Category Archives: woordenspel

Mijn claustrofobische ik

 

De microfoon

Kijk, pianospelen is één ding, zingen ook. Maar pianospelen en zingen tegelijk zijn twee dingen die je tegelijk moet doen. Dat is een soort puzzel waarbij alles op z’n plek moet vallen en dat gaat niet van de ene dag op de andere.

Ik weet nog goed, die eerste les zingen en mezelf begeleiden. Echt waar, ik scheet zeven kleuren bagger. Sorry voor het taalgebruik, maar zo zeiden wij dit toen ik nog het voortgezet onderwijs volgde. Dat is inmiddels alweer ruim 40 jaar geleden, maar de kreet ben ik niet vergeten. Net zoals iets “geen pan” is, geen gezicht dus. De polderbewoners kennen deze uitdrukking niet en na ruim vijf jaar hier wonen gebruik ik deze uitdrukking vrijwel niet meer. Toch is het leuk om ‘m af en toe te laten vallen, want dan krijg ik van die verbaasde blikken toegeworpen, maar dat even terzijde.

Maar goed, dat zingen en pianospelen tegelijk. Als iemand mij vorig jaar had verteld dat ik dit zou gaan doen had ik ‘m waarschijnlijk voor gek versleten. Niets zo veranderlijk als een mens, ook ik niet, en laat ik het nu ontzettend leuk vinden. De zoektocht om het akkoordenschema om te zetten in een begeleiding, de puzzel die dat voor mij is om uiteindelijk tot iets te komen wat leuk is. En dan die teksten uit m’n hoofd leren. Ik heb nog nooit zoveel gezongen als de laatste paar maanden. Zelfs in de auto galm ik af en toe een song, maar dat blijkt toch niet altijd handig te zijn. Want wat gebeurt er dan? Ik ga veel te hard rijden en dat heb ik pas door als ik wel erg veel auto’s passeer. Dus zingen in de auto doe ik maar niet meer en als ik wel zing doe ik het zachtjes. Gek genoeg ga ik dan niet harder rijden. Of misschien is dat logisch en is daar een wetenschappelijke verklaring voor. Wie het weet mag het zeggen.

En dan heb je nog die microfoon. Een hulpmiddel wat ik nog niet eerder gebruikt heb, dus het was even wennen. De eerste keer kreeg ik daar een zeer claustrofobisch gevoel door. Die microfoon kwam veel te dichtbij en tja, daardoor werd voor mijn gevoel de ruimte om me heen kleiner. Idioot eigenlijk, alhoewel, ik voel me bij vlagen ook claustrofobisch achter mijn bril. Vooral als het warm is. Ja, een beetje raar ben ik wel.

Maar ook je eigen stem horen alsof ‘ie niet uit jezelf komt. Dat was toch ook wel wat vreemd en ik wist ook niet goed of ik dit nu wel mooi vond. Maar ook dat blijkt te wennen.

De laatste twee lessen kwam de microfoon er ook aan te pas, want tja, het is wel iets waar ik mee moet leren omgaan. Achter de vleugel had ik nagenoeg geen last van dat ding. Ik kon de muziek, nou ja muziek? Als je op mijn papier kijkt zie je alleen tekst met daarboven akkoorden geschreven. Ha ha, nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, maar het lukt. Maar goed, ik kon de muziek goed zien. Dat was de laatste keer een ander verhaal, want ik had les op de piano die achter in de tuin in een tent stond. De piano bleek lager te zijn dan de vleugel, waardoor ik hoger zat dan normaal. Mijn muziek stond lager dan normaal en eerlijk gezegd stond de microfoon, volgens mij een andere, toch behoorlijk in de weg. Claustrofobie werd meteen geboren, maar die heb ik meteen geparkeerd. Dan kon ik er niet bij gebruiken, maar ondertussen probeerde ik wel zo nu en dan p, microfoon heen te kijken om de muziek te kunnen zien. Ja, dat kan natuurlijk niet, want dan zing je naast de microfoon. Dat heeft volgens mij een beetje vreemd effect. Waarom ik naar de muziek moest kijken weet ik ook niet, want het zit in mijn vingers en in mijn hoofd.

Het is maar goed dat ik deze ervaring heb opgedaan, dan vlieg ik zaterdag hopelijk niet uit de bocht. Die claustrofobie laat ik gewoon thuis en ach, als er iets mis gaat is er nog geen man overboord. Dan ben ik waarschijnlijk wat uit mijn hum maar daar ga ik niet dood aan.

De pacemaker

Pacemaker

Op 29 mei waren mijn ouders 60 jaar getrouwd, maar het feest moest worden afgeblazen. Mijn moeder lag in het ziekenhuis en kreeg op haar trouwdag een kostbaar cadeau: een pacemaker.

Nadat de uitslag van het hartkastje binnen was belde de huisarts mijn moeder om haar te vertellen dat zij opgenomen zou worden in het ziekenhuis. Tien minuten later stond de ambulance voor de deur en mocht zij van het ene moment op het andere niets meer. “Ik kan wel zelf lopen hoor”, liet zij de ambulancebroeders weten. “Nee mevrouw, u gaat op de brancard, want uw hart kan er zomaar mee stoppen.”

Daar lag mijn moeder dan, als Hollands welvaren, aan de monitor op de hartbewaking. Zij zag er niet echt uit als een hartpatiënt wat het nogal verwarrend maakte.

