Tag Archives: moe

De pacemaker

Pacemaker

Op 29 mei waren mijn ouders 60 jaar getrouwd, maar het feest moest worden afgeblazen. Mijn moeder lag in het ziekenhuis en kreeg op haar trouwdag een kostbaar cadeau: een pacemaker.

Nadat de uitslag van het hartkastje binnen was belde de huisarts mijn moeder om haar te vertellen dat zij opgenomen zou worden in het ziekenhuis. Tien minuten later stond de ambulance voor de deur en mocht zij van het ene moment op het andere niets meer. “Ik kan wel zelf lopen hoor”, liet zij de ambulancebroeders weten. “Nee mevrouw, u gaat op de brancard, want uw hart kan er zomaar mee stoppen.”

Daar lag mijn moeder dan, als Hollands welvaren, aan de monitor op de hartbewaking. Zij zag er niet echt uit als een hartpatiënt wat het nogal verwarrend maakte.

“Ik ben blij dat ik hier lig. Ik had helemaal geen zin in het feest, daar ben ik veel te moe voor.”

“Mam, wat dacht je, ik zal iets moeten gaan doen om pa te overleven!”

“Ja, ik dacht, daar moet ik iets op bedenken.”

“Nou, dat is je aardig gelukt!”

Mijn moeder denkt al haar hele leven, of in ieder geval sinds mijn tienerjaren, dat zij mijn vader zal overleven. Waarschijnlijk omdat zowel haar moeder als schoonmoeder al jong weduwe waren. Mijn vader wordt in augustus 89 en mijn moeder is 82 maar kwakkelt wat meer met haar gezondheid dan mijn vader.

Ik heb een nachtje bij mijn vader gelogeerd in het eenpersoons logeerbed. Een rare gewaarwording want ik was bang dat ik er uit zou vallen. Ik begrijp ook heel goed dat bewoners in het verpleeghuis hun bedhek het liefst omhoog willen. Niks vrijheidsbeperkende maatregel. Gewoon een veilig gevoel. Als het logeerbed bedhekken gehad zou hebben had ik ze subiet omhoog gedaan.

Gisteren en vandaag ging ik weer gewoon naar het werk. Ik vertelde het verhaal aan mijn collega’s en aan mijn leidinggevende en deed gewoon “mijn ding”. Vooral vandaag was het erg druk. Een gesprek met emotionele lading met een bewoner en zijn bewindvoerder. Daarna artsenvisite en tot slot vanmiddag het MDO. De stagiaire had het voorbereid voor een opdracht en de bedoeling was dat ik haar zou observeren. Daarna moest ik haar werkbegeleider laten weten hoe het gegaan was.

Druk, druk, druk, terwijl mijn leidinggevende tegen mij had gezegd: “Doe jij maar wel een beetje rustig aan.”

Vanmiddag speelde ik een uurtje piano en zong de liedjes die ik volgende week zaterdag op de leerlingenuitvoering ga zingen. Na het eten tekende ik verder aan mijn kleindochter en daarna was het gedaan met mijn concentratie. Ik probeerde te lezen, belde mijn moeder om te horen of het goed ging met haar. Gaf haar advies hoe zij de pleister van de hechtingen kon halen, waarna zij mij weer terugbelde dat het was gelukt en dat alles er goed uitzag. We spraken af dat ze rustig aan zou doen en dat ik vrijdagochtend haar haar zal wassen, want dat mag ze zelf niet doen.

Daarna probeerde ik weer te lezen en kreeg ineens een huilbui die ik niet meer kon stoppen. Dan is het balen dat mijn lief op Vlieland zit voor zijn werk.

Uiteindelijk heb ik het boek maar weggelegd en mijn verhaal op papier op papier gezet. Hopelijk wordt het daardoor wat rustiger in mijn hoofd.

Coronation Street

Coronation Streetjpeg

Afgelopen maandagochtend waande ik mij heel even in Coronation Street. Je weet wel, die serie waarin alle vrouwen met krulspelden in hun haar rondliepen.

