Monthly Archives: September 2016

Pubers

pubers

Soms struikel ik over de pubers en dan heb ik het niet over de puberkinderen van mijn lief, maar over al die scholieren in de supermarkt. Speciaal voor hen waren er groene winkelmandjes. Stonden deze er niet, dan moesten zij wachten tot er één teruggezet werd. Stond die er niet, dan moesten ze wachten. Dit beleid is op de schop, geen idee waarom. Zorgen deze scholieren soms voor een mega omzet en kan de supermarkt niet meer zonder hen?

Gisterochtend, om negen uur, moest ik even naar de supermarkt en zag al vanuit de verte dat ik niet de enige was. Verbazingwekkend genoeg waren de fietsenrekken bijna leeg, maar de ruimte vóór die rekken stond vol. Er was bijna geen doorkomen aan. Via de andere kant lukte niet, want er was markt en de boel is dan zo goed als geblokkeerd. Fietsen, fietsen en nog eens fietsen. Pubers, pubers en nog een pubers. De hele supermarkt wemelde er van. Pubers met zakken croissants in hun handen. Niet een zak met twee van die dingen, nee, een stuk of tien. Pubers met zakken chips, donuts, stokbroden, pakken Snickers, blikjes energy drink, flessen cola en weet ik wat nog meer.

Pubers bij de gratis koffiehoek, allemaal met een bekertje koffie in de handen. Heel verloren zat er een al wat oudere man aan tafel, ook met een bekertje koffie. Hij bekeek de boel eens en ik vroeg me af wat hij hiervan vond.

Dit fenomeen bestond voorheen alleen rond lunchtijd. Rond die tijd doe ik dus geen boodschappen meer. Voordat je een keer aan de beurt bent bij de kassa heb je wortel geschoten.
Nu zijn ze er ‘s morgens al en ik vraag me af of de scholen inmiddels al later begonnen zijn vanwege het puberbrein dat de aansluiting mist met vroeg opstaan. Of hebben ze soms nu al pauze? Misschien is er wel een les uitgevallen of hebben ze standaard een tussenuur? Overigens herhaalt zich dit weer om een uur of vier. Even een boodschap doen als ik uit mijn werk kom doe ik dan ook maar niet meer.

Soms vraag ik me af wanneer er een generatie komt die bedenkt dat het misschien handig is als pubers weer gewoon ‘s morgens hun brood smeren om mee naar school te nemen. Maar ook vraag ik me af waarom deze kinderen niet gewoon thuis ontbijten met een kopje koffie of thee. Waarom moet dit in de supermarkt gebeuren? Weten hun ouders dit? Vinden zij dit de gewoonste zaak van de wereld of hebben zij het te druk met zichzelf?

Ik ben me er ook echt wel van bewust dat niet alle scholieren hier rondliepen. Als dat zo zou zijn was er helemaal geen doorkomen meer aan. Begrijpen doe ik het echter niet en ik trek meteen maar de conclusie dat ik niet meer van deze tijd ben. Gelukkig niet!

Het afscheid

het-afscheidHet heeft lang geduurd, maar eindelijk kon ik afscheid nemen. Ik streek nog een laatste keer met mijn hand over de mouw en besloot dat het lang genoeg geduurd had. Het was mooi geweest.

Ruim vijfenhalf jaar geleden zat ik niet zo heel goed in de slappe was. Ik woonde in een mooi appartement boven de slagerij in een monumentenpand, in de Middenbeemster. Hier zat uiteraard een aardig prijskaartje aan. Maar het was mijn woning, mijn plek en ik voelde me er thuis. Mijn salaris ging er voor een groot deel aan op, maar ook aan de huur voor mijn piano en mijn pianolessen. Daar wilde ik ook beslist geen afstand van doen. Daarnaast zong ik in het Waterlands Kamerkoor, waar ik uiteraard contributie voor moest betalen. Sparen was er niet bij, of toch wel, ik spaarde de zorgtoeslag waar ik toen recht op had. Ik geloof dat dit zo’n € 22,– was.

