Monthly Archives: February 2017

O help! Wie ben ik nu eigenlijk?

verward

Even leek het alsof mijn januari dip overging een een februari dip, maar volgens mij ben ik er uit. Niet dat ik nu exact weet wie ik precies ben, maar het lijkt ineens ook niet zo belangrijk meer. De vraag is meer of het erg is dat ik dit even niet zo precies weet. Ik sta niet stil, ik ontwikkel en dat gaat misschien een heel andere kant op dan ik van te voren bedacht had voor mezelf.

Een jaar of wat geleden was ik nog druk bezig om in de zorg carrière te maken. Van niets naar zorgcoördinator en me daar prima bij voelen. Zelfs nog even de overweging om een management opleiding te gaan volgen. Ik ben blij dat ik daar nooit aan begonnen ben, want kijk nu naar mij. Die hele coördinerende functie kan me gestolen worden. Ik wil gewoon lekker werken en niet van alles op mijn schouders meesjouwen. Komt dat doordat ik ouder word? Zijn er andere dingen voor in de plaats gekomen? Dat moet haast wel.

Hoe kan het dat ik ineens “lichte muziek” ga zingen waarbij ik mezelf op de piano begeleid? Ik speel al jaren klassiek piano en daarvoor kerkorgel. Maar waarom moet ik daar zo’n punt van maken? Komt dat doordat ik niet precies weet wat ik daar mee wil? Trouwens, het is niet zo dat die “lichte muziek” voor het klassieke in de plaats komt hoor. Het gaat er gewoon een leven naast leven.

Een poosje terug had ik eventjes geen antwoord op de vraag hoe het met me ging. Ik wist het eerlijk gezegd niet goed. Dat voelt dan wel raar en op dat moment weet ik ook dat ik te veel in mijn hoofd zit. Dan ontstaat er drukte en chaos die nergens goed voor is.

In de muziek is een dissonant akkoord helemaal niet vals of lelijk, omdat het oplost in een herkenbare klank. Maar in het gewone dagelijkse leven ik heb niet altijd het geduld om te wachten tot die dissonant oplost. Ik wil het hoe en waarom begrijpen omdat ik het gevoel heb dat ik er dan iets mee kan. Alleen blijken sommige dingen niet altijd te begrijpen. Die moet je maar gewoon laten gebeuren, laten komen en misschien ook wel weer los laten.

Zo lost het ene dissonante akkoord op en vervolgens komt er weer een nieuwe voor in de plaats. “O jee, ik dacht dat ik het nu begreep, dat het duidelijk was, maar dat blijkt dus niet het geval.”
Weet je wat ik ga doen? Helemaal niets, laat maar lekker gebeuren.

 

Advertisements

Shaggies draaien.

shaggie-draaien

In de krant las ik een artikel waarin een vrouw laat weten dat zij voor een algeheel rookverbod pleit. Haar longcapaciteit is nog 17% dankzij een leven lang roken, zodat zij de hele dag met een neusbrilletje aan de zuurstoftank gekoppeld is om nog een beetje lucht te krijgen. 

Zelf rook ik niet, nooit gedaan ook. Alhoewel, als ik eerlijk ben deed ik, net als bijna iedereen, op veertienjarige leeftijd een poging. Getver, wat vond ik het vies en ik werd er duizelig van. Belangrijker nog vond ik het een dure grap en gaf ik mijn geld liever uit aan boeken.

In het verpleeghuis wonen heel wat mensen die bijna de hele dag in het rookhok, of buiten, te vinden zijn. Maar ook veel collega’s zijn rokers. Dat begrijp ik dan eigenlijk niet zo goed, want als verzorgende/verpleegkundige zou je beter moeten weten. Het schijnt erg ontspannend te zijn, zeggen zij.

Bij ons op de afdeling woont een meneer die door een eenzijdige verlamming maar één hand tot zijn beschikking heeft. Hij rookt, maar wil per se shag en geen sigaretten. Heel vervelend want ze;f kan hij geen shaggies draaien. Per keer krijgt hij er twee en eigenlijk heeft hij geen geduld om te wachten tot je die twee gedraaid hebt.

Daar zat ik dan laatst in ons teamkantoor, want ja in de zorg moet je wel van alle markten thuis zijn,  shaggies te draaien. Nog niet eerder gedaan, wel vaak gezien en moeilijk leek het me niet. Na een paar mislukte pogingen ging het steeds vlotter en voilà ik maakte een mooi voorraadje shaggies voor de beste man.

