Monthly Archives: December 2018

Flauwekul

flauwekul

Er zijn van die momenten dat ik gewoon even melig moet doen op mijn werk. Gewoon om de lol er in te houden.

Hij had gisteren zijn bad-dag. Voor hem hoefde het niet zo nodig, ik mocht hem ook op bed wassen. Maar ja, hij begreep wel dat als hij in bad zat ik verder niet zo veel hoefde te doen. Ach tja, wat is “niet zo veel doen” in de zorg. Volgens mij moet dat nog uitgevonden worden.

We gingen op pad. Hij in het bed en ik er achter om het bed door de gang naar de grote badkamer te rijden. Daar liet ik het bad vollopen terwijl ik hem hielp met uitkleden. Vervolgens moest hij draaien zodat ik de tilmat voor de passieve lift onder hem kon schuiven. Toen hij eenmaal in de lift hing moest ik de lift verplaatsen tot boven het bad. Daarna kon ik hem laten zakken. Daar zat hij, prinsheerlijk in het schuim. Hij zou bellen als hij klaar was. Dat betekent dat ik dan terug moet snellen om de kraan dicht te draaien zodat er geen overstroming plaatsvindt.

Toen hij tien minuten later belde trok ik even een sprintje. Kraan dicht draaien, stop uit het bad halen anders schiet het nog niet op. De tilmat ergens onder hem vandaan halen om hem weer aan de passieve lift te kunnen vasthaken. Dan weer terug op bed en zorgen dat hij afgedroogd werd. Deken over hem heen en weer met het bed de gang over om hem vervolgens in zijn kamer aan te kleden.

(Hoe bedoelt u dat ik niks hoef te doen als hij in bad gaat?)

Tussen de middag aan tafel was ik melig van al het geren en gevlieg. Ik moest bij hem de insuline injecteren. Zo ergens rond de navel. Hij deed zijn overhemd omhoog en ik viste zijn onderhemd uit zijn lange broek. Nu is hij nogal omvangrijk dus riep ik quasi paniekerig: “Waar is je navel gebleven. O God nee toch? Niet te vinden. Waarschijnlijk weg gespoeld met het badwater. Dan moet ik straks het riool in om die navel van je te zoeken. O nee, toch niet, ik heb ‘m al gevonden.”

Voordat ik al deze onzin uitkraamde had ik wel even gekeken of zijn overbuurvrouw niet net haar mond vol eten had, want zij krijgt op dit soort momenten bijna de slappe lach. Ik zou toch niet willen dat zij zich door mijn meligheid verslikt.

Advertisements

Zomertijd – Wintertijd

zomertijd

Wat wil de Nederlandse bevolking, zomertijd of wintertijd afschaffen? Ieder jaar laait deze discussie weer op. Uiteindelijk wordt besloten het te laten zoals het is.

Maar kan je de wintertijd eigenlijk wel afschaffen? Bij mijn weten was dit toch ooit de Normale tijd. Volgens mij kan er in deze kwestie maar één vraag gesteld worden: “Schaffen we de zomertijd af?” Die werd namelijk in 1977 om puur economische redenen ingevoerd. Sinds 1973 was er de oliecrisis. Door de klok in het laatste weekend van maart een uur vooruit te zetten besparen we stroom, want de dag duurt in de zomermaanden daardoor een uur langer.

Zelf mag het van mij gewoon de Normale tijd blijven. Ik heb ieder jaar weer last van het verzetten van de klok. Zowel van het vooruit als van het achteruit zetten. Zo’n week of wat ben ik er wel mee zoet.

 

Zijn achterlijke zus

Niet aangeboren hersenletsel

Hij is een paar dagen naar een ander deel van het land geweest om de begrafenis van zijn moeder te regelen. Hondderddrie jaar is zij geworden.

Ik condoleer hem en vraag of het een mooie rouwplechtigheid is geweest. Hij knikt wat en vertelt dan dat hij een achterlijke zus heeft en dat het haar schuld is dat zijn moeder dood is.

Het valt mij op dat hij het heeft over zijn moeder, net alsof het niet de moeder van zijn zus is.

“Die achterlijke zus van mij vond het nodig dat mijn moeder naar een verpleeghuis ging. Dat is nu vier weken geleden. Ze ging daar hard achteruit en nu is ze dood.”

Hier weet ik niet goed op te reageren, dus hum ik alleen maar iets.

Wat vind ik hier nu eigenlijk van? Ooit werd mij door een familielid van mijzelf verweten dat ik het verkeerde beroep had gekozen omdat ik vind dat mensen ook de mogelijkheid moeten krijgen om waardig te sterven. Dat het leven niet altijd eindeloos gerekt hoeft te worden.

“Jullie in de zorg, moeten gewoon beter voor de mensen zorgen”  was vervolgens wat ik te horen kreeg.

Toch sta ik pal achter mijn mening. Zorgen voor een waardig einde is ook zorgen voor.