“Ik ben blij dat ik hier lig. Ik had helemaal geen zin in het feest, daar ben ik veel te moe voor.”

“Mam, wat dacht je, ik zal iets moeten gaan doen om pa te overleven!”

“Ja, ik dacht, daar moet ik iets op bedenken.”

“Nou, dat is je aardig gelukt!”

Mijn moeder denkt al haar hele leven, of in ieder geval sinds mijn tienerjaren, dat zij mijn vader zal overleven. Waarschijnlijk omdat zowel haar moeder als schoonmoeder al jong weduwe waren. Mijn vader wordt in augustus 89 en mijn moeder is 82 maar kwakkelt wat meer met haar gezondheid dan mijn vader.

Ik heb een nachtje bij mijn vader gelogeerd in het eenpersoons logeerbed. Een rare gewaarwording want ik was bang dat ik er uit zou vallen. Ik begrijp ook heel goed dat bewoners in het verpleeghuis hun bedhek het liefst omhoog willen. Niks vrijheidsbeperkende maatregel. Gewoon een veilig gevoel. Als het logeerbed bedhekken gehad zou hebben had ik ze subiet omhoog gedaan.

Gisteren en vandaag ging ik weer gewoon naar het werk. Ik vertelde het verhaal aan mijn collega’s en aan mijn leidinggevende en deed gewoon “mijn ding”. Vooral vandaag was het erg druk. Een gesprek met emotionele lading met een bewoner en zijn bewindvoerder. Daarna artsenvisite en tot slot vanmiddag het MDO. De stagiaire had het voorbereid voor een opdracht en de bedoeling was dat ik haar zou observeren. Daarna moest ik haar werkbegeleider laten weten hoe het gegaan was.

Druk, druk, druk, terwijl mijn leidinggevende tegen mij had gezegd: “Doe jij maar wel een beetje rustig aan.”

Vanmiddag speelde ik een uurtje piano en zong de liedjes die ik volgende week zaterdag op de leerlingenuitvoering ga zingen. Na het eten tekende ik verder aan mijn kleindochter en daarna was het gedaan met mijn concentratie. Ik probeerde te lezen, belde mijn moeder om te horen of het goed ging met haar. Gaf haar advies hoe zij de pleister van de hechtingen kon halen, waarna zij mij weer terugbelde dat het was gelukt en dat alles er goed uitzag. We spraken af dat ze rustig aan zou doen en dat ik vrijdagochtend haar haar zal wassen, want dat mag ze zelf niet doen.

Daarna probeerde ik weer te lezen en kreeg ineens een huilbui die ik niet meer kon stoppen. Dan is het balen dat mijn lief op Vlieland zit voor zijn werk.

Uiteindelijk heb ik het boek maar weggelegd en mijn verhaal op papier op papier gezet. Hopelijk wordt het daardoor wat rustiger in mijn hoofd.

Het moet toch niet gekker worden

verward

Soms kan ik ontzettend moe van mezelf worden. Weet je wel wat een moeite het mij soms kost om dicht bij mezelf te blijven? Nou, gewoon veel. Soms lijk ik het onder de knie te hebben en dan ineens slaat er een soort virus toe en dwaal ik bij mezelf vandaan. Ik merk de drukte op in mijn hoofd, voel de twijfels die ik vervolgens lekker ga negeren. En hoe zit het ook alweer met twijfel? Is het niet zoiets: “Bij twijfel, niet doen!”

Een jaar of drie geleden ging ik hier zingen in een koor. Het bleek niet helemaal het koor wat ik gedacht had en soms had ik heimwee naar het Waterlands Kamerkoor. Maar ja, om nu vanuit Emmeloord naar Purmerend te rijden om de koorrepetitie bij te wonen ging ook wat ver.

Drie jaar lang heb ik in dit koor gezongen en drie jaar lang heb ik getwijfeld of dit was wat ik wilde. Ik ben zelfs nog een jaar voorzitter van het bestuur geweest, ook al met de nodige twijfels. Niet lang geleden hakte ik de knoop door en nam ik afscheid van dit koor.

Begin dit jaar begon ik met ‘sing a song’ lessen naast mijn pianolessen. Het gekke is dat ik daar geen enkele twijfel bij had en nog steeds niet heb. Het is iets wat ik heel goed kan doen in plaats van in een koor zingen. En toch ging ik op zoek naar een koor waar ik me misschien meer thuis zou voelen. Waarom ik dat deed? Ach, er speelde van alles door mijn hoofd. Alles wat ik naast mijn werk doe, en dat is best veel, doe ik alleen. Piano spelen, sing a song, schrijven, tekenen en schilderen, niets van dit alles doe ik in groepsverband. Ja oké, ik heb piano en sing a song les. Door de aanwijzingen die ik daar krijg ontwikkel ik me steeds meer. Maar het blijft toch iets wat ik alleen doe. In een koor zing je samen en misschien is dat wel goed voor me. Onzin natuurlijk, want ik gedij prima als ik dingen alleen doe. Bovendien werk ik door mijn beroep met allerlei soorten mensen. En zonder dat ik op wil scheppen durf ik best te zeggen dat ik goed ben in mijn werk. Het is dus niet zo dat ik een soort kluizenaar ben.

