Monthly Archives: August 2017

Survival op Terschelling

IMG_7168

“Wat leuk, gaan jullie ook naar Terschelling?” vraagt een bekende van ons die we op de boot tegenkwamen.

“Nee, dit is de boot naar Vlieland hoor”, zei mijn lief heel stellig. “Als je naar Terschelling gaat zit je op de verkeerde boot”.

We zagen haar lichtelijk in paniek raken, want tja, ze had ook nog voor haar moeder en zussen een huifkartocht gereserveerd. Op Terschelling wel te verstaan.

Ik pakte de tickets uit mijn tas en tot mijn verbazing stond er: “Harlingen – Terschelling”. Niks Vlieland en even was ik ontstemd. Mijn lief niet minder, want hij vond zichzelf behoorlijk dom dat hij de verkeerde boot geboekt had.

“Dan gaan we op Terschelling maar fietsen huren”, zei hij.

Ik was nog wat moe van mijn avonddienst van de vorige dag en had me, lichtelijk autistisch had ik me ingesteld op wandelen op Vlieland. Fietsen op Terschelling was dan ook geen optie. Gelukkig is mijn lief niet zo moeilijk en zo werd het dus wandelen op Terschelling. Bovendien ben ik er van overtuigd dan je wandelend meer ziet dan fietsend.

Het was heerlijk! We wandelden van West-Terschelling naar Midsland, dat is zo’n kilometer of zes. Onderweg hebben we dingen gezien waar we een paar jaar geleden waarschijnlijk gewoon aan voorbij gefietst zijn. In Midsland een lunch en toen verder met de benenwagen naar West. Daar hebben we een poosje op de kaart gekeken en zodoende besloten langs het strand naar West-Terschelling te lopen zodat we daar nog even op ons gemak rond konden kijken.

Met al ons getuur op die kaart hebben we totaal over het hoofd gezien dat er na West geen strandopgang meer is. Daar liepen we, heerlijk in het zonnetje op een strand waar we steeds minder mensen tegenkwamen. Slechts een enkele zeevisser was met zijn hengel langs de vloedlijn in de weer. Mijn lief keek wat benauwd, want de tijd draaide door, om half zes ging de laatste boot en een strandopgang was in de verste verte niet te bekennen.

IMG_7184

“Hier gaan we het duin op en dan kijken of we een pad richting West-Terschelling zien, want over het strand moeten we echt een hele omweg maken en het is al bijna vier uur.”

Wij het duin op en warempel er was een soort paadje wat helaas na een minuut of tien totaal niet toegankelijk meer was. We hadden een kapmes mee moeten nemen om zelf een pad te kappen.

Wij weer naar het strand. Terug naar West was geen optie, want dat was zeker een uur terug lopen. Dan zouden we de boot echt niet halen. Dus doorlopen en hopen op een strandopgang.
Mijn hersens maakten overuren, want ik moest de volgende dag een dagdienst werken en dus om zeven uur beginnen in Lelystad. Hoe ging ik dat oplossen? Oké, als we de boot zouden missen kon ik mijn werk bellen en opperen dat ik de volgende dag een avonddienst zou kunnen werken. Misschien dat iemand anders mijn dag zou willen of kunnen. Met deze oplossing in mijn hoofd vervolgden we onze weg.

“Kijk, daar op het duin staat een vlag. Zou daar een pad zijn?” Puffend en hijgend klommen we, door het mulle zand, het duin op. Opgelucht zagen we de Brandaris in de verte. Maar lieve hemel wat was dat nog een eind weg zeg. Een bordje gaf een wandelpad aan, maar volgens mij had daar al jaren niemand meer gelopen want het was bijna niet zichtbaar. In marstempo baanden wij ons een weg door struiken, al dan niet met doorns. Wat was ik blij dat ik niet in korte broek liep zeg. Na ieder duin hoopten we het bos te hebben bereikt, maar helaas, je wil niet weten hoe breed die duinstrook daar is.

Eindelijk, ja eindelijk kwamen we in het bosgebied en tenslotte ook nog op een fietspad met een ANWB paddestoel die ons de weg wees. Mijn benen wilden niet goed meer meedoen, maar veel keus hadden ze niet. Gewoon het ene been voor het andere zetten en vooral niet nadenken over al die spieren die ik ineens bleek te hebben.