Maar mensen, wat krijg je, zelfs alleen al van het draaien van een paar shaggies, een vieze smaak in je mond. Het duurde een aantal kauwgompjes voordat dit weg was.

 

 

Typisch mijn moeder/vervolg

harp

Met z’n drieën, mijn ouders en ik, kijken we naar het programma “Podium Witteman”. Er speelt een harpiste muziek van een Amerikaanse componist en volgens mij is zijn naam Philip Glass. Mijn moeder geniet er van en zegt ineens:

“I.p.v. die reis naar Normandië hadden jullie mij voor ons 60-jarig huwelijk ook een harp kunnen geven. Dan zou ik harples kunnen nemen.”

“En pa dan?”

“Die kan dan naar mij luisteren.”

Eigenlijk best stoer als je dat op je 82e nog zou willen gaan doen.

De harpiste en veel andere musici hebben de bladmuziek niet nodig. Ze spelen alles uit het hoofd. Ik kan daar met bewondering naar kijken, want uit het hoofd spelen is er bij mij niet bij. Ja, soms een heel gedeelte maar de muziek staat wel altijd op de piano.

Mijn moeder bekijkt het en zegt:

“Het is natuurlijk mooi wat ze doen, maar we weten helemaal niet of ze het goed spelen. Ze hebben niet eens de muziek voor zich staan.”

Tja, al zouden ze dit wel voor zich hebben staan, dan kunnen wij vanuit de huiskamer natuurlijk niet meelezen wat er gespeeld wordt. Daar ging mijn moeder echter even totaal aan voorbij.

Raar volk

raar-volk

Ze zijn wat wonderlijk, wat raar en vaak zijn het ook nog ‘eigenheimers’. Over wie heb je het, denk je nu natuurlijk. Nou, gewoon….. over kerkorganisten. Ik vind dat ik dat best kan zeggen, want mijn lief is kerkorganist. Voor de goede orde vermeld ik er bij dat hij een amateur-kerkorganist is, waardoor hij toch minder wonderlijk en raar is. Een eigenheimer is hij overigens wel, maar dat ben ik zelf ook. Bovendien ben ik zelf ook jaren kerkorganist geweest, ook amateur en dus redelijk normaal.

Weet je wat me aan de meesten opvalt? Vaak hebben ze op het spel van een ander alleen maar op- en aanmerkingen. Vrijwel nooit gaan ze naar een concert van een mede organist en ze staan ook nooit eens gezellig met elkaar te praten, maar bekijken elkaar vanaf een afstandje alsof ze denken: “Zou hij beter zijn dan ik? Nee toch, hoop ik?” Vandaar dat ik, afgelopen zaterdag, de samenwerking van twee kerkorganisten verrassend  vond. Het hele programma was keurig verdeeld en ze prezen elkaar de hemel in. Geen onvertogen woord over elkaar.

Ook verrassend was de derde kerkorganist die regelmatig heen en weer liep. Hij bleek, behalve toehoorder te zijn, zich verdienstelijk te maken door mensen een plaats toe te wijzen. Mijn lief en ik kennen twee van deze drie organisten. Eén van hen weet ook altijd feilloos hoe ik heet en dat verbaast me dan weer. “Dat komt doordat hij commercieel is”, zegt mijn lief dan. Dat is hij inderdaad en het legt hem bepaald geen windeieren.

Kerkorganisten kunnen ook rare dingen zeggen als ze voor aanvang van het concert hun praatje houden. Afgelopen zaterdag maakte één van beiden het wel erg bont. Op z’n zachtst gezegd was het wat vrouwonvriendelijk.

“Mijn vrouw heeft mij geleerd om ook rekening te houden met de aanwezige dames. Voor hen heb ik speciaal iets uitgezocht om te spelen. Het is een bewerking van het bekende “Stay with me ’till the morning”. Een hele uitleg volgde over de driekwarts maat waarin Mozart het gecomponeerd had. Ik stootte mijn lief aan en zei: “Wedden dat hij die driekwartsmaat in vieren gaat spelen.”

