Tag Archives: fietsen

De gevallen vrouw

 

En ja hoor, ineens lag ik in de berm met de fiets over me heen. Ik hoorde mijn lief vloeken en dat in het zeer christelijke Genemuiden. Maar ja, hij was zich rot geschrokken want hij keek net achterom toen ik de berm in vloog.

gevallen vouw

Verbouwereerd probeerde ik te bedenken hoe dit nu had kunnen gebeuren. Waarom had ik niet geremd?

Eerst maar die fiets van me af en meteen stond ik weer op de benen. Deed alles het nog? Had ik niks gebroken? Zo te zien en te voelen niet, alleen een flink bloedende wond net onder mijn linker knie en een kleinere op de wreef van mijn voet.

Twee jonge mensen waren afgestapt en vroegen of we hulp nodig hadden. Ik wilde wel graag een pleister, maar verder vond ik het gênant dat zij me hadden zien vallen. Idiote reactie van mij, maar ja zo zit ik wel een beetje in elkaar. Mijn lief was met mijn fiets in de weer. Ik hoorde hem zeggen dat het voorwiel niet meer wilde draaien en hoe we nu naar Emmeloord moesten, want het was nog zeker twee uur fietsen. Het was iets waar ik niet over kon nadenken.

Mijn lief stapte op mijn fiets, reed een stukje en zei dat ik er nog wel op fietsen kon, maar dat ik dan niet mijn voorrem moest gebruiken, want dan blokkeerde de hele boel. “Het fietst ook wel wat zwaar”. En toen ineens……………”Maar je hele voorwiel is 360° gedraaid. Geen wonder dat het stroef gaat, je remkabel staat helemaal strak.” Het voorwiel werd weer terug gedraaid, de lamp er weer op geklikt en mijn fiets deed het nog!! Mijn lief helemaal opgelucht want die zag zijn geest al dwalen. Hij in zijn eentje terug naar Emmeloord op de fiets. Dan de fietsdrager op de auto en mij weer ophalen. En ik daar maar zitten langs de kant van de weg terwijl ik niet eens een boek bij me had om daar de tijd mee door te brengen. Gelukkig was dit niet nodig.

We reden achter de twee jonge mensen aan zodat ik bij zijn vader thuis mijn wond kon schoonmaken en van een pleister kon voorzien. De vader bekeek me wat misprijzend en ik verdacht hem er van dat hij dit mijn eigen schuld vond. Op zondag ga je niet in je korte broek op de fiets. Hij vond het vast een straf van God voor mijn bandeloosheid.

Gevallen vrouw

Ik bedankte de twee jonge mensen en opgelucht reden we verder. Tijdens het fietsen probeerde ik de val te reconstrueren. We reden een soort heuveltje af in een bocht naar links. Meestal, ja echt, meestal rem ik dan af. Vandaag niet, want het ging zo lekker. Ik draaide waarschijnlijk mijn stuur teveel naar links, raakte vervolgens met mijn voorwiel tussen de fietstas en het achterwiel van mijn lief. Ik weet nog dat ik bedacht dat ik moest remmen en uit alle macht trapte ik achteruit. Dat helpt niet bij een fiets met handremmen en daar schrok ik van, zodat ik besloot om van de fiets te springen. Dat hoefde niet meer, want toen lag ik al in de berm. Goddank was die berm daar en had ik die klapper niet op het asfalt gemaakt. Dan was er vast meer mis geweest dan alleen die kniewond.

Uiteindelijk valt het allemaal mee. Wat spierpijn aan mijn linker arm en schouder, een blauwe plek op mijn heup en die wond net onder mijn knie.

“Jammer dat je geen foto hebt gemaakt, was leuk geweest bij mijn blog. En weet je, je had het ongeluk gewoon kunnen voorkomen als je wat harder had gefietst. Dan was ik niet tussen je fietstas en het wiel terecht gekomen met mijn voorwiel”, zei ik later tegen mijn lief. Tja, ik moet toch iemand de schuld geven……………………………

Smachten naar een frietje

IMG_5770

Afgelopen vrijdag zijn mijn lief en ik om het Tjeukemeer gefietst. Het was voor het eerst in vier weken dat we weer iets samen konden ondernemen wat langer duurde dan een stukje wandelen door Emmeloord. Het was mooi meer, niet te warm en ook niet te koud. Precies goed dus.

