Category Archives: woordenspel

Hé, ik ben helemaal niet gek

introvert

In de krant las ik een artikel dat over mij ging. Niet letterlijk natuurlijk, maar ik lees hierin over mezelf. Ik ben introvert en dat staat voor mijn gevoel haaks op het willen optreden met zang en piano, op het willen exposeren met mijn schilderwerk. Door het artikel begrijp ik dat dit samen kan gaan, want als introvert ben ik in het goede gezelschap van Obama, Lady Gaga, David Bowie en J.K. Rowling. Allemaal mensen die je niet direct het stempel introvert zou geven.

Voor “anderen”, niet introverte mensen is het dus handig om het volgende te weten:

  • Ik hou van stilte om me te kunnen concentreren.
  • Ik heb soms moeite om duidelijk of snel, dat laatste zeker, te communiceren.
  • Ik kan meer dan ik meestal laat zien.
  • Ik heb oog voor detail en langere processen.
  • Ik begrijp graag precies waarom ik iets doe en wat daar het nut van is.
  • Ik kan lastig delegeren en doe dus meestal te veel (inmiddels voor een groot deel afgeleerd).
  • Ik blijf liever doorwerken dan dat ik socialize. Dat betekent dat ik werk als de rest van het team een team-uitje heeft.
  • Ik functioneer goed met weinig supervisie en werk ook graag zelfstandig.
  • Ik heb een hekel aan competitie.

Groepen vind ik een gedoe, vandaar dat ik altijd een hekel aan school heb gehad. Niet vanwege het leren, want dat doe ik nog steeds graag, maar vanwege dat groepsgebeuren. Ik heb daar niks mee, kan daar niks mee en wil daar ook niks mee. Na een half uur denk ik al gauw: “Wat doe ik hier eigenlijk?”

Ik profileer mezelf niet en eigenlijk vind ik dat “men” gewoon oog moet hebben voor wat ik kan. Dat dit niet werkt in deze wereld is me wel duidelijk. Vandaar dat ik zelf achter het exposeren ben aangegaan, want ik wil wel degelijk dat er gezien wordt wat ik kan. Vandaar dat ik mezelf weer heb opgegeven om mee te werken aan een concert. Dit keer een benefiet concert voor Bangladesh. Vandaar dat ik laatst mijn leidinggevende een mail heb gestuurd met observaties over werkdruk. Ik roep dat soort dingen niet in een bespreking. Al helemaal niet als mijn collega’s dan beweren geen last te hebben van werkdruk, maar op de werkvloer vervolgens op hun tandvlees blijken te lopen.

Heel lang heb ik met mezelf geworsteld, uiteindelijk gewoon mezelf geaccepteerd zoals ik ben maar soms wel de vraag bllijven stellen of het wel normaal was. En nu ik dit gelezen heb weet ik waarom ik ben zoals ik ben. Ik ben blij met mezelf en als de niet introverten mij niet begrijpen wordt het tijd dat zij bedenken dat ik hen ook niet altijd begrijp, maar daar verder geen mening over heb.

En zo fijn: “Mijn lief herkende zichzelf ook in het artikel”. Zo makkelijk als je dat van jezelf en elkaar weet.

Advertisements

Ik stop met roken

Ik stop-met-roken-3

Ja, het is zo ver, ik stop er mee. Het zou ook eens tijd worden, want roken kost handenvol geld. Dat zou niet zo’n punt zijn als die pianolessen wat minder duur waren, maar ja, ook die kosten geld en nu heeft mijn pianoleraar de tarieven ook nog eens met 1% verhoogd. Oké, er staat tegenover dat ik 10% korting krijg omdat ik wekelijks kom. Eigenlijk jammer dat ik niet nog meer korting krijg omdat ik zo ijverig studeer. Ik zal hem dat toch eens voorstellen.

Aanvankelijk had ik eens in de twee weken een uur les. Dat was financieel goed te overzien. Maar ja, het zingen wat ik er bij ging doen paste eigenlijk niet meer in dat uurtje. Wel geprobeerd hoor, maar het pianospelen raakte naar mijn idee helemaal ondergesneeuwd en dat vond ik jammer. Eerlijk gezegd werd ik er sjagrijnig van en met een onvoldaan gevoel ging ik iedere keer na de les naar huis. Zo werd het op een gegeven moment eens in de twee weken anderhalf uur. Hierdoor werd het wat duurder, maar ach, een kniesoor die daar op let.

