Monthly Archives: June 2016

Zijn leven in een notendop

Zijn leven in een notendop

Hij stond naast me bij de bakker en deed de broden in zijn tas. “Wat een keus hè?”

“Inderdaad. Dat was vroeger niet zo.”

“Nee, toen had je tarwe wit of bruin.”

“Ik probeer regelmatig een ander brood. Vind ik het niets, dan weet ik dat”, liet ik hem weten.

Vandaag had hij een ‘hoog’ brood moeten kopen, want dat kon zo lekker in het broodrooster. Zelf hield hij daar niet van, maar zijn vrouw wel.

Deze week was het brood hard gegaan, terwijl ze maar met z’n tweeën zijn. “Maar ach, u weet hoe dat gaat hè? De kinderen komen langs en eten dan een broodje mee. Fijn leek me dat, kinderen die zo dichtbij wonen dat ze onverwacht langskomen. Niets bleek minder waar.

“Moeders werd deze week tachtig en mijn dochter was speciaal, met haar gezin, overgekomen uit Detroit.” Hij vervolgde zijn verhaal en zijn andere dochter bleek met haar gezin op Aruba te wonen. Zij had bovendien een dochter die was gaan studeren in Manhattan, meen ik.
“Goh, dan ziet u uw kinderen niet vaak en uw kleinkinderen hebt u dus ook niet zien opgroeien.”

De man beaamde dit en vertelde dat ze wel bij de geboorten van de kleinkinderen de reis naar amerika en aruba hebben gemaakt. Maar inderdaad heeft hij veel van het groot worden van zijn kleinkinderen gemist. “Kon u daaraan wennen?” Ach veel keus had hij niet, want het was nu eenmaal zo.

“We wonen al zestig jaar in de polder. Tot voor kort in Ens, maar mijn zoon woont in Emmeloord, in een verpleeghuis. Hij heeft MS en is rolstoelgebonden. Mijn vrouw en ik zijn zijn mantelzorgers en al dat heen en weer rijden brak ons op. Nu wonen we in Emmeloord. We wonen hier heerlijk, hebben een appartement op de begane grond, zodat we ook nog een leuk stukje tuin hebben.

Ik ga weer naar moeders en straks gaan we in het zonnetje zitten, als die tenminste gaat schijnen vandaag. Nog een fijne dag vandaag.”

Ik wenste hem hetzelfde en langzaam liep ik terug naar mijn lief die bij de supermarkt onze boodschappen afrekende.

Advertisements

Manipuleren

manipuleren1

Vijfendertig jaar geleden, tweeëntwintig was ze,  lag ze in het ziekenhuis met een zwangerschapsvergiftiging. Haar bloeddruk was veel te hoog, er zat eiwit in haar urine, ze hield vocht vast en het kindje groeide niet meer. Rust moest ze houden voor het kind wat in haar groeide, maar ook voor zichzelf. Ze was in goede handen, en ze was eerlijk gezegd blij dat alles zo goed onder controle werd gehouden. Het enige wat ze deed was verder borduren aan de meetlat voor de kinderkamer en een beetje lezen. Zelfs naar het toilet mocht ze niet. Er stond een postoel naast haar bed die ze moest gebruiken.

Vrijwel alle dagen kwam haar schoonmoeder op bezoek. Elke keer als zij haar binnen zag komen was ze teleurgesteld. Weer niet haar eigen moeder en die had ze liever om zich heen gehad. Haar schoonmoeder vertelde haar dat haar moeder het druk had met haar eigen moeder. Dat begreep ze wel, want oma was wat moeilijk en was ook al jaren alleen. Verder dacht ze er maar niet te veel over na. Wat ze niet wist was dat haar schoonmoeder de boel op een vreselijke manier manipuleerde.

Haar moeder wist niet beter dan dat haar dochter geen bezoek mocht hebben. Dat werd haar verteld door de schoonmoeder van haar dochter . Rust moest haar dochter houden en bezoek was taboe. Maar zij zou haar wel op de hoogte houden, want haar zoon, de aanstaande vader, mocht uiteraard wel op bezoek.