Maar goed, ik vond een koor en woonde twee repetities bij. Het was een koor waar ik meteen enthousiast van werd. En toch was er een stemmetje wat twijfel zaaide. Wat deed ik daarmee? Het moet toch niet gekker worden, maar ik negeerde het totaal. Oliedom natuurlijk, want het stemmetje vroeg mij of ik niet te veel hooi op mijn vork nam. De vakopleiding van de Schumann Akademie gaan volgen en dan toch ook weer een koor zoeken. Kijk, dat is ook zoiets. Over die Schumann Akademie had ik geen enkele twijfel. Vandaar dat het ook zo onlogisch was dat ik de twijfels over het zingen in koorverband zo totaal negeerde. Ik deed zelfs auditie. Spannend, maar ook leuk om te doen. Ik bleek een groot stembereik te hebben en wat ik voorbereid had kwam er goed uit. De dirigent enthousiast, de voorzitter enthousiast en ik op dat moment ook. De uitslag heb ik uiteindelijk niet afgewacht, want na die auditie sloeg de twijfel pas goed toe. Nog steeds negeerde ik die hardnekkig tot ik een interview met Adriaan van Dis las. Door iets wat hij zei begon ik mijn twijfels te verwoorden naar mijn lief.

“Als jij twijfelt dan weet je eigenlijk al dat je het niet moet doen. Neem dat gevoel serieus!”

Ik sliep er een nachtje over en de volgende ochtend waren bij het wakker worden mijn eerste woorden: “Ik ga het afzeggen”. Raar, want ik had niet liggen piekeren die nacht en toch kwam het er heel resoluut uit. Ik zei zelfs nog iets over zangles nemen, maar waar dat idee ineens vandaan kwam weet ik niet. Dat idee verdwijnt overigens alweer langzaam naar de achtergrond.

In ieder geval maakte ik weer eens een grote omweg om een beslissing te nemen maar bleef ik uiteindelijk dicht bij mezelf. Maar die drukte die in mijn hoofd ontstaat moet ik toch echt eens serieus gaan nemen.

Emoties

Mijn jongste dochter heet Anne. Wij noemden haar zo na het horen van het liedje van Herman van Veen. Dit liedje heeft dan ook een speciaal plekje in mijn hart. Toen mijn dochter klein was werd ze steevast boos als ik het begon te zingen. “Neehee!”, klonk het dan verontwaardigd en daar moest ik dan altijd stiekem een beetje om lachen. Overigens werd zij ook boos als ik een reclameliedje zong: “Salades van Johma, verrassend lekkere salades”. Dan klonk hetzelfde “Neehee”. Volgens mij had het niets met mijn zangkunst te maken, want bij andere liedjes werd ze niet boos, dan zong ze gezellig mee.

Sinds begin dit jaar heb ik, behalve pianoles ook ‘sing a song’ les. Zingen en je eigen begeleiding maken n.a.v. een akkoordenschema. In het begin een soort worsteling, omdat ik heel weinig van akkoorden weet. Inmiddels begin ik het te snappen en dat mag dan ook wel, want ook in de lessen van de Schumann Akademie word ik met akkoorden om de oren geslagen.

Inmiddels ben ik drie liedjes verder en heb ik Scarborough fair, Memory en Alone Again zo goed als onder de knie. Tijd voor een nieuw liedje dus. Tja, dat wordt dan weer een zoektocht, want heel erg thuis in dit soort muziek ben ik niet. Soms hoor ik toevallig iets op de radio waarvan ik denk  “Hé dat is ook wel leuk!” , maar dan kan het qua tekst niet. Eigenwijs genoeg dan wil ik het eigenlijk toch,  omdat ik de strekking van het lied best aandoenlijk vind. Maar ja, een mens kan niet alles hebben. Dus viel de keus op “Anne” van Herman van Veen.

Nooit heb ik er aan gedacht dat dit zoveel emoties met zich mee zou brengen. Ik luisterde naar het liedje en kreeg last van een dichtgeknepen keel en de waterlanders zaten meteen ook wel erg hoog. Hiermee bekroop mij meteen het gevoel dat het misschien niet handig is om juist dit liedje te willen zingen. De emoties laaien vooral op tijdens het refrein: “Anne, de wereld is niet mooi. Maar jij kan haar een beetje mooier kleuren. Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg, maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg.”

Anne is sinds anderhalf jaar mijn enige kind waar ik contact mee heb. De andere twee hebben mij in een hoek weggezet. En dat is waar de emotie bij dit liedje vandaan komt. En dan is het ook nog eens moederdagweekend. Anne kwam, samen met de kinderen, vorige week al vanwege moederdag. En dat is dan ook zoiets, want mijn andere vier kleinkinderen heb ik dus ook al anderhalf jaar niet gezien.
Vanmorgen belde Anne al heel vroeg om me een fijne moederdag te wensen. Ook dat is wel eens anders geweest. Want de laatste jaren had ik juist met haar het minste contact.

Er over uitweiden doe ik verder niet, er is gewoon ontzettend veel gebeurd de afgelopen jaren. Ik kan het ook niet goed uitleggen, krijg vaak het gevoel dat mensen meteen denken: “Tja, je zal het er misschien ook wel naar gemaakt hebben”. Maar er zitten echt altijd meerdere kanten aan een verhaal. En dan, je eigen moeder aan de kant zetten, ik zou het niet kunnen.

