Monthly Archives: December 2016

Overvallen door heimwee

heimwee

Er is muziek die bij mij een gevoel van heimwee teweeg brengt. Geen heimwee naar iets wat er was, maar heimwee naar iets wat nog moet komen. Beter kan ik het niet omschrijven. Wat dat dan is dat er nog moet komen weet ik niet. Het is iets wat ik ook niet uit kan leggen. Herken je dit of is het abracadabra?

Het overvalt me soms terwijl ik zit te lezen met op de achtergrond Classic FM aan. Verdiept in mijn boek hoor ik ineens de muziek en dan bestaat er niets anders meer. Op het boek kan ik me niet meer concentreren, want dan moet ik luisteren. Soms komen er uit het niets tranen die dan gewoon over mijn wangen biggelen. Niet meer te stuiten zodat ik gewoon maar wacht tot het weer over is. Dat gevoel van heimwee is dan sterk aanwezig.

Laatst overviel het me tijdens een orgelconcert. Mijn lief en ik waren in Amsterdam in de Koepelkerk aan het Kattengat. Een kerk die gebruikt wordt als concertzaal. Heerlijke stoelen en helaas lag er vloerbedekking op de grond. Dat is jammer, want dat gaat ten koste van de akoestiek. Zodra de organist zijn vingers van de toetsen haalt is het geluid weg en dat is zo ontzettend jammer.

Ik las het programma en zag het stuk er al tussen staan: Berceuse van Vierne. Ooit zelf gespeeld omdat mijn orgelleraar mij dat opgaf. Gek dat ik ooit aan die Franse muziek moest wennen, want het is gewoon ontzettend mooi. Dezelfde leraar adviseerde mij overigens om pianolessen te gaan nemen, omdat mijn smaak meer overeenkwam met pianomuziek dan met die voor orgel. Het duurde nog een jaar voordat ik de stap durfde te zetten. Heel rigoureus deed ik ook meteen mijn orgel de deur uit. Eerlijk gezegd gewoon omdat ik bang was dat wanneer het pianospelen tegen zou vallen, ik de boel de boel zou laten. Het bleek een goed besluit, want het onder de knie krijgen van de pianotechniek viel vies tegen. Later begreep ik niet meer waarom ik ooit orgel had gespeeld. Dat orgel is te groot, te pompeus en te veel voor mij. Al die registers waarvan ik er het liefst maar een paar gebruikte. Al dat gewissel van registraties, het hoorde niet bij me. Maar ja, dat wist ik nog niet toen ik een jaar of dertien was.

Tijdens het orgelconcert viel ik ook weer als een blok voor de wat meer verstilde muziek. Na de pauze stond er Franse muziek op het programma  en toen de organist aan Berceuse begon overviel die heimwee me weer, ondanks dat ik wist dat het gespeeld ging worden. Gelukkig kwamen er geen tranen, maar ik moest me wel even schrap zetten.

Ik heb werkelijk geen idee of je van orgelmuziek houdt, maar misschien is het leuk om naar dit stuk te luisteren. Wie weet begrijp je dan waar mijn gevoel van heimwee vandaan komt.

Advertisements

Verkering en volgend jaar trouwen

verkering

“Wil jij met me trouwen?” vraagt hij als ik zijn medicijnen en insulinepen bij hem neerleg.

“Natuurlijk, heb je al een datum in gedachten?”

“Volgend jaar!”
“Wanneer precies volgend jaar?”

“In maart of in september.”

En dan wordt hij me ontrouw. Tijdens het kerstdiner voor onze bewoners zit hij te flikflooien met iemand van de activiteitenbegeleiding. Hij wil met haar trouwen. Ik loop naar ze toe en vraag hem wat dit voor fratsen zijn. “Je gaat toch al met mij trouwen?”

“Ja, maar ik vind haar leuker!”

“Nou, mooi is dat!”

De volgende ochtend help ik hem uit bed. Als hij op de rand van het bed zit vraagt hij of mijn man al weet dat wij verkering hebben.

“Nee joh, natuurlijk niet. Dat vindt hij vast niet leuk.”

“Ach een geintje moet kunnen, toch? Vroeger zei ik ook altijd tegen mijn moeder dat we verkering hadden en dat ik met haar ging trouwen.”

 

 

 

 

Frikandellen

drie-frikandellen-een-nederlandse-snel-voedselsnack-38350007

Eerste kerstdag waren er ‘s avonds frikandellen bij de broodmaaltijd. Eén van de bewoners is van Afghaanse afkomst en is Moslim. Officieel mag hij eigenlijk geen varkensvlees eten, maar daar dacht ik even niet aan.

“Wil jij ook een frikandel bij je brood?”

“Hmm………..van Allah mag het niet, maar van mijzelf wel. Doe maar! Graag met ketchup.”