Mijn lief en ik gingen bij mijn dochter oppassen. De aanleiding was niet leuk, want zij  moest onder het mes bij de kaakchirurg. Ooit heeft zij 18 jaar geleden een ongeluk gehad waarbij zij vier voortanden kwijtraakte met wortel en al. Jaren liep zij met een “plaatje”, tot zij op haar 18e een brug kreeg. Tot voor kort ging dit goed en als er problemen waren werd het opgelapt. Nu moest de brug verwijderd en werd haar kaak voorbereid voor implantaten. Ze kwam van de operatie terug en werkelijk waar, Marijke Helwegen was er niets bij. Mijn dochter was gewoon Marijke Helwegen in het kwadraat.

Omdat ze op maandagochtend al vroeg de deur uit moest besloten mijn lief en ik te overnachten in een bed & breakfast. We konden het ons niet veroorloven om ‘s morgens in een file terecht te komen. Natuurlijk hadden we bij één van de kinderen kunnen slapen. Dat zagen we niet zo zitten. Ik had de hele weekend gewerkt. En geloof het of niet, maar in een verpleeghuis is het in een weekend altijd veel drukker dan door de week. Ik had me een slag in de rondte gewerkt en moest er niet aan denken om een gebroken nacht te hebben doordat ik bij een kleinkind op de kamer zou slapen. Nee, zo’n bed & breakfast is dan echt een uitkomst. We hoefden er niet te ontbijten, want dat zouden we bij mijn dochter doen.

Het bed & breakfast werd gerund door een stel ras Amsterdammers. Niks mis mee hoor, met dat stel, we moesten alleen door hun huiskamer naar onze slaapkamer. Dat voelde wat ongemakkelijk. Ons wandelingetje ‘s avonds hebben we dan ook maar laten schieten. We hebben wat gelezen, wijntje er bij en daarna gauw slapen. Dat was hard nodig, want rond 21.30 uur keek ik scheel van de moeheid.

‘s Morgens werden wij al vroeg wakker en om 8.00 uur waren we klaar voor vertrek. Daar stonden we dan, in de woonkamer. Geen eigenaar te bekennen. Mijn lief liep naar beneden. De achterdeur bleek niet op slot, zodat hij de tas vast naar de auto bracht. Ik liep wat heen en weer en vroeg me af wat we hier mee aan moesten. We konden natuurlijk het geld op tafel leggen en gewoon weg gaan, maar dat voelde wat raar. Uiteindelijk besloten we op zoek te gaan naar de slaapkamer van de eigenaar. Die bleek beneden te zijn. Wat voorheen garage was, was nu slaapkamer. Ik gaf een bescheiden roffeltje op de deur en ja hoor er kwam leven in de brouwerij: “Ja?”, hoorden wij de vrouw zeggen. “Wij willen graag vertrekken”, zei mijn lief. Er klonk wat gestommel, de deur ging open. Ik kon nog net mijn lach verbijten. Daar stond zij, in haar bloemetjes peignoir en ja, je raadt het al, met krulspelden in het haar. Nadat ik haar het geld had gegeven wenste zij ons een fijne dag en verdween weer.

Energie

Moet je voor de lol eens doen, zo rond het middaguur door het centrum lopen. Het wemelt er van de schooljeugd, je weet wel, die van het voortgezet onderwijs. Ze staan in de rij bij de supermarkt, bakker en slager. Eenmaal uit die rijen hangen ze rond en houden ze alle denkbare banken bezet. Het wordt pas weer rustig als de school weer begint.

De schooljeugd van tegenwoordig eet geen brood meer, maar snackt. Ze zitten massaal aan de vette hap. Ze smullen van ‘een broodje bal’, saucijzenbroodjes, familieverpakkingen donuts, gezinszakken chips en weet ik wat nog meer. Héél energierijk, vooral door het vetgehalte. Dat moet dat lijf weer allemaal wegwerken. Ze hebben geen idee hoeveel werk hun lichaam hier voor moet verzetten.

En wat drinkt de schooljeugd?  Liters cola. Weet je hoeveel suiker daar in zit? In no time heb je minstens 10 theelepels suiker naar binnen. Hup, gaat je alvleesklier aan het werk om insuline aan te maken, want je hebt een enorme piek in je bloedsuikerspiegel. Je lever zet al die suiker om in vet. Ja, in vet en dat wordt opgeslagen in je vetweefsel. Dus buiten al dat vet uit die vette hap wordt die suiker ook nog eens omgezet in vet.