Ik wil het liedje zingen en ontdekte vanmiddag dat, als ik met dat akkoordenschema bezig ben, de emoties naar de achtergrond verdwijnen. Het lijkt me eigenlijk heel leuk als ik het een keer voor haar kan zingen. Of ik dat life kan weet ik niet, maar wie weet kan ik nog eens een link van een opname naar haar sturen.

Eerst maar eens kijken of ik die emoties kan parkeren.

Chopin meets The Blues

Chopin

Daar zaten we dan, de culturele elite van Emmeloord zoals Peter Beets ons noemde, op het podium in Het Voorhuys. Het was waarschijnlijk wat jammer voor het Peter Beets Trio, want de zaal was niet uitverkocht. Verre van dat, het hele gezelschap paste op het podium in een halve cirkel om het trio en de twee klassieke zangeressen heen. Petje af voor de reactie van Peter, want het moet toch een teleurstelling zijn geweest. Hij vond het geweldig dat wij de stap hadden gewaagd om naar het optreden te komen.

Dat vonden wij achteraf zelf eigenlijk ook wel. Ik was best nieuwsgierig naar wat er zou ontstaan wanneer klassieke zangeressen hun liederen zouden zingen terwijl het Peter Beets Trio er een Blues lijn onder zou improviseren. Zo’n klassiek lied krijgt dan een hele andere uitstraling die evengoed mooi is. En dat meen ik echt, het kreeg schwung en werd er ‘warmer’ van.

Peter vertelde over de akkoordenschema’s waar hij aan gewerkt had. Dat klonk mij bekend in de oren, want sinds ik aan Sing a Song doe werk ik, of liever worstel ik, ook met akkoordenschema’s. Op een ander niveau hoor, dat geef ik grif toe. Weet je, als het trio de intro speelde klonk het echt geweldig en ook tijdens de begeleiding van het lied klonk het mooi. Er ontstond een ander soort sfeer dan dat zo’n lied normaal gesproken heeft.

Maar dan kwam het tussenspel en dat begon eigenlijk iedere keer met het mee stampen van de schoenen van de pianist. Eigenlijk begrijp ik nu pas waarom er onder de vleugel waar ik les op heb een kleed licht. Je zal de hele dag leerlingen over de vloer krijgen die mee stampen. Daar word je als pianoleraar helemaal gek van, denk ik. Maar goed, dat even terzijde.

De pianist raakte op zo’n moment helemaal op dreef en het leek alsof hij niet meer kon stoppen met improviseren. Beide zangeressen keken elkaar dan ook vertwijfeld aan alsof ze wilden zeggen: “En wanneer mogen wij nu weer?” Hij stampte maar door en riedelde er flink op los op de piano. Als ik heel eerlijk ben leken de improvisaties bij de verschillende liederen wel erg op elkaar.

Dezelfde loopjes in een andere toonsoort en verder had het dan voor mijn gevoel ook niets meer met het lied te maken wat gezongen werd. Er zat zelfs niets in wat een beetje af te leiden was van het lied en dat vond ik dan toch wel jammer, want in het voorspel was dit wel te herkennen.

In de pauze verkocht het trio cd’s en dat liep niet geweldig, zo liet Peter weten. Hij vond dat jammer en zo besloten zij een prelude van Chopin te laten horen die ook op de cd stond.

Het intro was duidelijk herkenbaar, inderdaad één van de preludes van Chopin. Een poosje ging dit goed tot hij weer begon mee te stampen en er iets heel anders kwam wat voor mij niet hoorbaar was als iets wat nog met Chopin te maken had. Dat gevoel werd nog eens versterkt toen hij de drummer een solo liet spelen. Het was werkelijk geweldig drumspel, maar het was niet duidelijk wat het met Chopin’s prelude te maken had, maar de drummer genoot er zelf enorm van. Ook hij wist van geen ophouden. De hele prelude duurde op deze manier toch gauw een kwartier.

Tijdens één van de liederen kreeg de bassist een knikje en ook hij mocht een stukje solo improviseren. Zijn vingers leken wel los te zitten zo flierefluiterden ze over de snaren en het was mooi, maar ook dit had niets meer met het lied te maken. Bovendien raakte ik wat gespannen en zat op het puntje van mijn stoel om toe te kunnen snellen wanneer hij met bas en al naar voren zou struikelen, zo gevaarlijk leunde hij over het instrument heen om ergens beneden de snaren te beroeren. Gelukkig liep dit allemaal goed af en ging hij weer rechtop staan. Dat scheelde weer een heldendaad voor mij. Eigenlijk ook wel wat jammer, want dan had ik misschien de krant wel gehaald.

Ik denk dat jullie inmiddels wel begrepen hebben dat Blues niet helemaal mijn ding is, maar gelukkig hing er wel een mooie kroonluchter.

Eigen regie

IMG_6462

Kijk, zo ziet mijn hersen-ladekast er uit. Ik kwam ‘m zomaar tegen in de Libelle en herkende ‘m meteen. Bij zijn er etiketten opgeplakt zodat ik weet wat er in zit. Sommigen kunnen beter dichtblijven, daar staat dan ook ‘gesloten’ op. Als die opengaan voegt het weinig toe, of ik kan niks met de inhoud. Overigens is die van mij wel donkerder en staan er geen snuisterijen op, want dan wordt het wel erg druk in mijn hoofd en dat is het soms toch al.

