Moord en brand schreeuwen

moord en brand schreeuwen

Geduld heeft hij niet. Aan zijn vaste tijden houdt hij stevig vast. Zo stevig dat hij vaak al een half uur van te voren aan het schreeuwen slaat. Dan heeft hij hulp nodig, anders komt hij te laat. Waar hij te laat komt? Bij het ontbijt, of bij de warme maaltijd of om te slapen. Als de gang van zaken ook maar iets afwijkt raakt hij van streek. Ook als hij gedoucht of gewassen wordt schreeuwt hij moord en brand. Het moet sneller, of hij mag niet te lang staan van de regering. En het ligt ook altijd aan ons, want hij schreeuwt omdat wij het niet goed doen, of in ieder geval niet snel genoeg.

Hij heeft een licht verstandelijke beperking, is autistisch en heeft door een hersenbloeding ook nog eens Niet Aangeboren Hersenletsel. Tja, maar dan kan hij toch niets aan zijn gedrag doen? Zo dacht ik ook een hele poos. Inmiddels ken ik hem bijna een jaar en ontdekte ik wat openingen.

Zijn bril was kapot. Die ligt ‘s nachts op zijn nachtkastje en deze had hij in een boze bui kapot gemaakt. Het was een dure bril, dus zijn familie was hier niet blij mee. Ik besloot eens te kijken of wij hem met hem af konden spreken dat hij zijn bril, naast zijn beker op zijn bureau zou leggen. Mijn collega en ik herhaalden deze afspraak die dag een aantal keer. Ook liet ik het hem zelf een aantal keer hardop herhalen.

Het bleek ‘s nachts even een probleem te zijn geweest, maar er werd volgehouden. Zijn bril ligt nu al weken niet meer op zijn nachtkastje en dat geeft geen problemen. Reden voor mij om met meer dingen te experimenteren. Kleine dingetjes die het leven voor iedereen wat aangenamer maken.

‘s Morgens schreeuwde hij tot we hem om half acht kwamen helpen. Dat moet toch anders kunnen, redeneerde ik. Zo liep ik op een gegeven moment bij hem naar binnen en sprak ik met hem af dat ik over vijf minuten terug zou komen en dat hij in die tijd niet zou schreeuwen. Natuurlijk lukte dat niet op stel en sprong, dus na vijf minuten kwam ik uiterst teleurgesteld bij hem: “Ik heb me aan de afspraak gehouden, maar jij niet. Dat vind ik niet eerlijk. Dat moet anders. Morgen gaan we het weer oefenen.”

Inmiddels weet hij heel goed hoe de afspraak is en hoor ik hem wel mopperen en zuchten, maar hij schreeuwt niet meer.

Verder uitbouwen dus. Als hij aangekleed in zijn rolstoel zit moet het liefst meteen alles opgeruimd, inclusief de actieve lift. Dan heb je dus je handen vol, laat je iets liggen dan begint hij te schreeuwen. Stukje bij beetje oefende ik met hem dat ik eerst de was en zijn vieze inco ging opruimen, want ja, die inco stonk. De actieve lift liet ik dan bewust staan, want mijn handen waren vol. Het werkte op dezelfde manier en de eerste keer schreeuwde hij moord en brand dat ik iets was vergeten. Toen ik terugkwam hielp ik hem er weer aan herinneren dat we een afspraak hadden en dat ik me daaraan gehouden had. Ook liet ik weten dat ik het toch wel jammer vond dat hij dat niet had gedaan. Sinds kort schreeuwt hij dan niet meer en vraagt hij zelfs: “Het ik goed gewacht?” Dan prijs ik hem de hemel in, want complimenten ontvangen vindt iedereen leuk.

Het laatste wat ik met hem geoefend heb en wat hij best snel onder de knie heeft is dat zijn raam open gaat als hij gedoucht is en gaat onbijten. Eerder was dat absoluut geen optie, want al schreeuwend ging hij dat raam meteen weer dicht doen. Tegenwoordig zeg ik: “Ik zet je raam open. Als jij je ontbijt op hebt mag je het dicht doen.” Dan gaat hij zuchtend en steunend richting de huiskamer, maar hij schreeuwt niet.

