Monthly Archives: March 2017

Dagmerries – vervolg

piano spelen

Morgen is het zo ver, dan ga ik piano spelen voor publiek en ik vind het hartstikke leuk, maar ook eng. Dat is goed, dat is een gezond soort spanning die nodig is om iets moois neer te zetten. Soms betrap ik me er op dat ik in gedachten de muziek oefen. Zonder instrument, dat kan ik misschien beter niet doen, want daar raak ik van in de war. Dan weet ik het  ineens niet meer.

Vorige week moest ik twee nachtdiensten werken en sliep ik dus overdag. Daar raakt een mens op één of andere manier niet uitgerust van. Ook ik niet, ondanks dat ik over het algemeen goed slaap. Weliswaar word ik regelmatig wakker, maar omdat ik toch van mezelf niet eerder uit bed mag dan wanneer de wekker gaat, val ik ook wel weer in slaap. Dan onstaan er dus dagmerries en die gingen uiteraard over het piano spelen. De ergste dagmerrie was dat ik ging spelen en er totaal geen publiek zat. Oké, op mijn lief na dan. Ik weet ook niet wat vervelender is, fouten maken terwijl er toehoorders zijn of foutloos spelen voor een lege zaal.

Maar dan die dagmerrie waarin de noten van mijn bladzijden verdwenen. Echt waar, ze dansten gewoon over de notenbalk en verdwenen aan het eind van de bladzij. Dat veroorzaakte bij mij een groot dilemma. Moest ik die noten achterna, maar dan kon ik niet meer verder spelen of deed ik het dan maar uit mijn hoofd. Veel gaat gewoon uit het hoofd, maar haal niet de muziek weg, dan raak ik in de war en wordt het niets. Misschien wordt dat wel een nieuwe uitdaging: “Uit mijn hoofd leren spelen”.

En wat denk je van de volgende situatie: Ik heb een kopie van de eerste bladzij van de wals van Chopin gemaakt. Het boek hoort dus open te liggen op de tweede bladzij en ja, dat was niet het geval. De kopie had verkeerd in het boek gezeten en en daar had ik niet op gelet. Ik ging dus van bladzij één naar bladzij vier. Het werd een raar soort wals. Dat ik die droom had was niet heel gek, want het overkwam mij thuis tijdens het studeren en volgens mij ook een keer op pianoles. Maar dat is alweer wat weken geleden, toen had ik nog niet eens bedacht dat ik mee zou doen aan “Thank You For The Music”. Het is iets waar ik morgen goed op moet letten.

Deze week had ik geen dagmerries. Dat kon ook niet want ik had geen nachtdiensten. Wel droomde ik iets wat er zijdelings, echt ver zijdelings mee te maken had en het sloeg werkelijk nergens op. Het zit namelijk zo, ik ben voor mijn doen lang niet naar de kapper geweest. Heel logisch heb ik bedacht dat ik, nu het mooiere weer in aantocht is, mijn haar wel weer eens in een iets langer model wil hebben. Het gevolg is dat ik dan niet naar de kapper ga, waar ik overigens toch al een hekel aan heb. Wel heb ik laatst zelf een stukje van de voorkant geknipt, want die pluk irriteerde mij. Volgens mij is het nog niemand opgevallen want commentaar heb ik er niet op gehad.

Met dat haar was ik toch wel in de weer afgelopen week. Waarschijnlijk had ik een aanval van ijdelheid zodat ik me af begon te vragen of ik vóór morgen misschien toch naar de kapper zou moeten. Aan mijn lief vroeg ik of hij het wilde laten weten als mijn haar ‘echt niet meer kon’. Zolang het goed zit ga ik gewoon niet. Misschien red ik het wel tot het 60-jarig huwelijk van mijn ouders, eind mei. Dan zal ik af en toe wel wat van de voorkant knippen, want zo’n lange lok over mijn voorhoofd is dan weer niks. Dat irriteert, dus moet het er af. Mijn lief beloofde plechtig dat hij me zou waarschuwen als “het echt niet meer kan”.

