Monthly Archives: November 2016

Tja, ik weet het niet hoor…………….

smiley-van-het-vraagteken-10999676

Gisteren had ik een druk dagje. Eerst naar een cliënt, een dame op leeftijd die toch nog iets aan haar gewicht wil doen. Het uiteindelijke doel dat we samen stelden is dat ze in ieder geval niet meer zwaarder wordt. Dat werd, volgens haar, van kwaad tot erger. We zijn inmiddels een paar maanden verder en het aankomen is gestopt en af toe viel zij zelfs een kilootje af.

Voordat ik naar haar toe ging las ik de krant, waarin een artikel stond over het puberbrein. Het bleef in mijn brein een beetje sudderen. Toen ik dan ook na het consult bij de cliënt naar mijn ouders reed kon ik eens goed over het artikel nadenken. Het ritje naar mijn ouders duurt een uur en twintig minuten. De terugweg duurde twee uur en een kwartier doordat er een ongeluk op de A6 had plaatsgevonden. Tijd genoeg om mijn gedachten hierover te laten gaan. Want wat vind ik nu eigenlijk van dat puberbrein?

Mijn kinderen zijn ook pubers geweest, en het puberen verliep niet geheel vlekkeloos. Volgens het artikel is zo’n brein dan ook pas helemaal ontwikkeld als ze vijfentwintig zijn. Dan pas kun je er van spreken dat ze zelfinzicht en zelfreflectie hebben. Ook het fenomeen “oorzaak en gevolg” begrijpen ze dan pas. Klinkt logisch, want dat is waar veel ouders bij hun pubers tegen aan lopen. Het gebrek aan inzicht in eigen doen en laten.

Pubers gaan daardoor te laat naar bed, zijn nog tot laat bezig met social media en daardoor vallen ze te laat in slaap. De volgende dag zijn ze vervolgens hun bed niet uit te branden. Logisch, want dat is oorzaak en gevolg en precies datgene wat ze nog niet begrijpen.

Ook logisch dat er dan een voorstel komt om de scholen later te laten beginnen. Of niet soms?

Persoonlijk ben ik er geen voorstander van, want je gaat de samenleving aanpassen aan het nog niet ontwikkelde puberbrein. Nu heb ik geen idee wat daar de gevolgen van zijn, maar ik kan me zo voorstellen dat er dan nog meer zaken aangepast gaan worden. Volgens mij is dan het hek van de dam. Hoe moet dat als ze eenmaal de vijfentwintig zijn gepasseerd? Zijn ze er dan niet aan gewend dat alles rondom hen aangepast werd en verwachten ze die aanpassingen misschien dan nog steeds?

Wat ik overigens helemaal niet begrijp is dat het allemaal zo nadrukkelijk benoemd moet worden. Als ik in deze tijd puber zou zijn weet ik wel wat ik zou zeggen: “Daar kan ik niks aan doehoen. Mijn brein is nog niet helemaal ontwikkeld. Ik snap dit allemaal pas als ik vijfentwintig ben.Snap dat dan”

Het lijkt me handiger om ouders handvatten te geven om te leren hoe ze structuur kunnen aanbrengen in het leven van hun pubers. Je moet de pubers niet het excuus voor hun gedrag op een presenteerblaadje aanreiken.

Alles is nieuw

alles-is-nieuw

Afgelopen week ben ik op mijn nieuwe werkplek begonnen. Dat betekent dat ik wennen moet aan nieuwe collega’s, aan een andere categorie bewoners maar ook aan een andere manier van werken. Aan van die ongeschreven wetjes die er in verpleeghuizen insluipen, want ja: “Zo doen wij dat altijd al.” Van die dingen die ik dan niet weet, maar vanzelf wel zal leren of er mijn vraagtekens bij ga zetten.

Wat een hoop informatie kreeg ik de eerste dagen. Eerst op het ene team ingewerkt, de volgende dag op het andere team en dan nog tijdens een avonddienst. Het was wat veel, maar ik besloot me er niet al te druk over te maken. Mijn ervaring is dat het toch even duurt voordat je de gebruiksaanwijzing van alle bewoners kent, om nog maar niet te spreken van die van je collega’s. Die van mij kennen zij ook nog niet, maar ook dat komt allemaal wel.

