Category Archives: woordenspel

Chopin, Shoppin, Joe Pan

Ja hoor, je leest het goed: Chopin, Shoppin en Joe pan. Het is overigens één en dezelfde componist en ik hou van zijn muziek.

Chopin
In de film “It takes two” verbasterde een achtjarig meisje de naam Chopin tot Shoppin en in de film “The Greencard had de chauffeur van de pianist het over Joe Pan. Hilarisch en zo speel ik dus de ene keer Chopin, de andere keer Shoppin of Joe Pan. Net hoe mijn pet staat.

chopin.1

Ik had het boek met de Nocturnes van Chopin al in huis, want met mijn pianodicebte in Purmerend zou ik daar een begin mee maken. Maar ja, ik moest zo nodig naar de Flevopolder verhuizen en daar bleef het boek in de kast liggen liggen tot ik Nocturne 20 op de radio hoorde. Ik was meteen verkocht. Dat wilde ik leren spelen. Het klonk niet zo heel moeilijk, maar toen ik de nocturne opzocht veranderde ik van mening en leek het moeilijker dan ik dacht. Dat was zo’n zeven jaar geleden en het stuk werd nooit helemaal wat het worden moest. Vorig jaar december, na het pianoconcours voor amateusr, heb ik het weer opgepakt en zette ik door, zeker nadat ik het Wibi Soerjadi tijdens zijn nieuwjaarsconcert hoorde spelen. Ik nam het mee naar pianoles en gelukkig kon mijn pianodocent wel horen dat ik hier al eerder aan gewerkt had. Soms blijven stukken toch wel gedeeltelijk in je vingers zitten.

Het werd ploeteren en zwoegen. Het vorderde en vorderde alleen wist ik niet goed wat ik met de eerste vier maten moest. Twee keer hetzelfde thema met de nodige rusten en vervolgens komt dat thema in de hele nocturne niet meer terug. Tijdens die rusten moest de muziek doorklinken. Want ja, zei mijn pianodocent: “Daar wonen ook mensen”. Ik begreep wat hij bedoelde maar wist niet goed hoe ik dit moest vertalen in mijn spel.

Nu heb ik een docent die graag aanschouwelijk les geeft en dus aan mij vroeg of hij even achter de vleugel mocht. Wie ben ik dan om te zeggen dat ik dat niet wil? Hij zette in en in de rust na de eerste keer het thema begon hij aan zijn zij te krabben. Ik weet nog dat ik dacht dat dit iets was wat je toch echt niet moest doen, maar misschien had hij jeuk. Als mijn docent iets voordoet of voorspeelt blijft het nooit bij één keer,  dus het hele tafereel herhaalde zich, maar toen ging hij aan zijn onderbeen krabben. Het kwartje was inmiddels gevallen en ik lag in een deuk en riep dat ik het helemaal niet op die manier deed. Nee, hij overdreef, dat begreep ik ook nog wel. Pas daarna speelde hij het zoals het zou moeten klinken.

Toch bleef ik het lastig vinden. Dit proberen, dat proberen, mee ademen, mijn handen langzaam verplaatsen. Het was nog steeds niet wat ik wilde, tot ik met mijn lief en mijn ouders naar de Holocaust fototentoonstelling ging. Triest werd ik van al die foto’s van mensen die weggevoerd werden naar concentratiekampen waarvan de meesten niet meer terug zijn gekomen. Ik werd daar overspoeld door emoties terwijl ik de Tweede Wereldoorlog niet eens heb meegemaakt.  Toen ik ‘s avonds op de bank zat wist ik ineens op welke manier ik die vier maten moest spelen. Ik moest die emotie die ik voelde tijdens de fototentoonstelling naar boven halen. Hierbij haalde ik me één foto voor de geest die dit voor elkaar kreeg. Misschien niet in de laatste plaats omdat deze mensen de Holocaust overleefd hebben.

holocaust.

Tijdens mijn laatste optreden heb ik deze Nocturne gespeeld en ik voelde dat het goed ging. Ook die eerste vier maten. En dan is het zó gek om later de opname te beluisteren en vervolgens te horen waar het beter, anders en misschien mooier had gekund. Ik hoorde ook de plekken waar ik nog meer had kunnen overdrijven, terwijl ik dacht dat ik dat al deed.

Na dit optreden ben ik begonnen aan drie nieuwe stukken, van Czierny, Grieg en Beethoven. Dat van Beethoven is een stuk waar ik ook al eerder een poging aan waagde. Dit keer gaat dat vast lukken. Ook ben ik aan een nieuw liedje begonnen. Alles wat ik doe voelt weer onhandig. Deze keer neem ik me voor af en toe iets op te nemen om er mijn voordeel mee te doen. Mezelf horen spelen terwijl ik speel is anders dan mezelf horen op een opname. Dat is wel duidelijk.

 

Advertisements

Hun liedje, haar liedje, maar ook mijn liedje.

