Monthly Archives: August 2016

Nachtdienst

nachtdienst

Mijn laatste dienst, voordat ik van mijn twee weken vakantie ga genieten, was een nachtdienst. Ik heb hier wel weer even aan moeten wennen. De afgelopen zes jaar werkte ik vrijwel alleen dagdiensten. Als ik eerlijk ben vind ik het een fijne afwisseling. De dagdiensten zijn vaak heel druk. De avonden ook, maar op een wat minder inspannende manier. ‘s Nachts slaapt toch vrijwel iedereen, een enkeling daargelaten. Niet dat ik dan niets te doen heb, want onwillekeurig ben je toch zo’n hele nacht in touw en zo tegen zessen kan ik de wijzers van de klok wel vooruit kijken. De eerste collega kwam goddank al om kwart voor zeven binnen. Om zeven uur is het overdragen geblazen en dan zit het er op.

Mijn collega van de avonddienst was nog maar net weg toen kwam er al een dame haar bed uit. Totaal verdwaasd liep zij, in lang nachtgewaad, door de gang. “Waar ben ik?” Met grote ogen keek ze om zich heen. Ik liep, of eigenlijk was het meer een soort schuifelen met haar terug naar haar kamer. Voetje voor voetje kwamen we heel langzaam dichterbij. “O ja, daar met die bloemen aan de muur dat ken ik. Daar is mijn kamer. Maar hoe ben ik hier dan gekomen?”

Hoe ze hier gekomen was liet ik maar in het midden. Ik liep met haar naar het bed en tevreden ging ze weer liggen. Een kwartier later liep ze alweer rond met diezelfde verdwaasde blik. Dit herhaalde zich zo’n twee en een half uur. Iedere keer weer schuifelde ik met haar terug en ik besloot samen met haar op de rand van haar bed te gaan zitten. Ze bleef maar praten. Helemaal duidelijk waar het over ging was het niet. Ik luisterde, humde wat en merkte dat ik er toch wel wat geïrriteerd door was geworden. Ik controleerde mijn ademhaling. Die zat te hoog, ik moest terug naar de buikademhaling om de irritatie weer de baas te worden.

Uiteindelijk zei ze een keer of zes, zeven: “Zal ik dan maar weer gewoon gaan liggen?” Ik vond het een goed plan. Het duurde echter nog even voordat ze zelf zover was. Daarna heb ik haar niet meer gezien of gehoord.

Samen koffie drinken met het nachthoofd en de collega die op de andere afdeling aan het werk was. Een collega die alleen maar nachtdiensten werkt en nogal verbaasd was dat ik er maar één werkte. Dit was min of meer mijn eis toen ik dit soort diensten weer moest werken. Wel nachtdiensten, maar één of twee en beslist niet meer. Op grond van mijn leeftijd mag ik deze diensten weigeren. Dit deed ik niet omdat ik eerst eens wilde zien hoe ik daar op zou reageren. Eigenlijk gaat dat best goed, alhoewel het voor mij altijd weer raar is om ‘s morgens naar bed te gaan en dan tot een uur of twee te slapen. Uiterst duf stap ik dan uit bed en ‘s avonds ben ik dan evengoed weer moe. Als ik dan ook nog een wijntje neem kijk ik om een uur of tien gewoon scheel van de slaap.

“Lekker, vakantie! Ga je nog weg?”                                   kamperen

“Ja, we gaan nog een weekje naar Zeeland.”

“Een huisje gehuurd?”

“Nee, we gaan kamperen, met de tent.”

 

Ik moet inwendig altijd lachen om de verschillende reacties die ik dan krijg. Het nachthoofd trok nog net geen vies gezicht, terwijl de andere collega enthousiast deed.

“Wat ga je doen in Zeeland? Lekker aan het strand liggen en een beetje in zee zwemmen?”

Deze collega kent mij duidelijk niet, maar hoe moest ik haar nu uitleggen wat wij in Zeeland gaan doen? Lastig, want voor mijn gevoel gaan we niets spectaculairs doen. Op het strand liggen gaan we in ieder geval niet. Zwemmen in zee ook niet. Wel op blote voeten door de branding lopen, maar ook wandelen en fietsen en een dagje naar Brugge. Verder lekker lezen en een beetje op ons eenpits gasstel een maaltijd in elkaar flansen. Stukje vlees op de barbecue, wijntje er bij en lekker genieten.

