Monthly Archives: January 2017

Niet aangeboren hersenletsel

hersenen
Je grenzen aangeven als je in de zorg werkt is soms het moeilijkste van dit werk. Want ja, de mensen waarmee je werkt zijn afhankelijk van je en hebben ook niet gekozen voor het leven wat ze nu leiden. En toch moet je ze die duidelijkheid bieden. Zeker als het gaat om mensen met niet aangeboren hersenletsel. Dan zijn duidelijkheid, structuur en grenzen nodig zodat ze niet iedereen uitproberen of tegen elkaar uitspelen.

Na het avondeten wordt ze naar haar kamer gebracht. De televisie gaat aan en zelf gaan mijn collega en ik eten. In de loop van de avond verzorg ik haar voor de nacht. Pyjama aan, inco af, stuit inspecteren, even een washand er langs, insmeren met sudoccrème, make-up verwijderen. gebit poetsen, sieraden af en nog even een praatje over ditjes en datjes.

Gisteravond had ze de bokkenpruik op. Ik vroeg haar mee te helpen en zei: “Trek jezelf maar goed naar het bedhek toe, dan hoef ik niet zo tegen je aan te duwen.” Andere avonden gaat dit prima, maar nu had ze geen zin. Na een paar pogingen, waarbij ze iedere keer terug op haar rug rolde kreeg ik de sneer: “Wat ben jij voor zuster? Kan jij dan helemaal niks alleen?”

Met de mededeling dat ik over 10 minuten terug zou komen deed ik het laken over haar heen en vertrok ik.

Tien minuten later begon het “feest” opnieuw en kreeg ik te horen welke collega’s die allemaal wel alleen konden. Ik liet haar weten dat ik niet die collega’s was en vertrok weer met de mededeling dat ik na 10 minuten wel weer terug zou komen.

Daarna kwam er een “sorry”, hielp zij mee en kon ik haar eindelijk verder verzorgen.

Zondagmiddag kwam ik weer voor de avonddienst op mijn werk aan en maakte even een praatje met haar. Op een gegeven moment zei zij: “Wilma, ik zei vanmorgen tegen je collega dat ik het gisteravond volgens mij met jou aan de stok had. Ik zei al tegen haar dat ik vanavond maar wat aardiger zou doen.”

“Fijn dat je hier zelf nog even op terugkomt. Weet je wat? Dan doe ik ook aardiger dan komt het vanavond allemaal goed.

Deze avond viel er geen onvertogen woord.

Advertisements

Hier word ik blij van

 

grunge-music-sheet-background_23-2147492536

Volgend jaar word ik zestig en ik ben mezelf weer opnieuw aan het uitvinden. Het gekke is dat het wat negatief aanvoelde. Zo van, was het niet goed genoeg dan? Ik weet ook precies waar dat gevoel vandaan kwam. Ooit was er iemand in mijn leven die regelmatig zei: “Het is ook nooit genoeg hè?” En dat werd niet positief bedoeld. Het werd als lastig ervaren.

Idioot eigenlijk dat door dit zinnetje dat negatieve gevoel weer komt bovendrijven als ik weer eens iets aanpas in mijn leven. Gek genoeg is het helemaal niet negatief. Sterker nog, vandaag zijn iemand tegen me: “Leuk toch!” Inderdaad, want ik word hier blij van.

Mijn hele leven lijkt een zoektocht. Maar is dat ook niet zoals het leven voor bedoeld is? Stilstand is achteruitgang, maar door te zoeken naar wat er allemaal in je zit ontwikkel je jezelf.

Ik ga niet mijn hele doopceel lichten, maar til een klein stukje van de sluier op. Van kerkorgel en actief op muziekgebied binnen de kerk stapte ik over naar de piano. Dat ik de kerk verliet heeft hier zeker invloed op gehad. Ik raakt er een hoop door kwijt en het duurde een hele poos voordat ik er op muzikaal gebied iets voor in de plaats kreeg.

Van kerkkoren naar klassieke koren. Niet alleen piano spelen maar ook een koorlid, een sopraan, begeleiden en de muziek uitvoeren. Dit raakte ik weer kwijt door te verhuizen naar een ander deel van het land. Weer ontstond een zoektocht op muzikaal gebied. Zoeken naar een pianodocent en een koor. Van de ene pianodocent naar een ander en bij de laatste ben ik beter op mijn plek. En juist door de activiteiten van deze docent besloot ik om te gaan zingen en spelen. Geen klassiek, maar ander repertoire zodat ook dit weer een zoektocht gaat worden. Ach, ik kom er wel. Waar dan? Bij mezelf, denk ik, maar het voornaamste is dat ik er blij van word.

Ah, nu zet ik je misschien op het verkeerde been, want nee, ik ga mezelf niet op de gitaar begeleiden. Ik hou me bij de piano.

