Schotland 2018 – Beestjes, allemaal beestjes.

DSCN6007

We hebben werkelijk een fantastische vakantie gehad en we gaan in de toekomst vast vaker naar Schotland. Dat is iets wat we zeker weten, maar dan kiezen we wel een ander seizoen if een noordelijker gebied, want al die steekbeestjes, dat is een verhaal apart.

midgets250px-Tabanidae_-_Haematopota_pluvialis

Ooit, in een vorig leven had ik een echtgenoot die voor mij de insectenbeten opving. Ik kan me nog wandelingen herinneren waarbij de kinderen en ik achter hem aan liepen met maaiende armen om alle horzels en dazen bij hem weg te jagen. Dat was voor mij dus een voordeel, maar het woog toch niet op tegen alle nadelen die ik tijdens dit huwelijk tegenkwam.

Mijn lief heeft schijnbaar ander bloed, want tegenwoordig ben ik de gebeten hond. Ik trek insecten aan alsof ik een pot stroop ben. Zo eindigde ik onze vakantie met zo’n 60 insectenbeten. Het begon met de midges midges . Daar hadden we over gelezen, we hadden ons voorbereid en Skin So Soft van Avon gekocht. Een huidolie die als bijwerking heeft dat het de midges op afstand houdt. Dat werkte perfect, want we zagen ze rondvliegen, zo klein als ze zijn, maar ze besloten niet op onze huid te landen. En toch ben ik behoorlijk gestoken door ze, en wel op mijn hoofdhuid. Ja, daar smeer je nu eenmaal geen huidolie op. Ik was zo dom om in de tuin van de cottage te gaan zitten met mijn schetsboek, ingesmeerd met die huidolie maar met onbedekt hoofd. Daar begon het mee, ik zag de midges om mijn hoofd vliegen en heb er nooit aan gedacht dat ze onder mijn haar zouden steken. Daar bleek ik ‘s avonds heel wat bultjes te hebben, maar ook in mijn haargrens. Zowel in mijn nek als op mijn voorhoofd en er zat er zelfs één op mijn ooglid. Vervelende jeukbultjes waren het. Oké, dat werd dus een hoedje en dan nog wel met Schotse ruit en daarmee was dat probleem opgelost.

DSCN6129

Maar dan al die andere steekbeesten en vooral die dazen. Die lieten zich niet verjagen door de Skin So Soft huidolie. Nee, die bleek alleen te werken bij de midges. Aangezien het na twee dagen ontzettend warm werd in Schotland, wat natuurlijk een heerlijk cadeautje was, vermeerderde het aantal insecten zich al snel. We zaten in een bosrijk gebied en zelfs als we hoog op een berg waren bleken er nog steeds van die rotbeesten rond te vliegen. Mijn lief verjoeg ze zodra hij er eentje in mijn buurt zag. Het was bijna geen doen. Dit vroeg om een oplossing en gelukkig hadden we de “Deet” roller bij ons. Dat smeerden we dan ook kwistig over onze armen, benen, hals en gezicht. Het hielp wat, bij mijn lief meer dan bij mij. Dagelijks kwamen er zo’n vier tot zes insectenbeten bij. En het vervelende is dat ik nogal allergisch reageer en flinke bulten krijg die jeuken en tegelijkertijd pijn doen. Vooral als ik ‘s nachts wakker werd leek het alsof ik elke bult afzonderlijk voelde. Als ik er aan krabde vanwege de jeuk hield ik er een schrijnend gevoel aan over. En midden in de nacht betreurde ik het dat ik mijn allergie tabletten niet had meegenomen. MAAR DIE KAN JE KOPEN HOOR, ZELFS IN SCHOTLAND, bedacht ik de volgende ochtend. Dus na het hoedje werden er allergietabletten aangeschaft en dat gaf verlichting. Een uur na inname had ik vrijwel geen last meer van al die vervelende verschijnselen. Kijk, het hield natuurlijk niet de insecten op afstand, want ik kreeg er iedere dag weer insectenbeten bij, maar het was niet hinderlijk meer.

Wat leuk is, is dat je ineens een bijwerking aan de “Deet” roller ontdekt. Ik was in mijn kuit gestoken, het deed zeer en het jeukte. Mijn lief vond dat het tijd werd om nogmaals de Deet roller te gebruiken. Wat bleek? Door die roller over de beet heen te halen verdween de jeuk. Van zulke bijwerkingen hou ik wel.