Soms floept er zomaar zo’n laatje open. Alhoewel, helemaal zonder aanleiding gebeurt dat niet. Neem nu dat laatje waar de Schumann akademie inzat, die ging open doordat ik naar straatmuzikanten stond te luisteren, maar misschien ook wel doordat ik eindelijk weer eens voor publiek piano ging spelen.

Laatst ging het laatje ‘begrafenis’ open. Ook daar was een aanleiding voor, want mijn tante is nog niet lang geleden overleden en mijn lief en ik waren naar de crematieplechtigheid. Er kwam van alles bij me naar boven, wat ik op dat moment maar weer even in het laatje terug gestopt.

Het grootste deel van mijn leven hoorde ik bij een kerk en begrafenissen of crematies werden vanuit die kerk geregeld. In dat deel van mijn leven stond ik ook verder niet stil bij hoe ik dat zelf zou willen. De laatste tien jaar ga ik niet meer naar de kerk. Wel ging ik af en toe met mijn lief mee als hij een kerkdienst moest spelen, maar ik vind er niks. Eerlijk gezegd vroeg ik me al die keren af wat ik daar nu eigenlijk deed. Als ik dat eenmaal ga denken moet ik gewoon niet meer gaan. Heel af en toe vroeg ik me wel af hoe dat dan moest met een begrafenis. Via een kerk waar ik nooit kom is voor mij geen optie. Dat vind ik dan eerlijk gezegd ook wat hypocriet. Maar wat dan? Mijn lief iets laten zeggen, wat muziek en dan stilte zodat iedereen mij zich op zijn eigen manier kan herinneren? Dat lijkt het me een wat kale aangelegenheid.

Mijn tante heeft, samen met mijn oom en mijn twee nichten, haar eigen plechtigheid geregisseerd. Eerlijk gezegd vond ik dat een mooi gegeven en ik pakte de ‘wensenuitvaart’ er maar weer eens bij die ik ooit gedownload had. Eerlijk gezegd ben ik nog niet veel verder gekomen dan bij het deel ‘muziek’. Bij mijn begrafenis of crematie, zelfs daar moet ik nog over nadenken, wil ik dat er piano gespeeld wordt. De pianist heb ik vast uitgezocht en een lijstje met werken gegeven. Voor hem is het te hopen dat ik niet nog honderd keer van gedachten verander. Trouwens, als ik net zo oud word als mijn vader (hij wordt dit jaar 89), dan is die pianist ook oud en is het maar de vraag of het met dat pianospelen allemaal nog wel wil.

Ik kan natuurlijk ook alles zelf instuderen en dan door mijn lief op laten nemen. Kijk, dat is pas origineel, dan spelen ze de video af en zien mij achter de piano. Ik zou dan zelfs nog even iets kunnen zeggen tegen de aanwezigen. Bijvoorbeeld iets in de trant van: “Het leven was leuk met mij, maar nu moeten jullie zonder mij verder. Dat gaat jullie lukken, daar ben ik van overtuigd.”

Het liefst zou ik mijn plechtigheid zelf ook meemaken, dus ben ik van plan om in een hoekje tegen het plafond te gaan hangen, net alsof ik met heliumgas ben gevuld.  En nu niet denken dat ik spot met de dood, want dat is absoluut niet zo. Ik kijk van bovenaf naar de aanwezigen en misschien denk ik dan wel: “Kijk, mijn lief heeft de tranen in zijn ogen, maar houdt zich groot, en wat spreekt hij mooi over mij. En jij daar, waarom zit jij eigenlijk te huilen? Je had toch een hekel aan me? En wat doe jij hier? Had jij niet het contact met mij verbroken? Ga hier dan ook niet zitten snuffen, doe dat maar lekker thuis. O, en kijk nu, zij is er ook en haar had ik hier echt niet verwacht. Wat een onverwachte verrassing. En moet je nu horen! Die pianist maakt gewoon z’n eigen variatie van het Adagio uit het pianoconcert van Bach. Ach, eigenlijk klinkt het best mooi zo. Hé, nu speelt ‘ie gewoon een verkeerde noot. Ach ja, dat overkwam mij ook als ik voor publiek speelde. Moet kunnen, een kniesoor die daarop let. En hoor eens wat mijn dochter over me zegt. Ik was waarschijnlijk best een leuke moeder.

En dan, als het allemaal achter de rug is laat ik mezelf leeglopen en kruip stiekem terug in de kist. Wat daarna komt weet ik niet. Trouwens, voorlopig ben ik nog niet zo ver. Ik vind het leven veel te mooi, dus geniet ik van alles wat ik kan en doe. Daar is het leven uiteindelijk voor, om te leven en er zoveel mogelijk uit te halen.

De Schumann Akademie

Schumann akademie

Bijna negen jaar geleden bekeek ik voor het eerst de website van de Schumann Akademie en diep van binnen bedacht ik dat ik daar best heen zou willen. Gewoon voor de lol om meer te begrijpen van muziek, niet om er mijn beroep van te maken. Ik was bijna klaar met de opleiding voor Verzorgende IG maar besloot uiteindelijk verder te leren voor MBO verpleegkundige. De Schumann Akademie verdween in een laatje in mijn hersenkast. 