Heerlijk dat ik het aandurf om mezelf opnieuw uit te vinden zelfs al word ik volgend jaar zestig.

Nachtdienst

nachtdienst

Wat gammel ga ik mijn nachtdiensten in. Verkouden, pijnlijke ogen van het tranen, een rode neus van het snuiten. Kortom, gammel dus. De eerste nacht werd ik ingewerkt, de tweede nacht moest ik het zelf doen.

Eerst even bij alle 33 bewoners kijken, daarna de medicijnkarren aanvullen en het programma openen waarin ik medicatie kan bestellen. Een werkje wat voor mij nieuw was, zodat ik met een collega afsprak dat zij bij het opruimen van de bestelling goed zal kijken of ik niets vergeten ben. Of misschien heb ik wel e.e.a. teveel besteld. Ik heb liever dat ze me dat gewoon vertellen, want dan weet ik de volgende keer waar ik op moet letten.

Af en toe gaat er een bel en meestal wil diegene een beetje water drinken. Eén bewoner belt de eerste nacht ieder half uur, gewoon om te vragen hoe laat het is. De tweede nacht slaapt hij beter en belt hij met diezelfde vraag maar twee keer.

Soms vraag er iemand om een paracetamol, maar er is ook een bewoner die ‘s nachts even wil roken op het balkon en daarna wel een beker warme melk lust.

Bij één bewoner moet elke drie uur de sonde doorgespoeld worden om te voorkomen dat het slangetje verstopt. Als ik om een uur of kwart over drie de afdeling af ga om met de collega’s van de eerste en tweede etage even een kop koffie te drinken, besluit ik eerst nog even bij hem langs te gaan. De zak sondevoeding is bijna leeg en ik druk op het knopje info om te kunnen bepalen hoe lang dit nog gaat duren. Dat is een simpel rekensommetje. Er is ruim 800 ml doorheen en de pomp staat op 70 ml per uur. Dan kan ik nog wel even weg.

Lekker even dat kopje koffie en een praatje. Met z’n vieren bemannen we het hele huis, waarbij de verantwoordelijk verpleegkundige tussen twee huizen in pendelt. Net als ik weer terug wil gaan naar mijn afdeling gaat mijn pieper. Het is de bewoner met de sondevoeding. Rechtop zit hij in bed. “Dat ding staat niet goed hoor. Hij hoort op 70 te staan en nu krijg ik zo te zien veel te veel in één keer. “ Ik probeer hem uit te leggen dat dit het schermpje met informatie is waarop ik kan zien hoeveel sondevoeding hij al gehad heeft. Hij wil er niets van weten en ik moet nu direct de zak voeding vervangen.

Ik pak de nieuwe zak sondevoeding en sluit hem aan op de pomp en stel hem weer in. “Zo, nu kan ik tenminste nog mooi een poosje slapen”, zegt hij.

“Vindt u het goed dat ik u nog even iets uitleg over wat u op het schermpje zag?” Hij gaat weer rechtop zitten.
“Kijk, zoals het nu is ingesteld ziet u dat de pomp op 70 ml per uur staat. Als ik op het knopje ‘info’ druk leest u af dat u nu 1,3 ml voeding heeft gehad. De vorige keer dat u keek zag u dat er 876 stond. Ik was vergeten om het scherm terug te zetten naar het aantal ml per uur.”

“Ik heb dus de normale hoeveelheid voeding gehad, begrijp ik.”

Te veel vrijheid

boos-en-verdrietig

Ze is een jaar ouder dan ik en heeft een gedeeltelijke eenzijdige verlamming. Als ik bij haar kom begroet ze mij met: “Hallo meid, alles goed?” Als ik haar verzorg vraagt ze een aantal keer of het allemaal wel lukt. Na de zorg wordt ze naar haar vaste plek aan tafel gereden en ‘s middags gaat ze meestal een uurtje naar bed. Soms wil ze na het slapen lekker in bed blijven liggen een andere keer wil ze er liever uit.

Haar echtgenoot bezoekt haar dagelijks als hij uit zijn werk komt. Ze gaan naar beneden om iets te drinken of gaan naar buiten. Een enkele keer gaan ze samen uit eten.

Sinds kort heeft ze meer vrijheid door de inzet van een trippelstoel en kan ze de afdeling verlaten. Vaak zit ze beneden te wachten op haar man. Dat wachten duurt lang, vooral als ze daar ‘s morgens al gaat zitten. Ik zie haar veranderen in een opstandig, boze en verdrietige vrouw. Dan, van de ene op de andere dag wil ze niet meer eten. “Het hoeft voor mij allemaal niet meer”. Om haar van beneden naar boven te krijgen moet je heel wat in je mars hebben, want ze weigert. En als ze boven is moeten we veel moeite doen om haar te laten eten. Lastig, want ze is diabeet en insuline afhankelijk.