“Wie heeft de zon uit je gezicht gehaald”

Mijn lief had eerder in de gaten dan ik dat dit liedje ook over mij gaat. Volgens mij ging het over mijn kleindochter en kleinzoon, maar later ook over mijn dochter en uiteindelijk ontdekte ik dat het ook over mij ging. Geen wonder dat ik regelmatig delen van het liedje niet kon zingen omdat mijn keel dicht zat. Vooral de laatste regel, die herhaald wordt en er even een moment van stilte valt. Daar hield voor mij het zingen vaak op. Al doende leerde ik hoe ik de emotie over kon brengen zonder dat ik er zelf in meegezogen werd.

Misschien moet je eerst even naar het liedje luisteren. Dat hoeft niet per definitie mijn versie van het liedje te zijn. Je mag ook naar de originele versie van Herman van Veen kunnen luisteren. Uiteindelijk kan hij dit veel beter dan ik.

 

Trouwens, begrijp me niet verkeerd hoor, want ik heb een fijne kindertijd gehad. Ook mijn tienerjaren waren goed, ondanks het streng christelijke gezin waarin ik opgroeide. Dat bood ook duidelijkheid en veiligheid.

Het liedje gaat dus niet over mijn kindertijd. Nee, het gaat over de tijd waarin ik getrouwd was met de vader van mijn kinderen. En heus, het was niet altijd vervelend of vol kommer en kwel. Er waren ook veel leuke momenten, alleen groeide er iets scheef. Dat ging zo langzaam dat ik te laat in de gaten kreeg dat wij geen gelijkwaardige relatie meer hadden. Verder zal ik ook de eerste zijn die zegt dat ik er zelf bij was en het dus liet gebeuren.

Pas toen ik merkte dat ik uit het raam keek, zo rond de tijd dat hij thuis kwam, om te zien hoe de vlag er voor stond begon er bij mij iets te dagen. Ik keek ook altijd de kamer rond om te zien of er niet al te veel speelgoed rondslingerde, want daar had hij een hekel aan. Maar ook de keren dat ik ergens naar toe wilde en hij me dan vroeg hoe ik daar dacht te komen. “Nou gewoon, met de auto.” Zijn reactie was vaak, overigens afhankelijk waar ik heen wilde, dat het wel zijn auto was hoor. Hij had ‘m betaald. Met andere woorden, “er was niks van mij bij” en daarna was het soebatten of ik dan toch niet met zijn auto mocht.

Of de keren dat ik zenuwachtig werd omdat ik iets graag wilde doen en ik niet wist hoe ik hem dat moest laten weten. Niet wetend hoe dit ontvangen zou worden. Meestal gaf het problemen. Ik riep dan wel eens machteloos dat hij mijn vader niet was.

De grootste problemen ontstonden toen ik me daar niet zo veel meer van aantrok en ik gewoon deed wat ik graag wilde doen. Daarna kwam het ook niet meer goed.

Mijn kleinkinderen hebben een “vechtscheiding” meegemaakt en sinds de scheiding een feit is blijft het “vechten” over. Instanties bieden hulp en mijn kleinkinderen krijgen speltherapie, EMDR en ook nog ouder-kindhechtingstherapie met papa. Ik treed niet in details, dat lijkt me niet juist en bovendien moet ik dan al schrijvend huilen. Over hen ging het liedje, tot ik ontdekte dat er veel parallellen zijn in het leven van mijn dochter en mij.  Alleen was het in haar huwelijk nog een graadje erger. Dus ging het liedje ook over haar, nog voordat het over mij ging.

Tja, zoals ik in het begin al zei: “Misschien moet je gewoon even naar het liedje luisteren”.

Grrr – oepsactiviteiten

groepen

In de Biergarten van het hotel was het een geroezemoes van vanjewelste. Vrijwel alle gasten zaten aan een drankje. Niet zo gek natuurlijk in een all-in hotel. Koffie en thee de hele dag gratis en vanaf 17.00 uur de alcoholische en niet-alcoholische drankjes ook.

Om 18.00 uur ging er een gong. We moesten naar beneden naar de dinerzaal. Iedereen stond op en ging, al dan niet met z’n drankje in de hand, op pad. Het leek wel schoolreisje, maar dan voor ouderen en het werkte dan ook danig op mijn lachspieren. En zie je wel, het waren allemaal ouderen. Een bejaardenreis!! Dat viel achteraf behoorlijk mee, want in de loop van de dagen zag ik wat stellen die zo ongeveer van onze leeftijd zouden moeten zijn. We waren echter wel in de minderheid.

Iedereen had het tafeltje gevonden dan correspondeerde met het kamernummer. Toen iedereen zat werd onze aandacht gevraagd. Of we rechtsom de ronde tafel wilde lopen als we naar het saladebuffet gingen. Dan liepen we elkaar en het bedienend personeel niet in de weg. Daarna werd uitgelegd dat er ‘s avonds een bingo was (lieve help, nee toch) en de avond er na een wijnproeverij (dat is misschien wel leuk). Het bedienend personeel zou langs de tafeltjes gaan om te vragen of je mee wilde doen.