Maar waarom trok je eigenlijk geen lange broek aan en een shirt met mouwen en zo? Ik hoor het je denken. Dat heb ik op één zo’n warme dag gedaan en wat bleek? ‘s Avonds had ik op mijn schouderblad zo’n beet of vier en op mijn heup zaten er ook nog eens drie. Die dazen steken gewoon door je kleding heen. Je voelt ze dan niet zitten, dus ze krijgen ook alle gelegenheid. Dan kan ik toch gewoon beter in korte broek en hemdje rondlopen?

Waar ik echter niets van begreep was dat ik ook insectenbeten op mijn voet had. Tussen twee tenen, op mijn grote teen en op mijn wreef. Hadden die zich in mijn wandelsokken verstopt, of in mijn wandelschoenen? Ik heb daar werkelijk nooit met blote voeten rondgelopen, had eigenlijk alle dagen mijn wandelsokken en -schoenen aan.

IMG_8099

Maar echt, verder hebben we een geweldige vakantie achter de rug en inmiddels zijn alle insectenbeten zo’n beetje verdwenen, op een paar na.

 

Advertisements

Liefs uit Londen

 

Bijna tien jaar geleden, ik zong toen nog in het waterlandskamerkoor en behaalde het diploma voor verpleegkundige. Ik gaf mezelf een stuk of wat zanglessen cadeau. Wat nerveus ging ik naar de eerste zangles. Een jonge vrouw stond me op te wachten en liet met wat inzing oefeningen doen. Daarna kreeg ik de tekst van “Liefs uit Londen” mee. Dat moest ik maar mee gaan zingen met een youtube filmpje.

Ik vond het helemaal niets en na twee lessen gaf ik aan dat dit niet was wat ik zocht. Ik wilde gewoon zangoefeningen en iets klassieks zingen. Daar had de docente niet veel kaas van gegeten, bovendien kon ze wat ik zong niet op de piano begeleiden. Toch zette ik dit door en tijdens de laatste les zong ik twee liederen uit de Schubert cyclus waarbij de piano docent van de muziekschool werd opgetrommeld om me te begeleiden.

Nu bijna tien jaar verder zing ik “Liefs uit Londen”. Door mijzelf uitgekozen en het was een interessante weg om te gaan: De begeleiding uitzoeken, het ritme goed te pakken krijgen want ik moest het zelfs met metronoom zingen thuis. Een geweldig liedje vind ik het. Na wat uitzoekerij bleek het gemaakt te zijn naar aanleiding van een bordspel “Reis om de wereld”. Zelf gaf ik er een andere betekenis aan, waarschijnlijk ingegeven door mijn werk in het verpleeghuis. Ik stelde me zo voor dat ik ziek in bed lag en mijn partner op reis ging. Hij zou mij kaartjes sturen en op die manier aan mij denken en zo zou ik een klein beetje met hem meegaan.

De opname is gemaakt toen ik meedeed aan een Open Podium in Zwolle. Ik was als eerste aan de beurt en speelde Bach op de vleugel en daarna zong ik Liefs uit Londen.

Eigenwijs

 

‘s Avonds wil hij in bed stappen en nee, hulp heeft hij niet nodig. Het in bed stappen mislukt. Hij valt met zijn bovenlichaam op bed en ligt er op zijn knieën voor.

Nee, hij wil geen hulp van mijn collega, hij kan dit prima zelf. Uiteraard lukt het hem niet om op te staan en in bed te gaan. Hij wil uiteindelijk liever op de grond liggen met een kussen onder z’n hoofd, want hij heeft wel vaker op de grond geslapen.

‘s Nachts hebben ze het na veel gedoe voor elkaar gekregen dat hij op het matras op de grond wilde slapen.

De volgende dag maak ik hem wakker voor zijn medicatie. Natuurlijk ligt hij prima, maar dat hij op de grond ligt komt wel doordat mijn collega gewoon wegliep en geen zin had om hem te helpen.