Ik schud het gevoel van me af dat het allemaal nogal oubollig klinkt en bedenk dat op het strand liggen bakken ook niet echt spectaculair is. Helemaal niet zelfs.

Ach, waar maak ik me druk om wat een ander daarvan vindt. Mijn lief en ik gaan nog een weekje genieten van de nazomer die overigens helemaal niet verkeerd is.

Advertisements

Geloven?

IMG_5851

We bewandelden het pelgrimspad bij Willingen. Het was een rondwandeling van zeventien kilometer, waarbij we flink moesten klimmen en dalen. Als pelgrim heb je toch zeker een bepaalde conditie nodig, anders wordt het niks op zo’n pad. ‘s Avonds voelden wij dan ook spieren waarvan we ons niet altijd bewust zijn. In onze kuiten, maar ook in onze scheenbenen. Als we een poosje gezeten hadden wisten we niet goed meer hoe we het ene been voor het andere moesten zetten. We leken wel een stel 104-jarige bejaarden.

Langs het pelgrimspad stonden borden met daarop teksten. Bijbelteksten uiteraard, je bent pelgrim of je bent het niet. Voor mij bekende teksten. Ik moest ze wel even vanuit het Duits naar het Nederlands vertalen, maar dat lijkt me logisch. Al lezend bekroop mij het gevoel dat ik het jammer vond dat ik niet meer klakkeloos kan geloven. Ik ben dat in de loop van de jaren gewoon kwijtgeraakt. Gek, want ik heb een zeer christelijke achtergrond.

Mijn lief is organist bij een PKN kerk en soms ga ik met hem mee als hij een dienst moet spelen. Het is niet de kerk waarin ik opgegroeid ben en als ik heel eerlijk ben doet het me vaak niets. Meestal vraag ik me halverwege zo’n dienst af wat ik er eigenlijk doe. Eigenlijk toch wel gek dat ik het dan jammer vind dat ik niet meer geloof.

Gelukkig kan je zo’n pelgrimspad ook bewandelen als je het geloof bent kwijtgeraakt. Geen mens die je een verhoor afneemt of vraagt in welke kerk je komt.

Langs het bezinningspad stonden teksten uit de ‘zalig predikingen’. Dan krijg je zoiets als: “Zalig zijn de armen van geest, want zij zullen God zien.” Ik kan er niets mee, want houdt het dan niet in dat je maar beter gewoon dom kan zijn? Misschien bekijk ik het wel te rechtlijnig, dat zou kunnen.

Toch is het ook een rare tekst, want het sluit mensen uit. Als je niet arm van geest bent kan je het wel schudden. Als ik er goed over nadenk is dat eigenlijk wel wat kerken doen: Mensen uitsluiten, of hele volkeren uitsluiten. Best een beetje eng.

IMG_5858

Op het laatste deel van het bezinningspad werden wij begeleid door Schlagermuziek. Het geluid kaatste tegen de heuvels en de muziek galmde door het dal. Weg rust, weg bezinning, welkom ergernis. Want ja, als ik eerlijk ben ergerde ik me aan deze herrie. Mijn lief ook hoor, dus we konden onze ergernis bij elkaar kwijt. Soms verdween de muziek weer, of klonk het ineens veel verder weg. Misschien heeft de moderne pelgrim hier behoefte aan, wie zal het zeggen.

Dronken

dronken

Giechelend rolden de twee vrouwen over de straat. We zagen het gebeuren toen we naar het hotel terug liepen. Wij moesten licht klimmen en zij daalden waardoor één haar evenwicht verloor. De ander probeerde haar staande te houden met als resultaat dat ze beiden vielen.

Bij het hotel bestelden wij een drankje. Op het terras praatten we nog na over het pelgrimspad wat wij gelopen hadden. Het was een prachtige wandeling die aan het eind begeleid werd door Schlagermuziek. Deze kwam van het festival wat wij totaal over het hoofd hadden gezien. Het gaf een wat vreemd gevoel om over het bezinningspad te wandelen terwijl de Schlagermuziek door het dal galmde.