Kijk, en daar droomde ik deze week van. Ik had pianoles, want ik zat achter de vleugel waar ik les op heb. Over mijn spel werd met geen woord gerept en totaal onverwacht kwam er: “Ik vind wel dat je voor zaterdag nog even naar de kapper moet om wat aan je haar te doen.” Het moet toch niet gekker worden zeg. Wie dit zei was niet helemaal duidelijk, want ik zag verder niemand, maar logisch zou zijn als het mijn pianoleraar was.

kapper

Nou mooi dat ik niet naar de kapper ga vandaag. Geen zin in en het zit gewoon nog goed, zelfs die pluk die ik zelf gekortwiekt heb. Bovendien denk ik niet dat ik ineens compleet foutloos zal spelen doordat mijn haar geknipt is.
Het ergste wat er kan gebeuren is dat ik een foutje maak. Dat zou zomaar kunnen omdat ik waarschijnlijk toch wel wat gespannen zal zijn. Maar dan moet ik maar bedenken dat het minder erg is dat ik zo’n foutje tijdens het spelen maak dan wanneer een chirurg een fout maakt tijdens een operatie. Dat kan hele nare gevolgen hebben. Van een foutje in mijn spel heb ik hooguit zelf een rotgevoel, maar dat verdwijnt ook wel weer.

Weet je, ik ga morgen gewoon achter die piano zitten en er voor zorgen dat de mensen kunnen genieten. Zelf ga ik er in ieder geval van genieten, want dat ik het ontzettend leuk vind voert toch wel de boventoon.

Onze inpandige waterval

waterval

Het was weer zo ver, ik had nachtdienst en dan slaap ik overdag. Het ontregelt een hoop en dat is niet altijd prettig. Dagmerries had ik ook, maar daar vertel ik je later over. Gelukkig waren de nachten rustig, slechts één cliënt vond het nodig om te vallen. Hij begrijpt het allemaal niet meer zo goed en moest naar het toilet. Voordat ik op de belsensor kon reageren lag hij op de grond.

Meer incidenten waren er niet, behalve dan dat ik ineens een flinke lekkage in één van de gangen ontdekte. Er lag al een flinke plas water, zodat ik een wasmand pakte, daar een handdoek in heb gelegd en deze onder de plek heb gezet. Even verderop bleek het ook nat, direct achter de klapdeur. Daar kon ik geen wasmand neerzetten. Dan maar een paar handdoeken op de grond. Even later voelde ik een druppel op mijn hoofd. Hé, nog een lekkageplek, daar kon een waskom met een handdoek er in wel staan. Waarom die handdoeken in de wasmand en -kom? Nou, gewoon omdat het gedruppel nogal wat lawaai maakte in een verder stille omgeving. Ik had natuurlijk ook plastic zakjes aan het plafond kunnen hangen. Dat deed mijn oma toen ik klein was. Zij woonde in een houten huisje in Zaandam en als de boel lekte loste zij dat op deze manier op.

Door al dat gedruppel en door een blog van een collega-blogger, https://ellieschmitz.nl/2017/03/21/vingerkootje/?iframe=true&theme_preview=true, moest ik aan de waterval denken die wij 17 jaar geleden in huis hadden. We woonden in een huis waar een ‘handige’ doe het zelver had gewoond. Zo stond de wasmachine op de overloop en de afvoerslang hing in een afvoerpijp. Helemaal zoals het hoort was het niet. Bovendien kwam er nogal wat stank uit, zodat wij, als de wasmachine niet draaide, het gat afsloten. Ik was meestal de enige die zich met de wasmachine bemoeide en trouw haalde ik de stop uit de afvoerpijp, hing de afvoerslang van de wasmachine er in. Niets aan de hand dus. Totdat………………………….

