Drank maakt meer kapot dan je lief is

Drank maakt meer kapot dan je lief is

Hij begint zijn dag met wat blikjes bier. Daarna worden ze verstopt zodat hij zich kan verbeelden dat wij het niet door hebben. Natuurlijk is hij nooit dronken en wat weten wij daar nou eigenlijk van. Nee, die zusters verbeelden zich dat ze echt alles weten en overal verstand van hebben.

Hij heeft een scootmobiel aangeschaft, of gekregen, dat weet ik niet precies. Het ding stond er ineens en dat wij het niet raadzaam vonden wanneer hij daarop ging rijden begreep hij niet. Hij moest wat lessen nemen bij de ergotherapeut. Natuurlijk was het niet vertrouwd, maar daar wilde hij niets van weten.

Gisteren, tijdens de broodmaaltijd, was hij boos. “Ik mag niet op mijn scootmobiel rijden. Gek zijn ze hier. Waar bemoeit iedereen zich eigenlijk mee”. Hij mocht er van mij even over mopperen, maar na drie keer wisten zijn tafelgenoten en ik het wel en ik verzocht hem er over te stoppen. Normaal gesproken vindt hij mij een lieve zuster, maar nu even niet. “Jij bent al net zo’n kreng!”

Na het eten verdwijnt hij meestal naar zijn kamer en belt hij rond een uur of half negen dat hij zijn zwachtels en korset af wil. Deze avond bleef het stil ik besloot rond een uur of negen maar eens een kijkje te gaan nemen. Kamer leeg, wel een rollator èn een rolstoel, maar geen scootmobiel.
Hè, verdorie nu was hij toch op dat ding weg gegaan. Het nachthoofd gebeld om dit te laten weten. Het is een open instelling, dus iedereen kan gaan en staan waar hij wil. Als hij echt niet boven water kwam zou ze de politie bellen.

Om kwart voor tien kwam hij de lift uit in zijn scootmobiel. Er liep een vrouw naast die zich de weg liet wijzen door hem. Ze kwam op mij af en stelde zich voor als medewerker van een kroeg niet ver bij het verpleeghuis vandaan.
“Hij is van zijn scootmobiel gevallen. Er was iets met zijn katheterzakje. Het was stuk of lek dacht hij en hij wilde het laten zien. Doordat hij zich naar beneden boog viel hij van de scootmobiel af. Zijn broek is helemaal nat, dus het zakje zal echt wel lek zijn. Ik ben maar even met hem mee gelopen, al wilde hij dat niet.”

Ik bedankte haar en zei dat ik naar hem toe zou gaan.

“Zou hij wel zonder vallen van zijn scootmobiel af kunnen komen?”

“Dat is wel de bedoeling. Mensen die op een scootmobiel rijden worden geacht hier zelf op en af te kunnen.”

Met een rood hoofd liep hij schommelend door zijn kamer. Hij begreep er niets van en kon er uiteraard ook niets aan doen. Zijn broek was nat en in zijn schoen voelde het ook nat. Ik maakte de broek los, en vroeg hem op de rand van zijn bed te gaan zitten. Eerst de broek uit, daarna zijn sokken en een steunkous, die ook drijfnat was. Daarna zijn zwachtels van zijn andere been, die gelukkig nog droog waren. Zijn katheterzakje had zo vol gezeten dat het op de naad geknapt was. maar dat alles daardoor nat was geworden begreep hij niet.
“Je had beter je katheterzakje even kunnen legen voordat je weg ging.”

“Ja, dat is weer mooi achteraf gepraat.”
“Dat is zo, maar als je van te voren even nadenkt hoef je niet achteraf te praten.”

Ik had makkelijk praten, want hij kon er toch echt niets aan doen.

Tja, drank maakt meer kapot dan je lief is, zelfs je katheterzakje.