“Nemen we brood mee voor onderweg of niet?” Het had ‘s morgens nog geregend en ik bedacht dat alle bankjes die we onderweg zouden tegenkomen, waarschijnlijk nog nat zouden zijn. “Weet je wat? We stoppen onderweg bij een snackbar en gaan lekker een patatje eten.” Soms kan ik daar gewoon zin in hebben. We eten dat vrijwel nooit en dan is het zo’n enkele keer gewoon een traktatie.

IMG_5771

Rond enen reden we door een dorpje waar de snackbar open was. Mijn lief bestelde een friet met satausees (ja zo noemen wij dat, dat klinkt chinezer, dus lekkerder) en een friet speciaal. Voor mij een Kwekkeboom kroket erbij en voor hemzelf een bamischijf. We namen alvast plaats op het terras aan één van de picknicktafels. Op de weg langs de snackbar stond een file vanwege de brug die open was. Elke vijf minuten kwam er zo ongeveer een boot en ging de brug open. Dus er stond ook elke vijf minuten een flinke rij auto’s.

Onze friet werd gebracht en we zaten er net heerlijk van te smullen toen voor de zoveelste keer de brug open ging. Weer een flinke rij auto’s en uit één er van stapte een man die doelbewust onze kant uit kwam. Een flinke grijns op zijn gezicht en heel joviaal zei hij ons gedag. Mijn lief en ik dachten allebei dat hij ons de weg kwam vragen. “Goeiemiddag! Mijn vrouw zit te smachten naar een frietje”, zei hij tot mijn verbazing. Mijn lief stak hem een frietje toe en lachend liep hij terug naar de auto. Hij stapte in, de brug ging weer naar beneden, hij startte de auto stak z’n duim op en naast hem zagen wij zijn vrouw lachend naar ons zwaaien.

Eenmaal op de fiets zei mijn lief: “Goh, ik had die man eigenlijk wel twee frietjes kunnen geven, had hij er zelf ook van kunnen genieten”.

Een onverwacht cadeautje

IMG_4847

Al twee weken loop ik te kwakkelen. Snotteren, hoesten, stem kwijt en pijn in mijn ‘hoestspieren’. Je weet wel, die in je bovenrug. Wanneer ik mijn neus snoot klonk het alsof de viezigheid uit mijn tenen moest komen. Nou, ik kan je vertellen dat het ook zo voelde. En evengoed gewoon aan het werk, gewoon mijn ding doen. Nou ja gewoon? Tegen mijn collega’s riep ik bij voorbaat al dat ik zo traag was als dikke stront. Ik ben alleen niet naar de koorrepetities geweest, want zingen kon ik echt niet.

In die tijd heb ik ook nog mijn verjaardag gevierd en mijn ouders te logeren gehad. Ieder jaar vind ik het weer een gedoe. Dat vieren van mijn verjaardag bedoel ik. Doe ik dat als de kinderen van mijn lief hier zijn of juist niet. Voor mij is dat iedere keer weer een dilemma. Misschien zou het voor die twee wel goed zijn, terwijl het voor mijn gevoel niet voegt. Moet ik dan tegen mijn gevoel in gaan? Dat heb ik lang genoeg gedaan. Niet speciaal met mijn verjaardag hoor, maar met veel andere dingen. Dan stelde ik mezelf weer eens op de laatste plaats. Iedereen ging voor, of het nu voegde of niet. Daar ben ik van terug gekomen. Voelt iets niet goed, dan doe ik het op een manier die wel goed voelt.