Dat noem ik nog eens integreren.

Zelfredzaamheid

zelfredzaamheid

Volgens mijn moeder waren mijn eerste woordjes niet het geijkte “papa en mama”, maar “selluf doen”. Ik zou dus als geen ander moeten begrijpen dat er mensen met een lichamelijk beperking zijn die nog zoveel mogelijk zelf willen doen. Doordat ik in de zorg werk betrap ik mezelf er op dat wij soms wel heel hulpvaardig zijn. Op het irritante af voor sommigen bewoners.

Afgelopen week las ik een artikel in de krant over een nog jonge man, die op 26 jarige leeftijd getroffen is door een hersenbloeding. Hij heeft er een hekel aan dat ‘men’ hem ongevraagd wil helpen. Het gebeurt hem regelmatig dat in een restaurant iemand zijn rolstoel vastpakt om hem beter bij de tafel te kunnen zetten. Doordat hij hier boos over is komt hij soms zeer ongenuanceerd uit de hoek.

Het hele verhaal zette me aan het denken en ineens kreeg ik weer meer begrip voor één van onze bewoners die ook zeer geïrriteerd raakt door alles waar wij hem mee willen helpen. Hij is nog jong, elf jaar jonger dan ik en dus pas 47 jaar oud. Hij heeft flink wat schade opgelopen maar kan zich uitstekend redden. Zijn benen willen niet meer meedoen, maar zijn armen zijn sterk.

Zo komt hij met behulp van een glijplank zelf uit bed. Die glijplank zet hij een klein beetje tegen de rand van de po in de douchestoel. Hij laat zichzelf op de douchestoel glijden, trekt de glijplank onder zichzelf uit en legt deze op bed. Wij reiken hem zijn blaasspoeling aan en de rest wil hij zelf doen. Vreselijk vindt hij die blaasspoeling en hij maakt er dan ook een heel aanschouwelijk drama van. Om te voorkomen dat hij de boel de boel laat blijven wij daar wel altijd bij. Daarna laten we hem met rust.

Hij rijdt zichzelf naar de badkamer, haalt de po onder de douchestoel vandaan en zet deze met dampende inhoud in de toiletpot. Daarna gaat hij douchen.  Als hij klaar is belt hij zodat we zijn onderbenen af kunnen drogen. De sokken en schoenen mogen we bij hem aandoen, en dan moet zijn broek nog omhoog. Lastig als je met je billen op een douchestoel zit. Maar door zichzelf op te drukken kunnen wij die broek omhoog hijsen.

Dan moet hij nog in zijn rolstoel en dat vind ik persoonlijk eng om te zien. Zowel de douchestoel als de rolstoel wil hij niet op de rem. Als ik zie wat hij doet is het logisch, want wanneer hij zich omhoog drukt trekt hij tegelijkertijd de rolstoel iets naar zich toe. En toch, het blijft spannend, want voor mij ziet het er uit alsof hij zomaar tussen de ene en de ander stoel in op de grond zou kunnen belanden.

Als hij naar buiten wil zorgt hij er zelf voor dat de voorkant van de fiets aan zijn rolstoel wordt bevestigd. Het is zo’n fiets die hij met de armen kan voortbewegen en hij fietst er mee door de hele stad.

Gek dat ik na het lezen van dat artikel in de krant pas weer goed begreep hoe belangrijk dit allemaal voor hem is.

De Handkus

handkus

Ze is nog maar kort geleden bij ons opgenomen. Een hersenbloeding is de oorzaak van haar eenzijdige verlamming, maar ook van haar afasie. Ze begrijpt goed wat je tegen haar zegt en als ik haar vraag om op haar rechterzij te gaan liggen doet ze dat met zo’n vaart dat ik er even beduusd van ben.

Zij kent mij niet en ik ken haar niet en maar er was contact. Eerst al tijdens de ochtendzorg, maar als ik tussen de middag haar de medicijnen door de sonde geef, steekt ze haar linkerhand naar me uit. Ik pak haar hand vast en zij brengt mijn hand naar haar mond en drukt er zacht een kus op. Het verrast me en ik breng haar hand naar mijn mond en druk er ook een kus op. Ze glimlacht naar me en ik glimlach terug.

Het zijn de kleine dingen die het doen………………….

 

Ik dacht: Dat doe ik wel even

ganzenbord-wijsheidsspel-over-de-levensweg-van-de-mens

Overmoedig als ik was verhuisde ik eind januari 2012 naar de Flevopolder. Ik had geen idee dat het zo moeilijk zou zijn om weer ergens te wortelen. Het heeft bijna vijf jaar geduurd voordat ik eindelijk niet meer het gevoel had dat ik terug zou willen naar Noord Holland.

