Tag Archives: melig

Poepend rijk worden

Poepend rijk

Vooral moe was ik op nieuwjaarsdag. Het viel niet mee om na oudjaarsavond om 5.30 uur op te staan om vervolgens om 7.00 op mijn werk te beginnen.

Gelukkig hadden we een goede bezetting waardoor er gewoon aandacht aan de bewoners besteed kon worden. Na onze eigen lunch werd het tijd voor de warme maaltijd van de bewoners. Inmiddels was bij mij de “meligheid” toegeslagen. Gewoon doordat ik zo moe was. Vier dagen een vroege dienst en dan die jaarwisseling tussendoor hakten er bij mij goed in.

Ik zat bij de bewoners aan tafel toen zij aan hun toetje toe waren. Feestelijke toetjes met een laagje witte chocolade er om heen dat versierd was met en soort pareltjes. En juist die pareltjes gingen met mijn “meligheid” aan de haal.

“Wel die pareltjes opeten hoor. Dan groeit er een parelboom in onze buik en gaan we parteltjes poepen die we op de markt kunnen verkopen. Dan worden we poepend rijk.

Ook deze keer had ik eerst even opzij gekeken of haar mond wel leeg was, want een lachbui waarbij het toetje over tafel sproeit leek me wat rommelig worden. Haar mond was leefg en ze kreeg een enorme lachbui. De andere bewoners overigens ook. Kijk, daar is die “meligheid” dan weer goed voor.

Flauwekul

flauwekul

Er zijn van die momenten dat ik gewoon even melig moet doen op mijn werk. Gewoon om de lol er in te houden.

Hij had gisteren zijn bad-dag. Voor hem hoefde het niet zo nodig, ik mocht hem ook op bed wassen. Maar ja, hij begreep wel dat als hij in bad zat ik verder niet zo veel hoefde te doen. Ach tja, wat is “niet zo veel doen” in de zorg. Volgens mij moet dat nog uitgevonden worden.

We gingen op pad. Hij in het bed en ik er achter om het bed door de gang naar de grote badkamer te rijden. Daar liet ik het bad vollopen terwijl ik hem hielp met uitkleden. Vervolgens moest hij draaien zodat ik de tilmat voor de passieve lift onder hem kon schuiven. Toen hij eenmaal in de lift hing moest ik de lift verplaatsen tot boven het bad. Daarna kon ik hem laten zakken. Daar zat hij, prinsheerlijk in het schuim. Hij zou bellen als hij klaar was. Dat betekent dat ik dan terug moet snellen om de kraan dicht te draaien zodat er geen overstroming plaatsvindt.

Toen hij tien minuten later belde trok ik even een sprintje. Kraan dicht draaien, stop uit het bad halen anders schiet het nog niet op. De tilmat ergens onder hem vandaan halen om hem weer aan de passieve lift te kunnen vasthaken. Dan weer terug op bed en zorgen dat hij afgedroogd werd. Deken over hem heen en weer met het bed de gang over om hem vervolgens in zijn kamer aan te kleden.

(Hoe bedoelt u dat ik niks hoef te doen als hij in bad gaat?)

Tussen de middag aan tafel was ik melig van al het geren en gevlieg. Ik moest bij hem de insuline injecteren. Zo ergens rond de navel. Hij deed zijn overhemd omhoog en ik viste zijn onderhemd uit zijn lange broek. Nu is hij nogal omvangrijk dus riep ik quasi paniekerig: “Waar is je navel gebleven. O God nee toch? Niet te vinden. Waarschijnlijk weg gespoeld met het badwater. Dan moet ik straks het riool in om die navel van je te zoeken. O nee, toch niet, ik heb ‘m al gevonden.”

Voordat ik al deze onzin uitkraamde had ik wel even gekeken of zijn overbuurvrouw niet net haar mond vol eten had, want zij krijgt op dit soort momenten bijna de slappe lach. Ik zou toch niet willen dat zij zich door mijn meligheid verslikt.