Tag Archives: hardlopen

De halve marathon van Egmond

In 2005 deed ik voor het eerst mee aan de halve wandelmarathon van Egmond. Het was meteen mijn eerste oefentocht voor de Vierdaagse van Nijmegen. Koud dat het was, het vroor en we hadden de eerste negen kilometer over het strand wind tegen. Muts op, sjaal om, handschoenen aan, gezicht ingesmeerd met vaseline en lopen maar. De tranen biggelden over mijn wangen. Iets waar ik nogal snel last van heb als het wat kouder is, maar ook als er wind staat. Ik heb evengoed genoten van die tocht. Na het strand gingen we de duinen in en meteen kon mijn jas los. Wat een verschil in temperatuur. Daarna heb ik ‘m nog een aantal keer gelopen, waarvan één keer in de sneeuw. Dat was ook een hele belevenis, vooral omdat in de duinen sommige stukken spiegelglad waren.

Dit jaar, elf jaar later, ging ik weer naar Egmond, samen met mijn lief. Niet om de halve wandelmarathon te lopen, maar om mijn dochter te zien finishen. Niet wandelend, maar hardlopend. Om zes uur opgestaan en eerst drie uurtjes gewerkt, daarna naar huis voor een kop koffie en vervolgens de auto in met mijn lief. Broodjes mee voor onderweg en eenmaal in Egmond aangekomen gauw een restaurant opgezocht, want bij ons allebei stond de blaas op knappen.

Een koude wind zorgde er ook nu weer voor dat de tranen over mijn wangen biggelden. Mijn muts en handschoenen was ik vergeten mee te nemen. Even overwoog ik om een muts te kopen, tot ik de prijzen zag. € 41,95 Voor een muts ging me iets te ver. Dan maar een koud hoofd. Verkouden was ik toch al voor de zoveelste keer. Of misschien is die verkoudheid nooit helemaal weg geweest. Hardnekkig is het en vervelend ook. Ik snuit me een versuffing en soms lijkt het alsof het snot ergens uit mijn tenen vandaan moet komen.

DSCN4084

IMG_4961Vlak bij de finish vonden mijn lief en ik een mooi plekje, waar we redelijk goed overzicht hadden. Er kwamen heel wat mensen voorbij. De één leek bijna voorover te struikelen, de ander rende voorbij alsof hij net begonnen was. Hardlopers in een hawairok en met ontbloot bovenlijf, maar ook één met een skeletshirt. Ingespannen keken mijn lief en ik of we het roze jasje van mijn dochter zagen. Er kwamen heel wat roze jasjes voorbij, maar niet met het gezicht van mijn dochter er boven. Bijna vroeg ik me af of ze harder had gelopen dan ze zelf verwacht had. Dan waren we mooi te laat. En toen, zomaar ineens rende ze voorbij. We hadden haar niet eens aan zien komen. “Daar gaat ze!”, riep mijn lief. En ja hoor, in haar roze jasje, met blonde paardenstaart zag ik haar verdwijnen.

DSCN4086
Tussen de mensenmenigte door liepen we naar de finish. Vanaf dat punt stonden aan weerszijde hekken. Aan het eind van de hekken zochten we een centraal plekje om haar niet te missen. Het duurde en het duurde, maar mijn dochter zagen we niet. Ze belde me op mijn gsm: “Waar zijn jullie nou?”

Wat bleek, ze had haar tas al opgehaald in de sporthal en stond niet ver bij ons vandaan. Apetrots op haar prestatie rende ik naar haar toe. Ik doe het haar niet na: 21 km hardlopen, waarvan 9 km over het strand met windkracht 7 tegen.

Wel bekroop mij het gevoel dat ik die halve wandelmarathon weer eens mee zou willen lopen. Ach, wie weet, volgend jaar misschien.

Conditie? Ik? Nou, echt niet!

uitgeput

Hijgend als een postpaard en zwetend als een otter kwam ik bij de ruïne aan. “Is dit omdat we ouder worden of hebben wij gewoon weinig conditie” Zouden we naar de sportschool moeten?” vroeg ik mijn lief. Hij vond van niet, want we doen genoeg. We wandelen en fietsen regelmatig een flinke afstand. En in mijn eentje draai ik mijn hand niet om voor een wandeltocht van twintig kilometer. Dit geklim en geklauter is gewoon geen dagelijkse kost.

We waren vanaf de camping naar beneden gelopen om die ontzettende leuke ouderwetse telefoon te kopen die we in een winkeltje hadden gezien. Even na twaalven stonden we voor een gesloten deur. Tussen twaalf en twee uur gesloten. We wijzigden onze plannen en gingen lopend naar de ruïne waar we een flink eind voor moesten klimmen. Daar kwam ik dus hijgend als een postpaard etc, aan. Onderweg bedacht ik nog dat ik thuis misschien zou moeten gaan hardlopen, ik had alleen geen idee wanneer. Tussen de bedrijven door? Hardlopen en pianospelen gaan niet samen, maar hardlopen en tekenen of schrijven ook niet. Wandelend ontstaan er wel vanzelf verhalen in mijn hoofd, maar of dat hardlopend ook zo werkt weet ik niet.

Ik zou natuurlijk wel hardlopend naar pianoles kunnen gaan. Hmmm…………geen goed plan, dan kom ik daar buiten adem aan en moet ik eerst een uur bijkomen. En stel dat ik verdwaal, net als laatst met de auto. Weet je wat, laat maar.

ruine La Rochette

De ruïne bleek de moeite waard. Het heeft wel iets, al die brokstukken van een ver verleden. Denk je eens in hoe men dat eeuwen geleden gebouwd heeft. Degene die aan de bouw begon heeft misschien het resultaat nooit kunnen zien. Ik zie mezelf al, eeuwen geleden als slotvrouwe wonend in het kasteel. Met mijn borduurwerk voor het raam, mijn gezelschapsdame altijd vlak in de buurt voor het geval ik een eindje wil wandelen. Dan gaat zij mee, want alleen mag ik dat vast niet. Bovendien moet iemand mijn rok uit het modderpad houden, anders word ik vies. En stel dat ik val, dan helpt zij mij in bad, borstelt daarna mijn haar en maakt er een kunstwerk van op mijn hoofd. Ik hoef me gelukkig niet druk te maken over mijn conditie. Dat is in die tijd voor een vrouw niet belangrijk. Zou mijn eigenwijze ‘selluf doen’ gehalte hier tegen bestand zijn geweest?

werk flick

Hierover nadenkend komen we bij het enige stuk ruïne wat nog intact is. Vol verwachting nemen we de steile trap naar boven. Wat krijgen we daar te zien? Geweven wandtapijten, stoelen met geborduurde zittingen en houtsnijwerk in de rugleuning? Ha ha, nee hoor, er blijkt een expositie te zijn met werken van Roby Flick. Nog nooit van gehoord. Vol verbazing bekijk ik zijn schilderijen. Soms met foto’s midden in het schilderij geplakt. Het is niet mijn stijl en ik zie maar twee of drie mooie werken. Eigenwijs bedenk ik dat ik mijn tekenwerk mooier vind, maar dat hangt hier niet. Nergens overigens. Dat krijg je als je geen naam van betekenis hebt.

We dalen weer af naar het dorp en klimmen weer omhoog naar de camping. Hijgend als een postpaard en zwetend als een  otter komen we boven. Zweten otters eigenlijk?