“Wil je mij vertellen waar je zo boos en verdrietig over bent?”

Nee, ze wil er niet over praten.

“Ook niet als ik je naar je kamer breng en we even rustig kunnen zitten?”

Dat wil ze wel, maar eenmaal in haar kamer krijg ik weinig uit haar en blijft ze herhalen dat het voor haar allemaal niet meer hoeft.

“Ik begrijp het niet zo goed, want voorheen zat je altijd aan dezelfde plek aan tafel en kon je alleen ergens anders heen als wij je brachten. Nu heb je een trippelstoel en kan je jezelf verplaatsen. Eigenlijk heb je veel meer vrijheid dan voorheen.”

Ze kijkt me een poosje aan en zegt dan: “Maar ik kan niet meer naar de winkel om boodschappen te doen.”

Heeft ze teveel vrijheid en ziet ze daardoor beter wat er allemaal niet meer kan? Ik kaart het aan bij collega’s en het wordt aan de dokter voorgelegd. Daarna besluiten we dat zij voorlopig ‘s morgens in haar passieve rolstoel zit en pas na de middag maaltijd in de trippelstoel wordt geholpen. Ze lijkt weer wat meer tevreden en soms besluit ze dat ze ‘s middags even naar bed wil. Vaak wil ze er dan niet meer uit en ligt ze televisie te kijken of leest ze in haar boek.

Vrijheid kan voor sommige mensen ook te veel van het goede zijn. Soms vergelijk ik het met de hoeveelheid vrijheid die je je kinderen geeft. Ook bij hen is teveel vrijheid niet altijd goed en worden ze wispelturig en onhandelbaar.

Mijn januari dip

januari-dip

Kan dat, het verleden veranderen? Er zijn momenten dat ik het graag zou doen. Dan had ik niet dat, maar juist dit gedaan. Dan had ik bepaalde zaken eleganter aangepakt of me er bij neergelegd. Nee, dat laatste niet, want dat heb ik te vaak gedaan in het verleden. Zit dat in de genen of was dat aangeleerd. Normaal gesproken ben ik hier niet zo mee bezig, maar nu, tijdens mijn januari dip en door het lezen van een boek houdt het me met een bepaalde regelmaat bezig.

Mijn januari dip, die ieder jaar terugkomt en dat al jaren doet. Heeft het te maken met het grauwe weer of gewoon met dat nieuwe jaar waarmee we iets moeten. Het jaar waar ik voornemens voor had moeten hebben. Of is het gewoon de realiteit dat er eigenlijk niet veel verandert. Het ouder worden heeft als voordeel dat ik weet dat mijn dip na een week of drie altijd weer minder wordt. Na de verjaardag van mijn moeder, vandaar dat ik dit zo goed weet. En nee, ik kan me niet voorstellen dat mijn dip daarmee te maken heeft.

Op 22 november 1963 was ik vijf jaar oud. President Kennedy was doodgeschoten. Het zal absoluut aan mij voorbij zijn gegaan en toch herinner ik me bepaalde dingen. Zo zag ik in “Het aanzien van 1963” een foto van Jackie Kennedy met haar twee kinderen tijdens de rouwplechtigheid. Ik werd verdrietig van die foto, maar was ook gefascineerd door de haarband die Caroline Kennedy in het haar droeg. Dat wilde ik ook, net als zij.

mijn-januari-dip

 

Nu lees ik het boek “22-11-1963” van Stephen King. Een dikke pil van 879 bladzijden. In dit boek ontdekt een man een route naar het verleden. Hij heeft een hamburger restaurant en het menu is belachelijk goedkoop. Wat doet deze man? Hij koopt zijn vlees in het verleden en komt dan terug. Zijn uitstapjes duren soms een paar dagen, soms een paar uur. Maar in de tijd waarin hij leeft is hij nooit langer dan twee minuten weg.

De man blijft een jaar of wat weg, krijgt kanker en als hij terugkomt ziet hij er heel ziek en stukken ouder uit. Dat is een rare gewaarwording, want hij is niet langer dan twee minuten weg geweest.
Uiteindelijk vertelt hij het verhaal aan een trouwe klant en hij vraagt hem of hij wil proberen om de moord op Kennedy te voorkomen. Na veel wikken en wegen besluit de trouwe klant dit te willen doen en verdwijnt naar 1958 waar hij eerst een andere moord voorkomt. Het verleden veranderen blijkt moeilijk te zijn, want er zijn allerlei omstandigheden die hem tegenwerken.

Hij gaat, met de aantekeningen van de hamburgerman, op zoek naar Lee Harvey Oswald en wil weten of deze alleen opereerde of deel uitmaakt van een netwerk. Om die reden onderzoekt hij of de mislukte moord op generaal Walker door Lee alleen is gepleegd.