Na twee jaar flink buffelen  was ik in 2010 klaar en mocht ik mij verpleegkundige noemen. Niet lang daarna sprong het laatje open en floepte de Schumann Akademie er zomaar uit. Ergens diep van binnen leek het me nog steeds gaaf om zo’n opleiding te volgen. Uiteindelijk werd het niks want doordat mijn relatie strandde stond ik er financieel minder rooskleurig voor. Ik had er doogewoon geen geld voor. Ik was al lang blij dat ik in de gelegenheid was om de dingen te blijven doen die ik leuk vond. Mijn pianolessen wilde ik niet kwijt, ik had een piano in huurkoop en zong ik het Waterlands Kamerkoor. Met volle kracht werd de Schumann Akademie in het laatje terug gestopt en dat draaide ik meteen maar op slot ook. Een afgesloten hoofdstuk was het. Misschien later, als ik met pensioen was. Toen wist ik nog niet dat ik moet blijven werken tot bijna 68 jaar. Ondertussen overwoog ik wel om een managementopleiding te gaan volgen. Mensen wat ben ik blij dat ik dat nooit gedaan heb. Het is iets wat niet bij me past, terwijl mensen om me heen daar totaal anders over dachten. “Dat is echt iets voor jou, jij staat stevig met twee benen op de grond, laat je niet snel van je stuk brengen. Echt, zo’n functie is jou op het lijf geschreven.” En ach, misschien kan ik dat ook wel, ik denk alleen niet dat ik er gelukkig van wordt. Sterker nog, dat weet ik wel zeker.

Vorige week, toen ik in Brugge een knoop in mijn maag kreeg bij het horen van de muziek die de straatmusici maakten sprong het laatje zomaar weer open. Ik denk dat het slot doorgeroest was, en ja hoor, de Schumann Akademie spookte weer rond in mijn hoofd zodat ik besloot om de website maar weer eens te raadplegen.

Ik blijf het een dure aangelegenheid vinden, maar het geld heb ik er nu wel voor. Tijd blijft een wat rekbaar begrip, maar ook dat heb ik nu meer. Nu struikelde ik over de afstand, want tja, ik moet er dan ‘s avonds voor naar Utrecht. Weliswaar maar één avondin de week, maar wel een lange avond. Laat thuis en meestal staat dan de wekker de volgende dag gewoon weer op half zes. Toen ik nog in Purmerend woonde kon ik die opleiding in Amsterdam Noord volgen. Dat was zelfs met de bus te doen. Maar ja, dat was toen. Twijfelkont als ik kan zijn ging ik mijn hoofd er ook nog eens over breken of ik wel genoeg in mijn mars zou hebben voor deze opleiding. Kortom, ik twijfelde, wist het niet, herkauwde de website nog een paar keer en zag ineens dat de vooropleidingen deel 1 en 2 schriftelijk waren.

Sinds vorige week ben ik student voor de “Vooropleiding Klassiek, schriftelijk (1e fase). Ja, je begrijpt het goed, ik heb me aangemeld en ben aangenomen. De eerste vijf lessen heb ik ontvangen en gisteren, voordat ik aan mijn avonddienst begon,  heb ik een begin gemaakt met de eerste les. Ik heb geen idee hoe moeilijk dit wordt, maar heb er reuze veel zin in. Zoals ik er nu over denk ben ik al tevreden met de eerste en tweede fase van de vooropleiding. Daarmee vergroot ik mijn kennis op dit gebied en wat ik ooit al heb geleerd komt weer bovendrijven. Wat daarna komt zie ik dan wel weer. Wie dan leeft, die dan zorgt.

 

Een knoop in mijn maag

een knoop in mijn maag

Ken je dat, een knoop in je maag? Het overkwam mij de afgelopen tijd nogal eens en elke knoop werd veroorzaakt door muziek. Soms doordat de muziek mooi en indringend was, en soms doordat ik bepaald werd door iets uit het verleden.

Mijn lief en ik waren een paar dagen in Brugge en bleven een poosje staan luisteren naar een groepje straatmusici. Misschien niet de goede benaming, maar zo is wel duidelijk wat ik bedoel. Een viool, een accordeon en een balalaika. Bij het tweede stuk wat ze speelden kreeg ik meteen zo’n knoop in mijn maag en stroomden de tranen zomaar uit mijn ogen. Niet te stuiten was het, zodat ik ook maar geen moeite deed om ze weg te vegen. Dat deed ik pas voordat ik aan de vrouw ging vragen wat zij voor instrument bespeelde, want ik kende het niet. Het bleek de balalaika te zijn. Hier was het puur de muziek die deze knoop veroorzaakte.
Gisteren speelde ik piano voor publiek. Mijn dagmerries bleken gelukkig geen waarheid te worden. Er zat publiek en ja, ik speelde af en toe een fout nootje, maar kon daar niet mee zitten. Vroeger had ik daar wel last van, dan spookte zo’n fout nog heel lang door mijn hoofd. Goddank is die eigenaardigheid verdwenen. Eén van de koorleden zei ook: “Volgens mij speel jij net zo makkelijk voor publiek als thuis.” Tja, zo zag het er waarschijnlijk ook uit. Van het geroezemoes, wat door de doorloop ontstond en van het gerammel van koffiekopjes heb ik eerlijk gezegd niets gemerkt. Daar kon ik me helemaal voor afsluiten. Sterker nog, ik heb het echt gewoon niet gehoord.

