Tag Archives: dochter

Verdronken vlinder

Ik heb met zoveel plezier aan dit liedje gewerkt. Je las het al in aha-nu-snap-ik-het/. Het liedje waarbij ik goed articuleer en overdrijf. Daar ging overigens iets grappigs aan vooraf, want mijn leraar had tijdens het vorderen van het liedje het nodige commentaar. Zo sprak hij een keer de eerste zinnen uit op z’n Amsterdams en vergeleek dit met de manier waarop Ali B rapt.

In de periode dat ik met dit lied bezig was kwam die uitspraak regelmatig boven. Ik besloot er een geheel eigen couplet bij te maken. Het begon met één zin en tijdens het boodschappen doen werd het couplet geboren. Thuis dook ik meteen achter de laptop en zette de woorden op papier:

So te sterfen op het water met de de sounf van Ali B
So maar drijfen na het fliegen –  drijf jij maar lekker mee
Ja ik wil gewoon wat chillen en is dat niet om te gille
Weet je wat, ik blijf maar singen en nog meer fan dat soort dinge
Alles wat ik wilde leren ben ik nou aan het probere 
En af en toe sit dat gewoon ook mee        
Nee niet sterfen op het water met de stem van Ali B

Tijdens het overdrijven van dit plat Amsterdams bedacht ik dat ik dit kon gebruiken om mijn ABN te overdrijven. Het kwartje viel en nadat mijn lief en ik de mini-opera “Le Nozze di Figaro” hadden gezien viel het kwartje nog een stukje verder en, hè hè, eindelijk begreep ik waarom dat overdrijven zo belangrijk is tijdens het zingen.

Nu ben ik bezig met “Liefs uit Londen” van Bløf en denk je dat ik dan automatisch meteen overdrijf? Welnee, weer krijg ik te horen dat ik beter moet articuleren. Tja, dan word ik een beetje knorrig van binnen en denk ik: “Wanneer zal dat niet meer tegen me gezegd hoeven worden?” Het is ook nog eens een heel lastig lied, dus het koste de nodige moeite om die akkoorden uit te werken en bovendien wisselde mijn tempo ook nogal eens. Ik oefen het dus met de metronoom aan om hiermee een innerlijke metronoom te bevorderen. Het gaat steeds beter, maar af is het nog niet. Leuk is het wel, reuzeleuk zelfs.

Nog even terug naar die vlinder. Voordat ik met dat lied aan de gang ging was mijn keus gevallen op “Honesty” van Billy Joël. Terwijl ik dat via Youtube beluisterde zag ik rechts op mijn scherm liedjes van Boudewijn de Groot voorbij komen. Ik heb twee jaar geen contact met mijn oudste dochter gehad, maar sinds een maand of wat is dat weer hersteld. En zij vertelde tijdens ons eerste bezoek dat zij veel bezig was met vlinders. Met de transformatie van rups naar vlinder en dat wij mensen ook transformeren. Het is niet de strekking van het liedje, maar toch was ik blij dat ik dit liedje gekozen had. Voor haar geldt ook dat zij geen vlinder hoeft te zijn om te kunnen leven.


		
Advertisements

Emoties

Mijn jongste dochter heet Anne. Wij noemden haar zo na het horen van het liedje van Herman van Veen. Dit liedje heeft dan ook een speciaal plekje in mijn hart. Toen mijn dochter klein was werd ze steevast boos als ik het begon te zingen. “Neehee!”, klonk het dan verontwaardigd en daar moest ik dan altijd stiekem een beetje om lachen. Overigens werd zij ook boos als ik een reclameliedje zong: “Salades van Johma, verrassend lekkere salades”. Dan klonk hetzelfde “Neehee”. Volgens mij had het niets met mijn zangkunst te maken, want bij andere liedjes werd ze niet boos, dan zong ze gezellig mee.

