Category Archives: woordenspel

Miljonair

tegenvaller

Het is er, het begin van mijn miljoen. Ik spaar, of liever gezegd ik bespaar en het voelt zo ontzettend dom dat ik dat niet eerder ben gaan doen. Het scheelt per anderhalve week toch gauw een euro of negen. Als ik het goed bereken is dat ongeveer € 315,– op jaarbasis.

Nu ik het zo opschrijf lijkt het net niets, in ieder geval niet het begin van een miljoen. Maar toch, ik bespaar het maar mooi. Waarmee dan in vredesnaam? Nou, niet met mijn pianolessen, ook niet met de studie aan de Schumann academie. Ook niet met minder roken, zoals je al eerder kon lezen.

Ik ben gewoon iets minder hard gaan autorijden. Op het stukje A6 van Emmeloord naar Lelystad en weer terug, mag je 130 km/u rijden. Dat deed ik dan ook fanatiek en soms, of eigenlijk meestal, reed ik nog iets harder. Haast om op mijn werk te komen, nog meer haast om weer thuis te zijn.

De laatste paar maanden rij ik 120 km/u en sindsdien doe ik langer met mijn tank benzine. Met mijn Fiat Panda kan ik op een tank ruim 100 km meer rijden. Dat is toch mooi anderhalf keer naar mijn werk heen en terug. Ik ben dus al die tijd een dief van mijn eigen portemonnee geweest. Zo ontzettend dom!

Ik moest er wel aan wennen dat ik door Jan en Alleman ingehaald werd. Meestal vloog ik in mijn Fiat Panda de rest voorbij, want zo’n Panda kan hard hoor. Het gebeurde ook regelmatig dat de automobilist die ik inhaalde hier wat sacherijnig van werd en bij het zien van mijn Panda direct zijn snelheid verhoogde, waardoor mijn inhaalactie helaas mislukte.

Tegenwoordig laat ik iedereen racen en denk ik bij mezelf: “Stelletje suffe dieven van jullie eigen portemonnee!”

Advertisements

Afwezig

afwezig

Ik ga wat afwezig door het leven deze week. Met mijn hoofd ben ik er niet helemaal bij. Mijn lief merkt het ook op. Hij vertelt mij iets en nog geen vijf minuten later vraag ik hem naar iets wat hij vlak daarvoor vertelde. Beetje balen lijkt me dat.

Afwezig loop ik ook over straat. Op de automatische piloot naar de Jumbo terwijl ik naar de opticien wilde om mijn neusvleugeltjes te vervangen.
Gedachteloos lees ik de krant, maar opslaan wat ik lees is er niet bij.

Gek, ik dacht dat ik helemaal niet zo met het huiskamerconcert bezig was waar ik zondag aan mee doe. Schijnbaar toch wel en helemaal overtuigd ben ik als ik ‘s nachts droom. Een wat vreemde droom, maar wel met een helder signaal: “Ik ben wel degelijk in mijn hoofd bezig met het huiskamerconcert.” Vandaar mijn “afwezigheid”.

Ik ging naar pianoles. Daar is niks vreemds mee, want dat doe ik wekelijks. Maar in mijn droom had ik mijn oudste dochter mee en dat slaat werkelijk nergens op. In mijn tas had ik allerlei boeken gepropt, maar mijn “pianobril” was ik vergeten.

Aangekomen bij het huis van mijn leraar leek niets op hoe het daar is. Perzische kleedjes in de kamer, oude antieke meubelen. Een beetje zoals bij mijn lerares in Purmerend, maar toch ook weer niet helemaal.
Het was er druk, er waren meer mensen. Wat die daar deden was me niet duidelijk. Ze kregen geen les, misschien was het een openbare les. Die heb ik nog nooit gehad overigens.

De vleugel was vervangen door een harmonium en daar kreeg ik les op. Toen ik de boeken uit mijn tas haalde bleek er een boek over Schotland tussen te zitten. Daar had ik wel een verklaring voor, want we hadden de dag er voor een reis naar dat land geboekt. De bedoeling was dat ik uit dat boek zou spelen. Oeps, mijn “pianobril”, waar was die gebleven? Niet mee, maar dat gaf niet, want de plaatjes in het boek over Schotland kon ik zonder die bril prima zien.