Jaren later vertrok haar moeder voor twee jaar naar het buitenland. Bellen was duur en internet bestond nog niet, dus emailen was er niet bij. Ze schreven elkaar en op één of andere manier kwam toen het manipulatieve gedrag van haar schoonmoeder aan het licht.

En nu, 35 jaar later, begrijpt ze van zichzelf nog steeds niet waarom ze haar schoonmoeder niet geconfronteerd heeft met dit gedrag. Zelfs de vraag waarom ze dit zo had gedaan heeft ze niet gesteld. Was het omdat haar schoonmoeder dacht dat haar schoondochter dan de voorkeur aan haar zou geven boven haar eigen moeder? Was het omdat haar schoonmoeder zelf jarenlang geen contact met haar eigen schoonmoeder heeft gehad en was ze bang dat ditzelfde haar zou overkomen.

Allemaal vragen die ze haar nu niet meer kan stellen, want een paar jaar geleden is zij, inmiddels haar ex schoonmoeder, overleden. Met terugwerkende kracht is ze boos dat ze dit zo over haar kant heeft laten gaan.  Als ze het over kon doen zou ze het contact met haar schoonmoeder verbreken en tegen haar man zeggen: “Ga jij maar lekker alleen naar je moeder. Neem de kinderen gerust mee, maar val mij er verder niet mee lastig. Ze heeft mij te veel pijn gedaan.”

Hoe onze vaatwasser een oven werd

Hoe onze vaatwasser een oven werd

Eerlijk gezegd wilde ik nooit een vaatwasser. Ooit, toen mijn kinderen nog jong waren, vond ik dat ze moesten leren afwassen. Bovendien heeft het iets gezelligs om samen de afwas te doen. Niet altijd natuurlijk en al helemaal niet toen ze gingen puberen. Toch gaf het vaak de gelegenheid tot een gesprekje. Iets wat met de komst van een vaatwasser ineens over bleek te zijn.

Tja, ook ik kreeg een vaatwasser. Die stond nu eenmaal in het huis wat mijn ex en ik kochten. Weg was de saamhorigheid tijdens het afwassen. Gedoe ontstond over wie het ding in- of uit zou ruimen. En dan de conclusie dat niet altijd alles er in paste. Mijn ex was nogal luidruchtig van aard en het inruimen van de vaatwasser leek een soort veldslag als hij hiermee bezig was.

Na mijn scheiding verhuisde ik naar de woning boven de slagerij. Tja, logisch misschien, maar de slager had bedacht dat een vaatwasser een onmisbaar ding was en ook daar stond een exemplaar ingebouwd. Ondankbaar als ik soms kan zijn, was ik hier niet blij mee. Liever had ik een extra kastje gehad, want veel kastruimte had ik daar niet.

Na verloop van tijd leerde ik mijn lief kennen en ook hij had een vaatwasser. Ondertussen had ik leren leven met dit fenomeen en ook in het huis waar we nu wonen stond er één. Aha, maar deze gaf onlangs de geest. Hij deed het gewoon niet meer. De eerste paar keer konden we ‘m nog resetten en dan ging hij protesterend weer aan de gang, tot hij het op een avond wel welletjes vond. Hij ging in staking en bleef in staking, zodat wij samen aan de afwas gingen. En ja hoor, zoals ik al dacht, het bleek gezellig te zijn om samen af te wassen. Maar wat te doen met die vaatwasser? Er uit halen en een kastje van maken leek wat onzinnig. In deze keuken is zoveel kastruimte dat er delen van kasten niet helemaal gevuld zijn.