Toen ik ons koor op ging zoeken werd ik staande gehouden door een vrouw die ik niet kende. Zij gaf mij een groot compliment, want ze had genoten van mijn spel en haar hart was opengegaan bij het horen van Bach. Daar kreeg ik een brok van in mijn keel, maar nog geen knoop van in mijn maag. Van die knoop kreeg ik pas later nog twee keer bezoek.

Voordat wij als koor optraden zat ik te luisteren naar een ander koor. Ineens was die knoop daar. Niet door de muziek, maar door de spanning die mijn eigen spel toch met zich had meebracht. Een knoop in mijn maag en tranen in mijn ogen die ik gelukkig kon beperken door mijn aandacht te verleggen naar het koor wat zong.

Nadat ik mijn rol als bladluis, een leuke naam voor iemand die de bladzijden omslaat bij een ander, had vervuld ben ik nog blijven luisteren naar twee koren. En daar kwam die knoop weer toen een koor “As Torrents In Summer” van Edward Elgar inzette. Overigens is dit niet het koor wat in de link te beluisteren is en ook niet het koor waar ik vroeger zelf in zong.

https://www.youtube.com/watch?v=tBjVKpVN5dM

Het is iets wat ik zo’n 23 jaar geleden meezong in een kamerkoor. Ik was druk bezig mezelf terug te vinden na mezelf voor een groot deel te zijn kwijtgeraakt en kan ook precies uitleggen waarom ik hier een knoop van in mijn maag kreeg. Het symboliseert een periode in mijn leven waarin ik mezelf en mijn muzikaliteit terugvond. Een periode voordat mijn leven een puinhoop werd. En soms is het jammer dat er nu, 25 jaar later, nog steeds naweeën  zijn  vanuit die periode. Ik heb er mee leren leven door vooral mijn eigen weg te zoeken en niet meer van mezelf af te dwalen.

Dagmerries – vervolg

piano spelen

Morgen is het zo ver, dan ga ik piano spelen voor publiek en ik vind het hartstikke leuk, maar ook eng. Dat is goed, dat is een gezond soort spanning die nodig is om iets moois neer te zetten. Soms betrap ik me er op dat ik in gedachten de muziek oefen. Zonder instrument, dat kan ik misschien beter niet doen, want daar raak ik van in de war. Dan weet ik het  ineens niet meer.

Vorige week moest ik twee nachtdiensten werken en sliep ik dus overdag. Daar raakt een mens op één of andere manier niet uitgerust van. Ook ik niet, ondanks dat ik over het algemeen goed slaap. Weliswaar word ik regelmatig wakker, maar omdat ik toch van mezelf niet eerder uit bed mag dan wanneer de wekker gaat, val ik ook wel weer in slaap. Dan onstaan er dus dagmerries en die gingen uiteraard over het piano spelen. De ergste dagmerrie was dat ik ging spelen en er totaal geen publiek zat. Oké, op mijn lief na dan. Ik weet ook niet wat vervelender is, fouten maken terwijl er toehoorders zijn of foutloos spelen voor een lege zaal.

Maar dan die dagmerrie waarin de noten van mijn bladzijden verdwenen. Echt waar, ze dansten gewoon over de notenbalk en verdwenen aan het eind van de bladzij. Dat veroorzaakte bij mij een groot dilemma. Moest ik die noten achterna, maar dan kon ik niet meer verder spelen of deed ik het dan maar uit mijn hoofd. Veel gaat gewoon uit het hoofd, maar haal niet de muziek weg, dan raak ik in de war en wordt het niets. Misschien wordt dat wel een nieuwe uitdaging: “Uit mijn hoofd leren spelen”.

En wat denk je van de volgende situatie: Ik heb een kopie van de eerste bladzij van de wals van Chopin gemaakt. Het boek hoort dus open te liggen op de tweede bladzij en ja, dat was niet het geval. De kopie had verkeerd in het boek gezeten en en daar had ik niet op gelet. Ik ging dus van bladzij één naar bladzij vier. Het werd een raar soort wals. Dat ik die droom had was niet heel gek, want het overkwam mij thuis tijdens het studeren en volgens mij ook een keer op pianoles. Maar dat is alweer wat weken geleden, toen had ik nog niet eens bedacht dat ik mee zou doen aan “Thank You For The Music”. Het is iets waar ik morgen goed op moet letten.

Deze week had ik geen dagmerries. Dat kon ook niet want ik had geen nachtdiensten. Wel droomde ik iets wat er zijdelings, echt ver zijdelings mee te maken had en het sloeg werkelijk nergens op. Het zit namelijk zo, ik ben voor mijn doen lang niet naar de kapper geweest. Heel logisch heb ik bedacht dat ik, nu het mooiere weer in aantocht is, mijn haar wel weer eens in een iets langer model wil hebben. Het gevolg is dat ik dan niet naar de kapper ga, waar ik overigens toch al een hekel aan heb. Wel heb ik laatst zelf een stukje van de voorkant geknipt, want die pluk irriteerde mij. Volgens mij is het nog niemand opgevallen want commentaar heb ik er niet op gehad.

Met dat haar was ik toch wel in de weer afgelopen week. Waarschijnlijk had ik een aanval van ijdelheid zodat ik me af begon te vragen of ik vóór morgen misschien toch naar de kapper zou moeten. Aan mijn lief vroeg ik of hij het wilde laten weten als mijn haar ‘echt niet meer kon’. Zolang het goed zit ga ik gewoon niet. Misschien red ik het wel tot het 60-jarig huwelijk van mijn ouders, eind mei. Dan zal ik af en toe wel wat van de voorkant knippen, want zo’n lange lok over mijn voorhoofd is dan weer niks. Dat irriteert, dus moet het er af. Mijn lief beloofde plechtig dat hij me zou waarschuwen als “het echt niet meer kan”.