Drinken ze geen cola, dan is het wel een energiedrankje. Dit bestaat ook al uit veel suiker en ze bruisen dan ook van de energie. Ze stuiteren, worden ontiegelijk druk en daar is dan ook alles mee gezegd. En een kort lontje, dat krijgen ze er ook van. Of ze worden gewoon overmoedig, zo zou je het misschien ook kunnen noemen.

Maar goed, ze krijgen dus op hun manier een hoop energie naar binnen. Doen ze daar iets mee? Ik heb werkelijk geen idee, want als ik na het middaguur door het centrum loop zie ik overal lege verpakkingen en blikjes zwerven. Het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van een afvalbak. Ze hadden al die beschikbare energie wel eens kunnen gebruiken om de troep achter hun kont op te ruimen.

Het wordt tijd dat de schooljeugd weer gewoon brood gaat eten, melk gaat drinken en vooral veel groenten en fruit gaat eten. Daar zit ook energie in, maar ook nog eens allerlei nuttige voedingsstoffen die iets goeds doen voor je lichaam. Daar krijg je pas energie van en dan niet van dat soort tijdelijke energie. Van vette hap, cola en energiedrankjes word je uiteindelijk alleen maar heel moe. Je mist de nodige vitamines en mineralen om je nog fit te voelen.

O, maar nu snap ik het pas. Vandaar dat ze de troep niet achter hun kont opruimen. Als het tijd is om naar school te gaan zijn ze alweer moe.

En ja, ik generaliseer. Er is ongetwijfeld een categorie schooljeugd die zich hier niet in herkent. Die hoeven niet meteen in de hoogste boom te klimmen, die zijn gewoon goed bezig.

 

 

Vrijheid

De halve wereld staat in brand en wij fietsen over het eiland Texel. Ik ben me heel erg bewust van de vrijheid die wij hier hebben en onwillekeurig vraag ik me af hoe lang die vrijheid blijft bestaan. De berichten in de krant liegen er niet om. Vandaag lees ik een ingezonden stukje waarin iemand aangeeft dat het, door alle ellende die via de kranten en het journaal over je heen spoelen, iedere dag een gevecht is om jezelf te blijven en niet in de put te raken. 

Ik kan me bij deze schrijver aansluiten. Het is niet zo dat ik dagelijks moeite heb om uit die put te blijven, maar het houdt me wel bezig. Soms denk ik dat ik de kranten beter niet meer kan lezen. Maar steek ik dan niet mijn kop in het zand? En toch heb ik die krant opgezegd, want misschien is het voor mij wel voldoende om alleen naar het journaal van 20.00 uur te kijken. Dat is minder breed uitgemeten en ventileert ook niet de meningen van vele journalisten.

Maar goed, samen met mijn lief en zijn twee kinderen van twaalf en bijna elf, fietste ik gister over het eiland Texel. Het was droog en zonnig, maar er stond een stevige wind. Het was hard werken op de fiets. Ik kan merken dat mijn stiefkinderen dit soort activiteiten niet gewend zijn. Het is opletten geblazen voor mijn lief en mij. Ze moeten wennen aan de huurfiets, maar maken soms ook rare bewegingen. Bij kruisingen moeten wij uitkijken voor vier, want soms zijn ze geneigd om gewoon maar door te fietsen. Afstappen gaat ook niet altijd vlekkeloos en mijn achterwiel werd ook niet gespaard waardoor de oudste bijna van zijn fiets viel.  Hij lette even niet op en zag over het hoofd dat ik voor hem fietste. Tel daar de flinke wind bij op dan krijg je niet zomaar een fietstochtje. De jongste liet zich door de wind niet kennen en hield stug vol. Als het te zwaar werd schoot ze in haar fantasie. Dan was de fiets een paard en die was nog lang niet moe. Het werkte. De oudste liet af en toe de moed zakken en werd dan even stevig toegesproken.  Ik fiets en geniet, maar probeer me soms even af te sluiten voor de woordenbrij die de oudste aan één stuk door produceert. Ik wijs hem op het moois om hem heen, zodat hij niet alleen maar bezig is met die vervelende harde wind. Want dat is waar die woordenbrij uit bestaat. Iedere keer probeer ik een ander gespreksonderwerp aan te snijden,  zodat hij even afgeleid raakt van het probleem waar hij met fietsen op stuit. Het lukt aardig en er ontstaan korte gesprekjes, waardoor ik weer iets meer van hem begin te begrijpen.

