Category Archives: woordenspel

November

november

Soms zou ik gewoon een winterslaap willen houden. Ik ben moe en zal blij zijn als deze week, met zijn drie avonddiensten, om is. Dan heb ik weer een weekje vakantie. Het bevalt goed om mijn vakantiedagen zo in te plannen dat ik ieder kwartaal een poosje vrij ben. In maart en december een week. In juni twee of drie weken en in september ook nog twee weken. Het is voor mij de manier om mijn werk, wat lichamelijk en ook geestelijk wat zwaar is vol te kunnen blijven houden. Misschien zou ik ander soort werk moeten zoeken, maar ik heb geen idee wat voor werk dan. Dit werk is zwaar, maar wel wat ik leuk vind en waar ik goed in ben. Ik voel echter goed dat ik de zestig nader.

Heb ik dat altijd in november? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Volgens de krant is het de meest saaie en vervelende maand van het jaar. Er is niets om naar uit te kijken in november en het weer is al helemaal niet iets om over naar huis te schrijven. Ik heb dus waarschijnlijk een novemberdip. Vervelend, want ik heb ook altijd last van een januaridip.

Het is niet zo dat ik nergens zin in heb, maar wel weer worstel met het gevoel dat het er allemaal niet zo toe doet. En dat gevoel vind ik vreselijk. Als ik eenmaal bezig ben met pianospelen, schilderen of schrijven aan het boek voor Jelle, dan verdwijnt dat gevoel gelukkig wel naar de achtergrond. Zodra ik stop is het er meteen weer.
Dan heb ik ook nog veel avonddiensten, die zijn lichamelijk wat minder zwaar, maar ik ben niet zo’n avondmens. Jeetje, wat zit ik eigenlijk ontzettend te zeuren, als ik lees wat ik tot nu toe geschreven heb.

Is er dan niets leuks in november? Jawel hoor, want ik ben jarig deze maand, alleen hou ik er niet zo van om mijn verjaardag te vieren. Deze keer heb ik dat dan ook niet gedaan. Rond mijn verjaardag deed ik mee aan het benefietconcert voor Bangladesh. Ik speelde drie stukken op de piano en daarna zong ik, terwijl ik mezelf op de piano begeleidde, “Bridge over troubled water”. Best toepasselijk. En terwijl ik dit schrijf weet ik nog hoe fijn ik het vond om dit te doen. Alleen al het feit dat ik daar het lef voor heb, daar word ik al heel gelukkig van.
Mooi, mijn verhaal wordt al positiever.

Deze maand ben ik ook, met mijn lief, voor het eerst weer naar mijn oudste dochter geweest. Op de dag af twee jaar nadat ik haar voor het laatst gezien had. De aanleiding van dit verbroken contact was de scheiding van mijn jongste dochter. Geen idee waarom dat allemaal zo liep, maar het werd een hele toestand binnen de familie, want met mijn zoon is er nog steeds geen contact.

Naar aanleiding van toestanden in mijn oudste dochter haar eigen leven stuurde ik haar een kaartje. Eerlijk gezegd verwachtte ik er verder niets van, maar ze reageerde meteen met een sms en later met een telefoontje. Niet lang daarna zijn mijn lief en ik naar haar toe gereden.
We hebben haar verhaal aangehoord. Het enige wat ik hierover kwijt wil is dat het een puinhoop in haar leven is en dat ze bezig is de brokstukken bij elkaar te rapen.

We zagen ook nog even onze twee kleinkinderen. De jongste is drieeneenhalf en heeft geen herinneringen aan ons. Wij zijn haar nieuwe opa en oma, zoals ze ons noemde tegen haar moeder. Hier kon ik gelukkig om lachen. Onze kleinzoon is vijfeneenhalf en kende ons nog wel. Oma van het kleine autootje en hij wil best weer naar Texel, naar de tent van oma.

Gelukkig is het contact er weer en kan ik haar aanhoren en af en toe voorzichtig een adviesje door te putten uit mijn eigen ervaringen. In mijn leven is het ook regelmatig een puinhoop geweest, maar niet van deze omvang. Toch herken ik veel in haar verhaal.