Soms laat hij bij zo’n afspraak weten dat hij het best moeilijk vind. Dan zeg ik: “Dat begrijp ik en dat mag je ook moeilijk vinden. Ik vind ook wel eens iets moeilijk.”

Advertisements

Hé, ik ben helemaal niet gek

introvert

In de krant las ik een artikel dat over mij ging. Niet letterlijk natuurlijk, maar ik lees hierin over mezelf. Ik ben introvert en dat staat voor mijn gevoel haaks op het willen optreden met zang en piano, op het willen exposeren met mijn schilderwerk. Door het artikel begrijp ik dat dit samen kan gaan, want als introvert ben ik in het goede gezelschap van Obama, Lady Gaga, David Bowie en J.K. Rowling. Allemaal mensen die je niet direct het stempel introvert zou geven.

Voor “anderen”, niet introverte mensen is het dus handig om het volgende te weten:

  • Ik hou van stilte om me te kunnen concentreren.
  • Ik heb soms moeite om duidelijk of snel, dat laatste zeker, te communiceren.
  • Ik kan meer dan ik meestal laat zien.
  • Ik heb oog voor detail en langere processen.
  • Ik begrijp graag precies waarom ik iets doe en wat daar het nut van is.
  • Ik kan lastig delegeren en doe dus meestal te veel (inmiddels voor een groot deel afgeleerd).
  • Ik blijf liever doorwerken dan dat ik socialize. Dat betekent dat ik werk als de rest van het team een team-uitje heeft.
  • Ik functioneer goed met weinig supervisie en werk ook graag zelfstandig.
  • Ik heb een hekel aan competitie.

Groepen vind ik een gedoe, vandaar dat ik altijd een hekel aan school heb gehad. Niet vanwege het leren, want dat doe ik nog steeds graag, maar vanwege dat groepsgebeuren. Ik heb daar niks mee, kan daar niks mee en wil daar ook niks mee. Na een half uur denk ik al gauw: “Wat doe ik hier eigenlijk?”

Ik profileer mezelf niet en eigenlijk vind ik dat “men” gewoon oog moet hebben voor wat ik kan. Dat dit niet werkt in deze wereld is me wel duidelijk. Vandaar dat ik zelf achter het exposeren ben aangegaan, want ik wil wel degelijk dat er gezien wordt wat ik kan. Vandaar dat ik mezelf weer heb opgegeven om mee te werken aan een concert. Dit keer een benefiet concert voor Bangladesh. Vandaar dat ik laatst mijn leidinggevende een mail heb gestuurd met observaties over werkdruk. Ik roep dat soort dingen niet in een bespreking. Al helemaal niet als mijn collega’s dan beweren geen last te hebben van werkdruk, maar op de werkvloer vervolgens op hun tandvlees blijken te lopen.

Heel lang heb ik met mezelf geworsteld, uiteindelijk gewoon mezelf geaccepteerd zoals ik ben maar soms wel de vraag bllijven stellen of het wel normaal was. En nu ik dit gelezen heb weet ik waarom ik ben zoals ik ben. Ik ben blij met mezelf en als de niet introverten mij niet begrijpen wordt het tijd dat zij bedenken dat ik hen ook niet altijd begrijp, maar daar verder geen mening over heb.

En zo fijn: “Mijn lief herkende zichzelf ook in het artikel”. Zo makkelijk als je dat van jezelf en elkaar weet.

Onderhandelen in het verpleeghuis

hersenen

Ze is kort geleden bij ons komen wonen. Over zichzelf zegt ze: “Mijn verstand gaat nogal eens met me op de loop”. Dat is niet heel gek als je bedenkt dat ze Niet Aangeboren Hersenletsel heeft. Vaak is ze wispelturig en dwars, wil haar medicatie niet innemen en weigert ook nogal eens haar insuline. Dat is niet handig als je diabeet bent, maar dat inzicht heeft zij niet.