Ook dit beviel niet. ik was na anderhalf uur compleet op. Mijn concentratievermogen zakte beneden peil en daardoor rees de vraag of ik niet beter iedere week drie kwartier kon lessen. Kom op, dacht ik, dan maak ik er gewoon een uur van. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat het daardoor twee keer zo duur werd. Buiten dat ging ik er in een enthousiaste bui ook nog zangles bij nemen. Tel daar de Schumann Akademie bij op en mijn Calvinistische opvoeding ging zich met de gang van zaken bemoeien.

Er ontstond een chaos in mijn hoofd. Allerlei laatjes van mijn hersenkast floepten open en gingen met elkaar de discussie aan: “Kon dit allemaal wel? Zoveel geld aan een hobby uitgeven? Mijn andere hobby, schilderen en tekenen verdient zichzelf redelijk terug. Maar aan dat pianospelen en zingen hou ik geen geld over. En de Schumann Akademie doe ik ook al zonder enig ander doel dan meer van muziek leren begrijpen.” Komt nog bij dat ik ooit in een grijs verleden getrouwd was met een man die vaak zei: “Het houdt ook nooit op hè, je wil altijd maar meer!” In die tijd had ik orgelles en begon ik ook nog eens aan een dirigentenopleiding. Helaas, die heb ik nooit afgemaakt want mijn huwelijk strandde. Financieel had ik die opleiding wel kunnen blijven volgen, maar met een bijna fulltime baan en drie pubers had ik daar de tijd niet voor. Dan moet je gewoon keuzes maken en dat viel me best zwaar, want ik vond het geweldig leuk om te doen.

Door al discussie in mijn hoofd sloeg ik aan het rekenen. Eén pakje sigaretten per dag is dus ongeveer 30 pakjes per maand. Dat kost toch gauw een slordige € 195,– en op jaarbasis is dat € 2.340,–. Van dat bedrag kan ik heel wat lessen betalen. Dan hou ik zelfs nog geld over om af en toe een nieuw muziekboek aan te schaffen en de pianostemmer te betalen. Minder roken of stoppen was dus een hele goede beslissing.

Aan het eind van het afgelopen lesjaar vroeg ik aan mijn pianoleraar wat mijn nieuwe maandbedrag zou worden. Tot die tijd had ik dat bedrag uit mezelf wat opgekrikt zodat ik niet een hele hoge eindafrekening zou krijgen. Hij was zelf een beetje de draad kwijtgeraakt door al die veranderingen dus hij wist het niet precies. “Dat is jammer, want dan weet ik niet hoeveel minder ik moet gaan roken.”

Stomverbaasd keek hij me aan en zei: “Maar rook jij dan?”

“Welnee, maar op die manier maak ik het voor mezelf acceptabel dat ik zoveel geld aan mezelf uitgeef. Als ik het hele bedrag de lucht in blaas is het ook weg en krijg ik er niets voor terug. Nu heb ik er tenminste nog lol van.

Eigenlijk best jammer dat ik niet rook. Het levert toch een aardige jaarlijkse besparing op als ik dan zou stoppen.

Survival op Terschelling

IMG_7168

“Wat leuk, gaan jullie ook naar Terschelling?” vraagt een bekende van ons die we op de boot tegenkwamen.

“Nee, dit is de boot naar Vlieland hoor”, zei mijn lief heel stellig. “Als je naar Terschelling gaat zit je op de verkeerde boot”.

We zagen haar lichtelijk in paniek raken, want tja, ze had ook nog voor haar moeder en zussen een huifkartocht gereserveerd. Op Terschelling wel te verstaan.

Ik pakte de tickets uit mijn tas en tot mijn verbazing stond er: “Harlingen – Terschelling”. Niks Vlieland en even was ik ontstemd. Mijn lief niet minder, want hij vond zichzelf behoorlijk dom dat hij de verkeerde boot geboekt had.

“Dan gaan we op Terschelling maar fietsen huren”, zei hij.

Ik was nog wat moe van mijn avonddienst van de vorige dag en had me, lichtelijk autistisch had ik me ingesteld op wandelen op Vlieland. Fietsen op Terschelling was dan ook geen optie. Gelukkig is mijn lief niet zo moeilijk en zo werd het dus wandelen op Terschelling. Bovendien ben ik er van overtuigd dan je wandelend meer ziet dan fietsend.

Het was heerlijk! We wandelden van West-Terschelling naar Midsland, dat is zo’n kilometer of zes. Onderweg hebben we dingen gezien waar we een paar jaar geleden waarschijnlijk gewoon aan voorbij gefietst zijn. In Midsland een lunch en toen verder met de benenwagen naar West. Daar hebben we een poosje op de kaart gekeken en zodoende besloten langs het strand naar West-Terschelling te lopen zodat we daar nog even op ons gemak rond konden kijken.