Zal ik dan nu maar gewoon een winterslaap gaan houden en wakker worden als het weer lente is? Eerlijk gezegd denk ik dat mijn oudste dochter dat het liefst ook zou doen.

Advertisements

Aanvalluh!

Aanval

Ze vonden elkaar duidelijk niet aardig, dat kon een blind paard zien. De ene stormde op de ander af, twijfelde op het laatste moment en bleef stil staan. Nonchalant draaide hij zich om en deed alsof hij de ander niet zag.

De ander deed het spelletje mee en zo keken zij langs elkaar heen, tot één van beiden het lang genoeg vond duren. Hij zette de aanval in en sprintte richting de ander, die meteen het hazepad koos en om de hoek van een huis verdween. De aanvaller schoot een tuin in en sloopt dicht langs de muur richting hoek.

Om de hoek van het huis bleef hij nog even gespannen staan. Toen uiteindelijk bleek dat er niets gebeurde  liep de kat met zijn staart omhoog rustig verder.

Op het podium

Op het podium

Goh, dat is nog eens wat anders dan in de zaal van het theater zitten. Zomaar zaten mijn lief en ik op het podium. O nee, niet om op te treden hoor, mocht je dat soms denken. We zaten bij een soort salonconcert en het podium was tot salon gebombardeerd. Overigens was het de tweede keer al dat we met een klein gezelschap op het podium zaten.

Als ik er goed over nadenk lijkt het wel alsof wij altijd naar optredens gaan die niet druk bezocht worden. Ach, wat zou het, ik voel me mijn hele leven bijna al een buitenbeentje, iets waar ik de laatste jaren niet meer zo mee kan zitten.

Tijdens de voorstelling van Mike Bodé, die voorlas uit zijn eigen boek “Zupheul, Febbo, en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan. waren wij ook maar één van de weinigen in de zaal. Overigens begrijp je natuurlijk wel dat tegenwoordig alle Jannen die wij kennen aangeduid worden met “Grak”.

Bij de Goldberg Variaties zaten wij in een kleine zaal om de vleugel heen en tijdens een optreden van het Peter Beets Trio die de jazz met Chopin probeerde te verbinden zat het publiek ook op het podium. En bij het Ciconia Consort was het publiek ook klein, maar zaten we wel in de grote zaal en niet op het podium. Dat kon ook niet, want het orkest nam alle ruimte in beslag.

Gisteravond zaten we op het podium bij LAVALU. Een optreden waar ik heen wilde omdat zij zingt als een popzangeres en dit combineert met klassiek pianospel. Ik was daar heel nieuwsgierig naar. Niet in de laatste plaats omdat ik sinds begin dit jaar zing en mezelf op de piano begeleid. Eerlijk gezegd wilde ik wel eens weten of ik dat ook op een andere manier zou kunnen dan ik tot nu toe doe.

Weet je wat trouwens heel irritant was gisteravond? Vlak voordat wij van huis gingen hoorde ik iets op de radio wat in mijn hoofd was blijven plakken. Ik ben bezig, nou ja, bezig? Ik moet nog beginnen met het liedje “The little drummer boy”. Dat ken je vast wel en zoals je weet zit daar eigenlijk alleen een trommel in als begeleiding. Dat wordt wel wat saai als pianobegeleiding. Ik struinde dus heel Youtube af naar opnames van dit liedje. Eerlijk gezegd kon ik niets bruikbaars vinden tot ik op de radio iets hoorde wat perfect in het ritme van dit liedje past. Tijd om het uit te proberen had ik niet, want we moesten de deur uit. Dan is het heel vervelend dat mijn hersens doorwerken, zelfs tijdens het optreden van LAVALU. Ondertussen keek ik wel naar wat haar handen deden op de toetsen van de vleugel. Wat mij opviel waren de vaak repeterende motiefjes die zij speelde. En ja hoor, mijn hersenen gingen ook daar druk mee aan de slag. In mijn hoofd hoorde ik “The little drummer boy” met een repeterend motiefje er door heen. Regelmatig riep ik mezelf tot de orde, want ik was niet voor niets naar deze voorstelling gegaan. Ik parkeerde het motiefje wat ik dus al vóór de voorstelling had gehoord en luisterde naar LAVALU. Grappig zoals zij Bach-achtige muziek onder een popliedje had gezet. Maar ook klanken die leken op de Gnossienes van Satie en op de eerste Arabesque van Debussy.

