Monthly Archives: March 2018

Afwezig

afwezig

Ik ga wat afwezig door het leven deze week. Met mijn hoofd ben ik er niet helemaal bij. Mijn lief merkt het ook op. Hij vertelt mij iets en nog geen vijf minuten later vraag ik hem naar iets wat hij vlak daarvoor vertelde. Beetje balen lijkt me dat.

Afwezig loop ik ook over straat. Op de automatische piloot naar de Jumbo terwijl ik naar de opticien wilde om mijn neusvleugeltjes te vervangen.
Gedachteloos lees ik de krant, maar opslaan wat ik lees is er niet bij.

Gek, ik dacht dat ik helemaal niet zo met het huiskamerconcert bezig was waar ik zondag aan mee doe. Schijnbaar toch wel en helemaal overtuigd ben ik als ik ‘s nachts droom. Een wat vreemde droom, maar wel met een helder signaal: “Ik ben wel degelijk in mijn hoofd bezig met het huiskamerconcert.” Vandaar mijn “afwezigheid”.

Ik ging naar pianoles. Daar is niks vreemds mee, want dat doe ik wekelijks. Maar in mijn droom had ik mijn oudste dochter mee en dat slaat werkelijk nergens op. In mijn tas had ik allerlei boeken gepropt, maar mijn “pianobril” was ik vergeten.

Aangekomen bij het huis van mijn leraar leek niets op hoe het daar is. Perzische kleedjes in de kamer, oude antieke meubelen. Een beetje zoals bij mijn lerares in Purmerend, maar toch ook weer niet helemaal.
Het was er druk, er waren meer mensen. Wat die daar deden was me niet duidelijk. Ze kregen geen les, misschien was het een openbare les. Die heb ik nog nooit gehad overigens.

De vleugel was vervangen door een harmonium en daar kreeg ik les op. Toen ik de boeken uit mijn tas haalde bleek er een boek over Schotland tussen te zitten. Daar had ik wel een verklaring voor, want we hadden de dag er voor een reis naar dat land geboekt. De bedoeling was dat ik uit dat boek zou spelen. Oeps, mijn “pianobril”, waar was die gebleven? Niet mee, maar dat gaf niet, want de plaatjes in het boek over Schotland kon ik zonder die bril prima zien.

Van mijn pianoleraar kreeg ik een preek dat ik beter voorbereid op les moest komen. Niet zomaar van alles in mijn tas proppen zonder er bij na te denken. “Het voorbereiden zit ‘m al in je tas inpakken en onderweg je vast concentreren op wat je  ga spelen.

Ik verontschuldigde me en legde uit dat ik mijn tas snel ingepakt had voordat ik naar mijn werk ging. Na mijn werk kon ik het net redden om op tijd op les te zijn. Ja, voorbereid was ik bepaald niet in deze droom.

Advertisements

Hoe bedoelt u, inlevingsvermogen?

 

hersenen

Met z’n achten leven ze samen op een afdeling in het verpleeghuis. Alle acht met Niet Aangeboren Hersenletsel. Van enig inlevingsvermogen is geen sprake, ze dulden elkaar en hebben het regelmatig met elkaar aan de stok.

Soms rijden ze te dicht langs elkaar heen met hun rolstoel en meteen is het korte lontje ontstoken. Bam! Ruzie!

Soms probeert de een de ander te benaderen. Meestal een poging uit eigen belang om aandacht van de ander te krijgen. Bam! Ruzie!

Soms maakt iemand een grapje en ja hoor: Bam! Ruzie! Het kost ons de nodige energie om het allemaal in goede banen te leiden.

Tijdens mijn avonddienst, vorige week, had ik zomaar even tien minuten over waarin ik eigenlijk niets kon doen. Het was wachten tot het tijd was tot ik de bewoner die overal vaste tijden voor heeft, naar bed kon helpen. Ik besloot even bij hem te gaan zitten en knoopte een gesprekje aan.
“Wat heb jij vandaag allemaal gedaan?”

Hij moest er even diep over nadenken en eerlijk gezegd doet hij ook niet veel op een dag. Hij rijdt een beetje achter ons aan in zijn rolstoel om ons er op te wijzen dat het bijna tijd is om iets voor hem te doen.  De ene keer doet hij dat fanatieker dan de andere keer. Het ligt er een beetje aan hoeveel tijd wij kwijt zijn bij een ander rond de tijd dat hij geholpen moet worden. Steevast hoor je dan: “En ik dan? Ik moet ook geholpen worden. Moet ik dan weer wachten?”

Meestal moet hij inderdaad wachten, want dan is het nog niet zijn afgesproken tijd. Wijken we daarvan af, dan is het hek van de dam. Dan past hij zich naadloos aan bij dit nieuwe tijdstip.

Zo zaten wij even samen te praten, want ja, hij had beneden koffie gedronken, toen een andere bewoner zijn rolstoel draaide en er bij kwam zitten. Foute boel, gezicht op zeven dagen onweer, want dat was de bedoeling niet.

“Goeienavond …….”, zei de andere bewoner.

“Ja dahag!” was zijn reactie.

“Je kan ook gewoon goeienavond terug zeggen. Dat is wat mensen doen, dat is vriendelijke. De een zegt de ander gedag en dan doet de ander dat terug.

“Goeienavond!” kwam er toen, weliswaar geïrriteerd, uit zijn mond.

De andere bewoner ging nog verder en stak hem zijn hand toe.

“Geef hem maar een hand hoor. Je gaf mij net ook een hand.

Hij stak hem zijn hand toe en de ander zei: “Nu zijn we weer kameraden!”

“Ja dahag! Mooi niet” en hij reed weg, waardoor de andere bewoner zijn kans waarnam en mij zijn verhaal wilde doen.

Jammer, maar mooi niet, dacht ik op dat moment, want toen was het tijd dat ik die ene bewoner naar bed kon helpen.