Van mijn pianoleraar kreeg ik een preek dat ik beter voorbereid op les moest komen. Niet zomaar van alles in mijn tas proppen zonder er bij na te denken. “Het voorbereiden zit ‘m al in je tas inpakken en onderweg je vast concentreren op wat je  ga spelen.

Ik verontschuldigde me en legde uit dat ik mijn tas snel ingepakt had voordat ik naar mijn werk ging. Na mijn werk kon ik het net redden om op tijd op les te zijn. Ja, voorbereid was ik bepaald niet in deze droom.

Verdronken vlinder

Ik heb met zoveel plezier aan dit liedje gewerkt. Je las het al in aha-nu-snap-ik-het/. Het liedje waarbij ik goed articuleer en overdrijf. Daar ging overigens iets grappigs aan vooraf, want mijn leraar had tijdens het vorderen van het liedje het nodige commentaar. Zo sprak hij een keer de eerste zinnen uit op z’n Amsterdams en vergeleek dit met de manier waarop Ali B rapt.

In de periode dat ik met dit lied bezig was kwam die uitspraak regelmatig boven. Ik besloot er een geheel eigen couplet bij te maken. Het begon met één zin en tijdens het boodschappen doen werd het couplet geboren. Thuis dook ik meteen achter de laptop en zette de woorden op papier:

So te sterfen op het water met de de sounf van Ali B
So maar drijfen na het fliegen –  drijf jij maar lekker mee
Ja ik wil gewoon wat chillen en is dat niet om te gille
Weet je wat, ik blijf maar singen en nog meer fan dat soort dinge
Alles wat ik wilde leren ben ik nou aan het probere 
En af en toe sit dat gewoon ook mee        
Nee niet sterfen op het water met de stem van Ali B

Tijdens het overdrijven van dit plat Amsterdams bedacht ik dat ik dit kon gebruiken om mijn ABN te overdrijven. Het kwartje viel en nadat mijn lief en ik de mini-opera “Le Nozze di Figaro” hadden gezien viel het kwartje nog een stukje verder en, hè hè, eindelijk begreep ik waarom dat overdrijven zo belangrijk is tijdens het zingen.

Nu ben ik bezig met “Liefs uit Londen” van Bløf en denk je dat ik dan automatisch meteen overdrijf? Welnee, weer krijg ik te horen dat ik beter moet articuleren. Tja, dan word ik een beetje knorrig van binnen en denk ik: “Wanneer zal dat niet meer tegen me gezegd hoeven worden?” Het is ook nog eens een heel lastig lied, dus het koste de nodige moeite om die akkoorden uit te werken en bovendien wisselde mijn tempo ook nogal eens. Ik oefen het dus met de metronoom aan om hiermee een innerlijke metronoom te bevorderen. Het gaat steeds beter, maar af is het nog niet. Leuk is het wel, reuzeleuk zelfs.

Nog even terug naar die vlinder. Voordat ik met dat lied aan de gang ging was mijn keus gevallen op “Honesty” van Billy Joël. Terwijl ik dat via Youtube beluisterde zag ik rechts op mijn scherm liedjes van Boudewijn de Groot voorbij komen. Ik heb twee jaar geen contact met mijn oudste dochter gehad, maar sinds een maand of wat is dat weer hersteld. En zij vertelde tijdens ons eerste bezoek dat zij veel bezig was met vlinders. Met de transformatie van rups naar vlinder en dat wij mensen ook transformeren. Het is niet de strekking van het liedje, maar toch was ik blij dat ik dit liedje gekozen had. Voor haar geldt ook dat zij geen vlinder hoeft te zijn om te kunnen leven.


	

Aha…………………….nu snap ik het!!

articuleren

Iets kan honderd keer gezegd en uitgelegd worden en dan denk ik dat ik het begrijp. Sterker nog, ik denk zelf dat ik het op de goede manier doe. Dat is dan niet zo, anders wordt het niet iedere keer tegen me gezegd. Waar gaat dit over, denk je nu natuurlijk. Nou, gewoon over articuleren tijdens het zingen.