Natuurlijk viel de situatie met twee basisschoolkinderen in huis niet mee. Sterker nog, het was zwaar en ik heb heel wat keren gedacht, maar ook gezegd: “Ik wil mijn leven terug!” En soms zat ik er zo doorheen dat ik riep: “Ik wil naar huis, maar dat is er niet meer!” En mijn lief zag me worstelen met mijn leven. Nooit heeft hij gezegd dat ik niet moest zeuren, dat ik het toch goed had en zo. Hij begreep me en dat was wat ik heel hard nodig had. Soms zei hij: “Maar je hoeft het toch niet alleen te doen. We doen het toch samen”. Daar kon ik heel hard op reageren. Dan zei ik dat, als ik hem niet had ontmoet, ik dit helemaal niet had hoeven doen. Niet alleen en niet samen.

Op de momenten dat ik mijn leven terug wilde, bedoelde ik mijn vertrouwde baan en collega’s. Maar ook mijn pianodocente en het koor waarin ik zong. Het mede koorlid waar ik regelmatig kwam om samen te oefenen voor ons optreden. Zij met zang en ik op de piano. Mijn kinderen en mijn ouders wat dichterbij zodat ik niet elke keer die hele afstand hoefde te overbruggen.

De baan in het verzorgingshuis bleek niet te zijn wat ik had verwacht. Ruim anderhalf jaar heb ik mezelf de tijd gegeven om te wennen, maar dat lukte niet. Zeker niet toen de bezuinigingen zijn intrede deden. In mijn achterhoofd wist ik heus wel dat dit op mijn oude werkplek ook het geval was, maar toch……………Ik nam van de ene op de andere dag ontslag en ging invalwerk doen. Uiteindelijk vond ik weer een baan op een pg afdeling. Ook hier kon ik mijn draai niet vinden. De rol die ik daar had was niet die ik voor ogen had. Hier bleek ik een verlengstuk van het management te moeten worden. Dat bleek mij totaal niet te liggen. Terug in een rol op de werkvloer leek de oplossing, maar was het uiteindelijk ook niet.

Misschien lag het aan de cultuur van die twee werkplekken. Midden in de “Bible Belt” dacht ik te kunnen aarden. Ik was uiteindelijk ook heel christelijk opgevoed, maar uit de kerk gestapt. Daardoor werkte het denk ik ook niet. Het voelde benauwend en voortdurend had ik het gevoel het allemaal net niet goed genoeg was wat ik deed. Hierdoor liep ik voortdurend met een soort schuldgevoel rond en dat wilde ik helemaal niet.

Goddank durfde ik de stap te nemen en weer van baan te veranderen. Nu werk ik in Lelystad en die cultuur lijkt toch verrekte veel op die van Noord Holland. Zou dat de reden zijn dat gisteren voor het eerst bij mijn oude werkplek naar binnen kon gaan. Ik ging de babyvoetjes die ik getekend had langsbrengen bij een oud-collega. Zelf was zij er niet, want ze bleek een weekje vakantie te hebben. Maar ja, ik ging die dag toch naar mijn dochter en was er dan wel heel dicht bij.

Wel kwam ik in de hal een andere oud-collega tegen die toch verrast-verbaasd reageerde met: “Hé wat doe jij nu hier?” We hebben heel even staan praten en tegen haar zei ik dat ik hier niet meer binnen was geweest. Gewoon omdat ik diep in mijn hart bang was dat ik dan niet meer terug zou willen. Gisteren was dat gevoel er niet, gelukkig niet. Ik reed het parkeerterrein op en zag dat er weinig veranderd was, want ik kon geen vrij plekje vinden. Zo ging dat vroeger ook als ik avonddienst had. En zo gaat dat nu ook, want ook in Lelystad zijn alle parkeervakken dan vol en ga je maar ergens parkeren waar het eigenlijk niet mag. Zodra al het kantoorpersoneel verdwijnt zet ik dan mijn auto in een parkeervak, net als vroeger.

Gek dat ik dacht dat ik dat wel even ging doen. De enige die ik kende was mijn lief en zijn twee kinderen, maar ach, ik was toch een beetje een einzelgänger.

Ik kwam in een wereldje waar de basisschool weer centraal stond. Geen wonder dat ik totaal geen aansluiting vond bij de ouders op het schoolplein. Ook met de ouders van vriendjes van de kinderen van mijn lief had ik geen aansluiting. Het gepraat ging over de basisschool en over hun kinderen en de problemen die daarbij horen. Ik had die tijd al zo lang geleden afgesloten en had daar, zo bleek, ook helemaal geen zin in.

Ach ja, en dan bijna vijf jaar later zit ik pas weer goed in mijn vel. Nooit zal ik meer denken: “Dat doe ik wel even”, want zo werkt het niet. Kijk maar naar het ganzenbord, het wijsheidsspel over de levensweg van de mens.