gezegd vond ik dat een mooi gegeven en ik pakte de ‘wensenuitvaart’ er maar weer eens bij die ik ooit gedownload had. Eerlijk gezegd ben ik nog niet veel verder gekomen dan bij het deel ‘muziek’. Bij mijn begrafenis of crematie, zelfs daar moet ik nog over nadenken, wil ik dat er piano gespeeld wordt. De pianist heb ik vast uitgezocht en een lijstje met werken gegeven. Voor hem is het te hopen dat ik niet nog honderd keer van gedachten verander. Trouwens, als ik net zo oud word als mijn vader (hij wordt dit jaar 89), dan is die pianist ook oud en is het maar de vraag of het met dat pianospelen allemaal nog wel wil.

Ik kan natuurlijk ook alles zelf instuderen en dan door mijn lief op laten nemen. Kijk, dat is pas origineel, dan spelen ze de video af en zien mij achter de piano. Ik zou dan zelfs nog even iets kunnen zeggen tegen de aanwezigen. Bijvoorbeeld iets in de trant van: “Het leven was leuk met mij, maar nu moeten jullie zonder mij verder. Dat gaat jullie lukken, daar ben ik van overtuigd.”

Het liefst zou ik mijn plechtigheid zelf ook meemaken, dus ben ik van plan om in een hoekje tegen het plafond te gaan hangen, net alsof ik met heliumgas ben gevuld.  En nu niet denken dat ik spot met de dood, want dat is absoluut niet zo. Ik kijk van bovenaf naar de aanwezigen en misschien denk ik dan wel: “Kijk, mijn lief heeft de tranen in zijn ogen, maar houdt zich groot, en wat spreekt hij mooi over mij. En jij daar, waarom zit jij eigenlijk te huilen? Je had toch een hekel aan me? En wat doe jij hier? Had jij niet het contact met mij verbroken? Ga hier dan ook niet zitten snuffen, doe dat maar lekker thuis. O, en kijk nu, zij is er ook en haar had ik hier echt niet verwacht. Wat een onverwachte verrassing. En moet je nu horen! Die pianist maakt gewoon z’n eigen variatie van het Adagio uit het pianoconcert van Bach. Ach, eigenlijk klinkt het best mooi zo. Hé, nu speelt ‘ie gewoon een verkeerde noot. Ach ja, dat overkwam mij ook als ik voor publiek speelde. Moet kunnen, een kniesoor die daarop let. En hoor eens wat mijn dochter over me zegt. Ik was waarschijnlijk best een leuke moeder.

En dan, als het allemaal achter de rug is laat ik mezelf leeglopen en kruip stiekem terug in de kist. Wat daarna komt weet ik niet. Trouwens, voorlopig ben ik nog niet zo ver. Ik vind het leven veel te mooi, dus geniet ik van alles wat ik kan en doe. Daar is het leven uiteindelijk voor, om te leven en er zoveel mogelijk uit te halen.

De Schumann Akademie

Schumann akademie

Bijna negen jaar geleden bekeek ik voor het eerst de website van de Schumann Akademie en diep van binnen bedacht ik dat ik daar best heen zou willen. Gewoon voor de lol om meer te begrijpen van muziek, niet om er mijn beroep van te maken. Ik was bijna klaar met de opleiding voor Verzorgende IG maar besloot uiteindelijk verder te leren voor MBO verpleegkundige. De Schumann Akademie verdween in een laatje in mijn hersenkast. 

Na twee jaar flink buffelen  was ik in 2010 klaar en mocht ik mij verpleegkundige noemen. Niet lang daarna sprong het laatje open en floepte de Schumann Akademie er zomaar uit. Ergens diep van binnen leek het me nog steeds gaaf om zo’n opleiding te volgen. Uiteindelijk werd het niks want doordat mijn relatie strandde stond ik er financieel minder rooskleurig voor. Ik had er doogewoon geen geld voor. Ik was al lang blij dat ik in de gelegenheid was om de dingen te blijven doen die ik leuk vond. Mijn pianolessen wilde ik niet kwijt, ik had een piano in huurkoop en zong ik het Waterlands Kamerkoor. Met volle kracht werd de Schumann Akademie in het laatje terug gestopt en dat draaide ik meteen maar op slot ook. Een afgesloten hoofdstuk was het. Misschien later, als ik met pensioen was. Toen wist ik nog niet dat ik moet blijven werken tot bijna 68 jaar. Ondertussen overwoog ik wel om een managementopleiding te gaan volgen. Mensen wat ben ik blij dat ik dat nooit gedaan heb. Het is iets wat niet bij me past, terwijl mensen om me heen daar totaal anders over dachten. “Dat is echt iets voor jou, jij staat stevig met twee benen op de grond, laat je niet snel van je stuk brengen. Echt, zo’n functie is jou op het lijf geschreven.” En ach, misschien kan ik dat ook wel, ik denk alleen niet dat ik er gelukkig van wordt. Sterker nog, dat weet ik wel zeker.