Tijdens mijn ‘sing a song’ lessen krijg ik herhaaldelijk te horen dat ik de uitspraak, zeker die in het Nederlands, moet overdrijven. Op de medeklinkers zingen zodat de woorden van je lippen spatten. Dan overdrijf ik volgens mij, maar is het nog steeds niet goed genoeg. De woorden voor in je mond vormen, dan heb je ook meteen meer klank. “Dat doe ik toch?” denk ik dan en soms zeg ik dat ook nog. Bij “Verdronken vlinder” van Boudewijn de Groot deed ik het uiteindelijk goed. Ja, sterker nog, ik kreeg een compliment zonder “maar”. Mijn neus begon te krullen en mijn voeten schoten bijna direct mijn schoenen uit, zodat ik er naast kon gaan lopen.

Gisteravond waren mijn lief en ik naar de mini-opera “Le Nozze di Figaro”. Komisch opgevoerd door Sopraan Johanette Zomer, bas-bariton Frans Fiselier en de verhaallijn werd door TV- en musicalacteur Peter Lusse uitgelegd. Er was een pianist die de orkestbak voor zijn rekening nam, zijn naam weet ik even niet meer, maar ook hij bleek goed te kunnen zingen toen het wat al te complex werd voor twee zangers.

Er was even een moment van verwarring toen ineens een deel van de bezoekers in de zaal ging staan. Mijn lief en ik keken elkaar wat twijfelachtig aan, want tja, was het de bedoeling dat wij ook gingen staan. Gelukkig begon het hele gezelschap te zingen en bleek het het koor van de plaatselijke operette vereniging te zijn. Die hadden een klein aandeel in de mini-opera.

Ik heb er van genoten, terwijl ik niet eens zo’n liefhebber van opera ben. Mijn gevoel zegt dan: “Dit is te veel, te groot en te luid”. Bij deze mini-opera had ik daar geen last van.

Al luisterend naar de sopraan en de bariton begon bij mij te dagen hoe het moet klinken als de woorden van je lippen spatten. De mini-opera werd in het Nederlands uitgevoerd en werkelijk ieder woord was te te verstaan, zowel van de bas-bariton als van de sopraan. Ik hoorde hoe de medeklinkers de uitspraak van de woorden duidelijker maakten.
Tja, daar kan zo’n sing a song leraar niet tegenop, al zegt hij het nog zo vaak en laat hij het horen. Als je op die manier gaat praten is het belachelijk, dan is het echt verschrikkelijk overdreven. Maar als je in het Nederlands zingt moet je dus wel.

Volgens mij wordt het nog lastig om in praktijk te brengen, maar hopelijk is tijdens mijn volgende lessen te merken dat ik begrijp wat er bedoeld wordt. In ieder geval ga ik thuis vast enthousiast overdrijvend zingen.

Mijn kerstliedje

Gisteren raakte ik in het centrum van Emmeloord het totale gevoel voor Kerst kwijt. Er stond een stand van de KWF kankerbestrijding waarbij de mensen die daarbij hoorden een carnavalsmuts op hadden. Als muzikale noot klonk “keboenkeboenk” muziek. Verderop speelde een draaiorgel “Daar in het kleine café aan de haven”. Jammer vond ik het.

Tijdens Kerst werk ik avonddiensten. Dat valt niet mee, voor mij niet, maar ook voor onze bewoners niet. Niet omdat ik dan werk hoor, maar eerst het weekend waarin niks te beleven valt voor deze mensen en dan nog eens twee Kerstdagen zonder activiteiten. De irritaties tussen de bewoners onderling lopen dan nogal makkelijk op en daar moet ik dan tussendoor zien te laveren.

Aan de voorbereidingen van “The little drummer boy” heb ik een hoop lol beleefd. Een liedje met als begeleiding een trommel. Eerlijk gezegd had ik geen flauw idee wat ik er dan voor begeleiding bij moest maken. Talloze youtube filmpjes heb ik bekeken en er zaten hele leuke versies tussen, maar daar kon ik op de piano niets mee. Tot ik op een avond, vlak voordat we naar het optreden van LAVALU zouden gaan, een pianokwartet van Dvorák hoorde inzetten. Het begon met een motiefje wat een aantal keer terugkwam. Het gekke is dat ik meteen hoorde dat ik met dat ene motiefje, van slechts vier noten, een begeleiding zou kunnen maken. Het spookte zelfs tijdens het optreden van LAVALU door mijn hoofd. Ik moest het echt parkeren anders had ik van dat hele optreden weinig gehoord. Thuis gekomen opende ik de pianoklep, duwde het studiepedaal naar beneden en probeerde het motiefje uit. En ja hoor, het werkte!