Een stel dronken jonge vrouwen kwam het terrein van het hotel op zwalken. Ze liepen het hotel in om er later weer verdwaasd uit te komen. Giechelend keken ze om zich heen, geen idee hoe ze in het centrum moesten komen.

Van een hotelgast begrepen wij dat dit een vrij normale gang van zaken was in het weekend. Veel dronken lui denken dat het hotel een passage is naar het centrum. “Ze lopen soms helemaal door naar de keuken of gaan gewoon de trap op”, liet hij weten.

Na het diner liepen wij nog een rondje. Achter ons liep een groep zeer luidruchtige mensen. Ook al dronken. Een beer van een vent verloor zijn evenwicht en viel languit op straat. De rest viel vervolgens bijna om van het lachen.

Mijn lief en ik hadden een heerlijk weekend in Willingen. De omgeving is daar heel mooi, we hebben heerlijk gewandeld. Alleen dat gedoe met die dronken lui had voor ons niet gehoeven. Ik heb helemaal niets met dronken mensen. Sterker nog, ik heb er een hekel aan, zelfs als ze een plezierige dronk over zich hebben. Zelf drink ik gerust een glaasje wijn, maar daar blijft het dan ook bij.

We gaan vast nog eens terug naar deze omgeving. Dan zoeken we een hotel in één of ander verlaten gat. Heerlijk lijkt me dat. Voorlopig gaan we volgende week kamperen in Zeeland op een zeer rustige boerenkamping, waar weinig te beleven valt. En weet je, dat vinden wij juist fijn.

Smachten naar een frietje

IMG_5770

Afgelopen vrijdag zijn mijn lief en ik om het Tjeukemeer gefietst. Het was voor het eerst in vier weken dat we weer iets samen konden ondernemen wat langer duurde dan een stukje wandelen door Emmeloord. Het was mooi meer, niet te warm en ook niet te koud. Precies goed dus.

“Nemen we brood mee voor onderweg of niet?” Het had ‘s morgens nog geregend en ik bedacht dat alle bankjes die we onderweg zouden tegenkomen, waarschijnlijk nog nat zouden zijn. “Weet je wat? We stoppen onderweg bij een snackbar en gaan lekker een patatje eten.” Soms kan ik daar gewoon zin in hebben. We eten dat vrijwel nooit en dan is het zo’n enkele keer gewoon een traktatie.

IMG_5771

Rond enen reden we door een dorpje waar de snackbar open was. Mijn lief bestelde een friet met satausees (ja zo noemen wij dat, dat klinkt chinezer, dus lekkerder) en een friet speciaal. Voor mij een Kwekkeboom kroket erbij en voor hemzelf een bamischijf. We namen alvast plaats op het terras aan één van de picknicktafels. Op de weg langs de snackbar stond een file vanwege de brug die open was. Elke vijf minuten kwam er zo ongeveer een boot en ging de brug open. Dus er stond ook elke vijf minuten een flinke rij auto’s.

Onze friet werd gebracht en we zaten er net heerlijk van te smullen toen voor de zoveelste keer de brug open ging. Weer een flinke rij auto’s en uit één er van stapte een man die doelbewust onze kant uit kwam. Een flinke grijns op zijn gezicht en heel joviaal zei hij ons gedag. Mijn lief en ik dachten allebei dat hij ons de weg kwam vragen. “Goeiemiddag! Mijn vrouw zit te smachten naar een frietje”, zei hij tot mijn verbazing. Mijn lief stak hem een frietje toe en lachend liep hij terug naar de auto. Hij stapte in, de brug ging weer naar beneden, hij startte de auto stak z’n duim op en naast hem zagen wij zijn vrouw lachend naar ons zwaaien.

Eenmaal op de fiets zei mijn lief: “Goh, ik had die man eigenlijk wel twee frietjes kunnen geven, had hij er zelf ook van kunnen genieten”.