Vorige week, toen ik in Brugge een knoop in mijn maag kreeg bij het horen van de muziek die de straatmusici maakten sprong het laatje zomaar weer open. Ik denk dat het slot doorgeroest was, en ja hoor, de Schumann Akademie spookte weer rond in mijn hoofd zodat ik besloot om de website maar weer eens te raadplegen.

Ik blijf het een dure aangelegenheid vinden, maar het geld heb ik er nu wel voor. Tijd blijft een wat rekbaar begrip, maar ook dat heb ik nu meer. Nu struikelde ik over de afstand, want tja, ik moet er dan ‘s avonds voor naar Utrecht. Weliswaar maar één avondin de week, maar wel een lange avond. Laat thuis en meestal staat dan de wekker de volgende dag gewoon weer op half zes. Toen ik nog in Purmerend woonde kon ik die opleiding in Amsterdam Noord volgen. Dat was zelfs met de bus te doen. Maar ja, dat was toen. Twijfelkont als ik kan zijn ging ik mijn hoofd er ook nog eens over breken of ik wel genoeg in mijn mars zou hebben voor deze opleiding. Kortom, ik twijfelde, wist het niet, herkauwde de website nog een paar keer en zag ineens dat de vooropleidingen deel 1 en 2 schriftelijk waren.

Sinds vorige week ben ik student voor de “Vooropleiding Klassiek, schriftelijk (1e fase). Ja, je begrijpt het goed, ik heb me aangemeld en ben aangenomen. De eerste vijf lessen heb ik ontvangen en gisteren, voordat ik aan mijn avonddienst begon,  heb ik een begin gemaakt met de eerste les. Ik heb geen idee hoe moeilijk dit wordt, maar heb er reuze veel zin in. Zoals ik er nu over denk ben ik al tevreden met de eerste en tweede fase van de vooropleiding. Daarmee vergroot ik mijn kennis op dit gebied en wat ik ooit al heb geleerd komt weer bovendrijven. Wat daarna komt zie ik dan wel weer. Wie dan leeft, die dan zorgt.

 

Een knoop in mijn maag

een knoop in mijn maag

Ken je dat, een knoop in je maag? Het overkwam mij de afgelopen tijd nogal eens en elke knoop werd veroorzaakt door muziek. Soms doordat de muziek mooi en indringend was, en soms doordat ik bepaald werd door iets uit het verleden.

Mijn lief en ik waren een paar dagen in Brugge en bleven een poosje staan luisteren naar een groepje straatmusici. Misschien niet de goede benaming, maar zo is wel duidelijk wat ik bedoel. Een viool, een accordeon en een balalaika. Bij het tweede stuk wat ze speelden kreeg ik meteen zo’n knoop in mijn maag en stroomden de tranen zomaar uit mijn ogen. Niet te stuiten was het, zodat ik ook maar geen moeite deed om ze weg te vegen. Dat deed ik pas voordat ik aan de vrouw ging vragen wat zij voor instrument bespeelde, want ik kende het niet. Het bleek de balalaika te zijn. Hier was het puur de muziek die deze knoop veroorzaakte.
Gisteren speelde ik piano voor publiek. Mijn dagmerries bleken gelukkig geen waarheid te worden. Er zat publiek en ja, ik speelde af en toe een fout nootje, maar kon daar niet mee zitten. Vroeger had ik daar wel last van, dan spookte zo’n fout nog heel lang door mijn hoofd. Goddank is die eigenaardigheid verdwenen. Eén van de koorleden zei ook: “Volgens mij speel jij net zo makkelijk voor publiek als thuis.” Tja, zo zag het er waarschijnlijk ook uit. Van het geroezemoes, wat door de doorloop ontstond en van het gerammel van koffiekopjes heb ik eerlijk gezegd niets gemerkt. Daar kon ik me helemaal voor afsluiten. Sterker nog, ik heb het echt gewoon niet gehoord.