Met al ons getuur op die kaart hebben we totaal over het hoofd gezien dat er na West geen strandopgang meer is. Daar liepen we, heerlijk in het zonnetje op een strand waar we steeds minder mensen tegenkwamen. Slechts een enkele zeevisser was met zijn hengel langs de vloedlijn in de weer. Mijn lief keek wat benauwd, want de tijd draaide door, om half zes ging de laatste boot en een strandopgang was in de verste verte niet te bekennen.

IMG_7184

“Hier gaan we het duin op en dan kijken of we een pad richting West-Terschelling zien, want over het strand moeten we echt een hele omweg maken en het is al bijna vier uur.”

Wij het duin op en warempel er was een soort paadje wat helaas na een minuut of tien totaal niet toegankelijk meer was. We hadden een kapmes mee moeten nemen om zelf een pad te kappen.

Wij weer naar het strand. Terug naar West was geen optie, want dat was zeker een uur terug lopen. Dan zouden we de boot echt niet halen. Dus doorlopen en hopen op een strandopgang.
Mijn hersens maakten overuren, want ik moest de volgende dag een dagdienst werken en dus om zeven uur beginnen in Lelystad. Hoe ging ik dat oplossen? Oké, als we de boot zouden missen kon ik mijn werk bellen en opperen dat ik de volgende dag een avonddienst zou kunnen werken. Misschien dat iemand anders mijn dag zou willen of kunnen. Met deze oplossing in mijn hoofd vervolgden we onze weg.

“Kijk, daar op het duin staat een vlag. Zou daar een pad zijn?” Puffend en hijgend klommen we, door het mulle zand, het duin op. Opgelucht zagen we de Brandaris in de verte. Maar lieve hemel wat was dat nog een eind weg zeg. Een bordje gaf een wandelpad aan, maar volgens mij had daar al jaren niemand meer gelopen want het was bijna niet zichtbaar. In marstempo baanden wij ons een weg door struiken, al dan niet met doorns. Wat was ik blij dat ik niet in korte broek liep zeg. Na ieder duin hoopten we het bos te hebben bereikt, maar helaas, je wil niet weten hoe breed die duinstrook daar is.

Eindelijk, ja eindelijk kwamen we in het bosgebied en tenslotte ook nog op een fietspad met een ANWB paddestoel die ons de weg wees. Mijn benen wilden niet goed meer meedoen, maar veel keus hadden ze niet. Gewoon het ene been voor het andere zetten en vooral niet nadenken over al die spieren die ik ineens bleek te hebben.

Om tien over vijf gingen we de boot op en hebben daar eerst eens even bij zitten komen. Daarna een maaltijd besteld en deze met smaak opgegeten. We keken elkaar aan en mijn lief zie: “Dat hebben we maar weer mooi gered.” We konden er gelukkig de humor van inzien.
We zijn nog heerlijk boven op het dek in de zon gaan zitten waar ik me vervolgens afvroeg of ik die man, die daar lag, zou moeten reanimeren. Maar dat verhaal ken je al en zo niet dan moet je het maar eens lezen: http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2017/08/23/reanimeren-of-niet.

 

Reanimeren of niet?

reanimeren

We hadden zojuist lekker gegeten op de boot van Terschelling naar Harlingen, een heerlijke dag achter de rug die totaal anders was verlopen dan we van plan waren. De bedoeling was dat we naar Vlieland gingen, maar we bleken de boot naar Terschelling te hebben geboekt. Maar dat vertel ik je later nog wel.

Het was nog heerlijk weer zodat we naar het bovendek gingen om nog even van de zon te genieten.
Mijn oog viel op een man die met zijn ogen dicht tegen de reling aan zat. Het leek mij niet heel relaxed, maar hij dacht daar duidelijk anders over. Op een gegeven moment zag ik dat de man er bij was gaan liggen. Languit op zijn rug, met zijn voeten naar buiten geklapt en zijn handen gevouwen op zijn buik lag hij te slapen. Het zag er wat vreemd uit en zo af en toe keek ik eens of ik nog enig teken van leven bij hem zag. Nauwelijks waarneembaar haalde hij adem en af en toe maakte hij een slikbeweging.

Eerlijk gezegd werd ik er wat onrustig van. Was dit “gewoon slapen” of was hij onwel geworden? Stel dat we in Harlingen allemaal van de boot gingen en hij bleef daar gewoon liggen. Maar stel dat hij daar lag dood te gaan, wilde hij dan wel of niet gereanimeerd worden? Lastig dat hij geen bordje met mededeling daarover in zijn handen had.