Dit weekend was ik ook ingeroosterd, zodat ik vijf dagen aan het werk was. Dat is veel als je een contract van 24 uur hebt. Ik heb me aangeleerd om alles per twee weken te bekijken, want juist door een weekenddienst is het in de ene week druk, terwijl je de week erna ineens in je vrije tijd om lijkt te komen. Dat is dus echt overal hetzelfde. Althans, dat is mijn ervaring.

De afgelopen dagen waren hilarisch te noemen. Echt, een andere benaming heb ik er niet voor, want ik werd op twee teams ingewerkt en wat bleek? Ik was dit weekend ingeroosterd in een totaal ander team. Laten we het team drie noemen. Andere bewonerspopulatie, andere collega’s en wat bleek? Geen van drieën was erg bekend op deze afdeling. Ook dat is redelijk gewoon in de zorg. Ik weet nog goed dat ik op mijn tweede stagedag op een pg afdeling meteen naar een ander team werd gestuurd omdat daar iemand ziek was. En mijn eerste stagedag in het verzorgingshuis was helemaal met geen pen te beschrijven. Ik werd daar opgevangen door een collega met de woorden: “Die en die is ziek, dus je bent vandaag alleen op deze gang. Ik kom straks de medicijnen delen en jij moet maar gewoon beginnen. Daar stond ik dan in een totaal onbekende omgeving met een lijstje in mijn handen waarop stond wat ik bij wie moest doen. Maar laat ik vooral niet mijn eerste stagedag in het Transitorium vergeten. Een reactiveringsafdeling, een station tussen ziekenhuis en verzorgins-, verpleeghuis of thuis. Daar werd mij meteen op mijn eerste dag gevraagd even een catheter te vervangen bij een man die dood- en doodziek was. Een stagiaire zou me wel even assisteren. Geen idee waar ik de spullen kon vinden en iedereen had het te druk om me dat te wijzen. Dus ging ik op zoek met de stagiaire, die er ook nog maar een week was. Maar goed, de catheter werd vervangen. De man was bleek al erg uitgedroogd en produceerde bijna geen urine waardoor ik toch twijfelde of het ding wel goed zat. Navraag gedaan en ja hoor, toen kwam het verhaal van het uitdrogen pas. De man overleed in de loop van die dag ook, iets wat voor mij heel vervelend voelde, maar waar ik uiteindelijk niets aan kon doen. Ook daar duurde het een aantal weken voordat ik aan de gang van zaken gewend was. Tja, je wordt er wel sterk van moet ik zeggen. Maar vergeet ook niet dat er in de zorg toch echt wel wat mis is na al die rare bezuinigingen.

Even terug naar gisteren, want ook nu stond ik voor mijn gevoel met twee linkerhanden mijn werk te doen. Kijk, de mensen wassen en aankleden is geen kunstje. Maar al die kleine dingetjes waar deze mensen aan gewend zijn, kijk, die wist ik niet. Dat vond ik vervelend, maar ik denk zij ook.

Na één dag op deze afdeling, waarbij ik voor mijn gevoel achter de feiten aanholde, wist ik in ieder geval dat ik het vandaag anders moest aanpakken. Dat deed ik dan ook, waardoor het vandaag allemaal al soepeler verliep. Maar weet je wat het leukste is. Half december wordt ik op dit team ingewerkt. Een beetje mosterd na de maaltijd dus.

Niet zo zeuren jij! Tenminste, ik kan me voorstellen dat je dat nu denkt. Ik zeur niet hoor, ik vertel alleen maar hoe ik mijn eerste week beleefd heb. En ik kan je met zekerheid zeggen dat het een goede keus is geweest. Ondanks alles wat ik hierboven beschreef ben ik de chaos uit mijn hoofd kwijt die mij op de pg afdeling voortdurend parten speelde. Vrijwel altijd kwam ik moe thuis en dan zo’n moeheid die achter je ogen gaat zitten. Het voelde dan ook of mijn ogen helemaal dik waren. Als ik dan in de spiegel keek bleek dit niet het geval.