Tijdens onze vakantie in Engeland wist ik het. In de stacaravan, zo’n luxe die je eigenlijk chalet zou moeten noemen, was een oven ingebouwd. Gewoon zo’n fijne grote oven waar je grote ovenschotels in kan maken, maar ook een plaatpizza in kan bakken. Niet dat ik dat daar allemaal gedaan heb, welnee, we hielden het een beetje simpel met koken. Maar het zette mij wel aan het denken. In ons vorige huis hadden wij ook een grote oven en regelmatig kwam daar die plaatpizza uit vandaan. Na de verhuizing moesten wij ons behelpen met een combimagnetron. Dat is eigenlijk net niets. Je kan er een kleine ovenschotel in bereiden, maar toen ik laatst bedacht dat ik er twee cakes tegelijk in wilde bakken kon ik dat op mijn buik schrijven. Het paste wel, maar het plateau draaide niet meer.
Het was dus in Engelend dat ik bedacht dat er op de plek van de vaatwasser een oven moest komen. Mijn lief vond het prima, die heeft gelukkig ook geen hekel aan afwassen.

In de folder van Scheer & Foppen stond een aanbieding. “Oven, inbouwen gratis”. Wij daar naar toe, waar een jonge, wat slome, verkoper ons te woord stond. Het leek voor hem niet te bevatten dat er mensen waren die in plaats van een vaatwasser een oven wilde. Misschien dat het daardoor even duurde voordat het tot hem doordrong dat wij het meenden. Verder wist hij ook niet of dit allemaal wel kon. Er zou ingemeten moeten worden. Hij maakte de order aan en liet weten dat wij de volgende dag gebeld werden om een afspraak te maken. Op vrijdag, om vijf uur kwam er iemand inmeten. Mijn lief zorgde dat hij om vijf uur ‘s middags thuis was. Al wie er kwam, geen inmeetman. Dan maar bellen naar Scheer & Foppen. Afspraak? Welke afspraak? Niemand wist iets van deze afspraak. De medewerker zou het uit gaan zoeken en dan op maandag terug bellen.

Die maandag was ik, na mijn werkweekend vrij en wij besloten te gaan fietsen. Gsm mee, want er kon gebeld worden. Werden wij gebeld? Welnee, het was al na vieren toen wij Emmeloord weer inreden en mijn lief ging meteen door naar Scheer & Foppen. Daar werd hij netjes te woord gestaan en er werd een afspraak gemaakt voor woensdag. Om zeven uur ‘s morgens zou mijn lief een sms’je krijgen met het tijdstip waarop ingemeten zou worden. Bah, zeven uur ‘s morgens en dat op mijn vrije dag. Ik werkte die week zo’n beetje om de dag. Het is altijd fijn als je vrijdag, zaterdag en zondag gewerkt hebt, dat je dan op dinsdag, donderdag en vrijdag ook weer aan de bak. mag.

Het sms’je kwam en tussen één en drie zou er ingemeten worden. Tot mijn verbazing, ik was net aan het schilderen geslagen, stonden de inmeetmannen al om elf uur voor de deur.. Ze waren wat vroeg, hadden tijd over en hoopten dat wij thuis zouden zijn. Mijn lief was de deur uit, maar kwam gelukkig op tijd om nog even te overleggen. De vaatwasser kon uitgebouwd worden en de oven waarschijnlijk wel ingebouwd. Er waren wat problemen over de hoogte, want de oven was lager dan de vaatwasser. Mijn lief vond dat geen probleem, volgens hem stond zo’n ding op uitschuifpootjes. De inmeetman twijfelde of die pootjes lang genoeg waren. Opnieuw had mijn lief hier een oplossing voor, dan maakte hij toch een plateautje op hoogte. Dan was het opgelost. Desnoods bouwde hij dat ding zelf wel in.

Dat nam de inmeetman erg letterlijk. Het inbouwen èn het uitbouwen werd, zonder ons medeweten, geschrapt.

Vrijdag kwam er een telefoontje, de oven was onderweg. Het ding werd afgeleverd en de beste man had hier precies negen minuten de tijd voor. Nee, hij ging de vaatwasser niet uitbouwen en ook de oven niet inbouwen. Dat stond niet op zijn order. Hij hoefde het ding alleen maar af te leveren.

Bij mijn lief kwam, na dit zoveelste communicatieprobleem, het stoom uit de oren. Boos belde hij naar Scheer & Foppen om te vragen hoe dit nu weer kon. Tja, hij had aangegeven dat hij het zelf wel ging doen. Of de vaatwasser dan wel opgehaald kon worden. Natuurlijk, maar niet op die dag zelf. Op zaterdag zouden ze wel iemand langs sturen. Mijn lief belde ze later die dag weer terug, want we hadden plannen voor die zaterdag. Of het ook op maandag kon. Natuurlijk kon dat en zo staat het hele weekend de vaatwasser bij ons in de kamer.

