Category Archives: Verhalen van de buschauffeur

De slappe lach

de-slappe-lach

Op zijn bord lag een dubbele boterham met gebakken ei en hij zat er schaterend naar te wijzen. Hij had gewoonweg de slappe lach. Waarom wisten we niet. Het brood was slap geworden, zodat ik het maar in stukjes sneed en hem hielp met eten.Na iedere hap barstte hij weer in lachen uit. “Hebben ze lachgas in het ei gedaan?”, vroeg ik hem.

“Wie weet.” En weer schoot hij in de lach. De tranen liepen hem over de wangen, zo’n lol had hij. Bij mij werkte het aanstekelijk, terwijl de rest van de bewoners met doodernstige gezichten verder aten.

Na het eten bracht ik hem, vanwege alle prikkels, naar zijn kamer. Daar kantelde ik zijn stoel zodat hij even kon rusten. Ik pakte de cd van Wim Zonneveld zodat hij naar de liedjes kon luisteren. “Straks breng ik je nog wat te drinken.”

Met het glas drinken in mijn hand liep ik zijn slaapkamer binnen. Ja, hoor hij had dorst, maar niet het geduld om te drinken. Hij nam één slok en prikte toen met zijn vinger in mijn blote onderarm.

“Wat is dat?”

“Dat is mijn arm.”
Daarna prikte hij in mijn blote bovenarm. “En wat is dat?”

“Dat is ook mijn arm.”

“Vind je dat niet raar?”

“Nee hoor. Dit is jouw arm”, en ik weest naar zijn arm. “En dit is mijn arm. Jij hebt er twee en ik ook.”

“Toch vind ik het raar. Kijk, daar hadden ze net eieren gelegd en daar ook en daar was het per ongeluk.” Hij schoot weer in de lach en keek mij olijk aan.

“Dat kan gebeuren, dat ze dat per ongeluk doen. Je was er toch niet boos over?”

“Nee, hoor waarom zou ik?”

“Wil je nog een slokje drinken?”

Hij pakte het glas aan en dronk het in één teug leeg.

Stiekem bonbons eten

bonbons

Na de lunch is de toiletronde en samen lopen we naar haar kamer. Ze heeft een resistente bacterie in haar blaas en mag alleen gebruik maken van de postoel in haar slaapkamer. 

Als ze zit zegt ze: “Wilt u een chocolaatje?” Dat vroeg ze laatst ook, maar toen ze klaar was met plassen was ze de vraag alweer vergeten. Deze keer niet en ze pakte een doos bonbons van haar nachtkastje. “Deze heb ik van mijn zoon voor mijn verjaardag gekregen.” Ze deed de doos open. ik pakte een bonbon en vroeg haar of ze de doos niet mee wilde nemen om er van uit te delen in de huiskamer. “Lekker voor bij de thee straks.” Ze bleek dat niet van plan te zijn. Ik mocht er één en ze nam er zelf een.

In de gang begon ze te giechelen: “Mijn mond is nog lang niet leeg. Straks zien ze dat ik een bonbon in mijn mond heb.” Ik schoot in de lach en zei: “Gewoon niets zeggen, dat merkt niemand het en kan u ‘m gewoon stiekem opeten.