Tijdens de avondmaaltijd was ze beneden omdat ze bezoek had. Tegen een uur of zes besloot ik toch maar eens even een poging te wagen om haar bloedsuiker te controleren. Ik gaf het bezoek een hand en vroeg haar of ik haar bloedsuiker mocht prikken.
“Ja, maar niet waar zij bij zijn”, was haar reactie.

Ik vond dat prima maar sprak wel meteen met haar af dat ze naar boven zou komen als het bezoek vertrokken was.

Een kwartier later kwam zij de huiskamer in en zowaar, ik mocht haar bloedsuiker controleren. Die was erg hoog, zodat zij behalve de gebruikelijke dosering ook nog extra gespoten moest krijgen.

Laat dat nu net niet haar bedoeling zijn. “Nee, jullie altijd met je insuline. Flauwekul allemaal. Ik wil het niet.”
Ik besloot hier verder niet op in te gaan en hervatte mijn werkzaamheden. Af en toe keek ik naar haar en zag dat zij gebogen in haar stoel zat te zuchten.

Ze bleek pijn in haar rug te hebben. “Kan ik misschien iets voor u doen?”

“Ja, mijn rug masseren.”

“Prima, maar dan geef ik u wel eerst de insuline.”

“Oké, doe maar!”

Daarna boog ik me wat onhandig over de rugleuning van haar rolstoel om haar rug zo goed en zo kwaad als het ging te masseren. Heerlijk vond ze het.

 

Elkaar niet kunnen luchten of zien

hersenen

Ze hebben beiden dezelfde voornaam, maar ze kunnen elkaar niet luchten of zien.

Vandaag gingen ze, beiden in hun rolstoel, tegelijk naar beneden. Zonder elkaar een blik waardig te keuren zaten ze te wachten tot de lift kwam. Toen de deur open ging reed de een naar binnen, de ander bleef stug zitten waar hij zat. Hij bleef wachten op de volgende lift.

Toevalligerwijs kwamen ze tegelijk weer boven. Beide liftdeuren gingen open, ze reden samen de gang in en keken elkaar aan. De één bleef bij de lift staan terwijl de ander de afdeling op reed. Hij kwam pas in beweging toen de ander uit het zicht was.

 

Afhankelijkheid en eigen regie

onafhankelijkheid en macht

Het klinkt een beetje tegenstrijdig, afhankelijkheid en eigen regie, maar het gaat echt samen. Is dat gek? Nee hoor, want iedereen wil uiteindelijk baas zijn over zijn eigen leven. Als je echt helemaal afhankelijk bent van het verzorgend en verplegend personeel, dan wil je over het kleine stukje wat je nog kan de regie houden.

Aangeven wat zij wil of juist niet doet zij met een bepaalde blik, een oogopslag, met haar ogen knipperen, opzij kijken, omhoog kijken etc. Gelukkig heeft zij een bril waarop een laserpen bevestigd kan worden. Daarmee kan zij woorden of letters aanwijzen op een kaart zodat wij mee kunnen lezen wat zij precies wil zeggen.

Over het algemeen heb ik alleen ‘s nachts met haar te maken, want ik werk niet op de afdeling waar zij verblijft. Erg goed kennen wij elkaar dan ook niet. Dat vindt zij vervelend, maar ik net zo goed. Zeker in het begin begreep ik echt al die knikjes en blikken niet. Het enige wat er dan opzat was haar de bril met laserpen opzetten zodat zij het op die manier aan mij duidelijk kon maken. Heel vervelend voor haar, want eigenlijk was ze daar te moe voor. Zeker omdat zij soms drie keer per nacht het gevoel heeft dat zij niet lekker ligt.

