Monthly Archives: May 2018

Eigenwijs

 

‘s Avonds wil hij in bed stappen en nee, hulp heeft hij niet nodig. Het in bed stappen mislukt. Hij valt met zijn bovenlichaam op bed en ligt er op zijn knieën voor.

Nee, hij wil geen hulp van mijn collega, hij kan dit prima zelf. Uiteraard lukt het hem niet om op te staan en in bed te gaan. Hij wil uiteindelijk liever op de grond liggen met een kussen onder z’n hoofd, want hij heeft wel vaker op de grond geslapen.

‘s Nachts hebben ze het na veel gedoe voor elkaar gekregen dat hij op het matras op de grond wilde slapen.

De volgende dag maak ik hem wakker voor zijn medicatie. Natuurlijk ligt hij prima, maar dat hij op de grond ligt komt wel doordat mijn collega gewoon wegliep en geen zin had om hem te helpen.

Met de collega’s van die dag hebben wij wel direct besloten dat wij niet aan hem gaan trekken, duwen of tillen. Hij zal met de passieve lift van de grond moeten worden getild. Maar dat wil hij niet. Dat is al vaker geprobeerd, dat werkt bij hem niet, toen viel hij er uit. Hij gaat het zelf proberen want hij weet het beste hoe hij het moet doen.

eigenwijs

Mijn collega en ik lopen af en toe naar binnen om te vragen of wij hem kunnen helpen.
“Ik wil mijn slippers aan, dan gaat het beter.”

“Als je mijn rolstoel even daar zet dan kom ik wel overeind.”

Elke suggestie van onze kant wordt van de hand gewezen, want hij weet echt wel hoe hij dit moet doen. Hij reageert zo nu en dan met een sarcastische sneer zodat het voelt alsof wij een soort onbenullen zijn.

Aan het eind van de ochtend ligt hij met zijn benen onder het bed en probeert hij zich nog steeds overeind te helpen. Dat hij zichzelf tegenwerkt zeg ik maar niet, want dat is natuurlijk niet waar.

Hij eet tussen de middag op zijn zij liggend zijn boterham en drinkt uit een tuitbeker. Liever wilde hij een gewoon glas, maar ik liet weten dat het of die tuitbeker werd of niets. Geen geklieder met jus d’orange in een gewoon glas terwijl hij bijna op zijn rug ligt.

Hij wil naar de wc, maar is al totaal incontinent van urine en eigenlijk is alles zo’n beetje nat.
“Ik wil u wel naar de wc helpen, maar dat kan alleen als u overeind komt.”

“Dan laat ik alles wel lopen en ruïneer ik het beddengoed.”

Om 13.30 uur lijkt hij wat bij te draaien. We besluiten om hem, al wil hij dit niet, met de passieve lift van de grond te tillen. Er zit niets anders op, want we kunnen dit ook niet aan de avonddienst overlaten. Dat laat de bezetting niet toe.

Hij werkt al mopperend mee, en we moeten hiervoor opletten en zorgen dat we dàt niet omver stoten, want dat kostte wel € 2.400,–. We reageren er niet op en zorgen er voor dat hij op bed komt.
“Dit is toch een stuk comfortabeler, vindt u ook niet?” zegt mijn collega.

“Nee hoor” is zijn reactie.

Je zou er bijna wurgneigingen van krijgen, van zoveel eigenwijsheid.

Ik ruim nog wat op in zijn kamer, pak schone kussens en voorzie ze van een kussensloop.
“Waar wilt u deze?” Hij geeft de nodige aanwijzingen en het duurt even voordat het goed is. Uiteindelijk legt hij alles weer net iets anders neer, want ik begreep er niets van.

Wanneer ik de kamer uitloop hoor ik hem zeggen: “Nou, bedankt hè!”

Advertisements

Rustige patienten

Hij woont al jaren bij ons in het verpleeghuis.

Gisteren vertelde hij dat hij eigenlijk piloot had willen worden, maar van zijn vader moest hij voor arts studeren. Zijn broer wilde arts worden en werd piloot.

Een zware studie en uiteindelijk koos hij ervoor om patholoog anatoom te worden. Nachten lang studeerde hij op de anatomie.

rustige patienten

“Waarom koos je voor deze specialisatie?”

“Ik vond het prettig dat de patienten allemaal zo rustig waren.”

De broodmaaltijd

Een poosje geleden werkte ik een avonddienst op een andere afdeling. Aan de routine daar ben ik niet gewend en bewoners hechten daar wel aan. Meestal grap ik dan maar dat ik gewoon maar wat doe en vaak kunnen ze er dan wel om lachen.

Ik schonk eerst voor iedereen drinken in waardoor er nogal wat tumult ontstond, want ja, ze hadden nog geen brood. En waar was het beleg en waar bleven hun pillen.
Behalve deze consternatie bleken ze zich ook nog eens allemaal met elkaar te bemoeien. Het “bemoei je er niet mee”, “kijk effe naar jezelf ” en “moet jij nodig zeggen” was niet van de lucht. Een kleuterklas zou hier nog iets van kunnen leren.

Eén van de bewoners wilde nog een beschuit, maar wist niet wat ze er op wilde.
“Wilt u er sjem op?” vroeg mijn collega.

“Sjem? Sjem? Wat is dat?”

Jam

Haar hardhorende buurvrouw schoot haar te hulp en schetterde: “Sjem, je weet wel, dat rooie spul in een glazen pot!!”

“O, jam (uitgesproken zoals je het schrijft), ja dat lust ik we