Tag Archives: decorumverlies

Muziek voor ouderen

muziek voor ouderen

Soms haal ik zelf iets aan en als het dan zover is ben ik geneigd om te denken: “Waarom ben ik hier ooit aanbegonnen?” Dat gevoel ontstond gisteravond, een kwartier voordat ik naar De Hof van Meden zou vertrekken, ook.

De piano stond al klaar en de vrijwilliger wachtte mij op. In de ruimte zaten al twee dames op leeftijd. Dat kan ook niet anders, want ik ging een uurtje pianomuziek verzorgen in een verzorgingshuis. Tja, daar wonen nu eenmaal geen jongeren. Omdat het nog geen tijd was om te beginnen, knoopte ik een praatje aan met de dames en al gauw bleek dat één van de twee ontzettend doof was. Toen ik haar vroeg of zij van pianomuziek hield keek zij mij eens aan en zei: “Ach ik ben doof en hoor er toch niets van”. De andere dame vertelde dat zij altijd de hele dag Classic FM aan heeft staan. Kijk, dat gaf weer hoop.

Nadat de ruimte langzaamaan gevuld was met publiek startte ik met twee rustige en ook wel wat bekende stukken. Om rustig met snel af te wisselen speelde ik daarna “De minutenwals van Chopin”. Eerlijkheidshalve liet ik het publiek weten dat ik dit stuk niet red in één minuut. Ik doe er toch wel wat langer over. Tot grote hilariteit van iedereen zei iemand: “Ach kind, dat geeft niet hoor. Bij ons gaat alles ook steeds langzamer.”

Nog niet eens halverwege het stuk ontstond er een woordenwisseling tussen twee dames. Fluisteren wordt schijnbaar lastig als je ouder wordt, dus op luide toon hoorde ik het volgende:

“Dat kan je toch niet maken, zomaar weggaan tijdens het spelen”.

“O ja, en waarom niet? Dat moet ik toch zelf weten?”

“Nou ik vind het hoogst onbeleefd”.

“Nou en? Ik wil gewoon liever een boek lezen.”

Je raadt het al. Ik raakte hiervan even uit mijn concentraties en bedacht dat ik dit had kunnen weten. Al vaker heb ik gemusiceerd in verpleeg- en verzorgingshuizen. Bij het ouder worden ontstaat er toch lichtelijk een soort van decorumverlies. Men praat op luide toon soms gewoon dwars door de muziek heen.

Jullie denken nu misschien: “Dat doet ze dus nooit weer”. Helemaal fout, want het was heel leuk om te doen. Na ieder stuk werd geapplaudisseerd. En na ieder stuk zei ook steevast een van de aanwezigen: “Ik vind ‘kun je zingen, zing dan mee’ eigenlijk veel leuker.

Al met al een leuke en ook wel hilarische ervaring. Ik ga er vast nog een keer spelen en hoop dan een dwarsfluitist enthousiast te maken zodat we aan samenspel kunnen doen.

Advertisements

Na zestig jaar gedwongen uit elkaar

Iemand had deze link facebook gedeeld en nadat ik het stukje gelezen had deelde ik ‘m ook nog eens. Het is inderdaad schrijnend wanneer mensen, na 60 jaar huwelijk, uit elkaar gehaald worden vanwege gezondheidsproblemen. Wat ik op het moment van lezen vergat, is dat dit niet nieuw is. Zoals ik het las leek het een noodkreet op alle bezuinigingen in de zorg.

Onderweg van mijn werk naar huis volgde ik een programma op de radio. Hierin kwam het bovenstaande ook aan de orde. De mannelijke helft van het echtpaar blijkt aan de ziekte van Alzheimer te lijden. Dat is een vorm van dementie en zoals de meesten weten leven dementerenden in hun eigen werkelijkheid. Dat is meestal niet de onze en daardoor botst dat in het dagelijks leven. Ze zijn niet “betrouwbaar” meer, weten vaak niet wat ze doen, vergeten waar ze mee bezig waren, weten de weg niet meer in hun vertrouwde omgeving. Kortom, ze worden helaas een gevaar voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Overbelast

Partners van Alzheimerpatienten raken maar al te vaak overbelast. Ze kunnen de zorg niet meer aan, zijn vaak de gevangene van deze partner. Alleen laten, om zelf even een boodschap te kunnen doen, gaat niet. Ze meenemen is ook geen oplossing, want het zijn net kleine kinderen: je komt oren en ogen te kort. Wanneer de partner eenmaal overbelast is volgt heel vaak een spoedopname van de dementerende. Zo’n spoedopname is voor niemand leuk. Voor de dementerende zelf niet, maar ook voor de partner of kinderen is het vaak een regelrechte ramp. De dementerende mens is meestal boos, wil niet blijven, is voortdurend op zoek naar de uitgang.