Emoties

Mijn jongste dochter heet Anne. Wij noemden haar zo na het horen van het liedje van Herman van Veen. Dit liedje heeft dan ook een speciaal plekje in mijn hart. Toen mijn dochter klein was werd ze steevast boos als ik het begon te zingen. “Neehee!”, klonk het dan verontwaardigd en daar moest ik dan altijd stiekem een beetje om lachen. Overigens werd zij ook boos als ik een reclameliedje zong: “Salades van Johma, verrassend lekkere salades”. Dan klonk hetzelfde “Neehee”. Volgens mij had het niets met mijn zangkunst te maken, want bij andere liedjes werd ze niet boos, dan zong ze gezellig mee.

Sinds begin dit jaar heb ik, behalve pianoles ook ‘sing a song’ les. Zingen en je eigen begeleiding maken n.a.v. een akkoordenschema. In het begin een soort worsteling, omdat ik heel weinig van akkoorden weet. Inmiddels begin ik het te snappen en dat mag dan ook wel, want ook in de lessen van de Schumann Akademie word ik met akkoorden om de oren geslagen.

Inmiddels ben ik drie liedjes verder en heb ik Scarborough fair, Memory en Alone Again zo goed als onder de knie. Tijd voor een nieuw liedje dus. Tja, dat wordt dan weer een zoektocht, want heel erg thuis in dit soort muziek ben ik niet. Soms hoor ik toevallig iets op de radio waarvan ik denk  “Hé dat is ook wel leuk!” , maar dan kan het qua tekst niet. Eigenwijs genoeg dan wil ik het eigenlijk toch,  omdat ik de strekking van het lied best aandoenlijk vind. Maar ja, een mens kan niet alles hebben. Dus viel de keus op “Anne” van Herman van Veen.

Nooit heb ik er aan gedacht dat dit zoveel emoties met zich mee zou brengen. Ik luisterde naar het liedje en kreeg last van een dichtgeknepen keel en de waterlanders zaten meteen ook wel erg hoog. Hiermee bekroop mij meteen het gevoel dat het misschien niet handig is om juist dit liedje te willen zingen. De emoties laaien vooral op tijdens het refrein: “Anne, de wereld is niet mooi. Maar jij kan haar een beetje mooier kleuren. Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg, maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg.”

Anne is sinds anderhalf jaar mijn enige kind waar ik contact mee heb. De andere twee hebben mij in een hoek weggezet. En dat is waar de emotie bij dit liedje vandaan komt. En dan is het ook nog eens moederdagweekend. Anne kwam, samen met de kinderen, vorige week al vanwege moederdag. En dat is dan ook zoiets, want mijn andere vier kleinkinderen heb ik dus ook al anderhalf jaar niet gezien.
Vanmorgen belde Anne al heel vroeg om me een fijne moederdag te wensen. Ook dat is wel eens anders geweest. Want de laatste jaren had ik juist met haar het minste contact.

Er over uitweiden doe ik verder niet, er is gewoon ontzettend veel gebeurd de afgelopen jaren. Ik kan het ook niet goed uitleggen, krijg vaak het gevoel dat mensen meteen denken: “Tja, je zal het er misschien ook wel naar gemaakt hebben”. Maar er zitten echt altijd meerdere kanten aan een verhaal. En dan, je eigen moeder aan de kant zetten, ik zou het niet kunnen.

Ik wil het liedje zingen en ontdekte vanmiddag dat, als ik met dat akkoordenschema bezig ben, de emoties naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt me eigenlijk heel leuk als ik het een keer voor haar kan zingen. Of ik dat life kan weet ik niet, maar wie weet kan ik nog eens een link van een opname naar haar sturen.

Eerst maar eens kijken of ik die emoties kan parkeren.

Nooit te oud om te leren

nooit te oud om te leren

Hij is van Afghaanse afkomst en heeft vrijwel altijd pijn in zijn onderlijf. Zijn benen doen niet meer mee en het lijkt mij afschuwelijk als je daar dan op zo’n manier nog meer last van hebt. “Pijn is niet fijn”,  is wat hij dagelijks een aantal keer zegt.