Mijn lief keek met me mee en constateerde dat de man echt wel ademde, want als hij uitademde blies hij zijn wang op. Hij lag met zijn hoofd naar rechts gedraaid en inderdaad werd zijn linker wang met de regelmaat van de adem bol. Nu leek het een beetje op zo’n plof-ademhaling die ik wel eens had gezien bij mensen die op sterven lagen. Het zat me al met al niets lekker.

Om me heen zag ik dat andere mensen hem ook in de gaten hielden. Na wat wikken en wegen besloot ik de man toch maar te gaan vragen of alles goed met hem was. “Als hij boos wordt en gaat slaan kom je me toch wel te hulp hè?”, zei ik tegen mijn lief.

Ik ging op mijn hurken naast de man zitten. Hij merkte mijn aanwezigheid niet op. Zachtjes schudde ik aan zijn schouder en zei: “Mag ik u even storen? Gaat het wel goed met u, of slaapt u gewoon?”

Het duurde even voordat hij zijn ogen opendeed. “Ik slaap gewoon, maar dank u wel voor de bezorgdheid!” Hij bleef gewoon liggen, tot ik weer naast mijn lief zat. Ik had hem schijnbaar toch wel in zijn slaap gestoord, want hij rekte zich uit en ging in kleermakerszit, met zijn gezicht naar het water, zitten. Even later stond hij op en waaide de pet van zijn hoofd en op een holletje ging hij er achteraan.

Dikke tranen

Dikke tranen

Zomaar ineens was daar die huilbui. Niet zo één met van die gierende uithalen of hartstochtelijke snikken. Nee, gewoon tranen die uit mijn ogen bleven stromen. En dat allemaal bij het deel: “Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kunt haar een beetje mooier kleuren. Je hebt nog heel wat voor de boeg. Maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg”.

Ik zong het liedje mee en probeerde daarnaast ook te luisteren naar wat de muziek deed. Al weet ik veel hoeveel keer had ik dit gezongen. Gedachteloos waarschijnlijk en vroeger toen Anne, mijn jongste dochter, klein was reageerde zij zelf steevast nogal heftig, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen met: “Neehee!!”

Inmiddels is zij dertig en wilde ik dit liedje zingen en van een pianobegeleiding voorzien. Ze heeft al heel wat achter de rug en ook wel ontdekt dat de wereld niet altijd mooi is.

Dit liedje wilde ik niet alleen voor haar zingen, maar ook voor mijn twee andere kinderen. Die heten uiteraard geen ‘Anne’, maar ook zij waren de mooiste en liefste baby’s en ook zij hadden toen nog heel wat voor de boeg. Dat ik al anderhalf jaar geen contact met ze heb zegt niets over de liefde die ik voor ze voel. De tranen kwamen dus ook daaruit voort. Dat een scheiding van 19 jaar geleden nu nog zoveel impact zou hebben had ik niet kunnen voorzien. Misschien had ik dingen anders moeten doen. Aan de andere kant leef ik mijn leven ook met vallen en opstaan. Dat doen mijn kinderen ook, net als de meesten van ons denk ik.

Uiteindelijk lukte het me steeds beter om dit te zingen. Zeker wanneer ik druk bezig was met het zoeken naar het intro en de juiste akkoorden. Door iedere keer maar weer naar de muziek te luisteren kon ik het uiteindelijk aardig reproduceren op de piano. Evengoed kreeg ik af en toe tijdens het zingen een dikke keel en speelde ik alleen de begeleiding. Het heeft echt wel even geduurd voordat het goed ging.

En wanneer ik dacht dat het wat was bleek ik op les iets net weer een beetje anders te moeten doen. Maar het lastigste was het overdrijven van de uitspraak. Als je niet zo’n overdrijver bent voelt dat al gauw vreemd. En als ik vervolgens dacht dat ik het overdreef riep mijn pianoleraar dat ik het nog meer moest overdrijven.

 

Eindelijk was het af en werd het opgenomen. De tekst is goed te verstaan, maar ik begrijp nu wel wat hij met “nog meer overdrijven” bedoelt. Want uiteraard overdreef ik ook toen nog niet genoeg. Om die reden is het wel goed om naar zo’n opname te luisteren. Raar vind ik het overigens wel om mezelf te horen. Zo klinkt mijn stem helemaal niet als ik mezelf hoor praten of zingen.