De kurk

En nee, dit is niet leuk. Voor niemand! Dat ben ik me heel goed bewust. Ik heb gewerkt op een afdeling waar dit soort spoedopnames voorkwamen. Het leven van zo iemand raakt totaal ontwricht. In eerste instantie is de mantelzorger, vaak de partner of één van de kinderen, opgelucht. Eindelijk wordt er goed gezorgd voor de dementerende. De opluchting slaat al gauw om wanneer de dementerende enorm boos blijkt te zijn. Bovendien lijken ze in een vreemde omgeving veel erger te dementeren dan in hun vertrouwde omgeving. Was thuis houden dan toch een betere optie geweest? Nee, want de mantelzorger was immers overbelast. En zoals de verpleeghuisarts daar vaak terecht opmerkte tegen de mantelzorger: “U bent de kurk waarop alles drijft. Dat is een wankel evenwicht”. Bij overbelasting blijft deze kurk duidelijk niet meer drijven.

Decorumverlies

Gebeurt dit uit elkaar halen alleen wanneer iemand dementerend raakt? Nee, absoluut niet. Wat dacht je van mensen die een hersenbloeding krijgen? Zij worden na een ziekenhuisperiode overgeplaatst naar een revalidatie afdeling en in negen van de tien gevallen daarna naar een verpleeghuis. Naar een somatische afdeling. Ook dan kan de partner niet mee verhuizen. Zou zo’n partner dat dan echt willen? Waarschijnlijk wel, maar een verpleeghuis is hier niet op ingesteld. Bovendien vraag ik me heel serieus af of iemand met zijn partner mee wil verhuizen naar een psychosomatische afdeling, ook wel gesloten afdeling genoemd. Daar woon je dan als “normaal” iemand tussen de dementerenden. Ik denk echt dat je daar zelf helemaal gek wordt. Wonen tussen mensen die verward zijn, niet meer weten wat ze doen, duizend keer hetzelfde vragen, niet meer weten dat ze al gegeten hebben, niet onder de douche willen, handelingen eindeloos repeteren om nog maar te zwijgen over het decorum verlies waar dementerenden vaak aan lijden:  “Gebit uit de mond halen tijdens het eten om dit schoon te likken, plassen in een hoek van de kamer, met de mond open eten en dus smakken, met de handen eten en soms het eten door elkaar kneden omdat ze het niet meer als eten herkennen”. Ik gun dit niemand, maar zeker niet degene die niet dementerend is.

 Privacy

Maar hoe zou jij het vinden als je met je partner in een verpleeghuis woont en je hebt zelf geen zorg nodig. Het maakt niet uit of dit op een somatische of psychosomatische afdeling is, want op beide afdelingen komt de verzorgende met de regelmaat van de klok je kamer in: Om je partner te helpen met wassen en aankleden, vanwege de toiletgang, om koffie of thee te brengen. Hoezo privacy? Die heb je dan niet meer. Ook ’s nachts komt er een verzorgende langs, gewoon om te kijken of je partner nog in bed ligt, of om zijn urinaal te legen of hem te helpen in een prettigere houding te liggen. Daar wordt je dan zelf ook wakker van, althans dat lijkt mij zo.

Enorm moeilijk

Het is heel naar als je na 60 jaar gedwongen uit elkaar moet, maar die 60 jaar halen veel mensen niet eens. Misschien is het beter om terug te kijken op de tijd die je samen had en alle goede dingen koesteren.

Makkelijk gezegd? Ja, dat is makkelijk gezegd en ontzettend moeilijk om te doen, maar misschien wel het enige verstandige.