Gelukkig is mijn lief uit zo’n beetje hetzelfde hout gesneden als ik en besloten we unaniem niet aan de bingo mee te doen. Gewoon lekker met een boek in onze kamer leek ons veel fijner. Over de wijnproeverij waren we het snel eens. Meedoen!

Wat is dat toch met mij en die groepsactiviteiten. Ik hou er niet van, wil er niet aan meedoen en als ik dat wel doe krijg ik er na een half uur de kriebels van. Bovendien wil ik dan weg, verdwijnen door een geheime deur of zo. Volgens mij heb ik daar al mijn hele leven last van. Zo kan ik me bijvoorbeeld niets herinneren van het schoolkamp in de brugklas, alleen dat er een groep leerlingen “Non Non Rien N’a Changé” van Les Poppys nadeed. De rest heb ik gewoon uit mijn herinnering verbannen lijkt wel.

Toch gek dat ik wel jarenlang actief was binnen de kerk. Dat was toch ook een groep met groepsactiviteiten. Ik zong er in een koor en iedere week was er koorrepetitie. Maar ook deed ik mee met een blokfluitensemble en ik speelde er orgel. Misschien dat ik door de muziek dat groepsgebeuren minder erg vond. Toen ik uit de kerk stapte raakte ik wel meteen een hele groep mensen kwijt, terwijl ik toch gewoon in dezelfde plaats bleef wonen. Dat lag ook aan mezelf, want ik zocht niemand op. Maar andersom werd ik ook niet opgezocht door anderen. De enige binding was dus die kerk.

In ieder geval ben ik niet te porren voor groepsactiviteiten, behalve als ik er een duidelijke rol in heb. Al is het maar dat ik foto’s maak van het gebeuren.

De wijnproeverij was leuk, daar hebben we een hoop van opgestoken, mijn lief en ik. Mijn lief bleek de droge witte wijn lekker te vinden, terwijl hij thuis voor de zoete variant kiest. Ik bleek van sommige wijnen een “dikke keel” te krijgen. En deze avond was dat bij drie van de vijf wijnen. Bij het drinken van de droge witte wijn en bij de rode wijn had ik geen last. De sommelier dacht dat het misschien met mijn verkoudheid te maken had. Zelf dacht ik van niet, want ik heb het vaker en dan vind ik meestal die wijn ook niet lekker en drink ik die soort dus niet meer.

Het was een leuke avond waarbij veel gelachen werd. Voor dit soort groepsvorming ben ik niet allergisch. Ik had alleen wel wat last van de man naast me. Die kwam teveel in mijn persoonlijke ruimte. Hij stootte me aan als hij een grapje maakte. Maar ook boog hij dicht naar me toe als hij iets wilde zeggen. Ik ging dan ook regelmatig een klein beetje achterover hangen op de bank. Maar goed, met die wanklank kon ik wel leven.

Nu denk je vast dat wij een vervelende vakantie achter de rug hebben. Nee hoor, we hebben het heerlijk gehad. Het was een goed hotel, met goed eten en een prima bed. Het weer werkte niet helemaal mee, maar we hebben een hoop gezien en gedaan. Kortom, een prima vakantie waar we uitgerust van terug kwamen.

Dom, dom, dom

dom dom dom

Eigenlijk vond ik het al wat wonderlijk dat ik twee keer achter elkaar op donderdag naar pianoles kon. Na een “werkweekend” ben ik vrijwel altijd op maandag en dinsdag vrij en moet ik daarna weer werken. Dus les ik de ene week op dinsdag en de andere week op donderdag. Toen al had er een belletje moeten gaan rinkelen. Maar nee, er rinkelde helemaal niets.

‘s Woensdags had ik een dagdienst tot 14.30 uur. Even na drieën was ik thuis. Mijn jas hing aan de kapstok, mijn tas stond op de orgelbank en toen voelde ik in mijn broekzak dat de sleutel van de medicijnkar daar nog in zat. Oeps, dat gedoe met die sleutel. Ik was niet de eerste die ‘m mee naar huis had genomen. Meteen belde ik mijn werk met de vraag of ze een dagje zonder konden, want ik moest pas vrijdagavond weer werken. Natuurlijk wist ik het antwoord al, want het is gewoon lastig als je medicijnkar in een ruimte moet zetten die afgesloten kan worden. Stomme voorschriften ook.

Goed, ik moest die sleutel dus terug brengen. Mijn lief vond het vervelend voor me en stelde voor dat hij zou gaan. Dat vond ik te gek voor woorden, uiteindelijk was het mijn eigen schuld. Had ik maar beter moeten nadenken. Het resultaat was dat we even samen gingen. Dat “even” duurde wat langer. Al op de heenweg zagen we dat er file stond in tegengestelde richting. Omrijden dus op de terugweg. Gelukkig weet mijn lief hier wat sluiproutes.

