Tag Archives: egoïstisch

Kamperen

kamperen

Dit jaar ga ik kamperen? Ja, “ik” ga kamperen van de zomer. In mijn eentje, dat heb je goed gelezen. Natuurlijk zou ik graag met mijn lief samen gaan, maar dat is tijdens de zomervakantie niet aan de orde. Mijn lief gaat met zijn twee kinderen op vakantie. En nee, ik ga deze keer niet mee. Waarschijnlijk had ik dat veel eerder moeten bedenken, maar dat leek aldoor wat egoïstisch. En misschien is het dat ook, dat is dan maar zo.

Maar nu een vraag aan jou. Ben je wel eens op vakantie geweest met je lief en zijn jonge kinderen waarvan je de gebruiksaanwijzing bijna uit je hoofd hebt geleerd? Vervolgens ontdek je dat je elke vorm van privacy kan vergeten in een kleine stacaravan of vakantiehuisje. Weg eigen plek, weg stilte om je heen.

Na drie zomervakanties ben ik tot de conclusie gekomen dat dit niet werkt. Niet voor mij, maar voor de anderen waarschijnlijk net zo min. Tijdens de eerste vakantie verwachtte ik dat mijn stiefkinderen op een camping redelijk hun eigen gang zouden gaan. Dat ze daar vriendjes zouden vinden waar ze heerlijk mee zouden kunnen spelen. Tijdens de tweede vakantie had ik die illusie maar niet eens tevoorschijn gehaald om hem voor de derde vakantie weer op te poetsen en neer te zetten om bij voorbaat vast van te genieten. Want op een bungalowpark in Zeeland, waar een zwembad was en een jeugdhonk waar je van alles kon doen, moest dat toch lukken.

Helaas, mijn stiefkinderen zijn een ander soort kinderen dan ik zelf had toen ze op die leeftijd waren. De één wil de hele dag vermaakt worden. Het maakt niet uit waarmee, als we maar weg gaan en er niet over nagedacht hoeft te worden wat je zelf eventueel nog zou kunnen gaan doen. De ander is het huisje niet uit te branden. “Prima, zo’n andere omgeving, maar ik blijf hier binnen in mijn veilige cocon”, lijkt er gedacht te worden.

Vaak alleen op pad bleek het antwoord niet. Het weer zat niet mee en mijn vervoermiddel was mijn fiets. Met z’n vieren op pad betekende dat er één bij liep met het gezicht op zeven dagen onweer, tot bleek dat er toch ook wel iets leuks was, daarna weer zeven dagen onweer.

Ik trek het boetekleed aan en beken eerlijk dat ik dit niet kan, maar ook niet wil. Ik ben egoïstisch en wil kunnen genieten tijdens mijn vakantie. Geen vakantie-uitgave van twee gebruiksaanwijzingen uit mijn hoofd leren, omdat deze totaal anders blijken te zijn dan de gebruikelijke gebruiksaanwijzingen. Geen rekening houden met nukken, niet roepen: “Ga zelf eens op pad, ga op onderzoek uit in dit park”. Nee, ik ben een grote egoïst en eerlijk gezegd heb ik er ook schoon genoeg van om te doen alsof ik dat niet ben. Het zou anders zijn als het mijn eigen kinderen waren, maar dat zijn het niet, dus ga ik die afweging niet eens maken.

Ik ga kamperen, neem mijn boeken, mijn wandelschoenen, fiets en tekenspullen mee en weet zeker dat ik me prima zal vermaken. Mijn lief gaat met zijn twee kinderen naar een andere plek. Neemt ze op sleeptouw om ze toch wat van de omgeving te laten zien, neemt alle nukken voor lief en weet van te voren dat hij ze naar het zwembad zal moeten sturen om voor zichzelf een beetje privacy te hebben.

Misschien vallen jullie nu allemaal met een hele hoop kritiek over me heen. Doe maar, ik verander toch niet meer van gedachten. En weet je? Mijn lief staat achter mij, begrijpt het zelfs.

Help, hoe doe ik dat: Vakantie vieren?

Ik ben opgelucht. Gewoon omdat ik nu eindelijk weet hoe ik mijn vakantie moet gaan vieren.

Belachelijk dat ik daar zo over in heb gezeten en het alsmaar niet wist. Zeker als je  het afzet tegen de slachtoffers van de ISIS, of tegen de nabestaanden van degenen die in het vliegtuig zaten dat boven de Oekraïne is neergehaald. Vergeet dan vooral ook niet de Hamas versus Israel en ook de Oekraïne die niet bij Rusland wil horen, al denkt Poetin daar totaal anders over. Vergeleken bij dit soort wanhoop, problemen en ellende valt mijn probleem toch totaal in het niet. Ik zou me eigenlijk moeten schamen, maar toch zat ik hiermee in mijn maag.