11-08-2014 (8)

Het Juttersmuseum was ons eerste doel. Een mooie vergaarbak voor allerlei aangespoelde spullen. Je weet niet wat je ziet en helemaal niet wat je hoort als in een film een Jutter aan het woord is. Het zijn geweldige verhalen, maar allemaal hebben ze een serieuze ondertoon. “Die van het schip in nood en het redden van de opvarenden.” Het is goed dat zulke verhalen verteld worden. De manier waarop de Jutter dit deed was leuk. Hij schetste scènes die hilarisch waren, zodat we flink hebben gelachen. Op foto’s zien we een enorme hoeveelheid schoenen die met elkaar het woord “sportschoenen” vormen. Ze zijn van een containervracht die aangespoeld is. Maar ook rijen televisies, waar je natuurlijk niets meer aan hebt. En dan alles wat gewoon achterblijft op het strand. Lege flessen, aanstekers, lege pakjes sigaretten en zelfs schepjes en emmertjes. Waarom ruimen mensen hun zooi eigenlijk niet op?

11-08-2014 (18)

Na het Juttersmuseum rijden we richting Oudeschild, met de bedoeling een boottochtje te maken. Helaas, we zijn net te laat. De boten die nog varen zijn al weg. Er liggen nog twee boten die vanwege het weer niet afvaren. Eén van de bemanningsleden legt uit dat de meeste mensen groen en geel terugkomen en het onderweg alleen maar druk hebben gehad met het voeren van de vissen. Ha ha, met andere woorden: “Ze hebben kotsend over de reling gehangen”.  Het is er eigenlijk geen weer voor en om te voorkomen dat de meevarenden nooit meer op een boot willen varen ze gewoon niet. Geen nood, want wat in het vat zit verzuurt niet en we beloven ter plekke om een andere keer weer naar Texel te gaan. En één ding weet ik zeker, wat wij beloven doen we. We drinken ergens wat en gaan naar De Koog. Daar nemen we een kijkje op het strand en de jongste gaat schelpen zoeken. Een flink aantal gaat mee terug naar huis. Die kan ze mooi wassen en gebruiken voor één of ander knutselwerkje.

Met elkaar hebben we een leuke dag, maar ook allemaal een moe lijf. Kijk, en dat geeft nou niet, want we weten ook waar dat door komt. We hebben gewoon heel veel lichamelijke arbeid verricht.  Dan mag je ook moe zijn en daardoor in slaap storten. Dat hoort ook zo. Bij mij duurt het even voordat ik echt slaap, want ik ben nog steeds aan het opletten. Ik zie gaten in de weg waar we omheen moeten. Langsrazende auto’s die niet voor ons willen stoppen en besluit al deze gedachten maar gewoon op te ruimen en val in een droomloze slaap.

 

 

Help, hoe doe ik dat: Vakantie vieren?

Ik ben opgelucht. Gewoon omdat ik nu eindelijk weet hoe ik mijn vakantie moet gaan vieren.

Belachelijk dat ik daar zo over in heb gezeten en het alsmaar niet wist. Zeker als je  het afzet tegen de slachtoffers van de ISIS, of tegen de nabestaanden van degenen die in het vliegtuig zaten dat boven de Oekraïne is neergehaald. Vergeet dan vooral ook niet de Hamas versus Israel en ook de Oekraïne die niet bij Rusland wil horen, al denkt Poetin daar totaal anders over. Vergeleken bij dit soort wanhoop, problemen en ellende valt mijn probleem toch totaal in het niet. Ik zou me eigenlijk moeten schamen, maar toch zat ik hiermee in mijn maag.

En waarom nu toch eigenlijk? We gaan een weekje naar Zeeland en de kinderen van mijn lief gaan mee. Die zijn de laatste drie weken van de zomervakantie bij ons. Dat is logisch want dan is de boel mooi verdeeld tussen moeder&stiefvader en vader&stiefmoeder. Ik weet alleen inmiddels uit ervaring dat ik totaal niet uitgerust raak van zo’n weekje met twee kinderen van elf en twaalf. Overigens gaat die van twaalf maar mee van vrijdag tot zondag, want hij moet de maandag er na al weer naar school. Brugklas, groepsvorming en het direct starten met de lessen gaf weinig gelegenheid om hem deze week toch mee te nemen. Beetje sneu, maar dit had geen enkele moeder, stiefvader, vader of stiefmoeder kunnen voorzien: “Een basisschool en een school voor voortgezet onderwijs in dezelfde plaats, die er verschillende vakantieweken op na houden.” Hoe verzin je het?