Op donderdag was ik vrij. Heerlijk, want dan kon ik dit………en dat……..en dat ook nog even doen en ik moest naar pianoles. Rond een uur of drie ging mijn telefoon. Mijn werk waarvan ik dacht dat ze misschien zouden vragen of ik vrijdag de lange avonddienst zou willen werken. Hoe onnozel van mij. Of ik al onderweg was. “Ik, onderweg? Ik ben vrij vandaag!” was mijn reactie. Nou echt niet hoor, ik stond op het rooster. Hier begreep ik niets van en nadat ik opgehangen had haalde ik eerst dat rooster maar eens tevoorschijn. Toen zag ik wat me niet eerder opgevallen was. Mijn rooster liep tot 30 januari en het was de 31e. O, wat stom!!

Omkleden, eten pakken voor ‘s avonds, tas pakken, pianoleraar bellen dat ik niet kon komen. Vragen of het de dag er na kon. Dat kon!

Gek is dat als je niet voorbereid bent om te gaan werken. Met een raar gevoel zat ik in de auto. Zin had ik niet, want hier had ik geen rekening mee gehouden. Dat gevoel was overigens weg zodra ik aan het werk ging. Dan heb je geen tijd om daarin te blijven hangen, je blijft gewoon de hele avond bezig. Mijn avonddienst duurde tot 23.15 uur. Op een etenspauze en een korte koffiepauze na was er amper tijd om te zitten.

En toch, dat rare gevoel in de auto. Ging het wel goed met mij? Twee dagen achter elkaar zo’n blunder? Had ik het te druk, was ik te druk in mijn hoofd, had ik last van stress? Ik vroeg het me allemaal af. Hoe had ik zo dom kunnen zijn om mijn rooster maar tot de 30e uit te printen. En op dat moment bedacht ik dat ik dat al maanden eerder had gedaan. Weg waren die twee blunders achter elkaar. Deze blunder was al van oktober vorig jaar. Ik weet toch dat ik moet selecteren van 1-1 2019 tot 1-2-2019!!

Wat bleek later op mijn werk toen ik in het rooster keek? In de roostermap zat het rooster en dat liep ook maar tot 30 januari. Ik had het rooster gekopieerd en ik weet wel dat ik dan evengoed goed moet kijken of alles er wel opstaat. Het is uiteindelijk mijn rooster, maar toch. Ik was niet dom geweest met printen, ik had niet geblunderd. Dat had een ander al voor me gedaan.

Weet je wel dat ik me ontzettend opgelucht voelde hierbij. Ik was niet dom, behalve met die medicijnkar sleutel. Maar dat gebeurt me nooit meer.

Geen recht op

Net als in alle andere januari maanden trekt mijn ene ik ten strijde tegen mijn andere ik. Het komt ieder jaar terug en ik weet dat het ook weer wegtrekt. Soms al op 1 februari, en af en toe duurt het wat langer. Bah, wat heb ik een hekel aan die vervelende januari dip.

“Jij hebt helemaal geen recht op een januari dip. Moet je kijken wat er allemaal voor moois in je leven gebeurt. Je sloot het vorige jaar af met het spelen van de Aria van de Goldbergvariaties op een Steinway vleugel. Nota bene op een groot podium tijdens het pianotest”.

“Ja maar dat was vorig jaar. Dat telt dan toch niet mee? Maar eerlijk is eerlijk, ik vond het wel fantastisch om te doen. En het ging nog goed ook. En kerst was ook heel fijn. Wel wat jammer dat ik op kerstavond tot 23.15 uur moest werken, maar eerste kerstdag hebben we gewoon samen doorgebracht. Tweede kerstdag hebben we voor het eerst sinds jaren weer eens mijn (bijna) hele familie gevierd. Mijn lief heeft mijn  ouders Tweede Kerstdag opgehaald en ik bracht ze de volgende dag weer naar huis. Daarna begon die werkmarathon van vier dagen om 5.30 uur opstaan. Het weekend, oudejaarsdag en nieuwjaarsdag. Weet je wel dat ik er s’avonds als een vaatdoek bij hing op de bank?”

“Nu haal je zelf ook het laatste deel van vorig jaar er bij. Ben je nu al vergeten dat je op 2 januari naar het nieuwjaarsconcert van Wibi Soerjadi bent geweest. En ben je dan ook al kwijt hoe mooi je dat vond? Hij speelde o.a. Nocturne nr. 20 waar je zelf ook mee bezig bent. Je vijzelt ‘m weer mooi op nadat je er 7 jaar geleden ook aan begonnen was. Je hebt met gespitste oren zitten luisteren om op die manier iets van Wibi in jouw spel te kunnen leggen.”