Met de collega’s van die dag hebben wij wel direct besloten dat wij niet aan hem gaan trekken, duwen of tillen. Hij zal met de passieve lift van de grond moeten worden getild. Maar dat wil hij niet. Dat is al vaker geprobeerd, dat werkt bij hem niet, toen viel hij er uit. Hij gaat het zelf proberen want hij weet het beste hoe hij het moet doen.

eigenwijs

Mijn collega en ik lopen af en toe naar binnen om te vragen of wij hem kunnen helpen.
“Ik wil mijn slippers aan, dan gaat het beter.”

“Als je mijn rolstoel even daar zet dan kom ik wel overeind.”

Elke suggestie van onze kant wordt van de hand gewezen, want hij weet echt wel hoe hij dit moet doen. Hij reageert zo nu en dan met een sarcastische sneer zodat het voelt alsof wij een soort onbenullen zijn.

Aan het eind van de ochtend ligt hij met zijn benen onder het bed en probeert hij zich nog steeds overeind te helpen. Dat hij zichzelf tegenwerkt zeg ik maar niet, want dat is natuurlijk niet waar.

Hij eet tussen de middag op zijn zij liggend zijn boterham en drinkt uit een tuitbeker. Liever wilde hij een gewoon glas, maar ik liet weten dat het of die tuitbeker werd of niets. Geen geklieder met jus d’orange in een gewoon glas terwijl hij bijna op zijn rug ligt.

Hij wil naar de wc, maar is al totaal incontinent van urine en eigenlijk is alles zo’n beetje nat.
“Ik wil u wel naar de wc helpen, maar dat kan alleen als u overeind komt.”

“Dan laat ik alles wel lopen en ruïneer ik het beddengoed.”

Om 13.30 uur lijkt hij wat bij te draaien. We besluiten om hem, al wil hij dit niet, met de passieve lift van de grond te tillen. Er zit niets anders op, want we kunnen dit ook niet aan de avonddienst overlaten. Dat laat de bezetting niet toe.

Hij werkt al mopperend mee, en we moeten hiervoor opletten en zorgen dat we dàt niet omver stoten, want dat kostte wel € 2.400,–. We reageren er niet op en zorgen er voor dat hij op bed komt.
“Dit is toch een stuk comfortabeler, vindt u ook niet?” zegt mijn collega.

“Nee hoor” is zijn reactie.

Je zou er bijna wurgneigingen van krijgen, van zoveel eigenwijsheid.

Ik ruim nog wat op in zijn kamer, pak schone kussens en voorzie ze van een kussensloop.
“Waar wilt u deze?” Hij geeft de nodige aanwijzingen en het duurt even voordat het goed is. Uiteindelijk legt hij alles weer net iets anders neer, want ik begreep er niets van.

Wanneer ik de kamer uitloop hoor ik hem zeggen: “Nou, bedankt hè!”

Rustige patienten

Hij woont al jaren bij ons in het verpleeghuis.

Gisteren vertelde hij dat hij eigenlijk piloot had willen worden, maar van zijn vader moest hij voor arts studeren. Zijn broer wilde arts worden en werd piloot.

Een zware studie en uiteindelijk koos hij ervoor om patholoog anatoom te worden. Nachten lang studeerde hij op de anatomie.

rustige patienten

“Waarom koos je voor deze specialisatie?”

“Ik vond het prettig dat de patienten allemaal zo rustig waren.”

De broodmaaltijd

Een poosje geleden werkte ik een avonddienst op een andere afdeling. Aan de routine daar ben ik niet gewend en bewoners hechten daar wel aan. Meestal grap ik dan maar dat ik gewoon maar wat doe en vaak kunnen ze er dan wel om lachen.

Ik schonk eerst voor iedereen drinken in waardoor er nogal wat tumult ontstond, want ja, ze hadden nog geen brood. En waar was het beleg en waar bleven hun pillen.
Behalve deze consternatie bleken ze zich ook nog eens allemaal met elkaar te bemoeien. Het “bemoei je er niet mee”, “kijk effe naar jezelf ” en “moet jij nodig zeggen” was niet van de lucht. Een kleuterklas zou hier nog iets van kunnen leren.

Eén van de bewoners wilde nog een beschuit, maar wist niet wat ze er op wilde.
“Wilt u er sjem op?” vroeg mijn collega.

“Sjem? Sjem? Wat is dat?”