Kijk, en daar droomde ik deze week van. Ik had pianoles, want ik zat achter de vleugel waar ik les op heb. Over mijn spel werd met geen woord gerept en totaal onverwacht kwam er: “Ik vind wel dat je voor zaterdag nog even naar de kapper moet om wat aan je haar te doen.” Het moet toch niet gekker worden zeg. Wie dit zei was niet helemaal duidelijk, want ik zag verder niemand, maar logisch zou zijn als het mijn pianoleraar was.

kapper

Nou mooi dat ik niet naar de kapper ga vandaag. Geen zin in en het zit gewoon nog goed, zelfs die pluk die ik zelf gekortwiekt heb. Bovendien denk ik niet dat ik ineens compleet foutloos zal spelen doordat mijn haar geknipt is.
Het ergste wat er kan gebeuren is dat ik een foutje maak. Dat zou zomaar kunnen omdat ik waarschijnlijk toch wel wat gespannen zal zijn. Maar dan moet ik maar bedenken dat het minder erg is dat ik zo’n foutje tijdens het spelen maak dan wanneer een chirurg een fout maakt tijdens een operatie. Dat kan hele nare gevolgen hebben. Van een foutje in mijn spel heb ik hooguit zelf een rotgevoel, maar dat verdwijnt ook wel weer.

Weet je, ik ga morgen gewoon achter die piano zitten en er voor zorgen dat de mensen kunnen genieten. Zelf ga ik er in ieder geval van genieten, want dat ik het ontzettend leuk vind voert toch wel de boventoon.

Onze inpandige waterval

waterval

Het was weer zo ver, ik had nachtdienst en dan slaap ik overdag. Het ontregelt een hoop en dat is niet altijd prettig. Dagmerries had ik ook, maar daar vertel ik je later over. Gelukkig waren de nachten rustig, slechts één cliënt vond het nodig om te vallen. Hij begrijpt het allemaal niet meer zo goed en moest naar het toilet. Voordat ik op de belsensor kon reageren lag hij op de grond.

Meer incidenten waren er niet, behalve dan dat ik ineens een flinke lekkage in één van de gangen ontdekte. Er lag al een flinke plas water, zodat ik een wasmand pakte, daar een handdoek in heb gelegd en deze onder de plek heb gezet. Even verderop bleek het ook nat, direct achter de klapdeur. Daar kon ik geen wasmand neerzetten. Dan maar een paar handdoeken op de grond. Even later voelde ik een druppel op mijn hoofd. Hé, nog een lekkageplek, daar kon een waskom met een handdoek er in wel staan. Waarom die handdoeken in de wasmand en -kom? Nou, gewoon omdat het gedruppel nogal wat lawaai maakte in een verder stille omgeving. Ik had natuurlijk ook plastic zakjes aan het plafond kunnen hangen. Dat deed mijn oma toen ik klein was. Zij woonde in een houten huisje in Zaandam en als de boel lekte loste zij dat op deze manier op.

Door al dat gedruppel en door een blog van een collega-blogger, https://ellieschmitz.nl/2017/03/21/vingerkootje/?iframe=true&theme_preview=true, moest ik aan de waterval denken die wij 17 jaar geleden in huis hadden. We woonden in een huis waar een ‘handige’ doe het zelver had gewoond. Zo stond de wasmachine op de overloop en de afvoerslang hing in een afvoerpijp. Helemaal zoals het hoort was het niet. Bovendien kwam er nogal wat stank uit, zodat wij, als de wasmachine niet draaide, het gat afsloten. Ik was meestal de enige die zich met de wasmachine bemoeide en trouw haalde ik de stop uit de afvoerpijp, hing de afvoerslang van de wasmachine er in. Niets aan de hand dus. Totdat………………………….

Mijn oudste dochter was 17 en zat in het leger. In het weekend kwam zij thuis met een tas vol wasgoed. Ik vond dat zij oud genoeg was om die was zelf te doen, maar was vergeten te vertellen over die afvoerslang. Dat heb ik geweten. Ik was weg geweest, vast voor een boodschap of zo, en kwam binnen, hoorde het geluid van een waterval, liet alles uit mijn handen vallen en stoof de trap op naar boven. Jongste en oudste dochter keken stomverbaasd naar dat tafereel. Ondertussen liep het water de trap af en het was niet zo’n beetje ook. Het eerste wat ik boven deed was de wasmachine uitzetten en de kraan dichtdraaien.

Er moest een waterzuigapparaat aan te pas komen om de boel weer droog te maken. Toen de boel weer redelijk droog was kregen mijn dochters en ik er alle drie vreselijk de slappe lach over. Vooral het feit dat ik direct de trap opstoof en schijnbaar wist wat er aan de hand was bleef herhaald worden. Mijn jongste dochter zei nog dat ze dacht dat Kwiebes in de gang plaste, maar dat ze het wel erg veel herrie vond maken. Kwiebes was onze kat

Wat een tafereel en dat allemaal doordat ik vergeten was mijn dochter te vertellen over die stop in de afvoerpijp.