“Ja ja, dat weet ik heus nog wel. En die nocturne begint al aardig vorm te krijgen. Alleen al die lange notenreeksen die heel snel moeten, die willen nog niet zo. Althans, ze klinken nog lang niet zoals bij Wibi.

“Jemig mens, dat hoeft toch ook niet. De meeste mensen kunnen dat stuk helemaal niet spelen. En dan heel iets anders. Na dat concert kreeg je de volgende dag die mail met het verzoek te exposeren in de Markehof in Marknesse. EEN VERZOEK! Je hoeft niet eens met je schilderwerk te lopen leuren. Je werd er voor gevraagd en 22 januari ga je de boel daar ophangen.”

“Ja, ik weet het nog. Ik las de mail en stoof naar beneden om het mijn lief te laten weten. Hartstikke blij werd ik er van. Geen idee waarom zo’n blijdschap daarna zomaar minder wordt.”

“Hé, trouwens, je schilderij van die mus, die op steigerhout, die heb je toch maar mooi in de etalage van boekhandel Marsman mogen laten plaatsen. Wie weet verkoop je ‘m wel.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Daar ben ik inderdaad zelf achteraan gegaan. Maar dat gedoe van een prijs bepalen vinden ik dan heel vervelend. Als ik het voor een prikkie te koop zet neem ik mezelf niet serieus en als ik het te duur maakt koopt niemand het. Trouwens, als het schilderij verkocht wordt vind ik dat ook weer lastig. Het is toch een beetje een kindje van me”.

“Jemig hé wat kan jij zeuren. Die schilderijen van de honden van Jan heb je toch ook niet meer?”

img_7157img_7765 - kopie

“Nee, maar die kan ik wel iedere week vanuit het raam bekijken als ik pianoles heb. Niet dat ik dat doe, maar het kan wel.”

“En dat schilderij en het portret van je ouders? Die heb je ook niet meer.”img_5880img_6385

“Nee, maar die zie ik als ik daar ben. En trouwens, het is heus niet allemaal rozengeur en maneschijn hoor. Je vergeet zeker dat ik me best zorgen maak om mijn oudste dochter en haar twee kinderen. Het heeft bijna een jaar geduurd voordat die scheiding er doorheen was, maar daarna leek de ellende alleen maar groter te worden voor haar. En dat ik al drie jaar geen contact meer heb met mijn zoon ben je zeker ook vergeten? Gek genoeg went dat ook nog en soms bedenk ik dat het zonder het contact met hem een stuk rustiger is. Het gevoel daar eigenlijk niet welkom te zijn en altijd net het verkeerde te zeggen was soms dodelijk. Spitsroeden lopen deed ik als ik daar was. En dat ik dat dan zo voel vind ik dan eigenlijk ook weer verkeerd.”

“Nee, dat ben ik niet vergeten. Maar ik dacht dat je dit aardig naast je neergelegd had.”

“Dat heb ik ook, maar soms springt er een laatje open in mijn hersenkast en floept dit naar buiten. Dan ben ik er toch weer even mee bezig.”

“Jeetje joh, dat weet ik dan toch niet?”

“En dan mijn moeders verjaardag. Ze heeft weet ik hoe vaak gevraagd wat mijn vrije weekend was, zodat ze het in dat weekend zou vieren. En wat doet ze? Gaat ze ineens zelf aan het rekenen met die weekenden en nu viert ze het dus in mijn werkweekend. Ik heb in ieder geval kunnen regelen dat ik eerder weg kan, zodat ik niet heel laat in de middag aankom, maar toch. Morgen ga ik nog proberen of er een flex-medewerker voor me wil werken. Dan ben ik die dag gewoon vrij.”

“Ja, ik hoor het al, jij hebt echt een januari-dip, want je maakt overal een probleem van op dit moment. Weet je, zo halverwege februari is het vast weer over, want zo gaat dat ieder jaar. Je moet gewoon nog een paar weken doorbijten.”

En zo zeurt het maar door in mijn hoofd. Het is net alsof mij ieder jaar overvalt dat het nieuwe jaar begonnen is en dat er eigenlijk niets verandert is. Eerlijk gezegd hoop ik, doordat ik het zo opgeschreven heb, dat het nu gewoon even rustig wordt in dat hoofd van mij. Ik heb de opname van het pianofest er bij gedaan en alle schilderijen die in mijn verhaal voorkwamen ook. En dan kom ik ook tot de conclusie dat ik toch echt geen recht heb op deze januari-dip. Maar helaas, ik heb er wel last van.

Zomertijd – Wintertijd

zomertijd

Wat wil de Nederlandse bevolking, zomertijd of wintertijd afschaffen? Ieder jaar laait deze discussie weer op. Uiteindelijk wordt besloten het te laten zoals het is.