Afgelopen week kwam mijn lief met de mededeling dat zijn twee kinderen dit weekend niet zouden komen. Zij hadden een feestje elders. Dat betekende dus ineens een weekend voor ons samen. Zelfs toen liep ik te dubben of ik daar wel blij mee mocht zijn. Het is uiteindelijk voor mijn lief ook niet leuk als ik in jubelen uitbarst bij zo’n mededeling. Stom natuurlijk, want van mijn lief mag ik dat gewoon. Zo kreeg ik dus een onverwacht cadeautje. Een weekend samen, zonder allerlei gedoe. Heerlijk!

Zaterdag zijn we begonnen aan het fotoalbum van onze vakantie in Luxemburg en vandaag in de namiddag hebben we het afgemaakt. Een HEMA album en wat een werk was dat weer zeg. Maar het is zo leuk om de foto’s terug te zien en te bedenken wat we allemaal gedaan en gezien hebben. We beleefden die vakantie gewoon weer een beetje.

Zaterdagavond hebben we nog een orgelconcert bijgewoond. Ik kan echt genieten van de orgelklanken, zelfs al heb ik het orgel verruild voor de piano, maar gisteravond was ik er eigenlijk te moe voor. Ik zat dan ook af en toe met mijn ogen dicht tegen mijn lief aan te knikkebollen. Snurken deed ik niet, dus de mensen om me heen dachten vast dat ik met mijn ogen dicht zat te genieten.

IMG_4849 IMG_4845IMG_4844

Vandaag zijn we gaan fietsen. Mijn lief kwam het tochtje in De Telegraaf tegen: een rondje Kampen-Zwolle. Toen we vanmorgen vertrokken scheen hier het zonnetje al. Bij Kampen was het grijs, grijs en nog eens grijs. Heel even vroeg ik me af of dit weer goed voor mij was. Uiteindelijk snotter en hoest ik nog steeds. Nog vóór Zwolle brak de zon door en werd het heerlijk weer. In Zwolle hebben een restaurantje opgezocht en een heerlijk kopje koffie met gebak genomen. Daarna langs de andere kant van de IJssel weer terug naar Kampen gefietst. Onderweg hebben we op een bankje onze boterhammen opgegeten. Regelmatig klonk het “eet smakelijk” als er mensen voorbij fietsten.

Er zijn genoeg momenten dat ik het vervelend vind dat ik zo’n moeite met deze situatie heb. Dat ik iedere keer weer, als de kinderen van mijn lief hier het weekend zijn, voor mijn gevoel mijn huis een beetje kwijt ben. Mijn lief vindt dat ik niet moelijk moet doen over mijn gevoel. Sterker nog, ik mag dat zo voelen van hem. Ik maak er dus gewoon iedere keer maar weer het beste van en zorg er voor dat ik het zelf ook prettig heb in zo’n weekend.

Schutteren en twijfelen

Jonen pontje

Wij hadden al een flink eind gefietst en stonden te wachten bij het pontje van Jonen. Voor ons stond een al wat ouder stel. Hij in race outfit, helmpje op en fietshandschoenen aan. Zij in een gewone sportieve outfit, maar ook met helmpje en fietshandschoenen.

Met de fiets aan de hand liepen we de pont op. De oudere man in race outfit zette zijn fiets tegen de reling en pakte, uit de stuurtas, een tasje met daarin een fototoestel. Door de langsvarende boten wiebelde het pontje nogal. De man haalde, terwijl hij zijn evenwicht probeerde te bewaren, zijn fototoestel uit het tasje.

“Verder inschuiven”, klonk het achter ons. De man pakte verschrikt zijn fiets vast, want inderdaad was er voor hem nog ruimte. Het hele gezelschap schoof naar voren en de man pakte zijn fototoestel weer. Schuin achter ons stond zijn vrouw, die wilde hij fotograferen. Hij bedacht zich en maakte eerst een foto van de overkant en daarna nog snel één van zijn vrouw. De pont was inmiddels aan de overkant en haastig probeerde hij zijn fototoestel terug te stoppen in het tasje. Het ging niet zo soepeltjes, want het pontje wiebelde dat het een lieve lust was. Eindelijk was het voor elkaar en moest het alleen nog in de stuurtas.
Vol belangstelling volgde ik de activiteiten van de man en observeerde van opzij zijn vrouw. Zij keek naar hem, schudde haar hoofd alsof zij zeggen wilde: “Man, wat sta je toch altijd te schutteren. Doe toch eens een beetje normaal”.

