Monthly Archives: May 2019

Alsof ik naar mezelf kijk

Die houding, dat geblokkeerde. Ik herken het. Zou hij zich nu net zo voelen als ik me op zo’n moment voel? Hij is nog jong en misschien moet hij hier nog mee om leren gaan. 

in de schulp (6)

Vorig jaar heb ik hem piano horen spelen tijdens het Festival Klassieke Muziek in Almere. Een rustige jongen, die zonder al te veel dramatische bewegingen of gezichtsuitdrukkingen een geweldig stuk speelt.
Deze keer volgt hij een masterclass bij  Nicolas van Poucke. Hij is nog dezelfde rustige jongen en speelt geweldig en op dezelfde manier als toen. Kaarsrecht zit hij en weer maakt hij geen overbodige bewegingen.

Na zijn spel bedenk ik dat er volgens mij niet veel aan valt te verbeteren. Maar ik ben dan ook die goedwillende amateur. Uiteraard valt er meer uit te halen en Nicolas stelt voor om aan een bepaald deel in het stuk te werken. Het moet soepeler vanuit de polsen, zijn schouders moeten losser. Hij zet in en ik zie gewoon gebeuren dat hij verstrakt. Hij trekt zijn schouders op en speelt het deel op dezelfde manier als de eerste keer. Nicolas vraagt of hij het even mag proberen. Uiteraard mag dat. Het komt in mijn hoofd ook niet op om “nee” te zeggen als mijn pianodocent iets voor wil doen.

Nicolas_van_Poucke_©HansvanderWoerd-014-1038x576

Nicolas vraagt of hij het begrijpt. Hij knikt bevestigend en begint te spelen. Zijn pianodocente zit schuin voor me en schudt haar hoofd. Nee, het lukt duidelijk niet. En o, wat herken ik dat. Het blokkeren, je in jezelf terugtrekken, een soort waas in je hoofd waardoor het lijkt alsof je die piano voor het eerst ziet. Ik zie hem denken: “Ik wil het wel doen, maar laat het me alsjeblieft eerst thuis oefenen, dan doe ik het volgende week beter”.

Het zijn aannames van mij. Mischien denkt dat dit helemaal niet. Misschien ligt hij gewoon dwars, alhoewel hij me daar het type niet voor lijkt. Nee, ik hou het er op dat mijn gevoel me niet bedriegt.

Vandaag overviel het mij. Ik speelde en zong het liedje “De hemel is dichtbij”. In het refrein moet meer beweging. Het is me in de loop van de week goed gelukt om dat er in te krijgen. Maar nu dat zachtere deel waarna dat refrein weer komt. Het is raar om gewoon van dat zachte ineens “BAM” weer hard in te zetten. Er moet een overgang komen die dat voor de luisteraar ook aannemelijk maakt. Dat het logisch klinkt.

Mag ik even?” Natuurlijk mag mijn pianodocent even en hij doet iets op de piano, doet het nog een keer en nog een keer. Ik zie wat hij doet en voel dat waas optrekken waardoor ik vervolgens niet goed meer kan nadenken over wat ik hem net heb zien doen. In mijn schulp kruipen, dat is wat ik dan doe. Een deur dichtdoen en mezelf verstoppen. Ik begrijp wel wat hij bedoelt, maar om dat nu even ter plekke te reproduceren of iets te doen wat daarop lijkt zijn twee totaal verschillende dingen.

“Ga hier van de week thuis mee experimenteren dan werken we er volgende week verder aan.”

Kijk, dat is het voordeel van een pianodocent die mij wat langer kent en ook gerust wel ziet dat ik me op zo’n moment totaal niet comfortabel voel. Dat heeft niets met hem te maken, maar alles met mij. Hij weet dat ik er thuis aan werk en dat ik de volgende keer die overgang gerust wel maak.

Het nadeel van zo’n masterclass is dat je in dat ene uur iets moet neerzetten, maar dat jij die docent niet kent en die docent jou niet. Daar moet je dus wel een type voor zijn. Ik denk dat ik niet zo’n type ben. Ik heb tijd nodig en de ruimte om voor mezelf een oplossing te zoeken. Dat kan ik niet als er iemand op mijn vingers kijkt.

Mensen van vroeger

sociale kring

Op het terras zat nog een stel. Zij kwam me wat bekend voor, maar ik kon haar niet meteen plaatsen. Ik schoof net een stoel naar achteren toen zij mij vroeg of ik een dochter van Phillipson was. Dus toch, dat bekende gezicht, ik kende haar ergens van en ineens wist ik het. Ik noemde vragend haar naam en liep naar het tafeltje waaraan zij zaten.

Mijn lief liep met me mee en zo stonden we een poosje te praten tot ik voorstelde om er een stoel bij te zetten.

“Je ouders zijn nu op Malta hè? Geweldig dat zij dit nog kunnen doen.”
Ik vertelde dat mijn moeder me de dag ervoor had gebeld. Ze was blij mijn stem te horen, iets wat ik nog niet eerder van haar had gehoord. Schijnbaar miste ze me.