De Deventer Boekenmarkt

IMG_5754

Ik had me er op verheugd om samen met mijn lief naar de Deventer Boekenmarkt te gaan. Het was alweer heel wat jaren geleden dat ik daar voor het laatst was. Soms viel het in mijn werkweekend, maar soms ook op de verjaardag van mijn vader.
Mijn lief was er nog niet eerder geweest, en ook hem leek het leuk om hierheen te gaan.

Uiteindelijk ging ik alleen, want die dag bleek de laatste dag te zijn dat de kinderen van mijn lief bij ons waren. Naar de Deventer Boekenmarkt ga je niet voor een uurtje en bovendien is het een uur heen en een uur terug rijden. Ik was wat teleurgesteld en bedacht dat ik dan maar niet zou gaan, tot ik mezelf door elkaar schudde en besloot om gewoon te gaan. Uiteindelijk zag ik mezelf daar niet rondlopen met twee mopperende pubers die “mee moesten”. Die tijd heb ik wel gehad.

Rond half tien vertrok ik richting Deventer en besloot mijn auto aan de overkant van de IJssel, gratis, te parkeren en voor € 1,50 kon ik met het pontje heen en weer. Een drukte van belang, alleen al bij het pontje. En dan al die boekenkramen, je zou er hebberig van worden. Dat werd ik dan ook. Mezelf kennende had ik geld gepind en dat bedrag mocht ik uitgeven aan boeken en versnaperingen. Het was ook schoon op aan het eind van de dag.

Binnen een half uur had ik al twee boeken gekocht. Scandinavische thrillers, die lees ik graag. Trouwens ook de dvd series hiervan vind ik geweldig. Die lenen mijn lief en ik in de bibliotheek. Verder staat de televisie, behalve voor het journaal, nauwelijks aan.

In een straatje achteraf vond ik een leuk restaurantje waar ik koffie met appelgebak bestelde. Op een bankje, met mijn gezicht naar de zon, genoot ik van deze traktatie. Daarna slenterde ik de boekenmarkt weer over. Sommige kramen waren zo druk bezocht dat je in de rij stond voordat je een blik op de boeken kon werpen. Dat gaf niets, tenslotte weet je maar nooit of je precies bij die kraam je slag kon slaan.

Hele series van “Gouden boekjes” kwam ik tegen. Die boekjes had ik als kind zelf en ja hoor “Kika kuiken” zat er ook tussen. Ik heb even staan twijfelen of ik het aan zou schaffen. Leuk voor mijn kleinkinderen misschien. Er bleek een aardig prijskaartje aan te hangen, dus legde ik het weer terug. Als mijn kleinkinderen zover zijn dat ze komen logeren leen ik wel wat boeken voor ze in de bibliotheek.

 

IMG_5665

Mijn maag rommelde, maar eerst wilde ik in de Grote Kerk de expositie van amateurschilders bekijken. Er zaten prachtige werken tussen en ik bedacht dat dit een soort collega’s van mij zijn. Zou ik best ook eens willen, een werk exposeren. Dan moet ik eerst maar eens een groot doek beschilderen. Ben ik nu trouwens ook mee bezig, maar dat komt in de kamer van mijn ouders te hangen.

IMG_5757

 

 

In de kerk zat iemand piano te spelen. Hé, nog een soort collega. Met mijn lunch ben ik in zijn buurt gaan zitten en luisterde naar de voortkabbelende pianomuziek. Die lunch was trouwens niet verkeerd. Een pistoletje met zalm en een kop koffie. En dat voor € 4,50. Dat was me in een restaurant niet gelukt. Zo hield ik geld over voor boeken. Tegenover me zat een man op een kartonnen ligbank. Joviaal groette hij me en zei dat de bank lekker zat en hij even wilde weten of de boel niet in elkaar zou storten als hij ging zitten.

IMG_5552

Ik sloeg mijn slag en kocht voor mijn lief een exemplaar van “Olivier B bommel”als je begrijpt wat ik bedoel. Mijn schilderij van heer Bommel hangt aan de schuurmuur. Mijn lief is fan van hem. Iets wat hij van zijn vader heeft.

Uiteindelijk vond ik ook nog een boek waarin heel goed beschreven staat hoe je aquarelleert. Iets wat ik tot nu toe een kliederboel vind als ik dat probeer. Misschien lukt het me met de instructies van dit boek, hoewel mijn voorkeur op dit moment naar acrylverf uitgaat.