Nu even heel eerlijk: Ik denk niet dat ik dit kan, maar eigenlijk wil ik dit wel kunnen. Dus ben ik vandaag het motiefje gaan integreren in “The little drummer boy”. Misschien wordt het helemaal niet wat ik vind dat het zou moeten worden, maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd.

Hé, ik ben helemaal niet gek

introvert

In de krant las ik een artikel dat over mij ging. Niet letterlijk natuurlijk, maar ik lees hierin over mezelf. Ik ben introvert en dat staat voor mijn gevoel haaks op het willen optreden met zang en piano, op het willen exposeren met mijn schilderwerk. Door het artikel begrijp ik dat dit samen kan gaan, want als introvert ben ik in het goede gezelschap van Obama, Lady Gaga, David Bowie en J.K. Rowling. Allemaal mensen die je niet direct het stempel introvert zou geven.

Voor “anderen”, niet introverte mensen is het dus handig om het volgende te weten:

  • Ik hou van stilte om me te kunnen concentreren.
  • Ik heb soms moeite om duidelijk of snel, dat laatste zeker, te communiceren.
  • Ik kan meer dan ik meestal laat zien.
  • Ik heb oog voor detail en langere processen.
  • Ik begrijp graag precies waarom ik iets doe en wat daar het nut van is.
  • Ik kan lastig delegeren en doe dus meestal te veel (inmiddels voor een groot deel afgeleerd).
  • Ik blijf liever doorwerken dan dat ik socialize. Dat betekent dat ik werk als de rest van het team een team-uitje heeft.
  • Ik functioneer goed met weinig supervisie en werk ook graag zelfstandig.
  • Ik heb een hekel aan competitie.

Groepen vind ik een gedoe, vandaar dat ik altijd een hekel aan school heb gehad. Niet vanwege het leren, want dat doe ik nog steeds graag, maar vanwege dat groepsgebeuren. Ik heb daar niks mee, kan daar niks mee en wil daar ook niks mee. Na een half uur denk ik al gauw: “Wat doe ik hier eigenlijk?”

Ik profileer mezelf niet en eigenlijk vind ik dat “men” gewoon oog moet hebben voor wat ik kan. Dat dit niet werkt in deze wereld is me wel duidelijk. Vandaar dat ik zelf achter het exposeren ben aangegaan, want ik wil wel degelijk dat er gezien wordt wat ik kan. Vandaar dat ik mezelf weer heb opgegeven om mee te werken aan een concert. Dit keer een benefiet concert voor Bangladesh. Vandaar dat ik laatst mijn leidinggevende een mail heb gestuurd met observaties over werkdruk. Ik roep dat soort dingen niet in een bespreking. Al helemaal niet als mijn collega’s dan beweren geen last te hebben van werkdruk, maar op de werkvloer vervolgens op hun tandvlees blijken te lopen.

Heel lang heb ik met mezelf geworsteld, uiteindelijk gewoon mezelf geaccepteerd zoals ik ben maar soms wel de vraag bllijven stellen of het wel normaal was. En nu ik dit gelezen heb weet ik waarom ik ben zoals ik ben. Ik ben blij met mezelf en als de niet introverten mij niet begrijpen wordt het tijd dat zij bedenken dat ik hen ook niet altijd begrijp, maar daar verder geen mening over heb.

En zo fijn: “Mijn lief herkende zichzelf ook in het artikel”. Zo makkelijk als je dat van jezelf en elkaar weet.