“Die man is net ons huidige kabinet. Schutteren en twijfelen en overal net iets te laat mee zijn”, reageerde mijn lief.

Zoenen

zoenen

Gisteren zouden we eigenlijk een stuk gaan fietsen. Doordat we allebei ‘s morgens het een en ander te doen hadden werd het wat later dan gepland. De fietsdrager moest nog op de auto, dan de fietsen er allebei op. Het leek allemaal wat omslachtig. Voor mij te vergelijken met de keus tussen schilderen of tekenen. Schilderen vind ik teveel gedoe. Als ik ga tekenen pak ik het papier en de potloden en dat is dan ook het enige wat ik op hoef te ruimen. Maar dat even terzijde.

We besloten te gaan wandelen en reden naar St. Jansklooster, naar het bezoekerscentrum van “De Wieden”.  Van daaruit liepen we een tocht van 8,9 km. Beiden waren we wat stijf door de activiteiten van de dag er voor. Mijn lief had de hele dag geholpen met schilderen bij mijn dochter en schoonzoon in de zaak. En ik had de hele dag opgepast op mijn kleindochter van drie en kleinzoon van anderhalf. Veel bukken, door de knieën en tillen.

Af en toe zei één van ons: “Hebben we hier al eens gezoend?” Om vervolgens even stil te staan en elkaar te knuffelen. We doen dit vaker, ook als we thuis zijn en gewoon op de bank zitten. Maar ook tijdens “lastige” gesprekken. Gewoon om op die manier de druk van de ketel te halen. Zulke gesprekken zijn soms gewoon nodig. Leuk? Nee. Noodzakelijk? Ja.

DSCN3503

Terwijl we op een verlate weg liepen stopte ik met lopen, spreidde mijn armen en zei: “Hebben we hier al eens gezoend?” Dat hadden we niet, sterker nog, we waren daar nog niet eerder samen geweest. Als een stel verliefde pubers stonden we met de armen om elkaar heen en zoenden we elkaar. Een echtpaar fietste ons achterop en ineens hoorden wij de man zeggen: “Jullie zijn nog gek op elkaar. Dat kan je wel zien. Helemaal top!”. Ze wensten ons nog een fijne dag en fietsten ons voorbij.

Zo zoenen wij ons een weg door het leven dat, net als bij iedereen, zo z’n ups en downs heeft.

Vrijheid

De halve wereld staat in brand en wij fietsen over het eiland Texel. Ik ben me heel erg bewust van de vrijheid die wij hier hebben en onwillekeurig vraag ik me af hoe lang die vrijheid blijft bestaan. De berichten in de krant liegen er niet om. Vandaag lees ik een ingezonden stukje waarin iemand aangeeft dat het, door alle ellende die via de kranten en het journaal over je heen spoelen, iedere dag een gevecht is om jezelf te blijven en niet in de put te raken. 

Ik kan me bij deze schrijver aansluiten. Het is niet zo dat ik dagelijks moeite heb om uit die put te blijven, maar het houdt me wel bezig. Soms denk ik dat ik de kranten beter niet meer kan lezen. Maar steek ik dan niet mijn kop in het zand? En toch heb ik die krant opgezegd, want misschien is het voor mij wel voldoende om alleen naar het journaal van 20.00 uur te kijken. Dat is minder breed uitgemeten en ventileert ook niet de meningen van vele journalisten.