Sinds begin dit jaar heb ik, behalve pianoles ook ‘sing a song’ les. Zingen en je eigen begeleiding maken n.a.v. een akkoordenschema. In het begin een soort worsteling, omdat ik heel weinig van akkoorden weet. Inmiddels begin ik het te snappen en dat mag dan ook wel, want ook in de lessen van de Schumann Akademie word ik met akkoorden om de oren geslagen.

Inmiddels ben ik drie liedjes verder en heb ik Scarborough fair, Memory en Alone Again zo goed als onder de knie. Tijd voor een nieuw liedje dus. Tja, dat wordt dan weer een zoektocht, want heel erg thuis in dit soort muziek ben ik niet. Soms hoor ik toevallig iets op de radio waarvan ik denk  “Hé dat is ook wel leuk!” , maar dan kan het qua tekst niet. Eigenwijs genoeg dan wil ik het eigenlijk toch,  omdat ik de strekking van het lied best aandoenlijk vind. Maar ja, een mens kan niet alles hebben. Dus viel de keus op “Anne” van Herman van Veen.

Nooit heb ik er aan gedacht dat dit zoveel emoties met zich mee zou brengen. Ik luisterde naar het liedje en kreeg last van een dichtgeknepen keel en de waterlanders zaten meteen ook wel erg hoog. Hiermee bekroop mij meteen het gevoel dat het misschien niet handig is om juist dit liedje te willen zingen. De emoties laaien vooral op tijdens het refrein: “Anne, de wereld is niet mooi. Maar jij kan haar een beetje mooier kleuren. Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg, maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg.”

Anne is sinds anderhalf jaar mijn enige kind waar ik contact mee heb. De andere twee hebben mij in een hoek weggezet. En dat is waar de emotie bij dit liedje vandaan komt. En dan is het ook nog eens moederdagweekend. Anne kwam, samen met de kinderen, vorige week al vanwege moederdag. En dat is dan ook zoiets, want mijn andere vier kleinkinderen heb ik dus ook al anderhalf jaar niet gezien.
Vanmorgen belde Anne al heel vroeg om me een fijne moederdag te wensen. Ook dat is wel eens anders geweest. Want de laatste jaren had ik juist met haar het minste contact.

Er over uitweiden doe ik verder niet, er is gewoon ontzettend veel gebeurd de afgelopen jaren. Ik kan het ook niet goed uitleggen, krijg vaak het gevoel dat mensen meteen denken: “Tja, je zal het er misschien ook wel naar gemaakt hebben”. Maar er zitten echt altijd meerdere kanten aan een verhaal. En dan, je eigen moeder aan de kant zetten, ik zou het niet kunnen.

Ik wil het liedje zingen en ontdekte vanmiddag dat, als ik met dat akkoordenschema bezig ben, de emoties naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt me eigenlijk heel leuk als ik het een keer voor haar kan zingen. Of ik dat life kan weet ik niet, maar wie weet kan ik nog eens een link van een opname naar haar sturen.

Eerst maar eens kijken of ik die emoties kan parkeren.

Ruimte en vrijheid

 

ruimte-en-vrijheid

Probeer je eens voor te stellen dat je in je huiskamer zit en er loopt ineens een vreemde door de gang en gaat in de keuken een boterham smeren. Vervolgens komt er een meisje je kamer binnen en gaat gewoon gezellig bij je zitten.

Ik persoonlijk zou er niet aan moeten denken.

Mijn dochter heeft, met haar twee kinderen, bijna een jaar zo gewoond. Ze deelt een flat met een andere gescheiden vrouw die ook een kind heeft. Gelukkig bestaat die constructie anders had ze haar benen onder andermans tafel moeten steken. Vorig jaar was de wachtlijst nog drie maanden. Vandaag de dag blijkt die wachtlijst voor zo’n gedeelde woning een jaar te zijn.

