Ik vertrek

ik-vertrek

Het is weer zo ver. Ik vertrek en soms lijkt het alsof ik niet anders doe dan dat. Eerst vertrok ik uit mijn eerste huwelijk, daarna uit het tweede. En nee, ik verlaat mijn lief niet, dus je hoeft niet te schrikken. Ik was gewoon nog niet klaar met de hele opsomming.

Ik verliet de eerste kantoorbaan, de tweede, de derde en de vierde en ging in de zorg werken. Bij mijn eerste werkgever bleef ik tot ik van Middenbeemster naar de Flevopolder vertrok. Daarna kon ik denk ik mijn draai niet meer echt vinden. Ik vertrok uit het verzorgingshuis en ging weer werken in een verpleeghuis. Kijk, en daar vertrek dus ik binnenkort.

Een afdeling voor dementerenden is niet meer zoals ik het ken uit het verleden. Dit jaar is het thema in de zorg “Leven in vrijheid”, en dat geldt ook voor dementerenden. Er moet met zo min mogelijk ‘Middelen en Maatregelen’ gewerkt worden. Dat betekent dat er zo min mogelijk vrijheidsbeperkende middelen worden ingezet. Het klinkt heel mooi en voor sommige dementerenden is het misschien ook fijn, alhoewel? Ik schreef laatst al in een blog hoe alle deuren open moeten blijven zodat iedereen vrij rond kan lopen. Sommigen weliswaar met dwaalsensor, zodat ze niet door de BOPZ deur kunnen verdwijnen. Zodra dat gebeurt krijgen wij op onze pieper een melding en reppen we ons richting die deur om zo iemand terug te halen. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot, want zo iemand wil weg.

Wat ook vrijheidsbeperkend is, is de psychofarmaca. Dus zo min mogelijk kalmerende middelen en vooral ook geen antidepressiva. Persoonlijk zou ik het vreselijk vinden als bij mijn moeder ineens dit middel afgebouwd zou worden. Zij slikt dit zeker al 18 jaar in een lage dosering. Soms bouwde zij dit op eigen initiatief af. Mijn moeder voelde zich dan goed en vond dat medicijn overbodig. Al snel ontdekte zij dat ze zich dan minder prettig voelde. Stel nu dat zij in een verpleeghuis terecht komt en dat zo’n specialist ouderengeneeskunde dan besluit om die antidepressiva af te bouwen. Ik zou vechten als een leeuw om mijn moeder dit te laten blijven slikken.

Wie doe je nu eigenlijk een plezier met het afbouwen van kalmerende middelen en antidepressiva? De dementerende zelf volgens mij niet. Ze zijn onrustig en voortdurend op zoek naar iets wat er niet meer is. Ze maken ruzie met elkaar over de meest onzinnige dingen. Kortom, een aantal van hen is gewoon boos en wij horen daar oplossingen voor te vinden zonder die middelen die ik noemde. Allemaal leuk en aardig, maar dan hadden ze in Den Haag niet met die bezuinigingen moeten aankomen. Je kan niet aan de ene kant met minder personeel op de werkvloer hetzelfde werk blijven doen en dan ook nog verwachten dat we met een paar man allerlei activiteiten ontplooien om de bewoners aangenaam bezig te houden. Ook kan niet verwacht worden dat we een half uur naast een onrustige bewoner gaan zitten en haar hand vasthouden terwijl er nog een stuk of 30 aandacht willen. Dat gaat nu eenmaal niet.

Wanneer ik ‘s morgens begin aan mijn dag loopt de eerste bewoner al in pyjama rond. Op zoek naar, ja naar wat? Halverwege de ochtend loopt ze helemaal scheef, want zitten wil ze niet. Meestal zoekt ze haar kinderen. Een ander loopt vanaf dat tijdstip mopperend rond. Niks is goed en iedereen doet het verkeerd. Gisteren rukte ze een plant uit een pot en wilde daar een andere bewoner een klap mee verkopen. Gelukkig kon mijn collega dit nog op tijd voorkomen. Een ander vraagt zich voortdurend af waarom wij haar ‘dit’ aandoen.

