Tag Archives: kamperen

Knoiteren

 

Een beetje raar woord denk je misschien. Valt mee hoor, het is afgeleid van het Nederlandse woord kneuteren.

66288266_2329182923814017_6881575839226396672_n

Hoe lastig is het om aan niet-kampeerders uit te leggen waarom wij kamperen zo leuk vinden? Het is gewoon het buiten zijn, maar zeker ook het kneuteren wat ik meteen verbasterde tot “knoiteren”. Zo klonk het goed Oostenrijks en we hebben wat afgeknoiterd. Overigens niet meteen hoor. Onderweg naar Oostenrijk hadden we stralend mooi weer. De thermometer in de auto gaf 30° graden aan. Hoe dichter we bij plaats van bestemming kwamen hoe meer de lucht betrok. En ja hoor, op het moment dat we Oostenrijk binnen reden werd de lucht alleen nog maar donkerder.

We kregen een campingplek toegewezen en razendsnel legden we het grondzeil neer. Hup, de tent uitrollen en uitvouwen zodat die voor de bui zou staan. Nou, niks hoor. Het begon te spetteren terwijl wij pogingen deden om  de tentstokken door de bogen te krijgen. Als je haast hebt gaat er niets goed, dus ook dit niet. Er is ook niet voor niets de uitspraak “Heb je haast maak een omweg”. Helaas was die mogelijkheid er niet. Er moest gewerkt worden. Het ging steeds harder regenen en uiteindelijk besloten we in de auto te wachten tot het minder hard zou gaan regenen.  Maar lieve help! Dat kon helemaal niet, want er ontstonden plassen op de tent die nog steeds op het grondzeil lag. Toch maar weer de auto uit en aan het werk. Alle stokken door de bogen en toen kregen we tot overmaat van ramp de tent niet overeind. Dapper zetten we door en eindelijk, ja eindelijk stond de tent overeind. Inmiddels goot het pijpenstelen. Mijn lief vond dat ik beter in de auto kon gaan zitten dan zou hij de haringen in de grond slaan. Hij verdween aan de andere kant van de tent toen het ook nog eens begon te onweren. Een beetje ongelukkig zat ik me in de auto totaal overbodig te voelen. De donder kwam en ging. Gelukkig bliksemde het niet.

Toen alle haringen in de grond geslagen waren ging mijn lief, tot op de draad nat, ook in de auto zitten. “Kamperen? Nooit meer!” zeiden we tegen elkaar. Dat gevoel was net zo snel verdwenen als het opgekomen was toen het stopte met regenen. We sleepten de spullen de tent in, haalden droge kleding uit onze tassen en hebben ons omgekleed voordat we een hapje gingen eten bij het restaurantje vlak bij de receptie.

Na dit avontuur hebben we alle dagen het schitterendste weer van de wereld gehad en eindelijk konden we “knoiteren”.

66384722_2329183950480581_6680935651719774208_n

Maar wat is dat “knoiteren” dan precies? Nou gewoon, een beetje koffie drinken voor je tent. Eerst water halen bij het kraantje verderop, dan het campinggas aan en als het water kookt lekker koffie zetten. Plannen maken voor die dag en een beetje lezen in onze E-reader. Lekker wandelen in de bergen, af en toe compleet buiten adem en met een op hol geslagen hart, maar dat mag de pret niet drukken. Op de terugweg naar de supermarkt om boodschappen te doen voor het avondeten. Daarna begint het “knoiteren” pas echt, want ik vind niets zo leuk als een maaltijd bereiden op één gaspit. En werkelijk, dat lukt echt iedere keer weer. Soms deden we het vlees op de barbecue en werd de rest op die éne gaspit klaargemaakt.

En wat denk je van het ritueel wanneer je naar bed gaat. Eerst met je tandenborstel naar het sanitairgebouw om je tanden te poetsen. Nog even plassen en dan terug naar je tent. Rits achter je dicht, dan de rits van de slaaptent open en natuurlijk weer dicht. Slaapzak open ritsen en weer dichtritsen. Ja, die ritsen open en dicht doen is het summum van “knoiteren”.

Je begrijp het al. Het valt gewoon niet uit te leggen waarom kamperen zo leuk is, behalve wanneer je zelf ook van kamperen houdt. Die mensen hoef je niets meer uit te leggen. Die begrijpen het zonder al die uitleg ook wel.