In de loop van de weken bouwde ik het motiefje verder uit en iedere week vorderde het. Het blijft een heel proces om zelf de pianobegeleiding te spelen en dan ook nog te zingen. Bij mij duurt het even voordat dit bij elkaar komt.

Tijdens “Sing a Song @ Christmasdinner” mocht ik het uitvoeren. Ik raakte wat afgeleid door de achtergrondgeluiden, maar herpakte me al snel weer. Uiteraard was ik niet de enige die zong, er waren meerdere optredens en het werd een geweldig leuke avond.
Misschien vind je het leuk om naar het liedje te luisteren. Ik heb geen wereldstem en, zoals ik al eerder opmerkte, ik raakte wat afgeleid door de achtergrondgeluiden. Het is niet perfect, maar de lol die ik er aan gehad heb was dat wel.
Voor iedereen een fijne Kerst en een goed 2018 gewenst.

November

november

Soms zou ik gewoon een winterslaap willen houden. Ik ben moe en zal blij zijn als deze week, met zijn drie avonddiensten, om is. Dan heb ik weer een weekje vakantie. Het bevalt goed om mijn vakantiedagen zo in te plannen dat ik ieder kwartaal een poosje vrij ben. In maart en december een week. In juni twee of drie weken en in september ook nog twee weken. Het is voor mij de manier om mijn werk, wat lichamelijk en ook geestelijk wat zwaar is vol te kunnen blijven houden. Misschien zou ik ander soort werk moeten zoeken, maar ik heb geen idee wat voor werk dan. Dit werk is zwaar, maar wel wat ik leuk vind en waar ik goed in ben. Ik voel echter goed dat ik de zestig nader.

Heb ik dat altijd in november? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Volgens de krant is het de meest saaie en vervelende maand van het jaar. Er is niets om naar uit te kijken in november en het weer is al helemaal niet iets om over naar huis te schrijven. Ik heb dus waarschijnlijk een novemberdip. Vervelend, want ik heb ook altijd last van een januaridip.

Het is niet zo dat ik nergens zin in heb, maar wel weer worstel met het gevoel dat het er allemaal niet zo toe doet. En dat gevoel vind ik vreselijk. Als ik eenmaal bezig ben met pianospelen, schilderen of schrijven aan het boek voor Jelle, dan verdwijnt dat gevoel gelukkig wel naar de achtergrond. Zodra ik stop is het er meteen weer.
Dan heb ik ook nog veel avonddiensten, die zijn lichamelijk wat minder zwaar, maar ik ben niet zo’n avondmens. Jeetje, wat zit ik eigenlijk ontzettend te zeuren, als ik lees wat ik tot nu toe geschreven heb.

Is er dan niets leuks in november? Jawel hoor, want ik ben jarig deze maand, alleen hou ik er niet zo van om mijn verjaardag te vieren. Deze keer heb ik dat dan ook niet gedaan. Rond mijn verjaardag deed ik mee aan het benefietconcert voor Bangladesh. Ik speelde drie stukken op de piano en daarna zong ik, terwijl ik mezelf op de piano begeleidde, “Bridge over troubled water”. Best toepasselijk. En terwijl ik dit schrijf weet ik nog hoe fijn ik het vond om dit te doen. Alleen al het feit dat ik daar het lef voor heb, daar word ik al heel gelukkig van.
Mooi, mijn verhaal wordt al positiever.

Deze maand ben ik ook, met mijn lief, voor het eerst weer naar mijn oudste dochter geweest. Op de dag af twee jaar nadat ik haar voor het laatst gezien had. De aanleiding van dit verbroken contact was de scheiding van mijn jongste dochter. Geen idee waarom dat allemaal zo liep, maar het werd een hele toestand binnen de familie, want met mijn zoon is er nog steeds geen contact.

Naar aanleiding van toestanden in mijn oudste dochter haar eigen leven stuurde ik haar een kaartje. Eerlijk gezegd verwachtte ik er verder niets van, maar ze reageerde meteen met een sms en later met een telefoontje. Niet lang daarna zijn mijn lief en ik naar haar toe gereden.
We hebben haar verhaal aangehoord. Het enige wat ik hierover kwijt wil is dat het een puinhoop in haar leven is en dat ze bezig is de brokstukken bij elkaar te rapen.