Ik stop met roken

Ik stop-met-roken-3

Ja, het is zo ver, ik stop er mee. Het zou ook eens tijd worden, want roken kost handenvol geld. Dat zou niet zo’n punt zijn als die pianolessen wat minder duur waren, maar ja, ook die kosten geld en nu heeft mijn pianoleraar de tarieven ook nog eens met 1% verhoogd. Oké, er staat tegenover dat ik 10% korting krijg omdat ik wekelijks kom. Eigenlijk jammer dat ik niet nog meer korting krijg omdat ik zo ijverig studeer. Ik zal hem dat toch eens voorstellen.

Aanvankelijk had ik eens in de twee weken een uur les. Dat was financieel goed te overzien. Maar ja, het zingen wat ik er bij ging doen paste eigenlijk niet meer in dat uurtje. Wel geprobeerd hoor, maar het pianospelen raakte naar mijn idee helemaal ondergesneeuwd en dat vond ik jammer. Eerlijk gezegd werd ik er sjagrijnig van en met een onvoldaan gevoel ging ik iedere keer na de les naar huis. Zo werd het op een gegeven moment eens in de twee weken anderhalf uur. Hierdoor werd het wat duurder, maar ach, een kniesoor die daar op let.

Ook dit beviel niet. ik was na anderhalf uur compleet op. Mijn concentratievermogen zakte beneden peil en daardoor rees de vraag of ik niet beter iedere week drie kwartier kon lessen. Kom op, dacht ik, dan maak ik er gewoon een uur van. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat het daardoor twee keer zo duur werd. Buiten dat ging ik er in een enthousiaste bui ook nog zangles bij nemen. Tel daar de Schumann Akademie bij op en mijn Calvinistische opvoeding ging zich met de gang van zaken bemoeien.

Er ontstond een chaos in mijn hoofd. Allerlei laatjes van mijn hersenkast floepten open en gingen met elkaar de discussie aan: “Kon dit allemaal wel? Zoveel geld aan een hobby uitgeven? Mijn andere hobby, schilderen en tekenen verdient zichzelf redelijk terug. Maar aan dat pianospelen en zingen hou ik geen geld over. En de Schumann Akademie doe ik ook al zonder enig ander doel dan meer van muziek leren begrijpen.” Komt nog bij dat ik ooit in een grijs verleden getrouwd was met een man die vaak zei: “Het houdt ook nooit op hè, je wil altijd maar meer!” In die tijd had ik orgelles en begon ik ook nog eens aan een dirigentenopleiding. Helaas, die heb ik nooit afgemaakt want mijn huwelijk strandde. Financieel had ik die opleiding wel kunnen blijven volgen, maar met een bijna fulltime baan en drie pubers had ik daar de tijd niet voor. Dan moet je gewoon keuzes maken en dat viel me best zwaar, want ik vond het geweldig leuk om te doen.

Door al discussie in mijn hoofd sloeg ik aan het rekenen. Eén pakje sigaretten per dag is dus ongeveer 30 pakjes per maand. Dat kost toch gauw een slordige € 195,– en op jaarbasis is dat € 2.340,–. Van dat bedrag kan ik heel wat lessen betalen. Dan hou ik zelfs nog geld over om af en toe een nieuw muziekboek aan te schaffen en de pianostemmer te betalen. Minder roken of stoppen was dus een hele goede beslissing.

Aan het eind van het afgelopen lesjaar vroeg ik aan mijn pianoleraar wat mijn nieuwe maandbedrag zou worden. Tot die tijd had ik dat bedrag uit mezelf wat opgekrikt zodat ik niet een hele hoge eindafrekening zou krijgen. Hij was zelf een beetje de draad kwijtgeraakt door al die veranderingen dus hij wist het niet precies. “Dat is jammer, want dan weet ik niet hoeveel minder ik moet gaan roken.”

Stomverbaasd keek hij me aan en zei: “Maar rook jij dan?”

“Welnee, maar op die manier maak ik het voor mezelf acceptabel dat ik zoveel geld aan mezelf uitgeef. Als ik het hele bedrag de lucht in blaas is het ook weg en krijg ik er niets voor terug. Nu heb ik er tenminste nog lol van.

Eigenlijk best jammer dat ik niet rook. Het levert toch een aardige jaarlijkse besparing op als ik dan zou stoppen.