Wekelijks pinde ik € 50,– uit de muur waar ik boodschappen van deed. Zo hield ik het overzichtelijk voor mezelf. Wat ik overhield ging in een potje zodat ik aan het eind van de maand een bedrag had wat ik gewoon domweg voor mezelf kon uitgeven.

Mijn eindejaarsuitkering, die in december bij mijn salaris zat, ging naar mijn spaarrekening. Een klein bedrag had ik opzij gelegd, daar wilde ik een winterjas van kopen. In de uitverkoop van januari 2011 struinde ik de winkels af. Ik ging zelfs naar een tweedehandskledingzaak, waar ik echt een hele leuke jas zag. Er hing echter een muffig luchtje aan zodat ik van de koop afzag.
Uiteindelijk slaagde ik gewoon bij C&A. Ik kocht een winterjas voor € 24,95. Een leuke jas, waar ik verder nooit iemand in heb zien lopen. Er hing er dan ook maar eentje. Het was een jas die als gegoten zat, zo’n jas waar je bijna in woont. Ken je dat?

Vorig jaar zag ik de slijtageplekken langs de mouwranden, maar ook aan de rand van de zakken. Eigenlijk kon het niet meer, maar afscheid nemen wilde ik nog niet. Een jas die € 24,95 heeft gekost doe je niet zomaar weg. Ik was werkelijk waar nog steeds trots op mezelf dat ik toen voor dat bedrag een jas had aangeschaft.

Nu, vijfenhalf jaar verder, ben ik zover en deze week kocht ik een nieuwe jas. Folders uitgeplozen, prijzen bekeken en vergeleken. Weet je dat ik het werkelijk jammer vond dat ze allemaal duurder waren dan mijn oude jas. Die heeft per jaar krap € 5,– gekost.

Gisteren was het zo ver. Ik kocht een nieuwe jas, die verdacht veel lijkt op mijn oude jas. Hij is iets getailleerder en iets korter, maar verder viel het mijn lief niet eens op dat er een nieuwe jas aan de kapstok hing.

Vandaag streek ik nog één keer over de mouw van mijn oude jas, waarna ik hem in een tas deed en hem naar Het Goed, de Emmeloordse Kringloopwinkel, bracht. Ik hoop dat hij een nieuwe eigenaar krijgt die hem net zo graag draagt als ik al die jaren heb gedaan.

De koude kant

 

de-koude-kant

Zomaar ineens was het een feit. Vraag me niet hoe het kan, het gebeurde gewoon heel plotseling. Van het ene moment op het andere was ik de schoondochter van mijn ouders en de schoonzus van mijn broer. Hoe gek kan het gaan in het leven?

Mijn lief en ik waren op verjaarsvisite bij mijn broer en schoonzuster. Ze vierden het tegelijk, want dat scheelde voor de meesten een eind rijden. Sinds vorig jaar wonen zij in Wateringen, vlak bij Den Haag. Voor mijn ouders vond ik het wat vervelend, wat ruim vier jaar geleden vertrok ik richting Emmeloord. Zelf wonen zij bijna hun hele huwelijk, volgend jaar alweer 60 jaar, in Beverwijk. Maar goed, dat even terzijde. Inderdaad scheelde het ons een extra keer rijden.

We zagen veel nieuwe gezichten, allemaal kennissen en vrienden die zij in Wateringen opgedoken hebben. Zelf vier ik mijn verjaardag altijd bescheiden. Ik nodig mijn familie uit en af en toe is er een verdwaalde kennis of buur aanwezig.