Tot voor kort deed ik altijd op een verkeerde manier zijn kousen aan. Het zijn geen sokken, ook geen steunkousen, maar het is wel materiaal wat steun biedt aan zijn onderbenen. Iedere keer weer begon hij te roepen dat ik hem vermoord had. Steevast reageerde ik met de uitspraak dat hij erg veel lawaai maakte voor iemand die ik net vermoord had. Daar kan hij gelukkig om lachen.

Op een ochtend liet hij weten dat een andere collega dit veel beter kon, maar ja die werkte die dag niet. Ik besloot haar maar eens te vragen hoe zij die kousen dan bij hem aantrok, als we toevallig weer een keer samen aan het werk waren. Ze legde het me uit en het bleek doodeenvoudig de manier te zijn waarop ik meestal bij iemand de steunkousen aantrek.

De eerste keer dat ik dit op deze manier deed was hij helemaal gelukkig. “Wilmaatje, je kan het, hoe kan dat?” Ik liet hem weten dat ik dat geleerd had van de collega die hij had genoemd. Zij is jong, jonger dan mijn jongste dochter en ik vond zijn reactie verrassend: “Wilmaatje, wat goed dat jij, als oudere vrouw, iets wil leren van iemand die nog zo jong is.” Ik moest er stiekem om lachen, want ja, als iemand je in één adem Wilmaatje en oudere vrouw noemt is dat toch wel bijzonder.

Een poosje heb ik gedacht dat “Wilmaatje” kleinerend bedoeld was. Ik heb het hem maar gewoon gevraagd en hij schrok er van. Zo bedoelde hij het niet, hij vond mij gewoon een aardige zuster. Tegenwoordig word ik dus vaak begroet met: “Dag Wilmaatje, eh grote Wilma, oudere dame”.  Dan schieten we allebei in de lach.

En tja, waarom zou ik niet iets willen leren van iemand die veel jonger is? Als het een betere manier is, zodat iemand geen pijn heeft zou het toch gek zijn als ik dat achterwege liet.

Chopin meets The Blues

Chopin

Daar zaten we dan, de culturele elite van Emmeloord zoals Peter Beets ons noemde, op het podium in Het Voorhuys. Het was waarschijnlijk wat jammer voor het Peter Beets Trio, want de zaal was niet uitverkocht. Verre van dat, het hele gezelschap paste op het podium in een halve cirkel om het trio en de twee klassieke zangeressen heen. Petje af voor de reactie van Peter, want het moet toch een teleurstelling zijn geweest. Hij vond het geweldig dat wij de stap hadden gewaagd om naar het optreden te komen.

Dat vonden wij achteraf zelf eigenlijk ook wel. Ik was best nieuwsgierig naar wat er zou ontstaan wanneer klassieke zangeressen hun liederen zouden zingen terwijl het Peter Beets Trio er een Blues lijn onder zou improviseren. Zo’n klassiek lied krijgt dan een hele andere uitstraling die evengoed mooi is. En dat meen ik echt, het kreeg schwung en werd er ‘warmer’ van.

Peter vertelde over de akkoordenschema’s waar hij aan gewerkt had. Dat klonk mij bekend in de oren, want sinds ik aan Sing a Song doe werk ik, of liever worstel ik, ook met akkoordenschema’s. Op een ander niveau hoor, dat geef ik grif toe. Weet je, als het trio de intro speelde klonk het echt geweldig en ook tijdens de begeleiding van het lied klonk het mooi. Er ontstond een ander soort sfeer dan dat zo’n lied normaal gesproken heeft.

Maar dan kwam het tussenspel en dat begon eigenlijk iedere keer met het mee stampen van de schoenen van de pianist. Eigenlijk begrijp ik nu pas waarom er onder de vleugel waar ik les op heb een kleed licht. Je zal de hele dag leerlingen over de vloer krijgen die mee stampen. Daar word je als pianoleraar helemaal gek van, denk ik. Maar goed, dat even terzijde.

