Tag Archives: bril

Haat – liefde

Mijn bril; ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Het liefst zou ik brilloos door het leven gaan. Dat heb ik ook van mijn 20e tot mijn 40e gedaan. Toen droeg ik lenzen.

bril

Wat brillen betreft ben ik net de prinses op de erwt. Zo’n bril voel ik de hele dag. Is het niet aan mijn neus, dan wel achter mijn oren. Ik zie ‘m ook de hele dag. Hoezo dat dan? Nou, ik kijk tegen de randen van mijn bril aan. Met lenzen heb je dat in ieder geval niet. Met bril wel, want buiten die randen wordt de wereld wazig.

Iedere nieuwe bril betekent voor mij een hele periode wennen. Hoe voelt ‘ie op mijn neus, en hoe achter mijn oren. Waar knelt ‘ie en als ‘ie niet knelt dan zakt ‘ie voor mijn gevoel van mijn neus. En dan nog dat het zien van de randen van de bril. Dat is bij iedere nieuwe bril ook weer anders. Kortom, ik ben een vreselijke zeur als het om brillen gaat.

De laatste nieuwe bril spande de kroon. Eén die er best luxe uitzag, en waarvan ik dacht dat ‘ie heerlijk zou zitten. Zo eentje die niet van je neus glijdt. Dan komt het moment dat ik zo’n nieuwe bril ophaal, deze op mijn neus zet en denk: “Oeps, dit is wel heel anders. Bij deze kijk ik veel meer tegen de randen aan. Daar moet ik aan wennen, hou ik mezelf dan voor.

Na één dag nieuwe bril had ik hoofdpijn. De neusvleugeltjes duwden in mijn neus en ik had er flink rode plekken van. “Als dat maar geen decubitus wordt”, dacht ik nog. Na twee dagen had ik aan de rechterkant van mijn hoofd ook pijn.

Ik weet nog dat ik dacht, tijdens het pianoconcert wat mijn lief en ik bijwoonden, “zouden al die brildragende mensen zo’n last van hun bril hebben?”

Na drie dagen heb ik andere neusvleugeltjes laten plaatsen. Dat scheelde, althans dat dacht ik. Na een week heb ik de bril in de brillenkoker gedaan en mijn oude bril opgezet. Deze bril bracht hoofdpijn door mijn hele hoofd. Mijn hele schedel deed zeer. Ik kon een ander montuur uitkiezen, dus van die mogelijkheid ging ik gebruik maken. Het werd een lichtgewicht montuur. Zo één die, in ieder geval zonder glazen, bijna niets weegt. Met glazen woog ‘ie nog steeds heel weinig. Zelfs minder dan mijn oude bril.

Mooi, dat was opgelost. Ja, dat dacht ik. Niets was minder waar. Mijn neus deed zeer, ik voelde de poten van de bril boven mijn oren en na verloop van tijd ook achter mijn oren. Weer een gang naar de opticien. Er werd gebogen en verbogen en de bril leek beter te zitten. Helaas, nu had ik het gevoel dat ‘ie van mijn neus zakte. Helemaal als ik aan het werk was en op mijn hurken iemands veters strikte. Dan lag die bril nog net niet op die schoen. Mijn hoofd zeurde de hele dag en ik was constant bezig de bril af te zetten en weer opnieuw op te zetten. Een aantal keer ben ik ‘m weer op nieuw af laten stellen, waarna ik hoopte dat ik ‘m niet de hele dag zou voelen.

Alle andere signalen negeerde ik verder. Ik had heel helder zicht, zo helder dat aan het eind van de dag zelfs m’n oogkassen zeer deden. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat ik de blauwe borden langs de snelweg niet goed kon lezen. Iedere witte letter leek een extra randje te hebben. “Ik moet mezelf gewoon de tijd geven om te wennen”, hield ik mezelf voor.

Tot ik het zat was en mijn oude bril weer opzette. Weg waren alle kwalen. Het gebruikelijke bleef, ik keek tegen de randen aan, ik voelde ‘m op de neus, maar dit voelde vertrouwd. Dat voel ik al jaren.

De sterkte van mijn glazen was gelijk gebleven, alleen mijn cilinderafwijking was met een kwart toegenomen. En ineens besefte ik dat dit misschien wel de boosdoener was van mijn hoofdpijn en gezeur met dat nieuwe montuur. Ik ging weer terug naar de opticien met dit verhaal. Er werd gemeten vanaf de sterkte van mijn oude bril. Van daar uit werd die cilindersterkte opnieuw bepaald.

Uiteindelijk krijg ik nu dus dezelfde glazen als ik al in mijn oude bril had. Aan één kant wel praktisch, kan ik ze allebei dragen.

Weet je wat wel gek is? Tijdens het meten gaf ik zelf een sterkere cilinderafwijking aan. Niet die kwart meer, maar zelfs driekwart meer. Maar deze keer werd ook nog een keer gemeten toen ik met beide ogen keek. Toen gaf ik aan dat ik niet die driekwart cilindersterkte wilde. Ook niet die kwart, maar gewoon mijn oude cilindersterkte. Dat was voor mijn ogen het rustigst.