Haat – liefde

Mijn bril; ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Het liefst zou ik brilloos door het leven gaan. Dat heb ik ook van mijn 20e tot mijn 40e gedaan. Toen droeg ik lenzen.

bril

Wat brillen betreft ben ik net de prinses op de erwt. Zo’n bril voel ik de hele dag. Is het niet aan mijn neus, dan wel achter mijn oren. Ik zie ‘m ook de hele dag. Hoezo dat dan? Nou, ik kijk tegen de randen van mijn bril aan. Met lenzen heb je dat in ieder geval niet. Met bril wel, want buiten die randen wordt de wereld wazig.

Iedere nieuwe bril betekent voor mij een hele periode wennen. Hoe voelt ‘ie op mijn neus, en hoe achter mijn oren. Waar knelt ‘ie en als ‘ie niet knelt dan zakt ‘ie voor mijn gevoel van mijn neus. En dan nog dat het zien van de randen van de bril. Dat is bij iedere nieuwe bril ook weer anders. Kortom, ik ben een vreselijke zeur als het om brillen gaat.

De laatste nieuwe bril spande de kroon. Eén die er best luxe uitzag, en waarvan ik dacht dat ‘ie heerlijk zou zitten. Zo eentje die niet van je neus glijdt. Dan komt het moment dat ik zo’n nieuwe bril ophaal, deze op mijn neus zet en denk: “Oeps, dit is wel heel anders. Bij deze kijk ik veel meer tegen de randen aan. Daar moet ik aan wennen, hou ik mezelf dan voor.

Na één dag nieuwe bril had ik hoofdpijn. De neusvleugeltjes duwden in mijn neus en ik had er flink rode plekken van. “Als dat maar geen decubitus wordt”, dacht ik nog. Na twee dagen had ik aan de rechterkant van mijn hoofd ook pijn.

Ik weet nog dat ik dacht, tijdens het pianoconcert wat mijn lief en ik bijwoonden, “zouden al die brildragende mensen zo’n last van hun bril hebben?”

Na drie dagen heb ik andere neusvleugeltjes laten plaatsen. Dat scheelde, althans dat dacht ik. Na een week heb ik de bril in de brillenkoker gedaan en mijn oude bril opgezet. Deze bril bracht hoofdpijn door mijn hele hoofd. Mijn hele schedel deed zeer. Ik kon een ander montuur uitkiezen, dus van die mogelijkheid ging ik gebruik maken. Het werd een lichtgewicht montuur. Zo één die, in ieder geval zonder glazen, bijna niets weegt. Met glazen woog ‘ie nog steeds heel weinig. Zelfs minder dan mijn oude bril.

Mooi, dat was opgelost. Ja, dat dacht ik. Niets was minder waar. Mijn neus deed zeer, ik voelde de poten van de bril boven mijn oren en na verloop van tijd ook achter mijn oren. Weer een gang naar de opticien. Er werd gebogen en verbogen en de bril leek beter te zitten. Helaas, nu had ik het gevoel dat ‘ie van mijn neus zakte. Helemaal als ik aan het werk was en op mijn hurken iemands veters strikte. Dan lag die bril nog net niet op die schoen. Mijn hoofd zeurde de hele dag en ik was constant bezig de bril af te zetten en weer opnieuw op te zetten. Een aantal keer ben ik ‘m weer op nieuw af laten stellen, waarna ik hoopte dat ik ‘m niet de hele dag zou voelen.

Alle andere signalen negeerde ik verder. Ik had heel helder zicht, zo helder dat aan het eind van de dag zelfs m’n oogkassen zeer deden. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat ik de blauwe borden langs de snelweg niet goed kon lezen. Iedere witte letter leek een extra randje te hebben. “Ik moet mezelf gewoon de tijd geven om te wennen”, hield ik mezelf voor.

Tot ik het zat was en mijn oude bril weer opzette. Weg waren alle kwalen. Het gebruikelijke bleef, ik keek tegen de randen aan, ik voelde ‘m op de neus, maar dit voelde vertrouwd. Dat voel ik al jaren.

De sterkte van mijn glazen was gelijk gebleven, alleen mijn cilinderafwijking was met een kwart toegenomen. En ineens besefte ik dat dit misschien wel de boosdoener was van mijn hoofdpijn en gezeur met dat nieuwe montuur. Ik ging weer terug naar de opticien met dit verhaal. Er werd gemeten vanaf de sterkte van mijn oude bril. Van daar uit werd die cilindersterkte opnieuw bepaald.

Uiteindelijk krijg ik nu dus dezelfde glazen als ik al in mijn oude bril had. Aan één kant wel praktisch, kan ik ze allebei dragen.

Weet je wat wel gek is? Tijdens het meten gaf ik zelf een sterkere cilinderafwijking aan. Niet die kwart meer, maar zelfs driekwart meer. Maar deze keer werd ook nog een keer gemeten toen ik met beide ogen keek. Toen gaf ik aan dat ik niet die driekwart cilindersterkte wilde. Ook niet die kwart, maar gewoon mijn oude cilindersterkte. Dat was voor mijn ogen het rustigst.

En weet je waar ik nu zojuist vandaan kom? Juist ja, bij de opticien. Mijn oude bril zit prima hoor, maar ik was ineens een neusvleugeltje kwijt.