Maar goed, samen met mijn lief en zijn twee kinderen van twaalf en bijna elf, fietste ik gister over het eiland Texel. Het was droog en zonnig, maar er stond een stevige wind. Het was hard werken op de fiets. Ik kan merken dat mijn stiefkinderen dit soort activiteiten niet gewend zijn. Het is opletten geblazen voor mijn lief en mij. Ze moeten wennen aan de huurfiets, maar maken soms ook rare bewegingen. Bij kruisingen moeten wij uitkijken voor vier, want soms zijn ze geneigd om gewoon maar door te fietsen. Afstappen gaat ook niet altijd vlekkeloos en mijn achterwiel werd ook niet gespaard waardoor de oudste bijna van zijn fiets viel.  Hij lette even niet op en zag over het hoofd dat ik voor hem fietste. Tel daar de flinke wind bij op dan krijg je niet zomaar een fietstochtje. De jongste liet zich door de wind niet kennen en hield stug vol. Als het te zwaar werd schoot ze in haar fantasie. Dan was de fiets een paard en die was nog lang niet moe. Het werkte. De oudste liet af en toe de moed zakken en werd dan even stevig toegesproken.  Ik fiets en geniet, maar probeer me soms even af te sluiten voor de woordenbrij die de oudste aan één stuk door produceert. Ik wijs hem op het moois om hem heen, zodat hij niet alleen maar bezig is met die vervelende harde wind. Want dat is waar die woordenbrij uit bestaat. Iedere keer probeer ik een ander gespreksonderwerp aan te snijden,  zodat hij even afgeleid raakt van het probleem waar hij met fietsen op stuit. Het lukt aardig en er ontstaan korte gesprekjes, waardoor ik weer iets meer van hem begin te begrijpen.

11-08-2014 (8)

Het Juttersmuseum was ons eerste doel. Een mooie vergaarbak voor allerlei aangespoelde spullen. Je weet niet wat je ziet en helemaal niet wat je hoort als in een film een Jutter aan het woord is. Het zijn geweldige verhalen, maar allemaal hebben ze een serieuze ondertoon. “Die van het schip in nood en het redden van de opvarenden.” Het is goed dat zulke verhalen verteld worden. De manier waarop de Jutter dit deed was leuk. Hij schetste scènes die hilarisch waren, zodat we flink hebben gelachen. Op foto’s zien we een enorme hoeveelheid schoenen die met elkaar het woord “sportschoenen” vormen. Ze zijn van een containervracht die aangespoeld is. Maar ook rijen televisies, waar je natuurlijk niets meer aan hebt. En dan alles wat gewoon achterblijft op het strand. Lege flessen, aanstekers, lege pakjes sigaretten en zelfs schepjes en emmertjes. Waarom ruimen mensen hun zooi eigenlijk niet op?

11-08-2014 (18)

Na het Juttersmuseum rijden we richting Oudeschild, met de bedoeling een boottochtje te maken. Helaas, we zijn net te laat. De boten die nog varen zijn al weg. Er liggen nog twee boten die vanwege het weer niet afvaren. Eén van de bemanningsleden legt uit dat de meeste mensen groen en geel terugkomen en het onderweg alleen maar druk hebben gehad met het voeren van de vissen. Ha ha, met andere woorden: “Ze hebben kotsend over de reling gehangen”.  Het is er eigenlijk geen weer voor en om te voorkomen dat de meevarenden nooit meer op een boot willen varen ze gewoon niet. Geen nood, want wat in het vat zit verzuurt niet en we beloven ter plekke om een andere keer weer naar Texel te gaan. En één ding weet ik zeker, wat wij beloven doen we. We drinken ergens wat en gaan naar De Koog. Daar nemen we een kijkje op het strand en de jongste gaat schelpen zoeken. Een flink aantal gaat mee terug naar huis. Die kan ze mooi wassen en gebruiken voor één of ander knutselwerkje.

Met elkaar hebben we een leuke dag, maar ook allemaal een moe lijf. Kijk, en dat geeft nou niet, want we weten ook waar dat door komt. We hebben gewoon heel veel lichamelijke arbeid verricht.  Dan mag je ook moe zijn en daardoor in slaap storten. Dat hoort ook zo. Bij mij duurt het even voordat ik echt slaap, want ik ben nog steeds aan het opletten. Ik zie gaten in de weg waar we omheen moeten. Langsrazende auto’s die niet voor ons willen stoppen en besluit al deze gedachten maar gewoon op te ruimen en val in een droomloze slaap.