Jam

Haar hardhorende buurvrouw schoot haar te hulp en schetterde: “Sjem, je weet wel, dat rooie spul in een glazen pot!!”

“O, jam (uitgesproken zoals je het schrijft), ja dat lust ik we

Miljonair

tegenvaller

Het is er, het begin van mijn miljoen. Ik spaar, of liever gezegd ik bespaar en het voelt zo ontzettend dom dat ik dat niet eerder ben gaan doen. Het scheelt per anderhalve week toch gauw een euro of negen. Als ik het goed bereken is dat ongeveer € 315,– op jaarbasis.

Nu ik het zo opschrijf lijkt het net niets, in ieder geval niet het begin van een miljoen. Maar toch, ik bespaar het maar mooi. Waarmee dan in vredesnaam? Nou, niet met mijn pianolessen, ook niet met de studie aan de Schumann academie. Ook niet met minder roken, zoals je al eerder kon lezen.

Ik ben gewoon iets minder hard gaan autorijden. Op het stukje A6 van Emmeloord naar Lelystad en weer terug, mag je 130 km/u rijden. Dat deed ik dan ook fanatiek en soms, of eigenlijk meestal, reed ik nog iets harder. Haast om op mijn werk te komen, nog meer haast om weer thuis te zijn.

De laatste paar maanden rij ik 120 km/u en sindsdien doe ik langer met mijn tank benzine. Met mijn Fiat Panda kan ik op een tank ruim 100 km meer rijden. Dat is toch mooi anderhalf keer naar mijn werk heen en terug. Ik ben dus al die tijd een dief van mijn eigen portemonnee geweest. Zo ontzettend dom!

Ik moest er wel aan wennen dat ik door Jan en Alleman ingehaald werd. Meestal vloog ik in mijn Fiat Panda de rest voorbij, want zo’n Panda kan hard hoor. Het gebeurde ook regelmatig dat de automobilist die ik inhaalde hier wat sacherijnig van werd en bij het zien van mijn Panda direct zijn snelheid verhoogde, waardoor mijn inhaalactie helaas mislukte.

Tegenwoordig laat ik iedereen racen en denk ik bij mezelf: “Stelletje suffe dieven van jullie eigen portemonnee!”

Slavernij

hersenen

Als ik met zijn ochtendmedicatie binnen kom zit hij in zijn onderbroek op de rand van zijn bed.

“Dat was toch erg hoor, die discriminatie in Amerika. Gisteravond was er een programma op televisie en als je dan zag hoe die mensen behandeld werden. Verschrikkelijk!

Kijk, de slavernij was tot daar aan toe. Die mensen moesten hard werken, maar werden verder goed behandeld. Maar  discriminatie, verschrikkelijk.”

Afwezig

afwezig

Ik ga wat afwezig door het leven deze week. Met mijn hoofd ben ik er niet helemaal bij. Mijn lief merkt het ook op. Hij vertelt mij iets en nog geen vijf minuten later vraag ik hem naar iets wat hij vlak daarvoor vertelde. Beetje balen lijkt me dat.

Afwezig loop ik ook over straat. Op de automatische piloot naar de Jumbo terwijl ik naar de opticien wilde om mijn neusvleugeltjes te vervangen.
Gedachteloos lees ik de krant, maar opslaan wat ik lees is er niet bij.

Gek, ik dacht dat ik helemaal niet zo met het huiskamerconcert bezig was waar ik zondag aan mee doe. Schijnbaar toch wel en helemaal overtuigd ben ik als ik ‘s nachts droom. Een wat vreemde droom, maar wel met een helder signaal: “Ik ben wel degelijk in mijn hoofd bezig met het huiskamerconcert.” Vandaar mijn “afwezigheid”.

Ik ging naar pianoles. Daar is niks vreemds mee, want dat doe ik wekelijks. Maar in mijn droom had ik mijn oudste dochter mee en dat slaat werkelijk nergens op. In mijn tas had ik allerlei boeken gepropt, maar mijn “pianobril” was ik vergeten.

Aangekomen bij het huis van mijn leraar leek niets op hoe het daar is. Perzische kleedjes in de kamer, oude antieke meubelen. Een beetje zoals bij mijn lerares in Purmerend, maar toch ook weer niet helemaal.
Het was er druk, er waren meer mensen. Wat die daar deden was me niet duidelijk. Ze kregen geen les, misschien was het een openbare les. Die heb ik nog nooit gehad overigens.

