Monthly Archives: November 2018

Memoires van een bladluis – Hoe het allemaal begon

 

01 mijn orgel in het orkest

Ooit, in een vorig leven, speelde ik kerkorgel. Een prachtig instrument, en toch ben ik blij dat ik dit instrument uiteindelijk inruilde voor een piano, maar dat even terzijde. In dat vorige leven was ik getrouwd met een man die van mijn muzikale bezieling niets begreep. Jaren heb ik mijn muzikale kant dan ook verwaarloosd en me voortdurend aangepast aan wat er van mij verwacht werd. Als ik daar nu aan terugdenk heb ik de neiging om daar nog steeds boos over te worden. Gelukkig kan ik het zo langzamerhand met wat mildheid ten opzichte van mezelf bekijken.

Op mijn 37e pakte ik mezelf bij de lurven en nam weer kerkorgelles. Mijn muzikale kant had ik rond die tijd al een beetje nieuw leven ingeblazen. Ik genoot van die lessen en al gauw kwam de vraag van mijn orgelleraar of ik tijdens een concert, waarbij hij onderdeel was van een ensemble wat een koor begeleidde, de bladzijden om wilde slaan. Ik vond het geweldig dat dit mij gevraagd werd. Goddank hoefde ik niet te registreren, dat was op het kistorgeltje niet nodig. Van dat registreren had ik totaal nog geen kaas gegeten.

Enthousiast vertelde ik thuis dat me dit gevraagd was en dat ik het heel leuk vond om te doen. Ik kreeg een reactie waar ik totaal niet op gerekend had: “Belachelijk, waarom vraagt die man dat aan jou, dat kan zijn vrouw toch wel doen?”

Stomverbaasd was ik. Zoals ik gewend was in dat huwelijk, gingen mijn gedachten razendsnel allerlei mogelijkheden af om te rechtvaardigen dat dit mij gevraagd was en ook nog eens om te rechtvaardigen dat ik dit leuk vond. Snel vloog de gedachte door mijn hoofd dat mijn orgelleraar zijn vrouw ook organist was, maar ook dat zij kleine kinderen hadden en daar moest toch iemand voor thuis zijn. Na al die razendsnelle gedachten was mijn reactie: “Ze hebben kleine kinderen, dus dat kan niet.” Zo zou ik nu echt nooit meer reageren.

De reactie die ik daarna kreeg vond ik nog veel schokkender: “Dan kan jij toch op hun kinderen passen?”

Het was wel duidelijk dat deze echtgenoot werkelijk niets van mij begreep en misschien zelfs wel jaloers was. Maar ik ben de bladzijden om gaan slaan tijdens dat concert, zelfs al gaf het een hoop geruzie thuis.

Tijdens het concert zat ik redelijk in het gezichtsveld van het publiek, dus had ik nagevraagd wat de koorkleding was. Ik paste mij hier zo goed mogelijk bij aan, wat gewaardeerd werd.

Ik genoot van die middag. De enige wanklank was dat ik halverwege het eerste deel van het concert twee bladzijden tegelijk omsloeg. Razendsnel sloeg mijn orgelleraar één bladzijde terug. Het schaamrood vloog mij naar de kaken. Wat voelde ik me daar ongemakkelijk bij zeg. Het bleek niet erg te zijn, het was iets wat gewoon kon gebeuren.

Advertisements

Memoires van een bladluis

 

bladluis

Na twee uitvoeringen van de operette “Clairette” in het theater werd nu een deel hiervan uitgevoerd in een woon-zorgcentrum. Geen orkest deze keer, maar een pianist voor de begeleiding en de daarbij horende bladluis.

Geconcentreerd las ik de muziek mee zodat ik op tijd om zou slaan. Het wordt een wat gênante vertoning als zo’n pianist iedere keer “ja” moet zeggen. Dat is ook wat storend. Zodoende mijn concentratie.

Halverwege het eerste deel voelde ik een klopje op mijn schouder. En nee, niet zo’n klopje dat laat weten hoe geweldig ik dat omslaan deed. Buiten dat klopje zag ik dat iemand haar hoofd naar mij toe boog. Vervolgens klonk de vraag: “Kan de piano ook zachter?”

Uit alle macht probeerde ik me te blijven concentreren en tegelijkertijd zocht ik naar een antwoord. Dat antwoord wist ik natuurlijk al, want een piano kan gewoon niet zachter. Hooguit kan de pianist wat zachter gaan spelen.

Mijn antwoord liet duidelijk te lang op zich wachten, dus de volgende vraag werd al op me afgevuurd: “Of kan de piano anders misschien meer naar achteren geschoven, want de mensen kunnen de zangers niet verstaan”.

Ook dat kon natuurlijk niet, want dan kon de pianist de dirigent niet meer zien. Bovendien stonden achter ons een stuk of wat zangers en dansers. Die hadden dan ook ergens anders heen gemoeten.

Hilarisch vond ik het en het enige antwoord wat ik kon verzinnen was: “Nee, niet nu.”

Daarna ook niet, maar dat zei ik er maar niet bij. Ik moest eerst uitvissen waar we in de muziek gebleven waren, zodat ik weer op tijd om kon slaan.

En over hilarisch gesproken: Voordat de voorstelling begon stond ik tegen een tafel geleund de zaal in te kijken tot er iemand naar me toe kwam: “Wil jij misschien even het publiek van koffie voorzien?” Multifunctioneel inzetbaar stond er schijnbaar op mijn voorhoofd geschreven.