De meeste mensen kenden wij dus niet en zij ons ook niet. Om te beginnen blunderde ik zelf behoorlijk, want ik stelde me aan iemand voor als de broer van …………….. Hilarisch natuurlijk, maar dat was gewoon een vergissing. Vrijwel iedereen die ons een hand gaf zeiden tegen mijn lief: “Ah, jij bent een zoon van………….” Of: “Ah, jij bent de broer van……………….” Kijk, en daardoor werd ik ineens de schoondochter van mijn ouders en de schoonzus van mijn broer.

Toen ik mijn lief voor het eerst in levende lijve zag zat hij achter in de kerk waar wij met ons koor een concert gaven. Ik bekeek hem en bedacht dat hij wel een beetje op mijn vader leek in zijn jonge jaren. Het was een gedachte die kwam en weer vertrok. In de afgelopen vijf jaar het ik het nog nooit iemand horen zeggen. Tot die dag dus. En niet door één, nee echt vrijwel door iedereen.

Toen ik vijftig werd stelde iemand voor om een foto van mij met alleen mijn familie te maken. Daar stonden we, mijn ouders, mijn broer, mijn kinderen en die van mijn broer. Toen ik deze foto, ik woonde al hier, aan een collega liet zien zei ze: “Goh, wat lijken je kinderen sprekend op jou. Vervolgens wees ze de kinderen van mijn broer aan.

Volgens mij mag ik de conclusie trekken dat ik op niemand lijk en er ook niemand op mij lijkt. Ik ben gewoon volstrekt uniek.
Nee, dat is niet helemaal waar. Ik liet eens iemand een foto van mijn jongste dochter zien en die zei: “Wat een schoonheid. Ze lijkt precies op jou.” Nog nooit had iemand gezegd dat mijn jongste dochter op mij leek. Het was volstrekt nieuw voor me. Het achterliggende compliment kon ik ook wel waarderen.

O, wat baalde ik hiervan

Zuster waar moet ik heen

In een interview, geen idee meer met wie, zei de geïnterviewde: “Mijn begrip voor alles en iedereen heeft mij uiteindelijk zelf nergens gebracht”. De woorden bleven hangen en ik begreep ineens waar ik zo van baalde.

Het gevoel dat ik verantwoording af moet leggen aan mensen waarom ik doe zoals ik doe. Waarom ik bepaalde beslissingen neem en waarom ik er een bepaalde mening op na hou. Dit gevoel heb ik niet altijd gehad, het is er ingeslopen. Het werd op een gegeven moment zelfs zo gek dat ik op voorhand al bedacht wat mijn verklaring voor het één of ander zou zijn. Begrijp me goed hoor, het gevoel bestond niet alleen in mijn hoofd. Ik werd gewoon regelmatig, vaak via een omweg, ter verantwoording geroepen. Neem nu alleen al mijn eerste schoonmoeder. Zij kon heel belangstellend om mijn mening vragen en meestal ging het dan over iemand anders. Naïef als ik was trapte ik hier in om vervolgens door die ander op het matje te worden geroepen omdat ik iets gezegd zou hebben. Ik ging wikken en wegen over wat ik wel of niet kon zeggen. En nog steeds heb ik met zulke mensen te maken. Er zijn dan ook momenten dat ik gewoon helemaal niets zeg om vervolgens voor afstandelijk te worden versleten. Ik heb dat eens gewoon beaamd en gezegd: “Ja, als ik het gevoel heb dat ik iemand niet kan vertrouwen word ik afstandelijk.” Zo, die kon ze in haar zak steken.

Waar ik ook van baal is dat veel mensen klakkeloos geloven wat een ander over mij verteld. Aan mij wordt nooit gevraagd of het verhaal klopt. Het wordt echt gewoon aangenomen als waarheid. Soms word ik ook hierover via een omweg ter verantwoording geroepen. Het moet toch niet gekker worden zeg. Ik ben bijna 58 en hoef alleen aan mezelf verantwoording af te leggen.