Mijn oudste dochter was 17 en zat in het leger. In het weekend kwam zij thuis met een tas vol wasgoed. Ik vond dat zij oud genoeg was om die was zelf te doen, maar was vergeten te vertellen over die afvoerslang. Dat heb ik geweten. Ik was weg geweest, vast voor een boodschap of zo, en kwam binnen, hoorde het geluid van een waterval, liet alles uit mijn handen vallen en stoof de trap op naar boven. Jongste en oudste dochter keken stomverbaasd naar dat tafereel. Ondertussen liep het water de trap af en het was niet zo’n beetje ook. Het eerste wat ik boven deed was de wasmachine uitzetten en de kraan dichtdraaien.

Er moest een waterzuigapparaat aan te pas komen om de boel weer droog te maken. Toen de boel weer redelijk droog was kregen mijn dochters en ik er alle drie vreselijk de slappe lach over. Vooral het feit dat ik direct de trap opstoof en schijnbaar wist wat er aan de hand was bleef herhaald worden. Mijn jongste dochter zei nog dat ze dacht dat Kwiebes in de gang plaste, maar dat ze het wel erg veel herrie vond maken. Kwiebes was onze kat

Wat een tafereel en dat allemaal doordat ik vergeten was mijn dochter te vertellen over die stop in de afvoerpijp.

Buitenbeentje of authentiek

het-buitenbeentje-van-het-raadsel-620889

Je zou van mij best kunnen zeggen dat ik nieuwsgierig ben. Zodra iemand mijn schilderwerk liked op facebook, klik ik het profiel aan. Even zien wie die persoon is. Is dat gek? Ik vind van niet, maar ja wie ben ik? Door zo’n profiel aan te klikken las ik het volgende: Jezelf zijn brengt mensen op je pad die erop horen en houdt degene die er niet op horen er vanaf!

Wanneer je jezelf bent ben je authentiek en volgens mijn huidige leidinggevende ben ik dat. Ik laat me niet snel van de wijs brengen, maak me om sommige dingen niet druk. Dat zijn dan ook de dingen die minder belangrijk zijn. Zo vond zij het stoer dat ik eerlijk aangaf waarom ik niet mee ging met het team-uitje. Ik had ook een smoes kunnen verzinnen dat ik verhinderd was, maar dat deed ik niet. Ik hou ook gewoon niet van dat soort uitjes en als ze in mijn vrije tijd worden georganiseerd vind ik dat ik er voor mag kiezen om niet mee te gaan. Dat heeft niets met mijn collega’s te maken, want daar kan ik het prima mee vinden.

Ben ik altijd zo geweest? Nee, als ik eerlijk ben heb ik een groot deel van mijn leven schipperend doorgebracht. Doen wat in het belang van iedereen was waardoor er regelmatig discrepantie ontstond. Stom hoor, maar als ik deed wat in het belang van mijzelf was veroorzaakte dit hetzelfde. Een regelmatige terugkerende spagaat dus, die letterlijk niet fijn aanvoelt, maar figuurlijk ook niet. Vaak voelde ik me een buitenbeentje, of op z’n minst raar en anders dan anderen. Deed ik mee om er bij te horen dan voelde dat niet prettig aan. Aan de andere kant vroeg ik me maar al te vaak af of het niet raar was als ik niet meedeed en er dus niet bij hoorde. Achteraf bekeken vind ik het idioot dat ik ergens bij wilde horen terwijl het totaal niet bij me paste.

De afgelopen tien jaar heb ik dit voor een groot deel achter me kunnen laten. Dat ging met vallen en opstaan, en soms dacht ik dat ik eindelijk mezelf was terwijl ik nog een stukje verder moest.
Jezelf zijn brengt mensen op je pad die erop horen, en gelukkig zijn die er inmiddels. Tja, er zijn er daardoor ook die niet meer op mijn pad meedoen.