Nu, een jaar verder, begin ik haar steeds beter te begrijpen en hoef ik niet altijd meer terug te vallen op de laserpen. Haar kussen moet boller in haar hals, het dekbed ligt niet goed, zij wil iets meer naar rechts of naar links, haar handen liggen niet goed, of het raam moet open (of juist dicht). Soms wil ze dat ik haar mond schoonmaak, net als in mijn laatste nachtdienst. Ik pakte het laatste doekje en voordat ik weer bij haar weg ging besloot ik alvast een stapeltje van die doekjes op het nachtkastje neer te leggen. Ik wist dat ze in één van de laden van haar kast lagen, maar in welke la, dat stond me niet meer voor de geest. Uiteraard vond ik ze in de laatste la die ik opendeed. Achter me hoorde ik haar geluiden maken. Waarschijnlijk wilde ze me duidelijk maken welke la ik moest hebben, maar na alle aanwijzingen die ik gehad had besloot ik gewoon verder te zoeken.

Ik legde het stapeltje doekjes op het nachtkastje en zei toen tegen haar: “Niet verder vertellen hoor, maar eigenlijk was ik gewoon heel nieuwsgierig naar wat er allemaal in die laatdes zit.” Het was even een gokje of ze dit grapje kon waarderen. Gelukkig lachte ze naar me en haar duim ging een klein beetje omhoog, ten teken dat het goed was.

Soms is het lastig, al die kleine dingen die net even anders moeten, want het lijkt vaak een kwestie van millimeters. En toch, het is het enige waar ze nog invloed op kan uitoefenen. Het enige waar ze nog de regie over heeft.

Ik stop met roken

Ik stop-met-roken-3

Ja, het is zo ver, ik stop er mee. Het zou ook eens tijd worden, want roken kost handenvol geld. Dat zou niet zo’n punt zijn als die pianolessen wat minder duur waren, maar ja, ook die kosten geld en nu heeft mijn pianoleraar de tarieven ook nog eens met 1% verhoogd. Oké, er staat tegenover dat ik 10% korting krijg omdat ik wekelijks kom. Eigenlijk jammer dat ik niet nog meer korting krijg omdat ik zo ijverig studeer. Ik zal hem dat toch eens voorstellen.

Aanvankelijk had ik eens in de twee weken een uur les. Dat was financieel goed te overzien. Maar ja, het zingen wat ik er bij ging doen paste eigenlijk niet meer in dat uurtje. Wel geprobeerd hoor, maar het pianospelen raakte naar mijn idee helemaal ondergesneeuwd en dat vond ik jammer. Eerlijk gezegd werd ik er sjagrijnig van en met een onvoldaan gevoel ging ik iedere keer na de les naar huis. Zo werd het op een gegeven moment eens in de twee weken anderhalf uur. Hierdoor werd het wat duurder, maar ach, een kniesoor die daar op let.

Ook dit beviel niet. ik was na anderhalf uur compleet op. Mijn concentratievermogen zakte beneden peil en daardoor rees de vraag of ik niet beter iedere week drie kwartier kon lessen. Kom op, dacht ik, dan maak ik er gewoon een uur van. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat het daardoor twee keer zo duur werd. Buiten dat ging ik er in een enthousiaste bui ook nog zangles bij nemen. Tel daar de Schumann Akademie bij op en mijn Calvinistische opvoeding ging zich met de gang van zaken bemoeien.

Er ontstond een chaos in mijn hoofd. Allerlei laatjes van mijn hersenkast floepten open en gingen met elkaar de discussie aan: “Kon dit allemaal wel? Zoveel geld aan een hobby uitgeven? Mijn andere hobby, schilderen en tekenen verdient zichzelf redelijk terug. Maar aan dat pianospelen en zingen hou ik geen geld over. En de Schumann Akademie doe ik ook al zonder enig ander doel dan meer van muziek leren begrijpen.” Komt nog bij dat ik ooit in een grijs verleden getrouwd was met een man die vaak zei: “Het houdt ook nooit op hè, je wil altijd maar meer!” In die tijd had ik orgelles en begon ik ook nog eens aan een dirigentenopleiding. Helaas, die heb ik nooit afgemaakt want mijn huwelijk strandde. Financieel had ik die opleiding wel kunnen blijven volgen, maar met een bijna fulltime baan en drie pubers had ik daar de tijd niet voor. Dan moet je gewoon keuzes maken en dat viel me best zwaar, want ik vond het geweldig leuk om te doen.