 

 

 

 

 

 

Nachtdienst

nachtdienst

Mijn laatste dienst, voordat ik van mijn twee weken vakantie ga genieten, was een nachtdienst. Ik heb hier wel weer even aan moeten wennen. De afgelopen zes jaar werkte ik vrijwel alleen dagdiensten. Als ik eerlijk ben vind ik het een fijne afwisseling. De dagdiensten zijn vaak heel druk. De avonden ook, maar op een wat minder inspannende manier. ‘s Nachts slaapt toch vrijwel iedereen, een enkeling daargelaten. Niet dat ik dan niets te doen heb, want onwillekeurig ben je toch zo’n hele nacht in touw en zo tegen zessen kan ik de wijzers van de klok wel vooruit kijken. De eerste collega kwam goddank al om kwart voor zeven binnen. Om zeven uur is het overdragen geblazen en dan zit het er op.

Mijn collega van de avonddienst was nog maar net weg toen kwam er al een dame haar bed uit. Totaal verdwaasd liep zij, in lang nachtgewaad, door de gang. “Waar ben ik?” Met grote ogen keek ze om zich heen. Ik liep, of eigenlijk was het meer een soort schuifelen met haar terug naar haar kamer. Voetje voor voetje kwamen we heel langzaam dichterbij. “O ja, daar met die bloemen aan de muur dat ken ik. Daar is mijn kamer. Maar hoe ben ik hier dan gekomen?”

Hoe ze hier gekomen was liet ik maar in het midden. Ik liep met haar naar het bed en tevreden ging ze weer liggen. Een kwartier later liep ze alweer rond met diezelfde verdwaasde blik. Dit herhaalde zich zo’n twee en een half uur. Iedere keer weer schuifelde ik met haar terug en ik besloot samen met haar op de rand van haar bed te gaan zitten. Ze bleef maar praten. Helemaal duidelijk waar het over ging was het niet. Ik luisterde, humde wat en merkte dat ik er toch wel wat geïrriteerd door was geworden. Ik controleerde mijn ademhaling. Die zat te hoog, ik moest terug naar de buikademhaling om de irritatie weer de baas te worden.

Uiteindelijk zei ze een keer of zes, zeven: “Zal ik dan maar weer gewoon gaan liggen?” Ik vond het een goed plan. Het duurde echter nog even voordat ze zelf zover was. Daarna heb ik haar niet meer gezien of gehoord.

Samen koffie drinken met het nachthoofd en de collega die op de andere afdeling aan het werk was. Een collega die alleen maar nachtdiensten werkt en nogal verbaasd was dat ik er maar één werkte. Dit was min of meer mijn eis toen ik dit soort diensten weer moest werken. Wel nachtdiensten, maar één of twee en beslist niet meer. Op grond van mijn leeftijd mag ik deze diensten weigeren. Dit deed ik niet omdat ik eerst eens wilde zien hoe ik daar op zou reageren. Eigenlijk gaat dat best goed, alhoewel het voor mij altijd weer raar is om ‘s morgens naar bed te gaan en dan tot een uur of twee te slapen. Uiterst duf stap ik dan uit bed en ‘s avonds ben ik dan evengoed weer moe. Als ik dan ook nog een wijntje neem kijk ik om een uur of tien gewoon scheel van de slaap.

“Lekker, vakantie! Ga je nog weg?”                                   kamperen

“Ja, we gaan nog een weekje naar Zeeland.”

“Een huisje gehuurd?”

“Nee, we gaan kamperen, met de tent.”

 

Ik moet inwendig altijd lachen om de verschillende reacties die ik dan krijg. Het nachthoofd trok nog net geen vies gezicht, terwijl de andere collega enthousiast deed.

“Wat ga je doen in Zeeland? Lekker aan het strand liggen en een beetje in zee zwemmen?”

Deze collega kent mij duidelijk niet, maar hoe moest ik haar nu uitleggen wat wij in Zeeland gaan doen? Lastig, want voor mijn gevoel gaan we niets spectaculairs doen. Op het strand liggen gaan we in ieder geval niet. Zwemmen in zee ook niet. Wel op blote voeten door de branding lopen, maar ook wandelen en fietsen en een dagje naar Brugge. Verder lekker lezen en een beetje op ons eenpits gasstel een maaltijd in elkaar flansen. Stukje vlees op de barbecue, wijntje er bij en lekker genieten.

Ik schud het gevoel van me af dat het allemaal nogal oubollig klinkt en bedenk dat op het strand liggen bakken ook niet echt spectaculair is. Helemaal niet zelfs.

Ach, waar maak ik me druk om wat een ander daarvan vindt. Mijn lief en ik gaan nog een weekje genieten van de nazomer die overigens helemaal niet verkeerd is.