Survival op Terschelling

IMG_7168

“Wat leuk, gaan jullie ook naar Terschelling?” vraagt een bekende van ons die we op de boot tegenkwamen.

“Nee, dit is de boot naar Vlieland hoor”, zei mijn lief heel stellig. “Als je naar Terschelling gaat zit je op de verkeerde boot”.

We zagen haar lichtelijk in paniek raken, want tja, ze had ook nog voor haar moeder en zussen een huifkartocht gereserveerd. Op Terschelling wel te verstaan.

Ik pakte de tickets uit mijn tas en tot mijn verbazing stond er: “Harlingen – Terschelling”. Niks Vlieland en even was ik ontstemd. Mijn lief niet minder, want hij vond zichzelf behoorlijk dom dat hij de verkeerde boot geboekt had.

“Dan gaan we op Terschelling maar fietsen huren”, zei hij.

Ik was nog wat moe van mijn avonddienst van de vorige dag en had me, lichtelijk autistisch had ik me ingesteld op wandelen op Vlieland. Fietsen op Terschelling was dan ook geen optie. Gelukkig is mijn lief niet zo moeilijk en zo werd het dus wandelen op Terschelling. Bovendien ben ik er van overtuigd dan je wandelend meer ziet dan fietsend.

Het was heerlijk! We wandelden van West-Terschelling naar Midsland, dat is zo’n kilometer of zes. Onderweg hebben we dingen gezien waar we een paar jaar geleden waarschijnlijk gewoon aan voorbij gefietst zijn. In Midsland een lunch en toen verder met de benenwagen naar West. Daar hebben we een poosje op de kaart gekeken en zodoende besloten langs het strand naar West-Terschelling te lopen zodat we daar nog even op ons gemak rond konden kijken.

Met al ons getuur op die kaart hebben we totaal over het hoofd gezien dat er na West geen strandopgang meer is. Daar liepen we, heerlijk in het zonnetje op een strand waar we steeds minder mensen tegenkwamen. Slechts een enkele zeevisser was met zijn hengel langs de vloedlijn in de weer. Mijn lief keek wat benauwd, want de tijd draaide door, om half zes ging de laatste boot en een strandopgang was in de verste verte niet te bekennen.

IMG_7184

“Hier gaan we het duin op en dan kijken of we een pad richting West-Terschelling zien, want over het strand moeten we echt een hele omweg maken en het is al bijna vier uur.”

Wij het duin op en warempel er was een soort paadje wat helaas na een minuut of tien totaal niet toegankelijk meer was. We hadden een kapmes mee moeten nemen om zelf een pad te kappen.

Wij weer naar het strand. Terug naar West was geen optie, want dat was zeker een uur terug lopen. Dan zouden we de boot echt niet halen. Dus doorlopen en hopen op een strandopgang.
Mijn hersens maakten overuren, want ik moest de volgende dag een dagdienst werken en dus om zeven uur beginnen in Lelystad. Hoe ging ik dat oplossen? Oké, als we de boot zouden missen kon ik mijn werk bellen en opperen dat ik de volgende dag een avonddienst zou kunnen werken. Misschien dat iemand anders mijn dag zou willen of kunnen. Met deze oplossing in mijn hoofd vervolgden we onze weg.

“Kijk, daar op het duin staat een vlag. Zou daar een pad zijn?” Puffend en hijgend klommen we, door het mulle zand, het duin op. Opgelucht zagen we de Brandaris in de verte. Maar lieve hemel wat was dat nog een eind weg zeg. Een bordje gaf een wandelpad aan, maar volgens mij had daar al jaren niemand meer gelopen want het was bijna niet zichtbaar. In marstempo baanden wij ons een weg door struiken, al dan niet met doorns. Wat was ik blij dat ik niet in korte broek liep zeg. Na ieder duin hoopten we het bos te hebben bereikt, maar helaas, je wil niet weten hoe breed die duinstrook daar is.