Deze week kwam ik ook moe thuis, maar meer lichamelijk moe. Een somatische meerzorg afdeling is niet de “lichtste” afdeling. Het moeie gevoel achter mijn ogen is er niet en ook het gevoel dat mijn ogen dik en opgezet zijn is er niet. Heerlijk voelt dat en wat ben ik blij dat ik deze stap genomen heb.

Weet je wat er trouwens nog meer nieuw was deze week? Mijn twee nieuwe brillen. Eén voor gewoon gebruik en een werkplekbril, die ik nodig heb tijdens het pianospelen. Die bleek hard aan vervanging toe te zijn geweest. Ik zit nu niet meer zo te turen als ik piano speel, want ik zie het gewoon allemaal beter.

Tot slot ook nog een paar nieuwe steunzolen die ook heel prettig aanvoelen in mijn schoenen.

Zou ik volgend jaar misschien toe zijn aan steunkousen, een gehoorapparaat en een rollator?

Deuren zonder sloten

deuren-zonder-sloten

Wat doen ze hier allemaal? Ze zitten op mijn bed met hun smartphone in de hand, anderen kijken televisie en op de grond zitten er een stel te gamen. Niemand luistert als ik vraag of ze weg willen gaan. Niets helpt, ook niet als ik boos word. Onrustig en warm word ik er van.

Dan komt Marcel binnen, maar ook hij krijgt het stel niet uit mijn kamer. Sterker nog, er komen nog meer mensen binnen. Volwassenen, jongelui en kinderen, alleen geen ouderen. Allemaal zoeken ze een plekje in de slaapkamer. Ik wil dit niet, ik hou niet van zulke grote gezelschappen en al helemaal niet in de slaapkamer.

En dan word ik wakker. Mijn hele lijf is onrustig, alsof ik koorts heb. Wat een uitermate vreemde droom, maar ik weet wel direct waar deze vandaan komt. We zijn in een Bed & Breakfast in Den Haag. Een prachtige slaapkamer, gebruik van keuken en badkamer. Alles prima alleen kan er niet één deur op slot. Die van de slaapkamer niet, maar die van de badkamer ook niet. Het zit me dwars. De B&B is boven de woning van de eigenaar, Marcel, gelegen. We hebben een eigen voordeur die wel op slot kan. Maar vanuit de woning beneden kan je de trap op en dan sta je op de overloop van de B&B. Als ik over de overloop loop, hoor ik de geluiden van beneden. Heel lang blijft daar licht branden en helaas is het dan voor mij lastig om in slaap te vallen, want boven de deur zit een raam. Op één of andere manier zie ik het licht, ook als ik mijn ogen dicht heb. Ik ben moe van alles wat we overdag ondernomen hebben en toch kan ik de slaap niet vatten.

Idioot eigenlijk dat die deuren me zo dwars zitten!

Help, ik word blind

bijna-blind

“Is het dit beter, of slechter?” vroeg de opticien. Met mijn rechter oog leek het alsof ik door een beslagen raam keek. Het werd niet beter, wat zij ook deed. Ik raakte toch wel wat vertwijfeld, maar vroeg me tegelijkertijd af of het vlekje op mijn lens groter was geworden. Dit had ik in ieder geval nog nooit meegemaakt. De opticien was bepaald niet geruststellend, zij vond dat ik meteen een afspraak met de oogarts moest maken, want ik zag nog maar voor 70% met mijn rechter oog.

Ik dacht terug aan de vraag die gesteld werd tijdens mijn opleiding voor verpleegkundige: “Wat zou je kiezen? Blind of doof?” Een belachelijke vraag, want niemand wil tussen een van beide mogelijkheden kiezen. Toch moesten we hier een antwoord op geven en dit onderbouwen.