Verdwaald in het theater

lose2

Lukt het je om er om zeven uur te zijn? Neem de achteringang. Alleen had ik geen flauw idee waar die achteringang van het theater zich bevond. Dat liet ik me vervolgens uitleggen en wat ik er van onthield was dat ik een metalen trap op moest. Een trap ter hoogte van de laadruimte van een vrachtwagen.

Daar ging ik dan, in het donker naar het theater op zoek naar de metalen trap aan de achterkant. Die zag ik meteen, al vond ik de trap wat aan de hoge kant, maar misschien zijn er wel heel hoge vrachtwagens. Ik besloot verder niet te treuzelen, want ik moest gewoon via een metalen trap en daar stond ik op dat moment.

Eenmaal binnen zag ik links een ruimte waar de dansschool aan het repeteren was. Daar moest ik niet zijn. De bedoeling was dat ik bij het toneel uitkwam. Ik liep door maar had werkelijk geen idee welke kant ik op moest. Het leek ogenschijnlijk heel simpel. Die metalen trap op en dan ben je er. Geef mij een routebeschrijving en ik zie kans te verdwalen, zelfs in een theater.

Uiteindelijk kwam ik in een keuken waar ik iemand aan het werk zag. “Ik ben op zoek naar de generale repetitie van de operette vereniging, maar ik heb geen idee hoe ik daar moet komen.” De man liep met me mee en vertelde dat hij koffie aan het zetten was voor tijdens de pauze. “De meeste mensen komen door de achteringang.”
“Dat heb ik ook gedaan, maar er is vast iets mis gegaan.”

We liepen verder, kwamen in de ruimte waar ik normaal in de pauze van een optreden een drankje nuttig. Nog weer verder waarna we achter de coulissen terecht kwamen en ik een piano hoorde. Ja, daar moest ik zijn en nog een paar stappen verder stond ik op het toneel en was ik goddank waar ik verwacht werd.

Verdwaald

Wat ik daar ging doen? Nou ik had de belangrijke taak om tijdens deze generale repetitie om te slaan, zoals dat heet. Gewoon de bladzijden van de muziek omslaan voor mijn pianoleraar zodat hij zich daar niet druk om hoefde te maken. Eeuwige roem werd me daarvoor in de plaats beloofd. Geen idee wanneer die roem komt, voorlopig heb ik ‘m nog niet gezien.

En nee, tijdens het optreden hoef ik niet om te slaan. Dan speelt er een orkest en kan ik gewoon heerlijk gaan zitten kijken en luisteren. Gelukkig, zou ik bijna zeggen, want na een avondje omslaan, zo van zeven tot half elf was ik wel wat gaar. Geeft niks, want op één of andere manier vind ik dat omslaan leuk om te doen. Vroeger deed ik dit ook tijdens de concerten van mijn orgelleraar en dan moest ik ook nog registreren. Na afloop van zo’n concert was ik vaak moeier dan mijn orgelleraar. Muziek meelezen, registers in- of uittrekken, de bladzijden omslaan en soms die laatste twee dingen bijna tegelijkertijd.

Na de repetitie zag ik mensen via een deur naar buiten gaan. Voor de zekerheid vroeg ik nog even of dat de uitgang was. Ha ha, ik deed de deur open en stond meteen buiten en ook nog boven aan een metalen trap. Eentje die half de hoogte had van de trap die ik genomen had.

De biecht

biecht

Dagelijks, soms wel twee keer, bezoekt ze haar man. Ze vroeg me of ik haar kon helpen, want ze had een berichtje ontvangen op haar telefoon, maar wist niet hoe ze dat moest openen.

Het bleek een herinnering te zijn voor het controle in het ziekenhuis.
“Wat gek, die dokter zei dat ik niet meer terug hoefde te komen.”

Ik schreef de datum en tijd en het telefoonnummer voor haar op, zodat ze de afspraak af kon zeggen. Daarna schreef ik voor haar op hoe zij berichtjes kan openen en verwijderen.

“Ik ga thuis meteen bellen.”
“Het is zondag vandaag.”

“Is het zondag? Dan kan ik beter morgen bellen. Alle dagen lijken ook op elkaar tegenwoordig.”
“Ben je niet naar de kerk geweest vandaag?”

Nee, daar kwam ze al jaren niet meer. Vroeger wel, elke ochtend voordat ze naar school ging werd ze door haar vader naar de mis gestuurd. Op zondag kreeg ze drie centen mee voor de collectes. Ze nam dan ook nog drie knopen mee, die gingen in de collectezakken, terwijl ze de centen bewaarde. Daar kocht ze toverballen voor.

“O jee, voelde je je niet schuldig?”

“Nee hoor, ik ging toch gewoon biechten. Dan kreeg ik absolutie en drie weesgegroetjes mee. Dan was het weer goed.”

“Ja, en dan kon je weer gewoon doorgaan met die knopen.”

“Ja, idioot eigenlijk hè?”

Tegenwoordig gaat ze niet meer naar de kerk. Haar zonden biecht ze aan zichzelf op waarna ze absolutie krijgt. Ook van zichzelf.

“En verder vergeet ik tegenwoordig toch al gauw wat ik misdaan heb. Dat is het voordeel van ouder worden.”