Toen ik ons koor op ging zoeken werd ik staande gehouden door een vrouw die ik niet kende. Zij gaf mij een groot compliment, want ze had genoten van mijn spel en haar hart was opengegaan bij het horen van Bach. Daar kreeg ik een brok van in mijn keel, maar nog geen knoop van in mijn maag. Van die knoop kreeg ik pas later nog twee keer bezoek.

Voordat wij als koor optraden zat ik te luisteren naar een ander koor. Ineens was die knoop daar. Niet door de muziek, maar door de spanning die mijn eigen spel toch met zich had meebracht. Een knoop in mijn maag en tranen in mijn ogen die ik gelukkig kon beperken door mijn aandacht te verleggen naar het koor wat zong.

Nadat ik mijn rol als bladluis, een leuke naam voor iemand die de bladzijden omslaat bij een ander, had vervuld ben ik nog blijven luisteren naar twee koren. En daar kwam die knoop weer toen een koor “As Torrents In Summer” van Edward Elgar inzette. Overigens is dit niet het koor wat in de link te beluisteren is en ook niet het koor waar ik vroeger zelf in zong.

https://www.youtube.com/watch?v=tBjVKpVN5dM

Het is iets wat ik zo’n 23 jaar geleden meezong in een kamerkoor. Ik was druk bezig mezelf terug te vinden na mezelf voor een groot deel te zijn kwijtgeraakt en kan ook precies uitleggen waarom ik hier een knoop van in mijn maag kreeg. Het symboliseert een periode in mijn leven waarin ik mezelf en mijn muzikaliteit terugvond. Een periode voordat mijn leven een puinhoop werd. En soms is het jammer dat er nu, 25 jaar later, nog steeds naweeën  zijn  vanuit die periode. Ik heb er mee leren leven door vooral mijn eigen weg te zoeken en niet meer van mezelf af te dwalen.

Overvallen door heimwee

heimwee

Er is muziek die bij mij een gevoel van heimwee teweeg brengt. Geen heimwee naar iets wat er was, maar heimwee naar iets wat nog moet komen. Beter kan ik het niet omschrijven. Wat dat dan is dat er nog moet komen weet ik niet. Het is iets wat ik ook niet uit kan leggen. Herken je dit of is het abracadabra?

Het overvalt me soms terwijl ik zit te lezen met op de achtergrond Classic FM aan. Verdiept in mijn boek hoor ik ineens de muziek en dan bestaat er niets anders meer. Op het boek kan ik me niet meer concentreren, want dan moet ik luisteren. Soms komen er uit het niets tranen die dan gewoon over mijn wangen biggelen. Niet meer te stuiten zodat ik gewoon maar wacht tot het weer over is. Dat gevoel van heimwee is dan sterk aanwezig.

Laatst overviel het me tijdens een orgelconcert. Mijn lief en ik waren in Amsterdam in de Koepelkerk aan het Kattengat. Een kerk die gebruikt wordt als concertzaal. Heerlijke stoelen en helaas lag er vloerbedekking op de grond. Dat is jammer, want dat gaat ten koste van de akoestiek. Zodra de organist zijn vingers van de toetsen haalt is het geluid weg en dat is zo ontzettend jammer.

Ik las het programma en zag het stuk er al tussen staan: Berceuse van Vierne. Ooit zelf gespeeld omdat mijn orgelleraar mij dat opgaf. Gek dat ik ooit aan die Franse muziek moest wennen, want het is gewoon ontzettend mooi. Dezelfde leraar adviseerde mij overigens om pianolessen te gaan nemen, omdat mijn smaak meer overeenkwam met pianomuziek dan met die voor orgel. Het duurde nog een jaar voordat ik de stap durfde te zetten. Heel rigoureus deed ik ook meteen mijn orgel de deur uit. Eerlijk gezegd gewoon omdat ik bang was dat wanneer het pianospelen tegen zou vallen, ik de boel de boel zou laten. Het bleek een goed besluit, want het onder de knie krijgen van de pianotechniek viel vies tegen. Later begreep ik niet meer waarom ik ooit orgel had gespeeld. Dat orgel is te groot, te pompeus en te veel voor mij. Al die registers waarvan ik er het liefst maar een paar gebruikte. Al dat gewissel van registraties, het hoorde niet bij me. Maar ja, dat wist ik nog niet toen ik een jaar of dertien was.