Alle leuke anekdotes ten spijt raakte ik zelf helemaal overprikkeld op deze afdeling. Een chaos was vaak in mijn hoofd, vooral aan het eind van de dag. Maar vooral als er op diezelfde dag ook nog een artsenvisite was of een gedragsspreekuur. Alles wat daar besproken wordt moet verwerkt, doorgebeld aan familie en zodanig omschreven staan dat het voor iedereen duidelijk is. Dan schoot een verschoning bij deze of gene er wel eens bij in. Daar baalde ik dan van. Kon een ander dat dan niet doen? Ik hoor het je vragen. Natuurlijk kan dat, als er geen rare dingen tussendoor gebeuren wel, maar met veel zijn wij niet op de afdeling.

Nu vraag je je natuurlijk af wat ik dan voor werk ga doen. Tja, ik ga weer in een verpleeghuis werken, maar dan op een afdeling waar mensen verblijven met niet-aangeboren hersenletsel. Ik heb er een dagje mee mogen lopen/werken en voelde me daar meteen zo prettig bij. Uiteraard weet ik heus wel dat niet-aangeboren hersenletsel ook gedragsafwijkingen geeft. Toch is het anders dan bij dementerenden. Deze mensen kun je op het gedrag aanspreken. Bovendien zijn er afspraken gemaakt waar iedereen zich aan houdt, zodat dit ook werkt.

En natuurlijk weet ik dat ook hier de werkdruk hoog is en dat ik misschien wel tegen een heleboel dingen aan ga lopen die ik minder leuk zal vinden. Maar misschien ook niet, dat weet ik pas als ik er werk. Voorlopig heb ik er zin in en weet je wat fijn is? Het is in Lelystad, in een cultuur die lijkt op die van Noord-Holland en die ik dus ook herken. Zelfs het soort mensen dat ik voor de deur in rolstoelen zag zitten herkende ik. Geen idee of je dit begrijpt, maar gelukkig begrijp ik het zelf.

Er is nog een bijkomend voordeel. Als ik naar mijn ouders of kinderen wil na mijn werk, dan ben ik al een aardig eind in de goede richting en is mijn reistijd niet ineens nog eens een half uur langer.

In die bijna vijf jaar dat ik hier nu woon, in de Flevopolder, zie ik pas achteraf hoe lastig het is om een heel nieuw leven op te bouwen. Spijt heb ik er niet van, maar het had fijn geweest als ik dit van te voren had in kunnen schatten. Heel lang heb ik gezegd dat ik ooit terug zou willen naar Noord-Holland. Dat gevoel is nu pas weg, alhoewel ik nog steeds wel graag wat dichter bij mijn ouders en kinderen zou willen wonen. Gewoon omdat dat praktisch is. Ach, wie weet verhuizen we nog eens naar Lelystad. Dat is dan toch alweer wat dichterbij. Tegelijkertijd worstel ik dan met het gevoel dat dit niet eerlijk is tegenover de puberkinderen van mijn lief. Maar ja, voor wie is het leven wel eerlijk?

Advertisements

8 thoughts on “Ik vertrek

  1. Beste Wilma,
    Zonder twijfel weet jij ook dat er bij elke baas of in elke baan iets gedaan of ondergaan moet worden wat minder leuk is. De kunst is om, ondanks die tekortkomingen, te zoeken naar wat beter is voor jou. Voor hen die de leiding hebben ben je vaak niet meer dan een stuk gereedschap wat ze naar believen kunnen gebruiken of zelfs afdanken. Voor hen hoef je dus geen mededogen te hebben en daarom is kiezen voor wat jou het beste lijkt de meest gelukbrengende weg. Wens je daarom veel plezier in je nieuwe baan en ik weet zeker dat jij daar ook over zal gaan schrijven. Ik kijk er al naar uit.

  2. Wilma, heel goed dat je van werk gaat veranderen. Uiteindelijk begrijp ik dat je hier op deze plek niet meer met plezier werkt. Veel succes in je nieuwe baan en ook ik kijk net als Peter uit naar je nieuwe werk-wederwaardigheden!

  3. Ga ervoor Wilma, je hebt het allemaal goed overwogen. Ik gun je heel veel geluk en plezier in je nieuwe baan. En wat betreft de kinderen van je lief, Emmeloord ligt niet zo ver van Lelystad, dus dat zal vast niet zo’n groot probleem zijn als jullie in de toekomst mochten overwegen om daar te gaan wonen. Het is ook fijn voor jou om iets dichter bij je familie in de buurt te zijn, dat kan ik me heel goed voorstellen!
    Heel veel succes!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s