“Mijn broer is deze week opa geworden van een kleindochter”, zei ik en mijn lief liet weten dat ik al zes keer oma was.

We hebben een poosje zitten praten met elkaar tot we ieder weer onze eigen weg vervolgden. Zij op de fiets, wij wandelend. Ik zei tegen mijn lief dat ik de ontmoeting fijn had gevonden. Dat er momenten zijn dat ik het mis om mensen in de buurt te hebben die mijn ouders, mijn broer en mijn kinderen kennen. Die ook mij van vroeger kennen. Meestal ben ik daar niet zo mee bezig, maar nu werd ik er even met mijn neus bovenop gedrukt.

Vroeger bestond mijn sociale kring voornamelijk uit mensen die lid van dezelfde kerk waren als ik. Net als in elke kerk kan je daar veel van je vrije tijd insteken. Dat hoeft niet, maar ongemerkt gebeurt dat wel. Ik was op muziekgebied actief, speelde orgel in de kerk, zong in het kerkkoor, verving de dirigent bij afwezigheid en zong in ad-hoc koortjes. Pas halverwege de veertig besloot ik de kerk te verlaten. Er was een hoop aan vooraf gegaan voordat ik die beslissing nam. Mijn ouders namen me het niet kwalijk, maar vonden dit wel moeilijk. Ik begreep dit wel en in het begin was het ook wat ongemakkelijk tussen ons.

Mijn sociale kring bestond van de ene op de andere dag niet meer. Niet dat er ruzie was of zo. Nee hoor, iedereen had zijn eigen leven en de enige binding die ik met deze mensen had bleek de kerk te zijn. Zo gaat dat soms.

Ik bouwde een ander leven op en ging zingen in een Kamerkoor. Dat kon eerder niet, want juist op die repetitieavond was ik actief in de kerk. Langzaam ontstond er een nieuwe sociale kring. Klein weliswaar, maar behoefte aan een hoop mensen had ik niet. Heb ik nooit gehad. Die kerk was er gewoon met al zijn mensen. Daar had ik niet om gevraagd.

Nadat ik mijn lief leerde kennen verhuisde ik van Middenbeemster, vlak bij Purmerend, naar de Flevopolder. Wat ik nooit beseft heb is dat het voor mensen als ik, een beetje einzelgänger,  lastig is om in een ander deel van het land weer een leven op te bouwen. Ik had in Purmerend een vriendin waar ik regelmatig mee fietste of wandelde en eens per jaar gingen we samen een dagje weg. Halfslachtig hadden we afgesproken dat we die dag eens per jaar zouden blijven doen, maar dan ergens halverwege zodat niet één van beiden het hele eind hoefde te rijden. Het is er nooit van gekomen. Buren uit mijn oude buurt, nog van tijdens mijn eerste huwelijk, bleven weg. Gek, want we hadden tot dan toe gewoon nog altijd contact en kwamen bij elkaar op verjaardagen. Misschien was het lastig voor ze vanwege mijn lief, die ze niet goed kenden. Mijn lief zei daar heel nuchter van: “De rit Purmerend-Emmeloord is altijd langer dan de rit Emmeloord-Purmerend”. Hij had zelf al eerder met dit bijltje gehakt.

Inmiddels leef ik hier mijn leven. Ik heb na wat omzwervingen een baan waar ik me prettig bij voel. Fijne collega’s en we waarderen elkaar om wie we zijn. Mijn muzikale leven heb ik weer op orde en er is een, weliswaar kleine, sociale kring ontstaan. En heus, ik ben niet alle dagen bezig met het feit dat ik hier geen mensen ken die mijn ouders of mijn kinderen kennen. En toch, tijdens die ontmoeting op dat terras merkte ik ineens dat ik dat soms toch wel een beetje mis.

Complete verwarring

verwarrend

Ik hou van overzicht. Alles een vaste plek en verder heb ik de eigenaardigheid om bij sommige dingen een bepaalde volgorde te hanteren. O jee, als ik dit zo opschrijf lijkt het net alsof ik wat autistische trekjes heb. Nou ja, niks mis mee, toch?

Naar pianoles, geen jas aan, want dat vond ik met dit weer niet nodig. Telefoon mee, want je weet maar nooit. Niet in mijn jaszak deze keer, dus legde ik ‘m naast me.

Op les aangekomen deed ik de auto op slot en wilde de sleutel in mijn zak doen. Tja, geen jas dus ook geen jaszak. Eenmaal binnen zette ik mijn “pianobril” op en legde de brillenkoker op een stapel muziekboeken. Mijn sleutel legde ik er naast.

In de auto onderweg naar huis sloeg de verwarring toe en de schrik mij om het hart. Adrenaline schoot door mijn lijf van mijn tenen tot mijn haarwortels. Paniekerig keek ik om me heen. Ja, mijn telefoon lag daar gewoon, maar waar was mijn sleutel? Lag die soms nog op de stapel muziekboeken?

Geen paniek, gewoon keren en mijn sleutel ophalen. En toen pas schoot ik in de lach, want de sleutel zat uiteraard gewoon in het contact.