Tijdens het orgelconcert viel ik ook weer als een blok voor de wat meer verstilde muziek. Na de pauze stond er Franse muziek op het programma  en toen de organist aan Berceuse begon overviel die heimwee me weer, ondanks dat ik wist dat het gespeeld ging worden. Gelukkig kwamen er geen tranen, maar ik moest me wel even schrap zetten.

Ik heb werkelijk geen idee of je van orgelmuziek houdt, maar misschien is het leuk om naar dit stuk te luisteren. Wie weet begrijp je dan waar mijn gevoel van heimwee vandaan komt.

Geloven?

IMG_5851

We bewandelden het pelgrimspad bij Willingen. Het was een rondwandeling van zeventien kilometer, waarbij we flink moesten klimmen en dalen. Als pelgrim heb je toch zeker een bepaalde conditie nodig, anders wordt het niks op zo’n pad. ‘s Avonds voelden wij dan ook spieren waarvan we ons niet altijd bewust zijn. In onze kuiten, maar ook in onze scheenbenen. Als we een poosje gezeten hadden wisten we niet goed meer hoe we het ene been voor het andere moesten zetten. We leken wel een stel 104-jarige bejaarden.

Langs het pelgrimspad stonden borden met daarop teksten. Bijbelteksten uiteraard, je bent pelgrim of je bent het niet. Voor mij bekende teksten. Ik moest ze wel even vanuit het Duits naar het Nederlands vertalen, maar dat lijkt me logisch. Al lezend bekroop mij het gevoel dat ik het jammer vond dat ik niet meer klakkeloos kan geloven. Ik ben dat in de loop van de jaren gewoon kwijtgeraakt. Gek, want ik heb een zeer christelijke achtergrond.

Mijn lief is organist bij een PKN kerk en soms ga ik met hem mee als hij een dienst moet spelen. Het is niet de kerk waarin ik opgegroeid ben en als ik heel eerlijk ben doet het me vaak niets. Meestal vraag ik me halverwege zo’n dienst af wat ik er eigenlijk doe. Eigenlijk toch wel gek dat ik het dan jammer vind dat ik niet meer geloof.

Gelukkig kan je zo’n pelgrimspad ook bewandelen als je het geloof bent kwijtgeraakt. Geen mens die je een verhoor afneemt of vraagt in welke kerk je komt.

Langs het bezinningspad stonden teksten uit de ‘zalig predikingen’. Dan krijg je zoiets als: “Zalig zijn de armen van geest, want zij zullen God zien.” Ik kan er niets mee, want houdt het dan niet in dat je maar beter gewoon dom kan zijn? Misschien bekijk ik het wel te rechtlijnig, dat zou kunnen.

Toch is het ook een rare tekst, want het sluit mensen uit. Als je niet arm van geest bent kan je het wel schudden. Als ik er goed over nadenk is dat eigenlijk wel wat kerken doen: Mensen uitsluiten, of hele volkeren uitsluiten. Best een beetje eng.

IMG_5858

Op het laatste deel van het bezinningspad werden wij begeleid door Schlagermuziek. Het geluid kaatste tegen de heuvels en de muziek galmde door het dal. Weg rust, weg bezinning, welkom ergernis. Want ja, als ik eerlijk ben ergerde ik me aan deze herrie. Mijn lief ook hoor, dus we konden onze ergernis bij elkaar kwijt. Soms verdween de muziek weer, of klonk het ineens veel verder weg. Misschien heeft de moderne pelgrim hier behoefte aan, wie zal het zeggen.

Waar ben ik nu weer in beland?

Nederland is gek geworden

Nederland Doet en zo deed ik ook. Ik worstelde me door een waslijst van activiteiten en besloot me aan te melden voor de muziek activiteit in een dagopvang voor verstandelijk beperkten. Eerlijk gezegd was dit het enige wat mij aansprak. Waarom? Tja, hoe zal ik dat eens uitleggen. Misschien wilde ik gewoon eens kijken hoe het er daar toegaat en of deze doelgroep ook mijn doelgroep zou kunnen zijn.

Je raadt het al, het was niet echt mijn ding. Eigenlijk had ik dat best van te voren kunnen bedenken, maar eigenwijs als ik ben vond ik dat ik dit moest doen. Het begon er mee dat ik de drie, zo bleek later, stagiaires voorbij fietste en een deel van een gesprek hoorde: “Nee hoor, het is allemaal prima geregeld. Alleen die vrijwilligers zijn een probleem”.