Mijn dochter heeft de grootste slaapkamer als zit-slaapkamer en haar kinderen delen één slaapkamer. Er is een gezamenlijke keuken, badkamer en toilet. Haar huisgenote heeft de woonkamer als zit-slaapkamer en haar dochter heeft de andere slaapkamer. Soms moeten mijn dochter en haar huisgenote tegelijk koken. Zie je het voor je? Maar het is niet anders tot ze vorige week hoorde dat ze een eigen flat krijgt. Eind van deze maand kan ze al verhuizen en ze is de koning te rijk. Toen ze me belde om het te vertellen sprongen spontaan de tranen in mijn ogen. Ik heb met haar meegeleefd en heb ook regelmatig gezien wat moeilijk het is om in zo’n kleine ruimte goede moed te houden. Echt waar, ik heb mijn petje voor haar afgenomen.

Als ik die ruimte nu eens doortrek naar het verpleeghuis, waar de dementerenden ook in vrijheid moeten kunnen leven. Dat is het thema wat de overheid dit jaar bedacht heeft en het resultaat bij ons is dat alle deuren open moeten blijven. Er is één deur met een code en laatst is die door een bewoner gekraakt, dus werd de code veranderd. Verder zijn alle deuren open en de dementerenden met loopdrang hebben alle vrijheid om rond te lopen. Bekaf zijn zij aan het eind van de dag. Het lopen begint vaak al aan het eind van de nachtdienst. Dan komen de eerste twee in pyjama, vaak op blote voeten, al rondlopen.
Er zijn dementerenden die er helemaal niet goed tegen kunnen dat iedereen maar in- en uitloopt. Ze zich afvragen wat al die mensen in hun huis doen. Op zo’n moment moet ik ook altijd aan mijn dochter denken.

Vrijheid voor dementerenden is voor mijn gevoel wat tegenstrijdig. Zij worden gescreend en krijgen een BOPZ status. Dat betekent groen licht voor Bijzondere Opname Psychiatrisch Ziekenhuis. Ofwel een gesloten afdeling omdat zij voor zichzelf en anderen een gevaar vormen.

Tegenwoordig mogen zij overal rondstruinen en degene die dit al te enthousiast doen hebben een dwaalsensor. Deze gaat af zodra zij in de BOPZ gang lopen. Hoezo vrijheid? Als ze per ongeluk door de klapdeur met code verdwijnen worden zij door ons terug gehaald. Er zijn er die dat helemaal niet willen en boos worden.

Wij, het personeel, nemen het soms al te letterlijk. We laten ook kastdeuren of de deuren van de bergruimte open. Scheelt een handeling, want de werkdruk wordt alleen maar groter. Laatst liep ik zo’n bergruimte in om iets op te ruimen. Ik nam niet eens de moeite om het licht aan te doen. Terwijl ik iets terug zette zag ik vanuit mijn ooghoeken iets bewegen. Geschrokken keek ik nog eens goed en deed het licht aan. Daar zat ze, met haar broek op haar enkels op een po-stoel die niet gebruikt werd. Helaas zat er geen po en je raadt het al: Poep op de grond. Stel nou dat ik niet in die ruimte had hoeven wezen dan had één van ons de boel op een gegeven moment zó aangetroffen. We zouden geen idee gehad hebben van wie dat was en die mevrouw liep dan nog gewoon rond met vieze billen en vieze handen. Tja, je moet ergens je billen mee schoonvegen.

Later diezelfde dag, zag ik een bewoner met rolstoel en al in de voorraadkast, die ook al niet dicht was. Hij had een pak sap opengemaakt en aan zijn mond gezet.

Onze eigen schuld. Wij hadden die deuren wel dicht moeten houden, maar ja, het is zoveel makkelijker om dat niet te doen. Scheelt een handeling, zoals ik al zei.

Maar even terug naar al die deuren die wel open moeten blijven en stel je dan eens het volgende voor: Je zit in een rolstoel en kan daarmee goed uit de voeten. Je zoek naar de uitgang en trippelt de hele dag door de gangen.

“Zuster, kom ik zo bij de uitgang?”

“Ja, als u die gang neemt, of die andere komt u bij de uitgang. Deze gang loopt dood, dus daar heeft u niks aan.”

“Hartelijk dank, zuster.”

Een kwartier later herhaalt het tafereel zich. En iedere keer is ze weer dankbaar dat we haar de weg wezen naar de uitgang.