Opgedoft

opgedoft

Ik ben zo’n type dat het liefst in een spijkerbroek en trui of shirt rondloopt. Een simpele bloes wil soms ook nog wel. Een jasje voelt al gauw ongemakkelijk, laat staat een jurk. En wat voor schoenen moet ik daar dan onder dragen? Met een hak? Dan ga ik wiebelen of mijn voorvoet gaat zeer doen. Dat krijg je met doorgezakte voeten. Op een gegeven moment zit er een zenuw klem en je weet niet half hoeveel pijn dat geeft. Schoenen met een hak draag ik dan ook alleen als ik vooral alleen maar hoef te zitten.

Niet lang geleden kocht ik een jurk bij de HEMA. Ja ja, gewoon bij de HEMA en het hele geval kostte vijfentwintig euro. Onder die jurk, hij is groen met zwart, draag ik een dikke zwarte maillot en aan mijn voeten gewoon mijn zwarte, platte schoenen. Nee, het staat niet truttig, het staat juist leuk. Deze jurk trok ik laatst aan toen we naar het theatercollege over de Goldberg Variaties gingen. Dat vond ik nu net zo’n gelegenheid waarbij een jurk hoort.

Opgedoft en wel liepen wij naar het theater. Het publiek was duidelijk van andere aard dan bij de klucht waar we laatst waren. De mensen waren keurig gekleed, op een enkeling na. Die enkeling was de pianist zelf, gekleed in spijkerbroek met bijbehorende scheur in één van de broekspijpen en gympen er onder. Een overhemd met opgerolde mouwen maakte zijn outfit compleet. Het deed echter niets af aan zijn uitleg en spel.

Het eerste half uur kregen we uitleg over het thema van de Goldberg Variaties. Ik zat op een geweldige plek en kon precies zien wat hij met z’n handen op de toetsen deed als hij iets vertelde. Alleen al het feit dat ik dat kon zien maakte mij helemaal blij. Meestal zit een pianist op het toneel, ver weg van het publiek. Nu stond de vleugel in het midden en zaten wij, het publiek, er omheen.

Bij één van de variaties speelde hij de akkoorden zo dat het een jazz-achtig geheel werd. Maar ook vertelde hij dat hij een bepaald akkoordenschema bleek te hebben gebruikt bij een lied voor Guus Meeuwis. Ik weet echt even niet meer welk lied hoor, zo goed ken ik Guus z’n repertoire niet.

Geweldig vond ik al die uitleg die we kregen. Dat vind ik op pianoles ook altijd zo fijn. Ik word dan een soort spons die alles opzuigt, maar om te voorkomen dat ik het allemaal weer vergeet schrijf ik het thuis op in een schriftje. Soms hoor ik dingen voor een tweede keer, maar dat ontdek ik dan pas als ik het op wil schrijven. Zo zie je maar weer, ik moet die dingen niet alleen opschrijven, ik moet ze ook regelmatig nalezen.

Na de pauze speelde hij de tachtig minuten durende Goldberg Variaties uit z’n hoofd. Soms trok hij zich, tussen twee variaties in, terug in zichzelf en leek het bijna alsof hij in gebed ging. Tijdens het spelen trok hij een moeilijke gezichten, soms zelfs alsof iets pijn deed. Meteen vroeg ik me af of ik dat ook doe. Het is iets wat ik niet weet, uiteindelijk zie ik mezelf niet in de spiegel als ik zit te spelen. Dat in jezelf terugtrekken is misschien wat ik me moet gaan aanleren. Soms begin ik plompverloren te spelen en eerlijk gezegd speelt dat niet fijn. Daar moet ik nodig iets aan doen. .

Er waren stukken bij waarbij zijn handen elkaar flink in de weg leken te zitten. Linkerhand over de rechter heen of andersom. Soms ver uit elkaar, maar ook vaak vlak boven elkaar alsof ze beiden dezelfde toetsen wilden raken.