Uiteindelijk zat ik om half vier in de auto met zeven boeken die ik voor het door mijzelf vastgestelde budget had kunnen kopen. Nu nog de boekenkast verbouwen en voor de zoveelste keer heb ik me voorgenomen dat ik geen boeken meer koop. Alleen nog maar lenen in de bibliotheek.

Misschien kunnen mijn lief en ik volgend jaar samen naar de Deventer Boekenmarkt, als ik dan tenminste niet werken moet of de verjaardag van mijn vader op die dag valt.

Ik ben dement en ik weet het

Niets is wat het lijkt

“Vanmorgen had ik mijn kleindochter met haar kind op bezoek. Mijn achterkleinkind dus. Ik weet alleen niet meer bij wie mijn kleindochter hoort. Weet u, dat komt doordat ik dementeer en het lijkt wel steeds erger te worden”, zegt ze verontschuldigend tegen de bewoners waarmee ze aan tafel zit.

“Dat geeft niks hoor, ik vergeet ook wel eens iets”, geeft één van hen als antwoord.

Geen tijd

NAH

“Heb je nog was die opgevouwen moet worden?” En weer haalt één van ons een wasmand vol handdoeken. Die halen we dan eerst uit elkaar, want ze komen gevouwen en wel van de wasserij. Het lijkt een beetje alsof we haar voor het lapje houden, maar zij is er helemaal blij mee. Ze voelt zich nuttig.

Rond lunchtijd wil ze alweer was opvouwen.

“We gaan straks eten en bovendien staat de wasmachine net aan, dus het duurt nog even voordat er weer was is om op te vouwen. Maar weet je wat, na het eten gaan we sokken sorteren.

De sokken worden in netten gewassen en komen ook weer in diezelfde netten terug op de afdeling. Alles zit door elkaar en vaak zoeken we dit samen met wat bewoners uit. Gezellig met z’n allen om de tafel en ieder een berg sokken. Er gaan soms dagen voorbij dat we hier niet eens aan toe komen, dan stapelt het flink op.

“O, maar dan moet ik sokken bij elkaar zoeken hè?”

“Ja.”

“Nou daar heb ik allemaal geen tijd voor hoor!”

 

Geld naar de Grieken

dementie

Geld naar de Grieken

 

“Heb ik het al verteld?” vraagt ze, terwijl ze achter me aan trippelt in haar rolstoel.

“Ja, je hebt je spaargeld naar Griekenland overgemaakt.”

“Wist je dat dan al, heb ik dat al eerder verteld? Vind je dat niet vervelend?”

“Ja je hebt het me gisteren ook verteld, maar dat geeft niet hoor. Maar waarom heb je dat geld eigenlijk overgemaakt naar Griekenland?”

“Ze krijgen daar maar één boterham per dag. Dat zag ik op televisie. Dat is toch schandalig! En moet je dan dit grote huis zien. Er woont hier maar een handjevol mensen. Dat geld hadden ze ook beter naar Griekenland kunnen brengen.”

“Dit is wel een groot huis, maar er wonen ook heel veel mensen.”

“Waar zijn die dan. Ik zie niemand.”
“De meeste zijn nu aan het eten, maar er zijn er ook die in hun kamer zitten. Niet iedereen sjouwt de hele dag over de gang.”

“O, dat wist ik niet. Dan is het wat anders. Maar weet je wat ik net hoorde? Dat het geld allemaal naar de hoge heren is gegaan in Griekenland. Dat is toch schandalig.”

“Ik denk dat jouw geld wel goed terecht is gekomen hoor. Ze krijgen daar nu vast meer dan één boterham per dag.”

“Weet je wat ik ook laatst op televisie zag? Dat ze met heel veel in een soort kuil zitten die vol met water zit. Alleen hun hoofden komen er nog bovenuit.”
“Dat is wel vervelend voor die mensen, maar aan de andere kant zijn ze dan wel meteen schoon.”
“Ach mens, klets niet zo stom”, en ze draait haar rolstoel en klampt de volgende aan met haar verhaal.