Eindelijk, ja eindelijk kwamen we in het bosgebied en tenslotte ook nog op een fietspad met een ANWB paddestoel die ons de weg wees. Mijn benen wilden niet goed meer meedoen, maar veel keus hadden ze niet. Gewoon het ene been voor het andere zetten en vooral niet nadenken over al die spieren die ik ineens bleek te hebben.

Om tien over vijf gingen we de boot op en hebben daar eerst eens even bij zitten komen. Daarna een maaltijd besteld en deze met smaak opgegeten. We keken elkaar aan en mijn lief zie: “Dat hebben we maar weer mooi gered.” We konden er gelukkig de humor van inzien.
We zijn nog heerlijk boven op het dek in de zon gaan zitten waar ik me vervolgens afvroeg of ik die man, die daar lag, zou moeten reanimeren. Maar dat verhaal ken je al en zo niet dan moet je het maar eens lezen: http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2017/08/23/reanimeren-of-niet.

 

Reanimeren of niet?

reanimeren

We hadden zojuist lekker gegeten op de boot van Terschelling naar Harlingen, een heerlijke dag achter de rug die totaal anders was verlopen dan we van plan waren. De bedoeling was dat we naar Vlieland gingen, maar we bleken de boot naar Terschelling te hebben geboekt. Maar dat vertel ik je later nog wel.

Het was nog heerlijk weer zodat we naar het bovendek gingen om nog even van de zon te genieten.
Mijn oog viel op een man die met zijn ogen dicht tegen de reling aan zat. Het leek mij niet heel relaxed, maar hij dacht daar duidelijk anders over. Op een gegeven moment zag ik dat de man er bij was gaan liggen. Languit op zijn rug, met zijn voeten naar buiten geklapt en zijn handen gevouwen op zijn buik lag hij te slapen. Het zag er wat vreemd uit en zo af en toe keek ik eens of ik nog enig teken van leven bij hem zag. Nauwelijks waarneembaar haalde hij adem en af en toe maakte hij een slikbeweging.

Eerlijk gezegd werd ik er wat onrustig van. Was dit “gewoon slapen” of was hij onwel geworden? Stel dat we in Harlingen allemaal van de boot gingen en hij bleef daar gewoon liggen. Maar stel dat hij daar lag dood te gaan, wilde hij dan wel of niet gereanimeerd worden? Lastig dat hij geen bordje met mededeling daarover in zijn handen had.

Mijn lief keek met me mee en constateerde dat de man echt wel ademde, want als hij uitademde blies hij zijn wang op. Hij lag met zijn hoofd naar rechts gedraaid en inderdaad werd zijn linker wang met de regelmaat van de adem bol. Nu leek het een beetje op zo’n plof-ademhaling die ik wel eens had gezien bij mensen die op sterven lagen. Het zat me al met al niets lekker.

Om me heen zag ik dat andere mensen hem ook in de gaten hielden. Na wat wikken en wegen besloot ik de man toch maar te gaan vragen of alles goed met hem was. “Als hij boos wordt en gaat slaan kom je me toch wel te hulp hè?”, zei ik tegen mijn lief.

Ik ging op mijn hurken naast de man zitten. Hij merkte mijn aanwezigheid niet op. Zachtjes schudde ik aan zijn schouder en zei: “Mag ik u even storen? Gaat het wel goed met u, of slaapt u gewoon?”

Het duurde even voordat hij zijn ogen opendeed. “Ik slaap gewoon, maar dank u wel voor de bezorgdheid!” Hij bleef gewoon liggen, tot ik weer naast mijn lief zat. Ik had hem schijnbaar toch wel in zijn slaap gestoord, want hij rekte zich uit en ging in kleermakerszit, met zijn gezicht naar het water, zitten. Even later stond hij op en waaide de pet van zijn hoofd en op een holletje ging hij er achteraan.

Dikke tranen

Dikke tranen

Zomaar ineens was daar die huilbui. Niet zo één met van die gierende uithalen of hartstochtelijke snikken. Nee, gewoon tranen die uit mijn ogen bleven stromen. En dat allemaal bij het deel: “Anne, de wereld is niet mooi, maar jij kunt haar een beetje mooier kleuren. Je hebt nog heel wat voor de boeg. Maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg”.