Ik doe het niet meer. Ik leg niet meer uit waarom ik een bepaalde beslissing neem en waarom ik een bepaalde mening heb. Sindsdien loop ik niet meer altijd te malen over wat ik gezegd heb en bij wie dat misschien verkeerd kan zijn overgekomen. Ik ben niet meer altijd bezig met mezelf af te vragen of ik dingen niet beter anders had kunnen doen. Hierdoor is de onrust weg uit mijn hoofd, zodat ik die niet hoef weg te wandelen. Als ik nu ga wandelen is het omdat ik wil wandelen.

Misschien heb jij hier ook last van en herken je het als je dit leest. Wees je dan bewust dat het nergens toe leidt. Sterker nog, je hebt hier zelf alleen maar last van.

Dromen

img_5906

Met mijn rugzak op de rug en wandelschoenen aan, liep ik door het bos. Het werd schemerig en de bomen kregen iets dreigends daardoor. Voor me liep een heel gezin en ik besloot bij ze in de buurt te blijven.

“Is het goed dat ik met jullie mee oploop?” Zij vonden het prima en tot mijn verbazing zag ik dat de vrouw een oud-collega was. Mijn verbazing werd nog groter toen de grote, wat logge man zich omdraaide. Het bleek de acteur Jack Wouterse te zijn. Ik had werkelijk geen idee dat mijn oud-collega met hem was getrouwd.

Op de parkeerplaats aangekomen liep ik naar mijn auto. “Je mag ook wel met ons meerijden”, zei mijn oud-collega. Het leek me wel prettig, dus ik stapte in. Onderweg praatten we honderduit. Vraag me niet waarover, want dat weet ik niet. De kinderen die met hen in het bos liepen waren ineens verdwenen. Ze zaten niet in de auto en ik realiseerde me dat ik ze in het bos ook al niet meer gezien of gehoord had. Halverwege bekroop mij het onbehagelijke gevoel dat het niet handig was dat mijn auto nog bij het bos stond. Ik had dit beter niet kunnen doen. Raar dat ik dit niet hardop zei.

We kwamen bij mij thuis aan. Het parkeerterrein leek op dat in de Middenbeemster waar ik boven de slager woonde, maar het was het toch ook niet helemaal. Ik bleek in een flat te wonen en ik vroeg het stel mee naar binnen. Mijn lief was thuis, alhoewel ik hem niet zag, maar ik wist gewoon dat hij hier ook woonde.

“Eigenlijk is het toch wel lastig dat mijn auto nog bij het bos staat. Zullen we even terugrijden?” We hadden net een uur rijden achter de rug. Mijn oud-collega vond het prima, terwijl Jack Wouterse wat moeilijk keek. We gingen naar beneden, liepen naar het parkeerterrein en ik stelde voor dat het beter was dat ik met mijn eigen auto ging. Dat scheelde hun weer een ritje terug. Ik zie het verbaasde gezicht van Jack Wouterse nog zo voor me. Hij zei niks, maar zo te zien vond hij mij raar.

En toen werd ik wakker, moest naar de wc en merkte dat mijn lief niet sliep. Ik vertelde hem mijn droom. We moesten er samen om lachen en toch hield het me bezig.

Wandelen in het bos is wat ik vaker doe. Dit bos, met die rare dreigende bomen leek op duingebied bij Oostkapelle. Daar stonden allemaal vreemd gevormde bomen en mijn lief en ik zeiden tegen elkaar dat we hier liever niet in het donker zouden lopen. Mijn jongste dochter woont in een flat en daar had ik die dag opgepast. Tot zo ver kon ik een verklaring vinden voor mijn droom.
Het gevoel dat ik raar bezig was door met mijn eigen auto, mijn auto bij het bos op te halen bleef lang hangen. Wat zegt deze droom? Vertelt het dat ik soms dingen doe die totaal overbodig zijn? Of laat het zien dat ik soms rare dingen doe? Ik heb werkelijk geen idee.

Na de droom heb ik nog heerlijk geslapen, maar zelfs daarna wist ik nog exact wat ik gedroomd had.