We zagen ook nog even onze twee kleinkinderen. De jongste is drieeneenhalf en heeft geen herinneringen aan ons. Wij zijn haar nieuwe opa en oma, zoals ze ons noemde tegen haar moeder. Hier kon ik gelukkig om lachen. Onze kleinzoon is vijfeneenhalf en kende ons nog wel. Oma van het kleine autootje en hij wil best weer naar Texel, naar de tent van oma.

Gelukkig is het contact er weer en kan ik haar aanhoren en af en toe voorzichtig een adviesje door te putten uit mijn eigen ervaringen. In mijn leven is het ook regelmatig een puinhoop geweest, maar niet van deze omvang. Toch herken ik veel in haar verhaal.

Zal ik dan nu maar gewoon een winterslaap gaan houden en wakker worden als het weer lente is? Eerlijk gezegd denk ik dat mijn oudste dochter dat het liefst ook zou doen.

Aanvalluh!

Aanval

Ze vonden elkaar duidelijk niet aardig, dat kon een blind paard zien. De ene stormde op de ander af, twijfelde op het laatste moment en bleef stil staan. Nonchalant draaide hij zich om en deed alsof hij de ander niet zag.

De ander deed het spelletje mee en zo keken zij langs elkaar heen, tot één van beiden het lang genoeg vond duren. Hij zette de aanval in en sprintte richting de ander, die meteen het hazepad koos en om de hoek van een huis verdween. De aanvaller schoot een tuin in en sloopt dicht langs de muur richting hoek.

Om de hoek van het huis bleef hij nog even gespannen staan. Toen uiteindelijk bleek dat er niets gebeurde  liep de kat met zijn staart omhoog rustig verder.

Op het podium

Op het podium

Goh, dat is nog eens wat anders dan in de zaal van het theater zitten. Zomaar zaten mijn lief en ik op het podium. O nee, niet om op te treden hoor, mocht je dat soms denken. We zaten bij een soort salonconcert en het podium was tot salon gebombardeerd. Overigens was het de tweede keer al dat we met een klein gezelschap op het podium zaten.

Als ik er goed over nadenk lijkt het wel alsof wij altijd naar optredens gaan die niet druk bezocht worden. Ach, wat zou het, ik voel me mijn hele leven bijna al een buitenbeentje, iets waar ik de laatste jaren niet meer zo mee kan zitten.

Tijdens de voorstelling van Mike Bodé, die voorlas uit zijn eigen boek “Zupheul, Febbo, en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan. waren wij ook maar één van de weinigen in de zaal. Overigens begrijp je natuurlijk wel dat tegenwoordig alle Jannen die wij kennen aangeduid worden met “Grak”.

Bij de Goldberg Variaties zaten wij in een kleine zaal om de vleugel heen en tijdens een optreden van het Peter Beets Trio die de jazz met Chopin probeerde te verbinden zat het publiek ook op het podium. En bij het Ciconia Consort was het publiek ook klein, maar zaten we wel in de grote zaal en niet op het podium. Dat kon ook niet, want het orkest nam alle ruimte in beslag.

Gisteravond zaten we op het podium bij LAVALU. Een optreden waar ik heen wilde omdat zij zingt als een popzangeres en dit combineert met klassiek pianospel. Ik was daar heel nieuwsgierig naar. Niet in de laatste plaats omdat ik sinds begin dit jaar zing en mezelf op de piano begeleid. Eerlijk gezegd wilde ik wel eens weten of ik dat ook op een andere manier zou kunnen dan ik tot nu toe doe.