Ik genoot van de muziek en vergaapte me tegelijkertijd aan het spel van zijn handen. Even moest ik aan mijn moeder denken. Zij zou gezegd hebben: “Hoe weten we nu of hij het wel goed speelt? Hij heeft niet eens muziek voor zich staan.” Maar dat is dan ook typisch mijn moeder, want zelfs al had hij de muziek voor zich staan, dan zou ze nog niet weten of hij het wel goed speelde.

Al een poosje ben ik bezig met het Konzert für Klavier d-moll, van J.S. Bach, naar een hoboconcert van Alessandro Marcello (BWV 974). Vooral het middendeel vind ik prachtig. Misschien dat ik om die reden naar dit theatercollege wilde, terwijl ik echt jarenlang heb gedacht dat ik geen Bachliefhebber ben.

Ik vond het schitterend en je raadt het al: Ik wil in ieder geval de Aria leren spelen. Volgens mij is dat, èn een aantal variaties haalbaar voor mij. Zouist heb ik de pianopartituur besteld, want ook mijn pianoleraar ziet dat wel zitten.

Ouwe taart

IMG_4840

Hij is ruim tien jaar jonger dan ik, maar woont al jaren in het verpleeghuis. Als vluchteling kwam hij achttien jaar geleden hier en werd vervolgens flink ziek.

“Wilmaatje, wat zijn dat voor vlekken op je armen?”

Gek dat er altijd mensen zijn die mij Wilmaatje noemen. Ik weet dat ik niet heel groot of fors ben, maar het voelt soms alsof men mij niet voor vol aanziet.

“Dat zijn sproeten”, liet ik weten.

“Bah, vies. Je moet je armen wassen.”

Afgelopen week vertelde hij weer iets over zijn leven van vroeger. Ik luister naar het verhaal en bedenk hoe triest dit eigenlijk is. Terwijl hij vertelt probeert hij zelf zijn blaas te spoelen. Zodra hij dat doet houdt hij zijn adem in.
“Ademen, dan ontspant je blaasspier.”

“Wilmaatje, doe jij het maar.”

Dat is nieuw, andere keren mocht ik niet eens in de buurt komen. Nu neem ik het van hem over terwijl ik blijf zeggen dat hij moet doorademen.

“Wilmaatje, jij bent van de Flinstones. Ben je met Fred getrouwd?”

“Nee, mijn man heet Arie.”

“Fred is ook lelijk en jij bent een knappe vrouw. Alleen die, hoe heten die dingen op je armen ook weer?”

“Sproeten.”

“Die zijn lelijk, die hebben knappe vrouwen bij ons niet.”

“Mijn dochter heeft nog veel meer sproeten dan ik.”

“Hoe oud is je dochter?”

“Bijna drieëndertig, mijn zoon wordt al zesendertig en mijn jongste dochter bijna dertig.”

Met een groot vraagteken in zijn gezicht kijkt hij mij verbaasd aan.

“Hoe oud ben jij dan?”

“Ik ben achtenvijftig.”

“Maar dan ben je gewoon een ouwe taart.”

“Ja, het wordt ook tijd dat je Wilma en U tegen me zegt in plaats van Wilmaatje” zeg ik lachend.

Dagmerries

koken

Ik ga het nachtleven weer in, dan werk ik ‘s nachts en slaap overdag. Dat begon vandaag al, want ik doe altijd een poging om voor mijn eerste nachtdienst ‘s middags even te slapen. Zo rond 14.00 uur stap ik in bed en zet ik de wekker op 17.00 uur. Natuurlijk slaap ik niet al die tijd, want na klokslag een uur moet ik nodig plassen. Eigenlijk val ik daarna pas in slaap, zodoende werd ik vanmiddag van de wekker wakker. Evengoed verbaast het me iedere keer weer dat ik zomaar midden op de dag in slaap val, maar gelukkig lukt het, want zonder die paar uurtjes slaap kom ik zo’n eerste nacht niet goed door. Dan ga ik overal pijntjes voelen en wordt ik misselijk van de moeheid. 