Tja en dat onderzoek heeft hij nooit helemaal af kunnen maken, want doordat hij zelf in het leven van anderen was gestapt gebeurde er in het leven van zijn geliefde iets cruciaals. Op het moment dat hij Lee wilde achtervolgen werd zijn geliefde met de dood bedreigd door haar ex. Hij moest dus de keus maken of hij haar ging redden of niet. Het werd het eerste en op het moment dat hij daar aankomt blijkt de ex van zijn geliefde haar wang open te hebben gesneden. Niet een gewoon sneetje, maar door en door met blijvende schade aan. Hij vraagt zich af of dat ook gebeurd zou zijn als hij in het heden, in 2011, was gebleven. Zo zie je dat hij wel degelijk veranderingen teweeg brengt, maar dat deze niet altijd gunstig zijn.

Het boek spookt af en toe door mijn hoofd en ondanks dat wat daar gebeurt niet kan rijzen er bij mij vragen. Had ik anders kunnen handelen vroeger, had ik een ander leven kunnen hebben dan ik gehad heb. Zou ik dan nu een ander soort mens zijn? Een beter mens of misschien wel een slechter mens? Ik kan niet terug naar situaties in het verleden om er anders mee om te gaan. Ik kan beslissingen die ik nam niet terugdraaien. En als ik heel eerlijk ben weet ik dat ik bepaalde dingen toch weer hetzelfde zou doen. Beslissingen die ik genomen heb zijn meestal niet in een opwelling genomen. Wel gingen er vaak heel veel dingen aan vooraf en was ik soms te laat met het nemen van een beslissing. Dan sudderden dingen maar door en veranderde er eigenlijk niets. Als ik dan een beslissing nam was die vaak nogal rigoureus.

Vandaag is het 11 januari en over een dag of tien is mijn januari dip hoogstwaarschijnlijk op z’n retour. Dan vraag ik me niet meer af of wat ik doe wel enige zin heeft. Ondertussen ga ik gewoon door met “doen”. Gelukkig laat ik de dingen die ik graag doe er niet door achterwege. Als er iets is wat ik de afgelopen jaren heb geleerd is het wel dat ik maar beter gewoon door kan gaan met waar ik mee bezig ben. Ook tijdens die januari dip.  En wat zeker helpt is dat ik ‘m niet meer zo heel serieus neem.

Giechelen als een puber

giechelen

Hij is net zo oud als mijn jongste dochter, 29 jaar, maar ligt de hele dag in bed omdat zijn lichaam vergroeid is. Ook is niet alles in verhouding met elkaar en is zijn bovenlichaam ontzettend zwaar, in tegenstelling tot zijn benen. Met de passieve lift kunnen wij hem niet meer uit bed halen, dat is onverantwoord. Zijn vader komt regelmatig en die tilt hem uit bed, zodat hij in zijn ligrolstoel kan. Wij mogen dit gewicht niet tillen en dat is maar goed ook, want dan zou de slijtage bij ons helemaal snel toeslaan.

Humor heeft hij genoeg. Als hij weet dat je kippenvel krijgt van zijn tandengeknars doet hij het juist en ligt hij in een deuk als je roept: “Hé, hou op, ik krijg er kippenvel van”,

Laatst lag hij wat laag in zijn bed en ik bedacht dat ik hem met behulp van het steeklaken misschien wat hogerop zou kunnen krijgen. “Zet je schrap hè”, zei ik terwijl ik aan het hoofdeind stond en het steeklaken vastpakte. Ik tel tot drie en dan ga ik trekken. Zo gezegd zo gedaan en……………………….kgrgrgrgrrg, er zat een grote scheur in het laken. Hij kwam niet meer bij, terwijl ik quasi beteuterd tegen hem zei: “O jee, wie moet dat betalen? Ik zeker hè? Nou mooi dat ik de rekening met je deel, want jij lag op het laken toen ik trok.” Een grote giechelbui was het gevolg.

De volgende dag kwam ik hem weer verzorgen, waarbij ik terugviel op het voorval met het steeklaken en zei: “Vandaag doe ik maar een beetje voorzichtiger, want anders is mijn salaris wel heel snel op.”

Gisteravond verzorgde ik hem weer voordat hij ging slapen. “Weet je dat het heel glad wordt vanavond? Ik denk dat ik maar op mijn schaatsen naar huis ga. Dan schaats ik over de snelweg naar huis.” Hij begon meteen aanstekelijk te lachen. “Misschien haal ik de 130 km wel en weet je, dan kom ik in de krant en word ik beroemd. Dan vertel ik meteen dat ik hier werk en komen ze me op de afdeling interviewen zodat dit huis en alle bewoners ook in één klap beroemd zijn.

Samen bleven we nog even na lachen voordat ik bij hem het licht uitdeed en mijn werk vervolgde.