De vleugel was vervangen door een harmonium en daar kreeg ik les op. Toen ik de boeken uit mijn tas haalde bleek er een boek over Schotland tussen te zitten. Daar had ik wel een verklaring voor, want we hadden de dag er voor een reis naar dat land geboekt. De bedoeling was dat ik uit dat boek zou spelen. Oeps, mijn “pianobril”, waar was die gebleven? Niet mee, maar dat gaf niet, want de plaatjes in het boek over Schotland kon ik zonder die bril prima zien.

Van mijn pianoleraar kreeg ik een preek dat ik beter voorbereid op les moest komen. Niet zomaar van alles in mijn tas proppen zonder er bij na te denken. “Het voorbereiden zit ‘m al in je tas inpakken en onderweg je vast concentreren op wat je  ga spelen.

Ik verontschuldigde me en legde uit dat ik mijn tas snel ingepakt had voordat ik naar mijn werk ging. Na mijn werk kon ik het net redden om op tijd op les te zijn. Ja, voorbereid was ik bepaald niet in deze droom.

Hoe bedoelt u, inlevingsvermogen?

 

hersenen

Met z’n achten leven ze samen op een afdeling in het verpleeghuis. Alle acht met Niet Aangeboren Hersenletsel. Van enig inlevingsvermogen is geen sprake, ze dulden elkaar en hebben het regelmatig met elkaar aan de stok.

Soms rijden ze te dicht langs elkaar heen met hun rolstoel en meteen is het korte lontje ontstoken. Bam! Ruzie!

Soms probeert de een de ander te benaderen. Meestal een poging uit eigen belang om aandacht van de ander te krijgen. Bam! Ruzie!

Soms maakt iemand een grapje en ja hoor: Bam! Ruzie! Het kost ons de nodige energie om het allemaal in goede banen te leiden.

Tijdens mijn avonddienst, vorige week, had ik zomaar even tien minuten over waarin ik eigenlijk niets kon doen. Het was wachten tot het tijd was tot ik de bewoner die overal vaste tijden voor heeft, naar bed kon helpen. Ik besloot even bij hem te gaan zitten en knoopte een gesprekje aan.
“Wat heb jij vandaag allemaal gedaan?”

Hij moest er even diep over nadenken en eerlijk gezegd doet hij ook niet veel op een dag. Hij rijdt een beetje achter ons aan in zijn rolstoel om ons er op te wijzen dat het bijna tijd is om iets voor hem te doen.  De ene keer doet hij dat fanatieker dan de andere keer. Het ligt er een beetje aan hoeveel tijd wij kwijt zijn bij een ander rond de tijd dat hij geholpen moet worden. Steevast hoor je dan: “En ik dan? Ik moet ook geholpen worden. Moet ik dan weer wachten?”

Meestal moet hij inderdaad wachten, want dan is het nog niet zijn afgesproken tijd. Wijken we daarvan af, dan is het hek van de dam. Dan past hij zich naadloos aan bij dit nieuwe tijdstip.

Zo zaten wij even samen te praten, want ja, hij had beneden koffie gedronken, toen een andere bewoner zijn rolstoel draaide en er bij kwam zitten. Foute boel, gezicht op zeven dagen onweer, want dat was de bedoeling niet.

“Goeienavond …….”, zei de andere bewoner.

“Ja dahag!” was zijn reactie.

“Je kan ook gewoon goeienavond terug zeggen. Dat is wat mensen doen, dat is vriendelijke. De een zegt de ander gedag en dan doet de ander dat terug.

“Goeienavond!” kwam er toen, weliswaar geïrriteerd, uit zijn mond.

De andere bewoner ging nog verder en stak hem zijn hand toe.

“Geef hem maar een hand hoor. Je gaf mij net ook een hand.

Hij stak hem zijn hand toe en de ander zei: “Nu zijn we weer kameraden!”

“Ja dahag! Mooi niet” en hij reed weg, waardoor de andere bewoner zijn kans waarnam en mij zijn verhaal wilde doen.

Jammer, maar mooi niet, dacht ik op dat moment, want toen was het tijd dat ik die ene bewoner naar bed kon helpen.