Ik koos voor blind omdat ik dan nog geluiden zou kunnen horen. Misschien kon ik dan zelfs nog piano blijven spelen, alhoewel ik daarvoor afhankelijk ben voor de noten die op schrift staan. Improviseren kan ik niet, maar mogelijk zou ik dat kunnen leren als ik eenmaal blind zou zijn. Aan de andere kant bedacht ik dat doof zijn de mogelijkheid open zou houden om te kunnen tekenen en schilderen. Zie je wel, het is niet iets waar je een keus voor kan maken.

Deze week ging ik weer naar de opticien voor een oogmeting. Eerlijk gezegd zag ik er als een berg tegenop. Die uitspraak van twee jaar geleden zat nog ergens verstopt in een la van het kastje in mijn hersenen. Het gekke is dat ik bijna 100% bleek te zien met mijn rechteroog. Ja, met bril dan hè? Toen de meting gedaan was kreeg ik zo’n maffe opticienbril op en ineens was het beslagen raam verdwenen. Ik ben nog naar de oogarts geweest na die tijd, maar dat was omdat ik daar toch al een afspraak had vanwege de verhoogde oogboldruk waar ik erfelijk mee belast ben. De oogarts lachte om mijn verhaal en zag niets vreemds aan mijn oog. Het vlekje was niet groter geworden, zodat ik het hele voorval in dat laatje stopte. Tot deze week dus.

Daar zat ik, te wachten op het vonnis dat ik weer bijna blind zou worden. Het was dezelfde opticien als twee jaar geleden en ik vertelde het haar meteen. Ze liet me mijn verhaal doen en zei: “Maar dan was mijn reactie dus eigenlijk verkeerd. Ik maakte u ongerust en dat is niet de bedoeling. Goed dat u het zegt, want hier leer ik van.”

Het gekke was dat ik deze keer totaal geen last had van de beslagen raam toen mijn rechter oog werd opgemeten. “Het kan glasvocht geweest zijn. Dat beweegt in uw oog en het kan zijn dat het vorige keer precies op de plek zat waar u doorheen moest kijken bij de oogmeting.” Kijk, van zo’n uitleg word ik blij. Ik vind eerlijk gezegd dat artsen, verpleegkundigen, tandartsen en noem maar op altijd veel te weinig uitleggen, waardoor je heel vaak met vragen blijft zitten. Of misschien vraag ik te weinig, dat kan natuurlijk ook.

De oogmeting volgde: “Wordt het zo beter of slechter?” Verschrikkelijk vind ik dat, want soms zie ik geen verschil. Of het gaat zo vlug dat ik vraag of ze nog een keer terug. Maar het komt ook voor dat ik op dat moment net met mijn ogen knipper. Dan weet ik het helemaal niet meer. Ik voel me dan ook altijd erg onhandig en zelfs ongelukkig. Net alsof ik een examen aan het doen ben en van te voren weet dat ik ga zakken.

Ik besloot ook dit gevoel maar prijs te geven en was helemaal verrast over het antwoord: “U zit op zo’n moment op de grens van wel/niet en ik moet proberen te achterhalen wat het beste is. Zo zit u ook op de grens van wel of geen cilinder. Het is een beetje twijfelachtig, maar door steeds verder te vragen of dingen te herhalen kan ik bepalen wat voor u het prettigst is.”

Goh, dacht ik, zo simpel is het dus. Misschien dat mijn ervaring als 14-jarige mij nog dwars zat. Want ook die komt uit het laatje springen op zo’n moment. Daar zat ik, en ik kreeg op die leeftijd mijn eerste oogmeting. Vertwijfeld en ook wat geïrriteerd riep de oogarts toen: “De ene keer wil je wel een cilinder en de andere keer niet. Kijk nou eens goed en denk eens even na!” Dat hakte er in, want het gaf mij het gevoel dat ik iets fout deed. Nu vraag ik me af waarom die oogarts toen zo reageerde. Misschien had hij slecht geslapen, of ruzie met zijn vrouw of was hij gewoon overwerkt.

Maar blind word ik dus niet en over twee weken heb ik mijn nieuwe bril. Wat, niet één maar twee. Altijd leuk zo’n actie waarbij de tweede bril helemaal gratis is.