Een rare opmerking? Nee hoor, dat komt gewoon doordat mijn pianodocent altijd zegt: “Een triool bestaat uit vier noten.” Dat is natuurlijk niet zo, want die triool bestaat gewoon uit drie noten. Maar de ruimte tussen de derde noot van de triool en de eerstvolgende noot moet net zo groot zijn als de ruimte tussen de eerste, tweede en derde noot. Speel je die triool niet in vieren, dan wordt het een ongelijk rommeltje. Je begrijpt dat ik dit nooit meer vergeet. Maar goed, dat even terzijde. Het lied bleek inderdaad gearrangeerd te zijn in een vierkwartsmaat en werd  inderdaad in vieren gespeeld.

Ondertussen ben ik een beetje afgedwaald, want uit niets blijkt nu dat er iets vrouw-onvriendelijks gezegd werd. Hij ging dus speciaal iets voor de aanwezige vrouwen spelen en dat is natuurlijk prima, behalve dan dat hij er nog iets achteraan zei waardoor ik  de neiging kreeg om op te staan en “objection” te roepen. Hij vervolgde namelijk zijn verhaal met: “De andere muziek is waarschijnlijk onbekend voor ze, daar begrijpen ze misschien niet veel van, maar dan hebben ze hier in ieder geval van kunnen genieten.”

Eerlijk gezegd ben ik blij dat ik tegenwoordig piano speel. Ik ben gewoon niet wonderlijk en raar genoeg om kerkorgel te spelen.

Typisch mijn moeder

typisch-mijn-moeder

Mijn moeder kan soms op onnavolgbare wijze uit de hoek komen. Zij is er al haar hele leven van overtuigd zij alleen achterblijft. Allebei mijn oma’s waren al jong weduwe, dus dat zal de oorzaak wel zijn.

Afgelopen zondag at ik bij mijn ouders nadat ik daar in de buurt gewandeld had toen mijn moeder ineens zei:  “Als één van ons dood gaat moet één van jullie ons geld maar beheren. Dan krijg ik gewoon elke maand huishoudgeld.”

Mijn vader: “O, dan ben ik dus degene die dood gaat.”

In de war en de weg kwijt.

kortsluiting-28044331

Eén ding weet ik zeker: Er kan maar beter niet iets fout gaan in je hersenen, want dan gaat er van alles mis. Lichamelijk wil het dan niet meer zo, laat staan overprikkeling of gedragsescalaties. Er ontstaat soms gewoon kortsluiting in je hoofd.

“Ik zie wel hoe het loopt”, was mijn gedachte toen ik de laatste keer de nachtdienst in ging. Het blijft onvoorspelbaar hoe zo’n nacht verloopt. De medicijnvoorraad moest nagekeken worden en zo nodig medicatie bijbesteld. Na mijn eerste rondje langs de bewoners ben ik daar meteen aan begonnen. Je weet uiteindelijk maar nooit of je er later nog aan toekomt.

De onrust begon al vroeg in de nacht. Hij zocht het toilet, moest vreselijk nodig plassen. Met grote ogen en hevig transpirerend zwalkte hij door zijn kamer. Ik deed de badkamerdeur open en liet hem zien waar het toilet was. Geen reactie, maar een maai met zijn arm zodat ik een stapje terug deed. Gelukkig kwam het nachthoofd meteen toen ik haar belde. Inmiddels liep hij over de gang, rammelde aan deuren. Het nachthoofd probeerde hem met een zoet lijntje mee te krijgen, maar weer maaide hij boos met zijn armen. Ondertussen deed ik alle slaapkamerdeuren dicht en haalde de spullen weg waar hij zich aan zou kunnen bezeren. De enige deur die nog open stond was zijn slaapkamerdeur, maar helaas liep hij die voorbij. Al zwalkend ging hij ons kantoor in, gaf het verrijdbare whiteboard een zet, schoof de tafel aan de kant en struikelde uiteindelijk over een plastic voorraadbak die meteen stuk was. Voorzichtig ging hij op de grond zitten en leek iets rustiger te worden. Dat bleek schijn, want van ons moest hij niets hebben.

We besloten hem voorlopig met rust te laten. Af en toe keek ik om een hoekje om aan zijn blik en bewegingen te kunnen controleren hoe zijn stemming was.

Anderhalf uur later konden we hem weer benaderen en iets rustgevends geven. Hij had zijn urine laten lopen en was de oorzaak van zijn spanning dus kwijt. Samen hielpen we hem in zijn rolstoel en brachten hem naar zijn kamer. Hij kreeg een schone broek aan en ging zijn bed in. De rest van de nacht, inmiddels was het 5.00 uur, bleef het redelijk rustig. Slechts één keer, om 6.30 uur bleek hij in de kamer van zijn buurvrouw te zijn beland, maar toen kon ik hem bij de hand nemen en weer terug naar zijn eigen kamer brengen.