Door al discussie in mijn hoofd sloeg ik aan het rekenen. Eén pakje sigaretten per dag is dus ongeveer 30 pakjes per maand. Dat kost toch gauw een slordige € 195,– en op jaarbasis is dat € 2.340,–. Van dat bedrag kan ik heel wat lessen betalen. Dan hou ik zelfs nog geld over om af en toe een nieuw muziekboek aan te schaffen en de pianostemmer te betalen. Minder roken of stoppen was dus een hele goede beslissing.

Aan het eind van het afgelopen lesjaar vroeg ik aan mijn pianoleraar wat mijn nieuwe maandbedrag zou worden. Tot die tijd had ik dat bedrag uit mezelf wat opgekrikt zodat ik niet een hele hoge eindafrekening zou krijgen. Hij was zelf een beetje de draad kwijtgeraakt door al die veranderingen dus hij wist het niet precies. “Dat is jammer, want dan weet ik niet hoeveel minder ik moet gaan roken.”

Stomverbaasd keek hij me aan en zei: “Maar rook jij dan?”

“Welnee, maar op die manier maak ik het voor mezelf acceptabel dat ik zoveel geld aan mezelf uitgeef. Als ik het hele bedrag de lucht in blaas is het ook weg en krijg ik er niets voor terug. Nu heb ik er tenminste nog lol van.

Eigenlijk best jammer dat ik niet rook. Het levert toch een aardige jaarlijkse besparing op als ik dan zou stoppen.

Mega pijn

megapijn

Zijn gedrag is veranderd. Hij is sneller dan normaal geïrriteerd en reageert op de kleinste opmerking. Iedereen in de huiskamer moet het ontgelden. Maar ook als ik hem help doe ik weinig of niets goed. Het gaat niet snel genoeg of hij heeft te lang moeten wachten of de volgorde die ik hanteer is niet goed. Hij snauwt en scheldt dat het een lieve lust is. Even denk ik dat het persoonlijk is, dat hij alleen tegen mij zo doet, want ik lees het nergens in rapportages en ik hoor er ook niemand over.

En dan ineens valt bij mij het kwartje als hij zich verontschuldigd voor zijn gedrag. “Pijn is niet fijn”, zegt hij. Ik reageer op dat moment niet, want zelfs bij de meest goed bedoelde vraag ontploft hij.

Na de warme maaltijd loop ik naar hem toe: “Mag ik je een vraag stellen zonder dat je meteen boos wordt?”

Verbaasd kijkt hij me aan en knikt. “Is de pijn erger dan een poos geleden?”

Ja, pijn heeft hij, maar verder gaat hij niet op mijn vraag in.

De volgende ochtend help ik hem na het douchen, wat hij nog altijd zelf doet. “Ik heb echt mega pijn!”, zegt hij.

“Dat dacht ik al daarom vroeg ik je gisteren of de pijn erger is geworden.”

“Hoe weet jij dat, kan je dat aan mijn gezicht zien?”

“Nee, aan je gezicht zie ik het niet, maar ik merk het wel aan je gedrag. Je bent veel sneller boos en kan weinig van anderen hebben.”

“Ik wil het niet, maar door de pijn reageer ik zo, daar kan ik niks aan doen.”

“Misschien had je dit gewoon aan moeten geven, dan had ik in een eerder stadium met de arts over je pijn kunnen praten. Ik ga het voor de artsenvisite opschrijven, zodat zij iets aan je pijnmedicatie kan veranderen.”
Hij is er blij mee en vanaf dat moment verandert zijn gedrag ook weer een beetje. Niet zo snel aangebrand meer en minder gescheld en getier.