Luchtbedperikelen

luchtbedperikelen

Vorige week hebben we gekampeerd, met de tent, in Zeeland. Vorig jaar, in mei, hebben we onze nieuwe tent uitgeprobeerd. Prachtig weer, een leuke camping maar koud ‘s nachts. Vorst aan de grond en je weet niet wat je dan overkomt in een tent. Met goede slaapzakken is dat overigens prima te doen. Helaas hadden wij gewoon ons dekbed mee  en hebben de volgende dag dus die goede slaapzakken alsnog aangeschaft.

Vorig jaar in juli kampeerde ik alleen op Texel. Daar ga ik niets over vertellen, dat moet je zelf maar lezen in https://warboelwoordenspel.wordpress.com/2015/07/25/mijn-kampeervakantie/. Dit bestaat uit een paar delen.

Nu kampeerden we met z’n tweeën en op een nieuw luchtbed. Zo een die zichzelf vult, dat scheelt weer een hoop gedoe met een pomp, want die paste niet goed op het oude luchtbed. Dat was pas een gehannes. De één moest pompen en de ander moest de boel tegen elkaar houden. Dat was een langdurig karwei.

Zelf had ik dit nieuwe luchtbed al uitgeprobeerd, maar met z’n tweeën bleek dit toch weer anders.

Dit luchtbed is gevuld bijna 50 cm dik, verder is het nogal groot en past het precies in de slaapcabine. Er kon verder echt niets meer bij. De rits van de slaapcabine ging dan ook nog net dicht.

Ook nu hadden we een koude nacht, maar niet met vorst aan de grond. Vervelend genoeg moest ik daar vaak van plassen. Zo’n keer of vier, die bewuste nacht. Heb je enig idee hoe je dan zo’n luchtbed afkomt? Dat is een heel gedoe, het hele geval gaat namelijk heen en weer wiebelen alsof je op zee zit. Eerst moet je dan overeind zien te komen, dan de rits zoeken van de slaapcabine en deze openritsen. Gelukkig sliep ik aan de kant waar de rits open ging. Als mijn lief moest plassen moest hij eerst over mij heen klimmen. Tja, dan werd ik wakker en besloot ik om ook maar naar de wc te gaan.

Maar goed, dan heb je de rits open en moet je door de opening de tent in zien te komen. Dan werd dus een duik naar voren zodat ik op handen en knieën terecht kwam. Soms was het ook wel makkelijk om me achterover te laten zakken en landde ik op mijn billen. Van beide manieren kreeg ik de slappe lach.

“Hoe lang zouden we nog kunnen kamperen?”, vroeg ik mijn lief. “Zie je het voor je, dat we over tien jaar nog steeds dat luchtbed af moeten. Misschien moeten we dan nog veel vaker plassen. Dan kunnen we natuurlijk een inco (luier) omdoen. Voor een urinaal hebben we geen ruimte, dus die hoeft dan niet mee. Bovendien heb ik daar zelf niets aan.” We hadden dus regelmatig samen de slappe lach midden in de nacht. Dat kan natuurlijk helemaal niet op een camping, wat iedereen hoort alles van elkaar. We hoorden zelfs de buurman hoesten, terwijl die in een caravan sliep.

We gaan het grote luchtbed maar te koop zetten en gewoon weer zo’n ouderwets, redelijk plat, luchtbed kopen. Zo één die je met een pomp moet oppompen. Ze zijn nu juist in de aanbieding. Dan zijn we van het gewiebel af en kunnen we wat makkerlijk van de slaapcabine de tent in. En over tien jaar zien we wel weer verder.

Is er trouwens iemand die cursussen geeft in luchtbedklauteren?

Deja vu

DSCN4281

 

Het was schitterend weer en we besloten om vanuit Oostkapelle naar Middelburg te fietsen. We haalden onze fietsen uit de fietsenschuur van de mini-camping en gingen via de fietsknooppunten op pad.