En nu ben ik druk bezig met het uitwerken van de pianobegeleiding van “Bridge over troubled water”. Wat denk je? Ook dan krijg ik, als ik het meezing af en toe een dikke strot. Ik weet waar dat door komt. Tijdens onze vakantie in Engeland was dit liedje regelmatig op de radio te beluisteren naar aanleiding van de brand in Grenfill Tower in Londen. Dit benefietlied werd door bekende artiesten als o.a. Robbie Williams, Dua Lipa, Rita Ora en de twee ex-One Directioners Liam Payne en Louis Tomlinson gezongen. Niet ver van de plaats waar de ramp plaatsvond werd dit nummer opgenomen. Toen luisterde ik voor het eerst goed naar de tekst en wist ik ineens dat dit het volgende liedje was dat ik wilde zingen.

 

 

Helemaal alleen in mijn eentje

Helemaal alleen in mijn eentje

Mijn lief is met zijn twee puberkinderen op vakantie. Ik gun het ze van harte, hun vader twee weken lang voor zichzelf. Met mij er bij is het anders. Bovendien verander ik in een zwak aftreksel van mezelf. Of misschien word ik de schaduw van mezelf. Gevoelsmatig neem ik dan te veel ruimte in en die probeer ik te reduceren. Dan gebeurt er iets waardoor ik mezelf niet eens meer leuk vind en ben ik niet meer iemand die ik zelf graag zou willen ontmoeten of leren kennen. Dat is jammer, want zo iemand ben ik inmiddels wel geworden.

Ach en helemaal alleen ben ik niet. Morgen komen mijn ouders een nachtje logeren zodat we maandag met z’n drieën iets leuks kunnen gaan doen. Gezien het weer wordt het waarschijnlijk de Orchideeënhoeve. Liever zou ik iets in de buitenlucht doen, maar ja, een rondvaart door Giethoorn in de regen is niet leuk.

Mijn vader wordt in die periode 89. Het is niet aan hem te zien en te merken en eerlijk gezegd hoop ik dat ik ook op die manier oud mag worden. Dan heb ik na mijn pensioen nog heel wat jaartjes voor de boeg. Op die dag ben ik ook weer onder de pannen en stap ik in de rol van dochter die koffie schenkt, met taart en andere hapjes rondgaat. Altijd leuk om mijn ooms en tantes weer eens te zien.

Op één van mijn vrije dagen zou ik graag een dagje naar Texel willen. Maar als ik naar de weersvoorspelling kijk zit dat er niet erg in. Jammer, niet alleen Giethoorn is niet leuk in de regen, Texel ook al niet.

Tja, wat dan……………..dan pruts ik lekker verder aan de pianobegeleiding van Bridge over troubled water. Goed luisteren en dan proberen of ik wat ik hoor op de piano kan vertalen. Met “Anne” van Herman van Veen is dat best goed geluk.

Of ik maak mijn kabouterverhalen eindelijk eens af. Dat is ook een idee. Volgens mij hoef ik alleen het eind er nog aan te breien en dan ben ik klaar.

Het maakt ook niet uit wat ik ga doen. Het is altijd beter dan een schaduw van mezelf worden. En eerlijk is eerlijk, twee weken even met niemand rekening hoeven houden is eigenlijk best fijn. Bovendien is het best jammer dat ik regelmatig op mijn werk verwacht word.

Een gevaar op de weg

 

gevaar op de weg

“Nu”, dacht ik en deed mijn richtingaanwijzer naar links aan, maar voordat ik er op bedacht was vloog het grote stuk plastic tegen mijn voorruit. De adrenaline schoot door mijn lijf en van schrik stuurde ik naar rechts en weer terug. Ongewild werd ik een gevaar op de weg en niet eens doordat ik met mijn smartphone zat te ‘spelen’. Maar dat kan ook niet, want ik heb er geen.

Ik had de plastic flap al een poosje zien wapperen achter de vrachtwagen voor me. Het losse stuk werd steeds langer en volgens mij zou het niet lang meer duren voordat het losliet. Volgens mij kon ik beter passeren en tja, dat deed ik dus net te laat.

Het plastic vloog tegen mijn voorruit en wikkelde zich om mijn zijspiegel, waardoor ik gelukkig weer zicht had. Een gewapper van vanjewelste en even kon ik niet goed over nadenken. Dat ik zo niet kon blijven rijden was me wel duidelijk. Uiteindelijk reed ik de vluchtstrook op, die kant had ik in mijn paniek al opgezocht door mijn stuur een ruk naar rechts te geven. Maar de adrenaline liet me toen meteen weer mijn stuur naar links draaien.