Toen ik hem gisteravond, met de passieve lift, naar bed hielp kon ik wel aan zijn gezicht zien dat hij pijn had. Op het moment dat ik de lift van zijn stoel naar het bed reed zei hij: “Ik ga niet schelden, ik ga niet schreeuwen, ik ga niet schelden, ik ga niet schreeuwen.”

Het leek wel een soort mantra.

Survival op Terschelling

IMG_7168

“Wat leuk, gaan jullie ook naar Terschelling?” vraagt een bekende van ons die we op de boot tegenkwamen.

“Nee, dit is de boot naar Vlieland hoor”, zei mijn lief heel stellig. “Als je naar Terschelling gaat zit je op de verkeerde boot”.

We zagen haar lichtelijk in paniek raken, want tja, ze had ook nog voor haar moeder en zussen een huifkartocht gereserveerd. Op Terschelling wel te verstaan.

Ik pakte de tickets uit mijn tas en tot mijn verbazing stond er: “Harlingen – Terschelling”. Niks Vlieland en even was ik ontstemd. Mijn lief niet minder, want hij vond zichzelf behoorlijk dom dat hij de verkeerde boot geboekt had.

“Dan gaan we op Terschelling maar fietsen huren”, zei hij.

Ik was nog wat moe van mijn avonddienst van de vorige dag en had me, lichtelijk autistisch had ik me ingesteld op wandelen op Vlieland. Fietsen op Terschelling was dan ook geen optie. Gelukkig is mijn lief niet zo moeilijk en zo werd het dus wandelen op Terschelling. Bovendien ben ik er van overtuigd dan je wandelend meer ziet dan fietsend.

Het was heerlijk! We wandelden van West-Terschelling naar Midsland, dat is zo’n kilometer of zes. Onderweg hebben we dingen gezien waar we een paar jaar geleden waarschijnlijk gewoon aan voorbij gefietst zijn. In Midsland een lunch en toen verder met de benenwagen naar West. Daar hebben we een poosje op de kaart gekeken en zodoende besloten langs het strand naar West-Terschelling te lopen zodat we daar nog even op ons gemak rond konden kijken.

Met al ons getuur op die kaart hebben we totaal over het hoofd gezien dat er na West geen strandopgang meer is. Daar liepen we, heerlijk in het zonnetje op een strand waar we steeds minder mensen tegenkwamen. Slechts een enkele zeevisser was met zijn hengel langs de vloedlijn in de weer. Mijn lief keek wat benauwd, want de tijd draaide door, om half zes ging de laatste boot en een strandopgang was in de verste verte niet te bekennen.

IMG_7184

“Hier gaan we het duin op en dan kijken of we een pad richting West-Terschelling zien, want over het strand moeten we echt een hele omweg maken en het is al bijna vier uur.”

Wij het duin op en warempel er was een soort paadje wat helaas na een minuut of tien totaal niet toegankelijk meer was. We hadden een kapmes mee moeten nemen om zelf een pad te kappen.

Wij weer naar het strand. Terug naar West was geen optie, want dat was zeker een uur terug lopen. Dan zouden we de boot echt niet halen. Dus doorlopen en hopen op een strandopgang.
Mijn hersens maakten overuren, want ik moest de volgende dag een dagdienst werken en dus om zeven uur beginnen in Lelystad. Hoe ging ik dat oplossen? Oké, als we de boot zouden missen kon ik mijn werk bellen en opperen dat ik de volgende dag een avonddienst zou kunnen werken. Misschien dat iemand anders mijn dag zou willen of kunnen. Met deze oplossing in mijn hoofd vervolgden we onze weg.

“Kijk, daar op het duin staat een vlag. Zou daar een pad zijn?” Puffend en hijgend klommen we, door het mulle zand, het duin op. Opgelucht zagen we de Brandaris in de verte. Maar lieve hemel wat was dat nog een eind weg zeg. Een bordje gaf een wandelpad aan, maar volgens mij had daar al jaren niemand meer gelopen want het was bijna niet zichtbaar. In marstempo baanden wij ons een weg door struiken, al dan niet met doorns. Wat was ik blij dat ik niet in korte broek liep zeg. Na ieder duin hoopten we het bos te hebben bereikt, maar helaas, je wil niet weten hoe breed die duinstrook daar is.