Weet je wat trouwens heel irritant was gisteravond? Vlak voordat wij van huis gingen hoorde ik iets op de radio wat in mijn hoofd was blijven plakken. Ik ben bezig, nou ja, bezig? Ik moet nog beginnen met het liedje “The little drummer boy”. Dat ken je vast wel en zoals je weet zit daar eigenlijk alleen een trommel in als begeleiding. Dat wordt wel wat saai als pianobegeleiding. Ik struinde dus heel Youtube af naar opnames van dit liedje. Eerlijk gezegd kon ik niets bruikbaars vinden tot ik op de radio iets hoorde wat perfect in het ritme van dit liedje past. Tijd om het uit te proberen had ik niet, want we moesten de deur uit. Dan is het heel vervelend dat mijn hersens doorwerken, zelfs tijdens het optreden van LAVALU. Ondertussen keek ik wel naar wat haar handen deden op de toetsen van de vleugel. Wat mij opviel waren de vaak repeterende motiefjes die zij speelde. En ja hoor, mijn hersenen gingen ook daar druk mee aan de slag. In mijn hoofd hoorde ik “The little drummer boy” met een repeterend motiefje er door heen. Regelmatig riep ik mezelf tot de orde, want ik was niet voor niets naar deze voorstelling gegaan. Ik parkeerde het motiefje wat ik dus al vóór de voorstelling had gehoord en luisterde naar LAVALU. Grappig zoals zij Bach-achtige muziek onder een popliedje had gezet. Maar ook klanken die leken op de Gnossienes van Satie en op de eerste Arabesque van Debussy.

Nu even heel eerlijk: Ik denk niet dat ik dit kan, maar eigenlijk wil ik dit wel kunnen. Dus ben ik vandaag het motiefje gaan integreren in “The little drummer boy”. Misschien wordt het helemaal niet wat ik vind dat het zou moeten worden, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd.

Hé, ik ben helemaal niet gek

introvert

In de krant las ik een artikel dat over mij ging. Niet letterlijk natuurlijk, maar ik lees hierin over mezelf. Ik ben introvert en dat staat voor mijn gevoel haaks op het willen optreden met zang en piano, op het willen exposeren met mijn schilderwerk. Door het artikel begrijp ik dat dit samen kan gaan, want als introvert ben ik in het goede gezelschap van Obama, Lady Gaga, David Bowie en J.K. Rowling. Allemaal mensen die je niet direct het stempel introvert zou geven.

Voor “anderen”, niet introverte mensen is het dus handig om het volgende te weten:

  • Ik hou van stilte om me te kunnen concentreren.
  • Ik heb soms moeite om duidelijk of snel, dat laatste zeker, te communiceren.
  • Ik kan meer dan ik meestal laat zien.
  • Ik heb oog voor detail en langere processen.
  • Ik begrijp graag precies waarom ik iets doe en wat daar het nut van is.
  • Ik kan lastig delegeren en doe dus meestal te veel (inmiddels voor een groot deel afgeleerd).
  • Ik blijf liever doorwerken dan dat ik socialize. Dat betekent dat ik werk als de rest van het team een team-uitje heeft.
  • Ik functioneer goed met weinig supervisie en werk ook graag zelfstandig.
  • Ik heb een hekel aan competitie.

Groepen vind ik een gedoe, vandaar dat ik altijd een hekel aan school heb gehad. Niet vanwege het leren, want dat doe ik nog steeds graag, maar vanwege dat groepsgebeuren. Ik heb daar niks mee, kan daar niks mee en wil daar ook niks mee. Na een half uur denk ik al gauw: “Wat doe ik hier eigenlijk?”

Ik profileer mezelf niet en eigenlijk vind ik dat “men” gewoon oog moet hebben voor wat ik kan. Dat dit niet werkt in deze wereld is me wel duidelijk. Vandaar dat ik zelf achter het exposeren ben aangegaan, want ik wil wel degelijk dat er gezien wordt wat ik kan. Vandaar dat ik mezelf weer heb opgegeven om mee te werken aan een concert. Dit keer een benefiet concert voor Bangladesh. Vandaar dat ik laatst mijn leidinggevende een mail heb gestuurd met observaties over werkdruk. Ik roep dat soort dingen niet in een bespreking. Al helemaal niet als mijn collega’s dan beweren geen last te hebben van werkdruk, maar op de werkvloer vervolgens op hun tandvlees blijken te lopen.

Heel lang heb ik met mezelf geworsteld, uiteindelijk gewoon mezelf geaccepteerd zoals ik ben maar soms wel de vraag bllijven stellen of het wel normaal was. En nu ik dit gelezen heb weet ik waarom ik ben zoals ik ben. Ik ben blij met mezelf en als de niet introverten mij niet begrijpen wordt het tijd dat zij bedenken dat ik hen ook niet altijd begrijp, maar daar verder geen mening over heb.

En zo fijn: “Mijn lief herkende zichzelf ook in het artikel”. Zo makkelijk als je dat van jezelf en elkaar weet.