Eenmaal op de vluchtstrook bleek het nogal dik, aan elkaar klevend, plastic te zijn. Het zat goed vast rond mijn zijspiegel. Uit de auto wilde ik niet stappen met al dat langsrazende verkeer, dus via mijn raam begon ik het los te wikkelen. Ik was er puur een poosje mee zoet. Toen het eindelijk los was gaf ik er een ruk aan om het de auto in te trekken. Bleek mijn wiel er op te staan. Auto starten, stukje naar voren rijden. Dom natuurlijk, dus reed ik een stukje achteruit. Gauw de hele handel mijn auto in getrokken en op de grond voor de passagiersstoel gelegd. Die ruimte nam het helemaal in beslag. En ja, ik weet het, mijn Fiat Panda is niet groot, maar toch…………………het was een flink stuk plastic.

Vaart maken op de vluchtstrook en de snelweg weer op. Op naar mijn werk, waar ik geacht werd te beginnen om zeven uur.

Mijn claustrofobische ik

 

De microfoon

Kijk, pianospelen is één ding, zingen ook. Maar pianospelen en zingen tegelijk zijn twee dingen die je tegelijk moet doen. Dat is een soort puzzel waarbij alles op z’n plek moet vallen en dat gaat niet van de ene dag op de andere.

Ik weet nog goed, die eerste les zingen en mezelf begeleiden. Echt waar, ik scheet zeven kleuren bagger. Sorry voor het taalgebruik, maar zo zeiden wij dit toen ik nog het voortgezet onderwijs volgde. Dat is inmiddels alweer ruim 40 jaar geleden, maar de kreet ben ik niet vergeten. Net zoals iets “geen pan” is, geen gezicht dus. De polderbewoners kennen deze uitdrukking niet en na ruim vijf jaar hier wonen gebruik ik deze uitdrukking vrijwel niet meer. Toch is het leuk om ‘m af en toe te laten vallen, want dan krijg ik van die verbaasde blikken toegeworpen, maar dat even terzijde.

Maar goed, dat zingen en pianospelen tegelijk. Als iemand mij vorig jaar had verteld dat ik dit zou gaan doen had ik ‘m waarschijnlijk voor gek versleten. Niets zo veranderlijk als een mens, ook ik niet, en laat ik het nu ontzettend leuk vinden. De zoektocht om het akkoordenschema om te zetten in een begeleiding, de puzzel die dat voor mij is om uiteindelijk tot iets te komen wat leuk is. En dan die teksten uit m’n hoofd leren. Ik heb nog nooit zoveel gezongen als de laatste paar maanden. Zelfs in de auto galm ik af en toe een song, maar dat blijkt toch niet altijd handig te zijn. Want wat gebeurt er dan? Ik ga veel te hard rijden en dat heb ik pas door als ik wel erg veel auto’s passeer. Dus zingen in de auto doe ik maar niet meer en als ik wel zing doe ik het zachtjes. Gek genoeg ga ik dan niet harder rijden. Of misschien is dat logisch en is daar een wetenschappelijke verklaring voor. Wie het weet mag het zeggen.

En dan heb je nog die microfoon. Een hulpmiddel wat ik nog niet eerder gebruikt heb, dus het was even wennen. De eerste keer kreeg ik daar een zeer claustrofobisch gevoel door. Die microfoon kwam veel te dichtbij en tja, daardoor werd voor mijn gevoel de ruimte om me heen kleiner. Idioot eigenlijk, alhoewel, ik voel me bij vlagen ook claustrofobisch achter mijn bril. Vooral als het warm is. Ja, een beetje raar ben ik wel.

Maar ook je eigen stem horen alsof ‘ie niet uit jezelf komt. Dat was toch ook wel wat vreemd en ik wist ook niet goed of ik dit nu wel mooi vond. Maar ook dat blijkt te wennen.

De laatste twee lessen kwam de microfoon er ook aan te pas, want tja, het is wel iets waar ik mee moet leren omgaan. Achter de vleugel had ik nagenoeg geen last van dat ding. Ik kon de muziek, nou ja muziek? Als je op mijn papier kijkt zie je alleen tekst met daarboven akkoorden geschreven. Ha ha, nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, maar het lukt. Maar goed, ik kon de muziek goed zien. Dat was de laatste keer een ander verhaal, want ik had les op de piano die achter in de tuin in een tent stond. De piano bleek lager te zijn dan de vleugel, waardoor ik hoger zat dan normaal. Mijn muziek stond lager dan normaal en eerlijk gezegd stond de microfoon, volgens mij een andere, toch behoorlijk in de weg. Claustrofobie werd meteen geboren, maar die heb ik meteen geparkeerd. Dan kon ik er niet bij gebruiken, maar ondertussen probeerde ik wel zo nu en dan p, microfoon heen te kijken om de muziek te kunnen zien. Ja, dat kan natuurlijk niet, want dan zing je naast de microfoon. Dat heeft volgens mij een beetje vreemd effect. Waarom ik naar de muziek moest kijken weet ik ook niet, want het zit in mijn vingers en in mijn hoofd.