De volgende nacht was er met hem niets aan de hand, maar was er een ander onrustig. Ze is een jaar ouder dan ik en lag te roepen om haar man.
“Je man ligt thuis in zijn eigen bed”.

“Ik geloof je niet”.

“Mijn man ligt ook thuis in zijn eigen bed terwijl ik hier ben.”

Het stelde haar even gerust en ik bleef nog even bij haar voordat ik met mijn werk verder ging. Een half uur later hoorde ik haar weer schreeuwen: “Ik wil niet meer, ik kan niet meer.”

“Niet zo schreeuwen, je maakt het hele huis wakker.”

“Sorry, ik kan er niets aan doen. Ik ben in de war en ik begrijp er niets meer van. Het gaat niet goed met mij, dat zegt mijn man ook. Maar ik moet elke week naar therapie en daar zeggen ze dat het wel goed gaat met me. Ik snap het niet. En waar is mijn man?”

Ik hoorde het aan, trok haar even tegen me aan tot ze weer rustiger was.

“Zal ik de televisie aanzetten?” Ja, en dat om 2.30 uur in de nacht.

De televisie bleek een poosje een uitkomst, tot ik haar weer hoorde schreeuwen. Ik besloot wat minder vriendelijke op te treden: “Nu moet je ophouden met dat geschreeuw. Je buren worden boos, die kunnen niet slapen.”

Het hielp en af en toe keek ik bij haar om het hoekje. De ene keer was de televisie aan, de andere keer uit. Om een uur of vijf dacht ik dat ze sliep, maar ze bleek nog steeds wakker.
“Fijn dat je niet meer ligt te roepen” zei ik en trok haar weer tegen me aan.

“Lief dat je dat doet” en ze bleef een poosje tegen me aanhangen.

“Ik laat de televisie aan, maar ga nu wel weer aan het werk.”
Ook hebben we een bewoner die echt heel weinig meer kan. Elke nacht is het een uitdaging om haar te begrijpen. Om een uur of 0.30 belt ze en dan is er iets wat niet naar haar zin is. Met oogbewegingen probeert ze uit te leggen wat er dan mis is. Ik volg haar blik, maar noem bijna alle verkeerde dingen op. “Zal ik je laserpen maar aan je bril vastmaken?”

Een minimaal knikje en dan begint het aanwijzen van de letters op het letterbord. Hardop lees ik de letters voor en maak er woorden van. Haar laatste zin is duidelijk: “Jij moet beter ingewerkt worden.”

“Dit heeft niets met inwerken te maken. Ik kan je alleen beter leren begrijpen door dit vaak te doen.”

Ik voer handelingen uit waardoor zij comfortabeler in bed ligt. De laserpen mag weg en dan beginnen de oogbewegingen weer. Vriendelijk leg ik haar uit dat ik dit toch wel wat vervelend vind. De laserpen mag weg, want alles was goed en dan blijken er toch nog dingen niet goed te zijn.

Het duurt even, maar we komen er samen wel uit.

Elke nacht belt zij drie keer en de tweede nacht begrijp ik haar sneller en beter, maar aan haar kreten begrijp ik hoe gefrustreerd zij is.

“Ik begrijp dat het je frustreert dat ik je niet meteen begrijp. Maar ik ben ook gefrustreerd omdat ik jou niet meteen begrijp.”

Een al wat dementerende bewoner stond midden in de nacht de wastafel te poetsen. “Ja, ik dacht ik begin maar meteen, want ik heb nog veel te doen.”
“Het is 3.00 uur, dat is geen tijd om schoon te maken. Ga maar gauw weer terug in bed. Ik doe het gordijn wel een stukje open, dan kan je zien dat het nog donker is.”

Leuk bedacht van mij, maar een oplossing bleek het niet te zijn en dat had ik eigenlijk wel kunnen weten.

Weet je wat ik nog het meest gek vind aan nachtdiensten? Dat ik s’morgens doe wat ik normaal gesproken ‘s avonds doe: Mijn gezicht schoonmaken, nachtcrème inmasseren, want ja ook ik ben ijdel en wil zo min mogelijk rimpels, om vervolgens mijn bed in te stappen. Ha ha, nachtcrème terwijl de dag net begint.