Maar kan je de wintertijd eigenlijk wel afschaffen? Bij mijn weten was dit toch ooit de Normale tijd. Volgens mij kan er in deze kwestie maar één vraag gesteld worden: “Schaffen we de zomertijd af?” Die werd namelijk in 1977 om puur economische redenen ingevoerd. Sinds 1973 was er de oliecrisis. Door de klok in het laatste weekend van maart een uur vooruit te zetten besparen we stroom, want de dag duurt in de zomermaanden daardoor een uur langer.

Zelf mag het van mij gewoon de Normale tijd blijven. Ik heb ieder jaar weer last van het verzetten van de klok. Zowel van het vooruit als van het achteruit zetten. Zo’n week of wat ben ik er wel mee zoet.

 

Haat – liefde

Mijn bril; ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Het liefst zou ik brilloos door het leven gaan. Dat heb ik ook van mijn 20e tot mijn 40e gedaan. Toen droeg ik lenzen.

bril

Wat brillen betreft ben ik net de prinses op de erwt. Zo’n bril voel ik de hele dag. Is het niet aan mijn neus, dan wel achter mijn oren. Ik zie ‘m ook de hele dag. Hoezo dat dan? Nou, ik kijk tegen de randen van mijn bril aan. Met lenzen heb je dat in ieder geval niet. Met bril wel, want buiten die randen wordt de wereld wazig.

Iedere nieuwe bril betekent voor mij een hele periode wennen. Hoe voelt ‘ie op mijn neus, en hoe achter mijn oren. Waar knelt ‘ie en als ‘ie niet knelt dan zakt ‘ie voor mijn gevoel van mijn neus. En dan nog dat het zien van de randen van de bril. Dat is bij iedere nieuwe bril ook weer anders. Kortom, ik ben een vreselijke zeur als het om brillen gaat.

De laatste nieuwe bril spande de kroon. Eén die er best luxe uitzag, en waarvan ik dacht dat ‘ie heerlijk zou zitten. Zo eentje die niet van je neus glijdt. Dan komt het moment dat ik zo’n nieuwe bril ophaal, deze op mijn neus zet en denk: “Oeps, dit is wel heel anders. Bij deze kijk ik veel meer tegen de randen aan. Daar moet ik aan wennen, hou ik mezelf dan voor.

Na één dag nieuwe bril had ik hoofdpijn. De neusvleugeltjes duwden in mijn neus en ik had er flink rode plekken van. “Als dat maar geen decubitus wordt”, dacht ik nog. Na twee dagen had ik aan de rechterkant van mijn hoofd ook pijn.

Ik weet nog dat ik dacht, tijdens het pianoconcert wat mijn lief en ik bijwoonden, “zouden al die brildragende mensen zo’n last van hun bril hebben?”

Na drie dagen heb ik andere neusvleugeltjes laten plaatsen. Dat scheelde, althans dat dacht ik. Na een week heb ik de bril in de brillenkoker gedaan en mijn oude bril opgezet. Deze bril bracht hoofdpijn door mijn hele hoofd. Mijn hele schedel deed zeer. Ik kon een ander montuur uitkiezen, dus van die mogelijkheid ging ik gebruik maken. Het werd een lichtgewicht montuur. Zo één die, in ieder geval zonder glazen, bijna niets weegt. Met glazen woog ‘ie nog steeds heel weinig. Zelfs minder dan mijn oude bril.

Mooi, dat was opgelost. Ja, dat dacht ik. Niets was minder waar. Mijn neus deed zeer, ik voelde de poten van de bril boven mijn oren en na verloop van tijd ook achter mijn oren. Weer een gang naar de opticien. Er werd gebogen en verbogen en de bril leek beter te zitten. Helaas, nu had ik het gevoel dat ‘ie van mijn neus zakte. Helemaal als ik aan het werk was en op mijn hurken iemands veters strikte. Dan lag die bril nog net niet op die schoen. Mijn hoofd zeurde de hele dag en ik was constant bezig de bril af te zetten en weer opnieuw op te zetten. Een aantal keer ben ik ‘m weer op nieuw af laten stellen, waarna ik hoopte dat ik ‘m niet de hele dag zou voelen.

Alle andere signalen negeerde ik verder. Ik had heel helder zicht, zo helder dat aan het eind van de dag zelfs m’n oogkassen zeer deden. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat ik de blauwe borden langs de snelweg niet goed kon lezen. Iedere witte letter leek een extra randje te hebben. “Ik moet mezelf gewoon de tijd geven om te wennen”, hield ik mezelf voor.

Tot ik het zat was en mijn oude bril weer opzette. Weg waren alle kwalen. Het gebruikelijke bleef, ik keek tegen de randen aan, ik voelde ‘m op de neus, maar dit voelde vertrouwd. Dat voel ik al jaren.

De sterkte van mijn glazen was gelijk gebleven, alleen mijn cilinderafwijking was met een kwart toegenomen. En ineens besefte ik dat dit misschien wel de boosdoener was van mijn hoofdpijn en gezeur met dat nieuwe montuur. Ik ging weer terug naar de opticien met dit verhaal. Er werd gemeten vanaf de sterkte van mijn oude bril. Van daar uit werd die cilindersterkte opnieuw bepaald.