Het is maar goed dat ik deze ervaring heb opgedaan, dan vlieg ik zaterdag hopelijk niet uit de bocht. Die claustrofobie laat ik gewoon thuis en ach, als er iets mis gaat is er nog geen man overboord. Dan ben ik waarschijnlijk wat uit mijn hum maar daar ga ik niet dood aan.

De pacemaker

Pacemaker

Op 29 mei waren mijn ouders 60 jaar getrouwd, maar het feest moest worden afgeblazen. Mijn moeder lag in het ziekenhuis en kreeg op haar trouwdag een kostbaar cadeau: een pacemaker.

Nadat de uitslag van het hartkastje binnen was belde de huisarts mijn moeder om haar te vertellen dat zij opgenomen zou worden in het ziekenhuis. Tien minuten later stond de ambulance voor de deur en mocht zij van het ene moment op het andere niets meer. “Ik kan wel zelf lopen hoor”, liet zij de ambulancebroeders weten. “Nee mevrouw, u gaat op de brancard, want uw hart kan er zomaar mee stoppen.”

Daar lag mijn moeder dan, als Hollands welvaren, aan de monitor op de hartbewaking. Zij zag er niet echt uit als een hartpatiënt wat het nogal verwarrend maakte.

“Ik ben blij dat ik hier lig. Ik had helemaal geen zin in het feest, daar ben ik veel te moe voor.”

“Mam, wat dacht je, ik zal iets moeten gaan doen om pa te overleven!”

“Ja, ik dacht, daar moet ik iets op bedenken.”

“Nou, dat is je aardig gelukt!”

Mijn moeder denkt al haar hele leven, of in ieder geval sinds mijn tienerjaren, dat zij mijn vader zal overleven. Waarschijnlijk omdat zowel haar moeder als schoonmoeder al jong weduwe waren. Mijn vader wordt in augustus 89 en mijn moeder is 82 maar kwakkelt wat meer met haar gezondheid dan mijn vader.

Ik heb een nachtje bij mijn vader gelogeerd in het eenpersoons logeerbed. Een rare gewaarwording want ik was bang dat ik er uit zou vallen. Ik begrijp ook heel goed dat bewoners in het verpleeghuis hun bedhek het liefst omhoog willen. Niks vrijheidsbeperkende maatregel. Gewoon een veilig gevoel. Als het logeerbed bedhekken gehad zou hebben had ik ze subiet omhoog gedaan.

Gisteren en vandaag ging ik weer gewoon naar het werk. Ik vertelde het verhaal aan mijn collega’s en aan mijn leidinggevende en deed gewoon “mijn ding”. Vooral vandaag was het erg druk. Een gesprek met emotionele lading met een bewoner en zijn bewindvoerder. Daarna artsenvisite en tot slot vanmiddag het MDO. De stagiaire had het voorbereid voor een opdracht en de bedoeling was dat ik haar zou observeren. Daarna moest ik haar werkbegeleider laten weten hoe het gegaan was.

Druk, druk, druk, terwijl mijn leidinggevende tegen mij had gezegd: “Doe jij maar wel een beetje rustig aan.”

Vanmiddag speelde ik een uurtje piano en zong de liedjes die ik volgende week zaterdag op de leerlingenuitvoering ga zingen. Na het eten tekende ik verder aan mijn kleindochter en daarna was het gedaan met mijn concentratie. Ik probeerde te lezen, belde mijn moeder om te horen of het goed ging met haar. Gaf haar advies hoe zij de pleister van de hechtingen kon halen, waarna zij mij weer terugbelde dat het was gelukt en dat alles er goed uitzag. We spraken af dat ze rustig aan zou doen en dat ik vrijdagochtend haar haar zal wassen, want dat mag ze zelf niet doen.

Daarna probeerde ik weer te lezen en kreeg ineens een huilbui die ik niet meer kon stoppen. Dan is het balen dat mijn lief op Vlieland zit voor zijn werk.