Mijn lief bouwde de vaatwasser uit. Een werkje van een minuut of vijf en ging daarna naar de bouwmarkt om materiaal te halen voor het plateautje. Hij ging aan het werk en toen ik thuiskwam was het bijna klaar. In de kamer stond de vaatwasser en verderop, vlak bij de keuken stond de oven. Die moest alleen nog even op zijn plek getild worden.  Tillen? Ik begon er even niet aan vanwege de spier in mijn schouder en ergens bij mijn heup. Die voelen niet helemaal fijn aan, wat overigens geen wonder is, want werken in de zorg valt in de categorie “zwaar werk”.

De buurman kwam helpen en samen tilden ze de oven op z’n plek. Prachtig, gratis ingebouwd door mijn lief. Hij zou zo aan de slag kunnen bij een keukenboer.

Gisteravond heb ik de oven uitgeprobeerd. Nee, niet meteen met die plaatpizza, want daar had ik de ingrediënten niet voor in huis. Ik ben een boterkoek gaan bakken en dat lukte prima.

Zo gaan wij dus weer vaatwasserloos door het leven en dat bevalt prima.

Stiekem bonbons eten

bonbons

Na de lunch is de toiletronde en samen lopen we naar haar kamer. Ze heeft een resistente bacterie in haar blaas en mag alleen gebruik maken van de postoel in haar slaapkamer. 

Als ze zit zegt ze: “Wilt u een chocolaatje?” Dat vroeg ze laatst ook, maar toen ze klaar was met plassen was ze de vraag alweer vergeten. Deze keer niet en ze pakte een doos bonbons van haar nachtkastje. “Deze heb ik van mijn zoon voor mijn verjaardag gekregen.” Ze deed de doos open. ik pakte een bonbon en vroeg haar of ze de doos niet mee wilde nemen om er van uit te delen in de huiskamer. “Lekker voor bij de thee straks.” Ze bleek dat niet van plan te zijn. Ik mocht er één en ze nam er zelf een.

In de gang begon ze te giechelen: “Mijn mond is nog lang niet leeg. Straks zien ze dat ik een bonbon in mijn mond heb.” Ik schoot in de lach en zei: “Gewoon niets zeggen, dat merkt niemand het en kan u ‘m gewoon stiekem opeten.

Dorst

bang

Ze verzamelt van alles in haar tas: Washandjes, theelepeltjes, kopjes, schoteltjes en noem maar op.

Alles kan ze gebruiken. Ik maak er wel eens een grapje over en zeg dat ze haar uitzet bij elkaar spaart.

Ze staat in de toiletruimte, haalt het kopje uit haar tas en schept hiermee water uit de toiletpot. Uiteraard grijpt één van ons in. Verontwaardigd kijkt ze op alsof ze wil zeggen: “Kom zeg, ik heb gewoon dorst”.

Nogmaals Fiene

flauwekul

Ze was ongedurig vanmorgen en had nergens tijd voor. Haar handen stonden niet stil en deden hun werk. Rijgen, spelden in de stof steken, pluisjes wegplukken etc. Tijd om te eten had ze daardoor niet. Na een paar keer te hebben aangedrongen gaf ik de moed op. Haar medicijnen had ze naar binnen, samen met een klein schaaltje appelmoes.

Later deze ochtend probeerde ik nog een keer een beetje pap. Nog steeds was ze te ongedurig en ook drinken wilde niet. Uit de bijgehouden lijsten was ook gebleken dat haar hongergevoel pas na elven begint te spreken, dus wat nu gebeurde klopte wel.