Leuke start, dacht ik nog, terwijl ik mijn fiets in het fietsenhok zette. Ik parkeerde de gedachte en besloot hier later op terug te komen. Want hoezo zouden wij een probleem zijn?

We werden allemaal naar een groep gestuurd. Daar bleek al gauw dat de medewerkers niet precies wisten wat wij kwamen doen. Ons was verteld dat we koffie zouden drinken met de cliënten van de groep, zodat zij een beetje aan ons konden wennen. “Oké, dan gaan we koffie drinken”, was de nogal laconieke reactie. Alle andere bezigheden werden stopgezet en iedereen kreeg een plek bij de tafel.

Tja, ik wist al niet precies wat ik hier ging doen, maar nu wist ik het helemaal niet meer. Dat werd snel opgelost, want één van de cliënten bleek mij te hebben uitverkoren tot zijn persoonlijke begeleider. Hij kwam naast me zitten en pakte een bak waarin puzzelstukken zaten van de houten insteekpuzzels. Eén voor één gaf hij de stukken aan mij en ik legde ze keurig op de tafel. Af en toe vertelde hij wat er op het plaatje stond. Toen alle stukken op tafel lagen ging hij ze in de puzzel steken. Soms kreeg ik ook een stukje en mocht ik meedoen. Vervolgens was hij niet meer bij me weg te slaan. Ook niet toen we naar “de muziek” gingen. Hij klampte zich aan me vast en was niet van plan om nog te laten gaan. Ik bekeek hem eens en meende te zien dat hij zich bij al die herrie niet op zijn gemak voelde. Mijn gevoel bedriegt me meestal niet, al trek ik het soms zelf wel eens in twijfel, maar dat terzijde. Dansen wilde hij niet, maar hij deed wel zijn arm om me heen. Tussen alle dansende cliënten door loodste hij mij naar de kast. Daar pakte hij een kartonnen boekje uit. Vervolgens liep hij naar de andere kant van de ruimte. Hij wilde samen het boekje lezen. Daar zaten we dan en al gauw kwam er een andere cliënt bij zitten. Ik had haar al eerder gezien, die ochtend, toen liet ze duidelijk weten dat ze in haar nek gekriebeld wilde worden. Dat was ook nu het geval. Het bleek goed te combineren. Bij de één kriebelde ik in haar nek en met de ander las ik het boekje door.

Om niet helemaal het gevoel te hebben dat ik me alleen met deze twee cliënten bezighield ben ik nog even naar de tafel met xylofoons gelopen. Daar heb ik, samen met een vrouw met het Down syndroom, op gespeeld.

Het werd koffiepauze en iedereen ging weer terug naar zijn eigen groep. Er werd fruit schoongemaakt en opgegeten. “Wat gaan we nu straks nog doen?” vroeg één van de medewerkers. Ze had vast niet goed geluisterd, want we moesten na de pauze weer terug naar de grote zaal. Daar zou aan de hoogste groep een dansje worden geleerd en de dansleraar zou zelf nog een demonstratie geven.

Na afloop liep ik naar de drie stagiaires omdat de opmerking over de vrijwilligers weer naar boven was komen drijven. Ik had ‘m nog wel zo netjes geparkeerd, maar daar trok het zich weinig van aan. De stagiair keek nogal verbaasd en moest heel erg diep graven in zijn geheugen. Wat bleek, hem was gevraagd deze activiteit te organiseren. Men was hem alleen vergeten de inlogcode te geven, zodat hij niet bij de lijst van vrijwilligers kon. Laat staan dat hij ze kon mailen over wat hun taak zou zijn. Die mail kreeg ik inderdaad vrij laat, maar veel wijzer was ik daar niet van geworden.

Het was wel goed dat ik om opheldering vroeg, want de opmerking was dus totaal anders bedoelt dan je op het eerste gehoor zou denken. Goed van mij!!

Maar waar was ik nu eigenlijk in beland en waarom voelde ik me daar niet thuis? Gewoon het gebrek aan structuur. Medewerkers die niet wisten wat wij kwamen doen. Maar die vervolgens daar ook niet op anticipeerden door ons duidelijke instructies te geven. Nee, we moesten het gewoon maar zelf een beetje uitvinden. Of, zoals een andere vrijwilligster zie: “Ik hobbel wel gewoon een beetje mee”.