En waarom raak ik dan niet uitgerust van zo’n weekje? Nou, gewoon omdat de tijd dat ik met kinderen van die leeftijd op vakantie ging, ver achter mij ligt. Kom zeg, mijn oudste is de dertig ruim gepasseerd, de jongste is zevenentwintig en daartussen zit er nog één van dertig. Ik ben met dit soort vakanties dus terug bij af. “Maar dat wist je toch, toen je hier aan begon?” is de reactie wanneer ik dit ventileer. Ja, ja, natuurlijk wist ik dat. Maar tussen weten en ervaren zit een groot verschil hoor. Ik herinner me de eerste vakantie met z’n vieren nog. We hadden een sta-caravan gehuurd op een camping. Het was een smal straatje en iedereen kon op iedereens bord kijken. Allemaal jonge gezinnen met zeer jonge kinderen. Ik voelde me totaal uit de toon vallen en was na de vakantie zó moe. Veel moeier nog dan voor de vakantie. Dat is niet goed, dus het tweede jaar pakten we het al anders aan. Na die vakantie was ik minder moe, maar nog steeds moe. Even heb ik gedacht dat het voor mij beter zou zijn om die week alleen weg te gaan.  Gewoon lekker in mijn eentje, zodat ik met niemand rekening hoef te houden.

Gelukkig begrijpt mijn lief al deze gevoelens, maar echt leuk leek het hem niet.  Na veel denken van mijn kant en veel praten van beider kanten hebben we toch best een goede oplossing gevonden voor die drie weken. De eerste week is mijn lief vrij en gaan we op mijn vrije dag met z’n vieren naar Texel. Gezellig met een garnalenboot mee, misschien nog naar Ecomare, of naar het Juttersmuseum. Daar zijn we nog niet helemaal uit. Op mijn andere vrije dag, in diezelfde week, ga ik gewoon lekker wandelen. Dan moet ik nog drie dagen werken en bemoei ik me helemaal nergens mee.

En dan, in Zeeland? Nou, kijk wij hebben bedacht dat we samen gaan ontbijten. Met z’n vieren dus en later in de week met z’n drieën. Dan drinken we nog lekker een kop koffie en daarna ga ik mijn eigen ding doen. Welk ding dan wel? Wandelen, het liefst een tocht van een km of twintig. Of ik fiets naar één van de omliggende dorpen om daar eens een kijkje te nemen. Maar misschien ga ik ook wel mijn kabouter verhalen corrigeren, want daar komt op het ogenblik helemaal niets van. Of misschien pak ik mijn tekenspullen weer eens op, want die liggen de laatste maanden in de la van mijn kast te verkommeren.  Om een uur of vier voeg ik me weer bij mijn lief en bedenken we wat we gaan eten. Misschien maken we wel iets voor een picknick op het strand. Na het eten kunnen we nog mooi een spelletje doen of een ommetje maken met z’n allen. Of we kijken een filmpje, maar wie weet zijn er ook wel leuke activiteiten voor een elf jarige. En natuurlijk ga ik gezellig mee naar het Deltapark Neeltje Jans. Wat dacht je dan?

En weet je, de laatste week is mijn stiefdochter op mij aangewezen. Dan is mijn lief, haar vader dus, alweer aan het werk. Voor die week heb ik heus wel een en ander bedacht wat zowel voor haar als voor mij leuk is. Bovendien komt mijn dochter met mijn kleinzoon en kleindochter ook nog een dagje langs. Daar kijk ik nu al naar uit.

En nu nog dat stemmetje het zwijgen opleggen dat alsmaar beweert dat ik egoïstisch bezig ben. Dat ik het eigenlijk voor iedereen leuk moet maken. Dat stemmetje dat vervolgens vergeet dat ik dan heel moe word en niet meer gezellig ben. Het wordt tijd dat ik dat stemmetje zijn stembanden doorsnijd.