Om tien over vijf gingen we de boot op en hebben daar eerst eens even bij zitten komen. Daarna een maaltijd besteld en deze met smaak opgegeten. We keken elkaar aan en mijn lief zie: “Dat hebben we maar weer mooi gered.” We konden er gelukkig de humor van inzien.
We zijn nog heerlijk boven op het dek in de zon gaan zitten waar ik me vervolgens afvroeg of ik die man, die daar lag, zou moeten reanimeren. Maar dat verhaal ken je al en zo niet dan moet je het maar eens lezen: http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2017/08/23/reanimeren-of-niet.

 

Advertisements

Reanimeren of niet?

reanimeren

We hadden zojuist lekker gegeten op de boot van Terschelling naar Harlingen, een heerlijke dag achter de rug die totaal anders was verlopen dan we van plan waren. De bedoeling was dat we naar Vlieland gingen, maar we bleken de boot naar Terschelling te hebben geboekt. Maar dat vertel ik je later nog wel.

Het was nog heerlijk weer zodat we naar het bovendek gingen om nog even van de zon te genieten.
Mijn oog viel op een man die met zijn ogen dicht tegen de reling aan zat. Het leek mij niet heel relaxed, maar hij dacht daar duidelijk anders over. Op een gegeven moment zag ik dat de man er bij was gaan liggen. Languit op zijn rug, met zijn voeten naar buiten geklapt en zijn handen gevouwen op zijn buik lag hij te slapen. Het zag er wat vreemd uit en zo af en toe keek ik eens of ik nog enig teken van leven bij hem zag. Nauwelijks waarneembaar haalde hij adem en af en toe maakte hij een slikbeweging.

Eerlijk gezegd werd ik er wat onrustig van. Was dit “gewoon slapen” of was hij onwel geworden? Stel dat we in Harlingen allemaal van de boot gingen en hij bleef daar gewoon liggen. Maar stel dat hij daar lag dood te gaan, wilde hij dan wel of niet gereanimeerd worden? Lastig dat hij geen bordje met mededeling daarover in zijn handen had.

Mijn lief keek met me mee en constateerde dat de man echt wel ademde, want als hij uitademde blies hij zijn wang op. Hij lag met zijn hoofd naar rechts gedraaid en inderdaad werd zijn linker wang met de regelmaat van de adem bol. Nu leek het een beetje op zo’n plof-ademhaling die ik wel eens had gezien bij mensen die op sterven lagen. Het zat me al met al niets lekker.

Om me heen zag ik dat andere mensen hem ook in de gaten hielden. Na wat wikken en wegen besloot ik de man toch maar te gaan vragen of alles goed met hem was. “Als hij boos wordt en gaat slaan kom je me toch wel te hulp hè?”, zei ik tegen mijn lief.

Ik ging op mijn hurken naast de man zitten. Hij merkte mijn aanwezigheid niet op. Zachtjes schudde ik aan zijn schouder en zei: “Mag ik u even storen? Gaat het wel goed met u, of slaapt u gewoon?”

Het duurde even voordat hij zijn ogen opendeed. “Ik slaap gewoon, maar dank u wel voor de bezorgdheid!” Hij bleef gewoon liggen, tot ik weer naast mijn lief zat. Ik had hem schijnbaar toch wel in zijn slaap gestoord, want hij rekte zich uit en ging in kleermakerszit, met zijn gezicht naar het water, zitten. Even later stond hij op en waaide de pet van zijn hoofd en op een holletje ging hij er achteraan.

God is een rotwijf

 

God is een rotwijf

Hij is aan zijn rechterzijde gedeeltelijk verlamd en komt moeizaam de afdeling op in zijn rolstoel. De hele dag gaat hij op en neer, naar beneden naar het rookhok en weer terug. Zo te zien heeft hij haast en inderdaad, hij heeft hulp nodig want hij moet naar de wc.

Ondanks dat ik iemand anders aan het helpen ben pak ik meteen de sta-lift, want het is geen pretje als hij in het zijn broek doet.  Furieus wordt hij als hij dat ding ziet. “Sodemieter op met dat ding, ik moet heel nodig.”
Aangezien hij nauwelijks een sta-functie heeft wordt hij altijd geholpen met de sta-lift. Dat begint al als hij ‘s morgens in de badkamer geholpen wordt.
Ik probeer uit te leggen dat dit de meest praktische manier is om hem te helpen en dit voor mijn lijf ook nog eens de meest vriendelijke manier. Het interesseert hem niet, hij duwt mij met lift en al zijn slaapkamer uit. “Opsodemieteren nu met dat ding, rotwijf.” Er volgt nog een enorme scheldkannonade die ik langs mij heen probeer te laten glijden.