Eindelijk, ja eindelijk kwamen we in het bosgebied en tenslotte ook nog op een fietspad met een ANWB paddestoel die ons de weg wees. Mijn benen wilden niet goed meer meedoen, maar veel keus hadden ze niet. Gewoon het ene been voor het andere zetten en vooral niet nadenken over al die spieren die ik ineens bleek te hebben.

Om tien over vijf gingen we de boot op en hebben daar eerst eens even bij zitten komen. Daarna een maaltijd besteld en deze met smaak opgegeten. We keken elkaar aan en mijn lief zie: “Dat hebben we maar weer mooi gered.” We konden er gelukkig de humor van inzien.
We zijn nog heerlijk boven op het dek in de zon gaan zitten waar ik me vervolgens afvroeg of ik die man, die daar lag, zou moeten reanimeren. Maar dat verhaal ken je al en zo niet dan moet je het maar eens lezen: http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2017/08/23/reanimeren-of-niet.

 

Reanimeren of niet?

reanimeren

We hadden zojuist lekker gegeten op de boot van Terschelling naar Harlingen, een heerlijke dag achter de rug die totaal anders was verlopen dan we van plan waren. De bedoeling was dat we naar Vlieland gingen, maar we bleken de boot naar Terschelling te hebben geboekt. Maar dat vertel ik je later nog wel.

Het was nog heerlijk weer zodat we naar het bovendek gingen om nog even van de zon te genieten.
Mijn oog viel op een man die met zijn ogen dicht tegen de reling aan zat. Het leek mij niet heel relaxed, maar hij dacht daar duidelijk anders over. Op een gegeven moment zag ik dat de man er bij was gaan liggen. Languit op zijn rug, met zijn voeten naar buiten geklapt en zijn handen gevouwen op zijn buik lag hij te slapen. Het zag er wat vreemd uit en zo af en toe keek ik eens of ik nog enig teken van leven bij hem zag. Nauwelijks waarneembaar haalde hij adem en af en toe maakte hij een slikbeweging.

Eerlijk gezegd werd ik er wat onrustig van. Was dit “gewoon slapen” of was hij onwel geworden? Stel dat we in Harlingen allemaal van de boot gingen en hij bleef daar gewoon liggen. Maar stel dat hij daar lag dood te gaan, wilde hij dan wel of niet gereanimeerd worden? Lastig dat hij geen bordje met mededeling daarover in zijn handen had.

Mijn lief keek met me mee en constateerde dat de man echt wel ademde, want als hij uitademde blies hij zijn wang op. Hij lag met zijn hoofd naar rechts gedraaid en inderdaad werd zijn linker wang met de regelmaat van de adem bol. Nu leek het een beetje op zo’n plof-ademhaling die ik wel eens had gezien bij mensen die op sterven lagen. Het zat me al met al niets lekker.

Om me heen zag ik dat andere mensen hem ook in de gaten hielden. Na wat wikken en wegen besloot ik de man toch maar te gaan vragen of alles goed met hem was. “Als hij boos wordt en gaat slaan kom je me toch wel te hulp hè?”, zei ik tegen mijn lief.

Ik ging op mijn hurken naast de man zitten. Hij merkte mijn aanwezigheid niet op. Zachtjes schudde ik aan zijn schouder en zei: “Mag ik u even storen? Gaat het wel goed met u, of slaapt u gewoon?”

Het duurde even voordat hij zijn ogen opendeed. “Ik slaap gewoon, maar dank u wel voor de bezorgdheid!” Hij bleef gewoon liggen, tot ik weer naast mijn lief zat. Ik had hem schijnbaar toch wel in zijn slaap gestoord, want hij rekte zich uit en ging in kleermakerszit, met zijn gezicht naar het water, zitten. Even later stond hij op en waaide de pet van zijn hoofd en op een holletje ging hij er achteraan.