IMG_5952

We bekeken de Oostkerk van buiten, maar ook van binnen. Een pracht van een orgel stond er. Jammer dat mijn lief er niet op mocht spelen. Hij raakte er bijna aan gewend nadat in dorpjes rond Willingen de kerken gewoon open waren, maar ook het orgel niet op slot zat. Als organist is de drang om even te spelen dan meteen heel groot. Ooit bespeelde ik ook het kerkorgel, maar nadat ik dit instrument heb ingeruild voor de piano heb ik geen orgel meer aangeraakt. Ook op dit soort momenten voel ik die behoefte niet, maar die van mijn lief begrijp ik daardoor wel.

 

dejavu 1

Na een patatje met bamischijf te hebben gegeten besloten we de Kringloopwinkel een bezoekje te brengen. Het was een allegaartje van spullen en al snel hadden we in de gaten dat er voor ons niet veel bij was. In het centrum had ik een boekwinkel ontdekt waar ik toch echt even een kijkje wilde nemen. Dat is altijd gevaarlijk, want ik kom vrijwel nooit zonder boek naar buiten. Nee, ik zou niets kopen, want ik had op de Deventer boekenmarkt al genoeg boeken gekocht. Bovendien had ik bij mijn ouders in een kist met boeken geneusd en daar het nodige uitgehaald.

dejavu

Eenmaal binnen kreeg ik het eigenaardige gevoel dat ik hier al eerder geweest was. Maar niet met mijn lief, dat kon niet, want we waren nog nooit samen in Middelburg geweest. Het gekke was dat mijn lief precies hetzelfde gevoel had. We liepen er wat rond en het gevoel van herkenning werd groter en groter. Waren we hier dan wel samen geweest en waren we dat gewoon helemaal kwijt?

We struinden tussen de boeken en ik las her en der in een boek een passage. Veel over de psyche van de mens, waar ik altijd in geïnteresseerd ben. Vandaar mijn vele denken waarschijnlijk. Eigenlijk wil ik altijd alles wat er gebeurt begrijpen, zodat ik er op één of andere manier mee om kan gaan. Inmiddels ben ik wel zo ver dat ik er achter ben dat het niet zo werkt. Soms begrijp ik best waarom iets gebeurt, maar kan ik er vervolgens helemaal niets mee.

Maar dan dat gevoel van een deja vu, dat liet met niet los en ik liep naar een verkoopster die achter een balie stond. “Hebben jullie in andere plaatsen ook dit soort boekwinkels?” Ze keek me verbaasd aan. “Ik heb het gevoel dat ik hier al eens ben geweest met mijn man, maar dat kan bijna niet, want we zijn nog nooit samen in Middelburg geweest.” Ze keek nog net niet meewarig, maar nee meer van dit soort zaken waren er niet in Nederland. En toch was ik in zo’n winkel geweest met mijn lief. Ik wist zelfs nog dat we daar een Stabilo pen hadden gekocht voor zijn zoon. Gek dat ik zoiets onbeduidends dan ineens wel weet.

deja vu ministerie

“Kom we gaan een rondje om de Abdij lopen, dan weet ik zeker of we hier al eerder zijn geweest”, zei mijn lief. Inmiddels waren we daar wel van overtuigd al bleef het een raadsel waarom we ons dat niet meer herinnerden. En ja hoor, in een straatje zagen we een winkelpand waarop stond “Zeeuws Ministerie van chocolade en culinaire zaken”. Dat hadden we ook al eerder gezien. Na diep graven in ons geheugen ontdekten we dat we in oktober 2014 een weekendje naar Vlissingen waren geweest. We waren vroeg vertrokken en konden nog niet in het hotel terecht, zodat we besloten om een bezoekje aan Middelburg te brengen. Niks deja vu, we waren hier gewoon al eerder geweest.

Door alle consternatie verliet ik deze keer overigens wel het pand zonder een boek te hebben gekocht.