En waarom nu toch eigenlijk? We gaan een weekje naar Zeeland en de kinderen van mijn lief gaan mee. Die zijn de laatste drie weken van de zomervakantie bij ons. Dat is logisch want dan is de boel mooi verdeeld tussen moeder&stiefvader en vader&stiefmoeder. Ik weet alleen inmiddels uit ervaring dat ik totaal niet uitgerust raak van zo’n weekje met twee kinderen van elf en twaalf. Overigens gaat die van twaalf maar mee van vrijdag tot zondag, want hij moet de maandag er na al weer naar school. Brugklas, groepsvorming en het direct starten met de lessen gaf weinig gelegenheid om hem deze week toch mee te nemen. Beetje sneu, maar dit had geen enkele moeder, stiefvader, vader of stiefmoeder kunnen voorzien: “Een basisschool en een school voor voortgezet onderwijs in dezelfde plaats, die er verschillende vakantieweken op na houden.” Hoe verzin je het?

En waarom raak ik dan niet uitgerust van zo’n weekje? Nou, gewoon omdat de tijd dat ik met kinderen van die leeftijd op vakantie ging, ver achter mij ligt. Kom zeg, mijn oudste is de dertig ruim gepasseerd, de jongste is zevenentwintig en daartussen zit er nog één van dertig. Ik ben met dit soort vakanties dus terug bij af. “Maar dat wist je toch, toen je hier aan begon?” is de reactie wanneer ik dit ventileer. Ja, ja, natuurlijk wist ik dat. Maar tussen weten en ervaren zit een groot verschil hoor. Ik herinner me de eerste vakantie met z’n vieren nog. We hadden een sta-caravan gehuurd op een camping. Het was een smal straatje en iedereen kon op iedereens bord kijken. Allemaal jonge gezinnen met zeer jonge kinderen. Ik voelde me totaal uit de toon vallen en was na de vakantie zó moe. Veel moeier nog dan voor de vakantie. Dat is niet goed, dus het tweede jaar pakten we het al anders aan. Na die vakantie was ik minder moe, maar nog steeds moe. Even heb ik gedacht dat het voor mij beter zou zijn om die week alleen weg te gaan.  Gewoon lekker in mijn eentje, zodat ik met niemand rekening hoef te houden.

Gelukkig begrijpt mijn lief al deze gevoelens, maar echt leuk leek het hem niet.  Na veel denken van mijn kant en veel praten van beider kanten hebben we toch best een goede oplossing gevonden voor die drie weken. De eerste week is mijn lief vrij en gaan we op mijn vrije dag met z’n vieren naar Texel. Gezellig met een garnalenboot mee, misschien nog naar Ecomare, of naar het Juttersmuseum. Daar zijn we nog niet helemaal uit. Op mijn andere vrije dag, in diezelfde week, ga ik gewoon lekker wandelen. Dan moet ik nog drie dagen werken en bemoei ik me helemaal nergens mee.

En dan, in Zeeland? Nou, kijk wij hebben bedacht dat we samen gaan ontbijten. Met z’n vieren dus en later in de week met z’n drieën. Dan drinken we nog lekker een kop koffie en daarna ga ik mijn eigen ding doen. Welk ding dan wel? Wandelen, het liefst een tocht van een km of twintig. Of ik fiets naar één van de omliggende dorpen om daar eens een kijkje te nemen. Maar misschien ga ik ook wel mijn kabouter verhalen corrigeren, want daar komt op het ogenblik helemaal niets van. Of misschien pak ik mijn tekenspullen weer eens op, want die liggen de laatste maanden in de la van mijn kast te verkommeren.  Om een uur of vier voeg ik me weer bij mijn lief en bedenken we wat we gaan eten. Misschien maken we wel iets voor een picknick op het strand. Na het eten kunnen we nog mooi een spelletje doen of een ommetje maken met z’n allen. Of we kijken een filmpje, maar wie weet zijn er ook wel leuke activiteiten voor een elf jarige. En natuurlijk ga ik gezellig mee naar het Deltapark Neeltje Jans. Wat dacht je dan?

En weet je, de laatste week is mijn stiefdochter op mij aangewezen. Dan is mijn lief, haar vader dus, alweer aan het werk. Voor die week heb ik heus wel een en ander bedacht wat zowel voor haar als voor mij leuk is. Bovendien komt mijn dochter met mijn kleinzoon en kleindochter ook nog een dagje langs. Daar kijk ik nu al naar uit.

En nu nog dat stemmetje het zwijgen opleggen dat alsmaar beweert dat ik egoïstisch bezig ben. Dat ik het eigenlijk voor iedereen leuk moet maken. Dat stemmetje dat vervolgens vergeet dat ik dan heel moe word en niet meer gezellig ben. Het wordt tijd dat ik dat stemmetje zijn stembanden doorsnijd.