En weet je waar ik nu zojuist vandaan kom? Juist ja, bij de opticien. Mijn oude bril zit prima hoor, maar ik was ineens een neusvleugeltje kwijt.

 

Help, ik word blind

bijna-blind

“Is het dit beter, of slechter?” vroeg de opticien. Met mijn rechter oog leek het alsof ik door een beslagen raam keek. Het werd niet beter, wat zij ook deed. Ik raakte toch wel wat vertwijfeld, maar vroeg me tegelijkertijd af of het vlekje op mijn lens groter was geworden. Dit had ik in ieder geval nog nooit meegemaakt. De opticien was bepaald niet geruststellend, zij vond dat ik meteen een afspraak met de oogarts moest maken, want ik zag nog maar voor 70% met mijn rechter oog.

Ik dacht terug aan de vraag die gesteld werd tijdens mijn opleiding voor verpleegkundige: “Wat zou je kiezen? Blind of doof?” Een belachelijke vraag, want niemand wil tussen een van beide mogelijkheden kiezen. Toch moesten we hier een antwoord op geven en dit onderbouwen.

Ik koos voor blind omdat ik dan nog geluiden zou kunnen horen. Misschien kon ik dan zelfs nog piano blijven spelen, alhoewel ik daarvoor afhankelijk ben voor de noten die op schrift staan. Improviseren kan ik niet, maar mogelijk zou ik dat kunnen leren als ik eenmaal blind zou zijn. Aan de andere kant bedacht ik dat doof zijn de mogelijkheid open zou houden om te kunnen tekenen en schilderen. Zie je wel, het is niet iets waar je een keus voor kan maken.

Deze week ging ik weer naar de opticien voor een oogmeting. Eerlijk gezegd zag ik er als een berg tegenop. Die uitspraak van twee jaar geleden zat nog ergens verstopt in een la van het kastje in mijn hersenen. Het gekke is dat ik bijna 100% bleek te zien met mijn rechteroog. Ja, met bril dan hè? Toen de meting gedaan was kreeg ik zo’n maffe opticienbril op en ineens was het beslagen raam verdwenen. Ik ben nog naar de oogarts geweest na die tijd, maar dat was omdat ik daar toch al een afspraak had vanwege de verhoogde oogboldruk waar ik erfelijk mee belast ben. De oogarts lachte om mijn verhaal en zag niets vreemds aan mijn oog. Het vlekje was niet groter geworden, zodat ik het hele voorval in dat laatje stopte. Tot deze week dus.

Daar zat ik, te wachten op het vonnis dat ik weer bijna blind zou worden. Het was dezelfde opticien als twee jaar geleden en ik vertelde het haar meteen. Ze liet me mijn verhaal doen en zei: “Maar dan was mijn reactie dus eigenlijk verkeerd. Ik maakte u ongerust en dat is niet de bedoeling. Goed dat u het zegt, want hier leer ik van.”

Het gekke was dat ik deze keer totaal geen last had van de beslagen raam toen mijn rechter oog werd opgemeten. “Het kan glasvocht geweest zijn. Dat beweegt in uw oog en het kan zijn dat het vorige keer precies op de plek zat waar u doorheen moest kijken bij de oogmeting.” Kijk, van zo’n uitleg word ik blij. Ik vind eerlijk gezegd dat artsen, verpleegkundigen, tandartsen en noem maar op altijd veel te weinig uitleggen, waardoor je heel vaak met vragen blijft zitten. Of misschien vraag ik te weinig, dat kan natuurlijk ook.

De oogmeting volgde: “Wordt het zo beter of slechter?” Verschrikkelijk vind ik dat, want soms zie ik geen verschil. Of het gaat zo vlug dat ik vraag of ze nog een keer terug. Maar het komt ook voor dat ik op dat moment net met mijn ogen knipper. Dan weet ik het helemaal niet meer. Ik voel me dan ook altijd erg onhandig en zelfs ongelukkig. Net alsof ik een examen aan het doen ben en van te voren weet dat ik ga zakken.

Ik besloot ook dit gevoel maar prijs te geven en was helemaal verrast over het antwoord: “U zit op zo’n moment op de grens van wel/niet en ik moet proberen te achterhalen wat het beste is. Zo zit u ook op de grens van wel of geen cilinder. Het is een beetje twijfelachtig, maar door steeds verder te vragen of dingen te herhalen kan ik bepalen wat voor u het prettigst is.”

Goh, dacht ik, zo simpel is het dus. Misschien dat mijn ervaring als 14-jarige mij nog dwars zat. Want ook die komt uit het laatje springen op zo’n moment. Daar zat ik, en ik kreeg op die leeftijd mijn eerste oogmeting. Vertwijfeld en ook wat geïrriteerd riep de oogarts toen: “De ene keer wil je wel een cilinder en de andere keer niet. Kijk nou eens goed en denk eens even na!” Dat hakte er in, want het gaf mij het gevoel dat ik iets fout deed. Nu vraag ik me af waarom die oogarts toen zo reageerde. Misschien had hij slecht geslapen, of ruzie met zijn vrouw of was hij gewoon overwerkt.

Maar blind word ik dus niet en over twee weken heb ik mijn nieuwe bril. Wat, niet één maar twee. Altijd leuk zo’n actie waarbij de tweede bril helemaal gratis is.