Tegen lunchtijd zei een collega dat Fiene naar de andere afdeling was getrippeld. Ik besloot haar daar op te zoeken, zodat ik haar de medicijnen van 12.00 uur kon geven. Al gauw had ik haar gevonden: “Fiene, ik was je aan zoeken, maar je ben hier dus.” Ze keek op en ik zag de opluchting over haar gezicht glijden. Ze strekte beide armen over het werkblad naar me uit en begon bijna te huilen. Ik hurkte bij haar stoel en deed mijn armen om haar heen. “Wist je niet meer waar je was?” Ze schudde haar hoofd en ik nam haar mee terug naar de afdeling.

Fiene – vervolg

Het is al waflauwekult later op de avond en ze zit op de bank, tegen haar man aan, te slapen. Ik kom aanlopen met haar medicijnen en hoor haar man zeggen: “Kijk, daar is de zuster al”, en hij vertelt zijn zoon en schoondochter dat dit die zuster is waarvan het kleinkind ook Fiene heet.

Ik ga op mijn hurken voor Fiene zitten en trek haar aandacht door haar naam te noemen. Ze neemt haar medicijnen in. Ik vertel haar echtgenoot dat ik de vorige dag tegen haar zei: “Fiene, kijk eens naar oma”. Ook nu kijkt ze weer op en buigt naar voren om me een kusje te geven. Haar man lacht om wat er gebeurt en ik vertel hem dat mijn kleindochter drie jaar is en rood haar heeft. Hij vertelt dat zijn vrouw haar haar vroeger ook rood was.

Wat een overeenkomsten tussen mijn driejarige kleindochter en deze oude vrouw. Het enige verschil is, is dat ik mijn kleindochter al acht maanden niet gezien heb, maar dat vertel ik niet.

Fiene

flauwekul

Ze is nog niet zo lang geleden bij ons komen wonen en heeft een vorm van dementie die ontstaan is door de ziekte van Parkinson. Dat is weer een hele andere vorm met andere symptomen.
Wij moeten aan haar wennen en zij aan ons. We merken wel dat ze ons begint te herkennen, of misschien is het onze manier van omgaan met haar die zij herkent.

Vroeger was ze naaister en de hele dag zijn haar handen bezig. De ene keer zie je dat ze bezig is om een draad door de naald te krijgen. De andere keer maakt ze bewegingen of ze stof aan elkaar rijgt. Verder raapt ze de hele dag kleine dingetjes op die wij niet zien. Niet alleen van het werkblad van haar rolstoel, maar soms ook van de grond. Dan hangt ze schuin over de leuning van haar rolstoel en heeft ze het zo druk dat ze geen aandacht heeft voor andere dingen. Hierdoor is eten vaak een groot probleem.

Inmiddels hebben we ontdekt dat ze liever koude dingen eet dan warme. Als we met warme pap bij haar komen trekt ze een vies gezicht. Geven we diezelfde pap koud, dan gaat het eten beter. Hele lijsten houden we bij van wat ze eet, wie het haar gaf en wat de omgevingsomstandigheden waren. Waren er veel prikkels, zat ze gewoon aan tafel met de anderen of had ze apart gezeten. We moeten het wel zo doen om een bepaalde lijn in haar eetgedrag te ontdekken.

Als we haar bij haar voornaam noemen reageert ze op ons. Fiene heet ze en het is voor mij een aparte gewaarwording als ik haar help met eten. Ik heb namelijk een kleindochter die Fiene heet. Als ik haar help met eten zeg ik bij iedere hap die ik haar wil geven: “Fiene, kijk eens naar me.” Dan heb ik haar aandacht omdat ze dan inderdaad naar me kijkt. Vervolgens vraag ik of ze haar mond open wil doen. Wijd open en dat doe ik dan ook nog voor. Het is een manier die werkt. Vanmorgen was het een karweitje waar ik veel geduld voor nodig had. Ineens zei ik tegen haar: “Fiene, kijk eens naar oma!”. Ze keek op en glimlachte naar me. Dat doet ze niet vaak. Ik aaide haar over haar bol en zei: “Tja, mijn kleindochter heet ook Fiene en ik ben haar oma. Jij heet net zo, daar was ik even door in de war.” Ze keek me nog eens aan, boog naar voren en gaf me een zoen op mijn wang.