Ik zet de sta-lift weg en loop terug naar zijn slaapkamer om te kijken wat hij aan het doen is. Tot mijn verbazing heeft hij zichzelf het toilet op gesleept, maar zijn broek is nog omhoog. “Help me dan ook gewoon”, schreeuwt hij me toe. “Jullie kunnen ook niks!”
Met veel pijn en moeite duwt hij zichzelf een stukje omhoog zodat ik de broek naar beneden kan doen en zijn inco af kan doen. Het gaat hem allemaal niet snel genoeg en hij wordt steeds bozer.

“Ik ga de sta-lift pakken, want ik help u daar straks mee van het toilet.” Ik doe de band achter zijn rug en haak deze vast aan de lift die ik vervolgens op de rem zet.
“Ik kom over hooguit vijf minuten terug.”Hij gromt wat en ik loop naar de bewoner die ik al eerder aan het helpen was.

Als ik terugkom, nog geen vijf minuten later, ligt hij languit in zijn slaapkamer. Hij heeft kans gezien om de band aan één kan los te haken van de lift en heeft het vervolgens ook nog voor elkaar gekregen om deze een eind opzij te duwen met zijn voet.
“Schiet op, help me in mijn stoel.” Dit kan ik echt niet alleen en ik roep mijn collega er bij. Volgens hem wil ik hem niet alleen helpen. Wil ik iedereen helpen behalve hem en weer begint hij te schelden.
Samen helpen wij hem in zijn stoel. “Mijn broek moet nog omhoog!” Ik pak de sta-lift uit de badkamer en laat hem daarin staan zodat ik zijn broek goed kan doen.

Als hij weer zit vraagt hij poeslief om een paar peuken. Ik ga ze halen, ben te boos om nu een gesprek met hem aan te gaan.

Na het roken komt hij weer naar boven, vraagt of hij gewoon naar bed kan gaan. Dat doet hij zelf door zich vanuit zijn rolstoel op zijn bed te hijsen en zichzelf op te trekken naar het hoofdeind. Ik laat weten dat dit prima is, dat ik alleen zijn ogen nog kom druppelen. Hij begint alweer te schelden dat hij daar dan zeker weer een uur op moet wachten. “Over vijf minuten ben ik bij u.”

Weer bij hem ga ik het gesprek met hem aan en laat hem weten dat ik niet gediend ben van zijn scheldpartijen. “Ik begrijp dat u boos bent, maar ik ben hier om u te helpen, niet om uitgescholden te worden. Aan de situatie waarin u zit kan ik weinig doen, ik kan het voor alleen maar zo aangenaam mogelijk maken door u te helpen bij wat u niet kan.”

“Ik schold ook niet op jou, maar op God”, is zijn antwoord. Ik kan het nalaten en zeg: “Wel raar dat u God een rotwijf noemt”.

 

Het oog

Het oog

Hij heeft al een paar dagen een rood oog. Aanvankelijk alleen het oogwit. Dat zakte wat af, maar toen werd de huid om het oog heen rood en dik. En nee, hij wilde zijn gezicht niet wassen en ik mocht het ook niet doen. Zelfs niet als ik heel voorzichtig deed.

Ik besloot de verantwoordelijk verpleegkundige te bellen, zodat zij even mee kon kijken. Het was druk, dus het kon wel even duren voordat ze kwam. In de tussentijd ging hij toch maar naar beneden naar de rookruimte. Hij was dan ook niet op de afdeling toen zij kwam en we besloten samen naar beneden te gaan.

“U heeft een rood oog. Heeft u er last van als u kijkt?”

Nee, dat had hij niet.

“Doet het zeer?”

Nee, het deed ook niet zeer.

“Maar vanmorgen wilde u niet uw gezicht wassen omdat dat wel pijnlijk is.”
Ja, dat klopte, toen had hij zijn hoofd terug getrokken.

“U heeft er dus toch last van?”

“Ja, vooral van haar omdat ze zo bezorgd is!”, zei hij terwijl hij naar mij wees.