De pianist raakte op zo’n moment helemaal op dreef en het leek alsof hij niet meer kon stoppen met improviseren. Beide zangeressen keken elkaar dan ook vertwijfeld aan alsof ze wilden zeggen: “En wanneer mogen wij nu weer?” Hij stampte maar door en riedelde er flink op los op de piano. Als ik heel eerlijk ben leken de improvisaties bij de verschillende liederen wel erg op elkaar.

Dezelfde loopjes in een andere toonsoort en verder had het dan voor mijn gevoel ook niets meer met het lied te maken wat gezongen werd. Er zat zelfs niets in wat een beetje af te leiden was van het lied en dat vond ik dan toch wel jammer, want in het voorspel was dit wel te herkennen.

In de pauze verkocht het trio cd’s en dat liep niet geweldig, zo liet Peter weten. Hij vond dat jammer en zo besloten zij een prelude van Chopin te laten horen die ook op de cd stond.

Het intro was duidelijk herkenbaar, inderdaad één van de preludes van Chopin. Een poosje ging dit goed tot hij weer begon mee te stampen en er iets heel anders kwam wat voor mij niet hoorbaar was als iets wat nog met Chopin te maken had. Dat gevoel werd nog eens versterkt toen hij de drummer een solo liet spelen. Het was werkelijk geweldig drumspel, maar het was niet duidelijk wat het met Chopin’s prelude te maken had, maar de drummer genoot er zelf enorm van. Ook hij wist van geen ophouden. De hele prelude duurde op deze manier toch gauw een kwartier.

Tijdens één van de liederen kreeg de bassist een knikje en ook hij mocht een stukje solo improviseren. Zijn vingers leken wel los te zitten zo flierefluiterden ze over de snaren en het was mooi, maar ook dit had niets meer met het lied te maken. Bovendien raakte ik wat gespannen en zat op het puntje van mijn stoel om toe te kunnen snellen wanneer hij met bas en al naar voren zou struikelen, zo gevaarlijk leunde hij over het instrument heen om ergens beneden de snaren te beroeren. Gelukkig liep dit allemaal goed af en ging hij weer rechtop staan. Dat scheelde weer een heldendaad voor mij. Eigenlijk ook wel wat jammer, want dan had ik misschien de krant wel gehaald.

Ik denk dat jullie inmiddels wel begrepen hebben dat Blues niet helemaal mijn ding is, maar gelukkig hing er wel een mooie kroonluchter.

Een handkus

 

handkus

Hij is nog jong, net zo jong als mijn jongste dochter en zij wordt dit jaar dertig. Zij is gezond, hij ligt de hele dag in bed en is afhankelijk van onze zorg en krijgt een aantal keer per dag sondevoeding.

Aan het hoofdeind van zijn bed staat een grote passpiegel in een bepaalde hoek, zodat hij via die spiegel kan zien wie er zijn kamer binnenkomt en wat er op de gang gebeurt. Elke dag is hij blij met kleine dingen en hij lacht als ik iets doms doe, al is het maar dat ik iets vergeten ben mee te nemen.

“Oeps, ik moet je sonde doorspoelen, maar ik ben vergeten om een beker water te pakken. Domme Wilma!”

“Ja” roept hij en lacht.

“Heb ik nu alles? Nee, nu ben ik weer vergeten een schone broek voor je te pakken. Moet je weer wachten tot ik terug ben. Ik ben vast nog niet helemaal wakker.”

Iedere keer wanneer ik klaar ben met zijn verzorging zeg ik: “Nu even kijken of je mij wel kan zien” en ik verplaats zijn spiegel iets, zet ‘m iets schever en loop dan naar de deuropening.
“Ja, ik kan jou zien. Dan kan je mij ook zien!”

Hij lacht en ik blaas een handkus zijn kant op. “Vangen!”