Uiteindelijk krijg ik nu dus dezelfde glazen als ik al in mijn oude bril had. Aan één kant wel praktisch, kan ik ze allebei dragen.

Weet je wat wel gek is? Tijdens het meten gaf ik zelf een sterkere cilinderafwijking aan. Niet die kwart meer, maar zelfs driekwart meer. Maar deze keer werd ook nog een keer gemeten toen ik met beide ogen keek. Toen gaf ik aan dat ik niet die driekwart cilindersterkte wilde. Ook niet die kwart, maar gewoon mijn oude cilindersterkte. Dat was voor mijn ogen het rustigst.

En weet je waar ik nu zojuist vandaan kom? Juist ja, bij de opticien. Mijn oude bril zit prima hoor, maar ik was ineens een neusvleugeltje kwijt.

 

Memoires van een bladluis – Hoe het allemaal begon

 

01 mijn orgel in het orkest

Ooit, in een vorig leven, speelde ik kerkorgel. Een prachtig instrument, en toch ben ik blij dat ik dit instrument uiteindelijk inruilde voor een piano, maar dat even terzijde. In dat vorige leven was ik getrouwd met een man die van mijn muzikale bezieling niets begreep. Jaren heb ik mijn muzikale kant dan ook verwaarloosd en me voortdurend aangepast aan wat er van mij verwacht werd. Als ik daar nu aan terugdenk heb ik de neiging om daar nog steeds boos over te worden. Gelukkig kan ik het zo langzamerhand met wat mildheid ten opzichte van mezelf bekijken.

Op mijn 37e pakte ik mezelf bij de lurven en nam weer kerkorgelles. Mijn muzikale kant had ik rond die tijd al een beetje nieuw leven ingeblazen. Ik genoot van die lessen en al gauw kwam de vraag van mijn orgelleraar of ik tijdens een concert, waarbij hij onderdeel was van een ensemble wat een koor begeleidde, de bladzijden om wilde slaan. Ik vond het geweldig dat dit mij gevraagd werd. Goddank hoefde ik niet te registreren, dat was op het kistorgeltje niet nodig. Van dat registreren had ik totaal nog geen kaas gegeten.

Enthousiast vertelde ik thuis dat me dit gevraagd was en dat ik het heel leuk vond om te doen. Ik kreeg een reactie waar ik totaal niet op gerekend had: “Belachelijk, waarom vraagt die man dat aan jou, dat kan zijn vrouw toch wel doen?”

Stomverbaasd was ik. Zoals ik gewend was in dat huwelijk, gingen mijn gedachten razendsnel allerlei mogelijkheden af om te rechtvaardigen dat dit mij gevraagd was en ook nog eens om te rechtvaardigen dat ik dit leuk vond. Snel vloog de gedachte door mijn hoofd dat mijn orgelleraar zijn vrouw ook organist was, maar ook dat zij kleine kinderen hadden en daar moest toch iemand voor thuis zijn. Na al die razendsnelle gedachten was mijn reactie: “Ze hebben kleine kinderen, dus dat kan niet.” Zo zou ik nu echt nooit meer reageren.

De reactie die ik daarna kreeg vond ik nog veel schokkender: “Dan kan jij toch op hun kinderen passen?”

Het was wel duidelijk dat deze echtgenoot werkelijk niets van mij begreep en misschien zelfs wel jaloers was. Maar ik ben de bladzijden om gaan slaan tijdens dat concert, zelfs al gaf het een hoop geruzie thuis.

Tijdens het concert zat ik redelijk in het gezichtsveld van het publiek, dus had ik nagevraagd wat de koorkleding was. Ik paste mij hier zo goed mogelijk bij aan, wat gewaardeerd werd.

Ik genoot van die middag. De enige wanklank was dat ik halverwege het eerste deel van het concert twee bladzijden tegelijk omsloeg. Razendsnel sloeg mijn orgelleraar één bladzijde terug. Het schaamrood vloog mij naar de kaken. Wat voelde ik me daar ongemakkelijk bij zeg. Het bleek niet erg te zijn, het was iets wat gewoon kon gebeuren.

Memoires van een bladluis

 

bladluis

Na twee uitvoeringen van de operette “Clairette” in het theater werd nu een deel hiervan uitgevoerd in een woon-zorgcentrum. Geen orkest deze keer, maar een pianist voor de begeleiding en de daarbij horende bladluis.

Geconcentreerd las ik de muziek mee zodat ik op tijd om zou slaan. Het wordt een wat gênante vertoning als zo’n pianist iedere keer “ja” moet zeggen. Dat is ook wat storend. Zodoende mijn concentratie.