Ik zong het liedje mee en probeerde daarnaast ook te luisteren naar wat de muziek deed. Al weet ik veel hoeveel keer had ik dit gezongen. Gedachteloos waarschijnlijk en vroeger toen Anne, mijn jongste dochter, klein was reageerde zij zelf steevast nogal heftig, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen met: “Neehee!!”

Inmiddels is zij dertig en wilde ik dit liedje zingen en van een pianobegeleiding voorzien. Ze heeft al heel wat achter de rug en ook wel ontdekt dat de wereld niet altijd mooi is.

Dit liedje wilde ik niet alleen voor haar zingen, maar ook voor mijn twee andere kinderen. Die heten uiteraard geen ‘Anne’, maar ook zij waren de mooiste en liefste baby’s en ook zij hadden toen nog heel wat voor de boeg. Dat ik al anderhalf jaar geen contact met ze heb zegt niets over de liefde die ik voor ze voel. De tranen kwamen dus ook daaruit voort. Dat een scheiding van 19 jaar geleden nu nog zoveel impact zou hebben had ik niet kunnen voorzien. Misschien had ik dingen anders moeten doen. Aan de andere kant leef ik mijn leven ook met vallen en opstaan. Dat doen mijn kinderen ook, net als de meesten van ons denk ik.

Uiteindelijk lukte het me steeds beter om dit te zingen. Zeker wanneer ik druk bezig was met het zoeken naar het intro en de juiste akkoorden. Door iedere keer maar weer naar de muziek te luisteren kon ik het uiteindelijk aardig reproduceren op de piano. Evengoed kreeg ik af en toe tijdens het zingen een dikke keel en speelde ik alleen de begeleiding. Het heeft echt wel even geduurd voordat het goed ging.

En wanneer ik dacht dat het wat was bleek ik op les iets net weer een beetje anders te moeten doen. Maar het lastigste was het overdrijven van de uitspraak. Als je niet zo’n overdrijver bent voelt dat al gauw vreemd. En als ik vervolgens dacht dat ik het overdreef riep mijn pianoleraar dat ik het nog meer moest overdrijven.

 

Eindelijk was het af en werd het opgenomen. De tekst is goed te verstaan, maar ik begrijp nu wel wat hij met “nog meer overdrijven” bedoelt. Want uiteraard overdreef ik ook toen nog niet genoeg. Om die reden is het wel goed om naar zo’n opname te luisteren. Raar vind ik het overigens wel om mezelf te horen. Zo klinkt mijn stem helemaal niet als ik mezelf hoor praten of zingen.

En nu ben ik druk bezig met het uitwerken van de pianobegeleiding van “Bridge over troubled water”. Wat denk je? Ook dan krijg ik, als ik het meezing af en toe een dikke strot. Ik weet waar dat door komt. Tijdens onze vakantie in Engeland was dit liedje regelmatig op de radio te beluisteren naar aanleiding van de brand in Grenfill Tower in Londen. Dit benefietlied werd door bekende artiesten als o.a. Robbie Williams, Dua Lipa, Rita Ora en de twee ex-One Directioners Liam Payne en Louis Tomlinson gezongen. Niet ver van de plaats waar de ramp plaatsvond werd dit nummer opgenomen. Toen luisterde ik voor het eerst goed naar de tekst en wist ik ineens dat dit het volgende liedje was dat ik wilde zingen.

 

 

Helemaal alleen in mijn eentje

Helemaal alleen in mijn eentje

Mijn lief is met zijn twee puberkinderen op vakantie. Ik gun het ze van harte, hun vader twee weken lang voor zichzelf. Met mij er bij is het anders. Bovendien verander ik in een zwak aftreksel van mezelf. Of misschien word ik de schaduw van mezelf. Gevoelsmatig neem ik dan te veel ruimte in en die probeer ik te reduceren. Dan gebeurt er iets waardoor ik mezelf niet eens meer leuk vind en ben ik niet meer iemand die ik zelf graag zou willen ontmoeten of leren kennen. Dat is jammer, want zo iemand ben ik inmiddels wel geworden.