Weet je wat ik me wel afvraag? Hoe je een nachtmerrie moet noemen als je die overdag krijgt. Heet zoiets dan een dagmerrie? Maar waarom zou ik er überhaupt één krijgen? Is daar aanleiding voor? Nou kijk, het zit zo. Ik heb mijn pianoleraar te eten gevraagd.

Ja hallo hé, is dat dan reden tot nacht- of dagmerries? Helemaal niet natuurlijk, want het wordt gewoon gezellig. Het enige is dat we dan wel allebei een andere rol hebben. Normaal gesproken ben ik de pianoleerling en dan is mijn rol gewoon duidelijk. Ik neem plaats achter de vleugel en ga spelen waar ik op gestudeerd heb. Oké, ik hang wel eerst mijn jas aan de kapstok, zeg netjes gedag en zo. Zijn rol is ook duidelijk, want als ik een stuk gespeeld heb geeft hij aan waar het beter kan: “Mooi gespeeld, ik kan horen dat je hier goed aan hebt gewerkt. Eens even kijken: Kijk eens naar deze maten. Als je daar iets zachter begint kan je het mooi opbouwen en dáár naartoe werken. En dan deze maat, daar moet je die triool een beetje meer tegenhouden. Die gaat nu te snel en je weet dat een triool een vertragend effect lijkt te hebben, terwijl dat niet zo is. Bovendien bestaat ‘ie uit vier noten. En hier moet je een pedaalwissel toepassen, want anders klinkt het vorige akkoord door in dit akkoord. Ga hier maar mee aan de slag thuis.” Allemaal dingen die ik dan eigenlijk ook wel weet, en ja, een beetje hardleers ben ik soms wel. Maar eerlijk is eerlijk, na al die aanwijzingen wordt mijn pianospel er alleen maar mooier door. Vandaar dat ik altijd weer met veel plezier en goede moed naar pianoles ga.

Wanneer hij komt eten hebben we beiden een andere rol. Gelukkig houdt mijn lief de rol die hij altijd heeft. Ja natuurlijk, hij is dan ook gastheer en dat kan hij goed. Hij sjouwt dan onvermoeibaar af en aan met hapjes terwijl ik nog wel eens de neiging heb om maar gewoon te blijven zitten praten. Dus een heel goede gastvrouw ben ik misschien niet altijd terwijl het dan wel de bedoeling is dat onze gast het naar zijn zin heeft. En kijk,  hierdoor krijgt mijn pianoleraar automatisch de rol van gast. Maar stel dat hij dat vergeet en in zijn lerarenrol blijft steken. Misschien gebeurt dan na het eten wel het volgende:

“Je hebt lekker gekookt. Het smaakte prima, maar misschien zou je er aan kunnen werken dat je de uien wat fijner snijdt of hakt. Dan voegt het wat beter in het geheel. Bovendien is het beter om het wat langzamer aan de kook te brengen, dan krijgt het de gelegenheid om ergens naar toe te werken. En roer dan ook wat vaker in de pan, dan mengen de ingrediënten beter met elkaar. Nu was het nog een beetje rommelig. Bij de ene hap proefde ik dit, bij de andere hap dat. Maar verder kan ik wel merken dat je goed je best hebt gedaan.”

Ja maar jemig hé! Krijg je daar dan nachtmerries van die dagmerries heten omdat je overdag moet slapen? Welnee, natuurlijk niet. Het wordt gewoon gezellig. Dat weet ik zelf ook wel. Alleen gaat mijn fantasie wel meteen met me op de loop, zodat ik zoiets gewoon voor me zie waardoor ik bij voorbaat vreselijk moet lachen en dus een hoop voorpret heb.