Halverwege het eerste deel voelde ik een klopje op mijn schouder. En nee, niet zo’n klopje dat laat weten hoe geweldig ik dat omslaan deed. Buiten dat klopje zag ik dat iemand haar hoofd naar mij toe boog. Vervolgens klonk de vraag: “Kan de piano ook zachter?”

Uit alle macht probeerde ik me te blijven concentreren en tegelijkertijd zocht ik naar een antwoord. Dat antwoord wist ik natuurlijk al, want een piano kan gewoon niet zachter. Hooguit kan de pianist wat zachter gaan spelen.

Mijn antwoord liet duidelijk te lang op zich wachten, dus de volgende vraag werd al op me afgevuurd: “Of kan de piano anders misschien meer naar achteren geschoven, want de mensen kunnen de zangers niet verstaan”.

Ook dat kon natuurlijk niet, want dan kon de pianist de dirigent niet meer zien. Bovendien stonden achter ons een stuk of wat zangers en dansers. Die hadden dan ook ergens anders heen gemoeten.

Hilarisch vond ik het en het enige antwoord wat ik kon verzinnen was: “Nee, niet nu.”

Daarna ook niet, maar dat zei ik er maar niet bij. Ik moest eerst uitvissen waar we in de muziek gebleven waren, zodat ik weer op tijd om kon slaan.

En over hilarisch gesproken: Voordat de voorstelling begon stond ik tegen een tafel geleund de zaal in te kijken tot er iemand naar me toe kwam: “Wil jij misschien even het publiek van koffie voorzien?” Multifunctioneel inzetbaar stond er schijnbaar op mijn voorhoofd geschreven.

Verdwaald in het theater

lose2

Lukt het je om er om zeven uur te zijn? Neem de achteringang. Alleen had ik geen flauw idee waar die achteringang van het theater zich bevond. Dat liet ik me vervolgens uitleggen en wat ik er van onthield was dat ik een metalen trap op moest. Een trap ter hoogte van de laadruimte van een vrachtwagen.

Daar ging ik dan, in het donker naar het theater op zoek naar de metalen trap aan de achterkant. Die zag ik meteen, al vond ik de trap wat aan de hoge kant, maar misschien zijn er wel heel hoge vrachtwagens. Ik besloot verder niet te treuzelen, want ik moest gewoon via een metalen trap en daar stond ik op dat moment.

Eenmaal binnen zag ik links een ruimte waar de dansschool aan het repeteren was. Daar moest ik niet zijn. De bedoeling was dat ik bij het toneel uitkwam. Ik liep door maar had werkelijk geen idee welke kant ik op moest. Het leek ogenschijnlijk heel simpel. Die metalen trap op en dan ben je er. Geef mij een routebeschrijving en ik zie kans te verdwalen, zelfs in een theater.

Uiteindelijk kwam ik in een keuken waar ik iemand aan het werk zag. “Ik ben op zoek naar de generale repetitie van de operette vereniging, maar ik heb geen idee hoe ik daar moet komen.” De man liep met me mee en vertelde dat hij koffie aan het zetten was voor tijdens de pauze. “De meeste mensen komen door de achteringang.”
“Dat heb ik ook gedaan, maar er is vast iets mis gegaan.”

We liepen verder, kwamen in de ruimte waar ik normaal in de pauze van een optreden een drankje nuttig. Nog weer verder waarna we achter de coulissen terecht kwamen en ik een piano hoorde. Ja, daar moest ik zijn en nog een paar stappen verder stond ik op het toneel en was ik goddank waar ik verwacht werd.

Verdwaald

Wat ik daar ging doen? Nou ik had de belangrijke taak om tijdens deze generale repetitie om te slaan, zoals dat heet. Gewoon de bladzijden van de muziek omslaan voor mijn pianoleraar zodat hij zich daar niet druk om hoefde te maken. Eeuwige roem werd me daarvoor in de plaats beloofd. Geen idee wanneer die roem komt, voorlopig heb ik ‘m nog niet gezien.

En nee, tijdens het optreden hoef ik niet om te slaan. Dan speelt er een orkest en kan ik gewoon heerlijk gaan zitten kijken en luisteren. Gelukkig, zou ik bijna zeggen, want na een avondje omslaan, zo van zeven tot half elf was ik wel wat gaar. Geeft niks, want op één of andere manier vind ik dat omslaan leuk om te doen. Vroeger deed ik dit ook tijdens de concerten van mijn orgelleraar en dan moest ik ook nog registreren. Na afloop van zo’n concert was ik vaak moeier dan mijn orgelleraar. Muziek meelezen, registers in- of uittrekken, de bladzijden omslaan en soms die laatste twee dingen bijna tegelijkertijd.

Na de repetitie zag ik mensen via een deur naar buiten gaan. Voor de zekerheid vroeg ik nog even of dat de uitgang was. Ha ha, ik deed de deur open en stond meteen buiten en ook nog boven aan een metalen trap. Eentje die half de hoogte had van de trap die ik genomen had.