Uiteindelijk heb ik het boek maar weggelegd en mijn verhaal op papier op papier gezet. Hopelijk wordt het daardoor wat rustiger in mijn hoofd.

Het moet toch niet gekker worden

verward

Soms kan ik ontzettend moe van mezelf worden. Weet je wel wat een moeite het mij soms kost om dicht bij mezelf te blijven? Nou, gewoon veel. Soms lijk ik het onder de knie te hebben en dan ineens slaat er een soort virus toe en dwaal ik bij mezelf vandaan. Ik merk de drukte op in mijn hoofd, voel de twijfels die ik vervolgens lekker ga negeren. En hoe zit het ook alweer met twijfel? Is het niet zoiets: “Bij twijfel, niet doen!”

Een jaar of drie geleden ging ik hier zingen in een koor. Het bleek niet helemaal het koor wat ik gedacht had en soms had ik heimwee naar het Waterlands Kamerkoor. Maar ja, om nu vanuit Emmeloord naar Purmerend te rijden om de koorrepetitie bij te wonen ging ook wat ver.

Drie jaar lang heb ik in dit koor gezongen en drie jaar lang heb ik getwijfeld of dit was wat ik wilde. Ik ben zelfs nog een jaar voorzitter van het bestuur geweest, ook al met de nodige twijfels. Niet lang geleden hakte ik de knoop door en nam ik afscheid van dit koor.

Begin dit jaar begon ik met ‘sing a song’ lessen naast mijn pianolessen. Het gekke is dat ik daar geen enkele twijfel bij had en nog steeds niet heb. Het is iets wat ik heel goed kan doen in plaats van in een koor zingen. En toch ging ik op zoek naar een koor waar ik me misschien meer thuis zou voelen. Waarom ik dat deed? Ach, er speelde van alles door mijn hoofd. Alles wat ik naast mijn werk doe, en dat is best veel, doe ik alleen. Piano spelen, sing a song, schrijven, tekenen en schilderen, niets van dit alles doe ik in groepsverband. Ja oké, ik heb piano en sing a song les. Door de aanwijzingen die ik daar krijg ontwikkel ik me steeds meer. Maar het blijft toch iets wat ik alleen doe. In een koor zing je samen en misschien is dat wel goed voor me. Onzin natuurlijk, want ik gedij prima als ik dingen alleen doe. Bovendien werk ik door mijn beroep met allerlei soorten mensen. En zonder dat ik op wil scheppen durf ik best te zeggen dat ik goed ben in mijn werk. Het is dus niet zo dat ik een soort kluizenaar ben.

Maar goed, ik vond een koor en woonde twee repetities bij. Het was een koor waar ik meteen enthousiast van werd. En toch was er een stemmetje wat twijfel zaaide. Wat deed ik daarmee? Het moet toch niet gekker worden, maar ik negeerde het totaal. Oliedom natuurlijk, want het stemmetje vroeg mij of ik niet te veel hooi op mijn vork nam. De vakopleiding van de Schumann Akademie gaan volgen en dan toch ook weer een koor zoeken. Kijk, dat is ook zoiets. Over die Schumann Akademie had ik geen enkele twijfel. Vandaar dat het ook zo onlogisch was dat ik de twijfels over het zingen in koorverband zo totaal negeerde. Ik deed zelfs auditie. Spannend, maar ook leuk om te doen. Ik bleek een groot stembereik te hebben en wat ik voorbereid had kwam er goed uit. De dirigent enthousiast, de voorzitter enthousiast en ik op dat moment ook. De uitslag heb ik uiteindelijk niet afgewacht, want na die auditie sloeg de twijfel pas goed toe. Nog steeds negeerde ik die hardnekkig tot ik een interview met Adriaan van Dis las. Door iets wat hij zei begon ik mijn twijfels te verwoorden naar mijn lief.

“Als jij twijfelt dan weet je eigenlijk al dat je het niet moet doen. Neem dat gevoel serieus!”

Ik sliep er een nachtje over en de volgende ochtend waren bij het wakker worden mijn eerste woorden: “Ik ga het afzeggen”. Raar, want ik had niet liggen piekeren die nacht en toch kwam het er heel resoluut uit. Ik zei zelfs nog iets over zangles nemen, maar waar dat idee ineens vandaan kwam weet ik niet. Dat idee verdwijnt overigens alweer langzaam naar de achtergrond.

In ieder geval maakte ik weer eens een grote omweg om een beslissing te nemen maar bleef ik uiteindelijk dicht bij mezelf. Maar die drukte die in mijn hoofd ontstaat moet ik toch echt eens serieus gaan nemen.