Ach en helemaal alleen ben ik niet. Morgen komen mijn ouders een nachtje logeren zodat we maandag met z’n drieën iets leuks kunnen gaan doen. Gezien het weer wordt het waarschijnlijk de Orchideeënhoeve. Liever zou ik iets in de buitenlucht doen, maar ja, een rondvaart door Giethoorn in de regen is niet leuk.

Mijn vader wordt in die periode 89. Het is niet aan hem te zien en te merken en eerlijk gezegd hoop ik dat ik ook op die manier oud mag worden. Dan heb ik na mijn pensioen nog heel wat jaartjes voor de boeg. Op die dag ben ik ook weer onder de pannen en stap ik in de rol van dochter die koffie schenkt, met taart en andere hapjes rondgaat. Altijd leuk om mijn ooms en tantes weer eens te zien.

Op één van mijn vrije dagen zou ik graag een dagje naar Texel willen. Maar als ik naar de weersvoorspelling kijk zit dat er niet erg in. Jammer, niet alleen Giethoorn is niet leuk in de regen, Texel ook al niet.

Tja, wat dan……………..dan pruts ik lekker verder aan de pianobegeleiding van Bridge over troubled water. Goed luisteren en dan proberen of ik wat ik hoor op de piano kan vertalen. Met “Anne” van Herman van Veen is dat best goed geluk.

Of ik maak mijn kabouterverhalen eindelijk eens af. Dat is ook een idee. Volgens mij hoef ik alleen het eind er nog aan te breien en dan ben ik klaar.

Het maakt ook niet uit wat ik ga doen. Het is altijd beter dan een schaduw van mezelf worden. En eerlijk is eerlijk, twee weken even met niemand rekening hoeven houden is eigenlijk best fijn. Bovendien is het best jammer dat ik regelmatig op mijn werk verwacht word.

Een gevaar op de weg

 

gevaar op de weg

“Nu”, dacht ik en deed mijn richtingaanwijzer naar links aan, maar voordat ik er op bedacht was vloog het grote stuk plastic tegen mijn voorruit. De adrenaline schoot door mijn lijf en van schrik stuurde ik naar rechts en weer terug. Ongewild werd ik een gevaar op de weg en niet eens doordat ik met mijn smartphone zat te ‘spelen’. Maar dat kan ook niet, want ik heb er geen.

Ik had de plastic flap al een poosje zien wapperen achter de vrachtwagen voor me. Het losse stuk werd steeds langer en volgens mij zou het niet lang meer duren voordat het losliet. Volgens mij kon ik beter passeren en tja, dat deed ik dus net te laat.

Het plastic vloog tegen mijn voorruit en wikkelde zich om mijn zijspiegel, waardoor ik gelukkig weer zicht had. Een gewapper van vanjewelste en even kon ik niet goed over nadenken. Dat ik zo niet kon blijven rijden was me wel duidelijk. Uiteindelijk reed ik de vluchtstrook op, die kant had ik in mijn paniek al opgezocht door mijn stuur een ruk naar rechts te geven. Maar de adrenaline liet me toen meteen weer mijn stuur naar links draaien.

Eenmaal op de vluchtstrook bleek het nogal dik, aan elkaar klevend, plastic te zijn. Het zat goed vast rond mijn zijspiegel. Uit de auto wilde ik niet stappen met al dat langsrazende verkeer, dus via mijn raam begon ik het los te wikkelen. Ik was er puur een poosje mee zoet. Toen het eindelijk los was gaf ik er een ruk aan om het de auto in te trekken. Bleek mijn wiel er op te staan. Auto starten, stukje naar voren rijden. Dom natuurlijk, dus reed ik een stukje achteruit. Gauw de hele handel mijn auto in getrokken en op de grond voor de passagiersstoel gelegd. Die ruimte nam het helemaal in beslag. En ja, ik weet het, mijn Fiat Panda is niet groot, maar toch…………………het was een flink stuk plastic.

Vaart maken op de vluchtstrook en de snelweg weer op. Op naar mijn werk, waar ik geacht werd te beginnen om zeven uur.