Hele normale mensen

hele normale mensen

Zoals je al eerder kon lezen raak ik weer aardig uit de knoop. Het gekke is echter dat ik nog steeds niet goed kan schrijven over mijn  leven. Net alsof er even niets is wat de moeite waard is, omdat er iets is dat erg veel ruimte in mijn hoofd inneemt. Ik heb het redelijk los kunnen laten en ben zelfs van de week, voor het eerst sinds een half jaar, weer een kabouter Pim verhaal gaan schrijven. Ook dat proces stond stil en dat vond ik toch wel wat jammer.

Het nam niet alleen veel ruimte in bij mij, maar ook bij mijn moeder. Zelfs zo erg dat ze er lichamelijk klachten door kreeg en naar de dokter moest. Vorige week ben ik nog met haar mee geweest toen ze een MRI scan moest laten maken. De klachten zijn inmiddels zo goed als verdwenen, maar doordat ze zo met het probleem bezig was raakte ze aardig gestrest. Toen ze besloot om het los te laten kwamen de lichamelijke klachten. Dat gebeurt als al die adrenaline uit je lijf verdwijnt.

Een medeblogster  loste het ‘niet-schrijven’ probleem op door een fotoblog te maken. Een grandioos idee. Ook ik ben gaan zoeken naar iets over mijn eigen leven waar ik wel over kan schrijven en zo kwam ik op ons soms wat uitzonderlijke taalgebruik:

“Soeie sroen”, afkomstig van het leren praten van mijn kleindochter die aanvankelijk de G niet uit kon spreken, waardoor “groen” veranderde in “sroen”. Wij zochten een kleed met een bepaalde kleur groen er in. Tijdens onze kleedjesjacht riepen mijn lief en ik regelmatig tegen elkaar: “Nee, dat is niet de soeie sroen!” En nog gebruiken wij dit vaak om aan te geven of we iets mooi of juist niet mooi vinden. Maakt niet uit of het groen is, dat is daar ondergeschikt aan.

“Sappelesie”, komt van mijn zoon toen hij een jaar of drie was. Als ik een boodschappenlijstje stond te maken vroeg hij: “Sappelesie?”. Uiteraard doen ik nog steeds boodschappen met een sappelesie.

“Allemaal jegen op kaiwaam”, is een uitspraak van de oudste dochter van mijn lief toen ze nog klein was. Dan regende het hard op haar raam. Wij zeggen dit tegen elkaar als we in de auto zitten en het begint te regenen.

“Vindt ze niet mooi, doet ze niet aan”, zeg ik als ik op kledingjacht ben en niets leuks kan vinden. Ook deze uitspraak is van de oudste dochter van mijn lief.

“Satausees bij?”, komt van mijn jongste dochter. Die gooide wat letters door elkaar toen we satesaus hadden bij de nassi. Het leuke is dat satausees veel chinezer klinkt dan satesaus. Het smaakt ook lekkerder hebben wij ontdekt.

“Jamonaise”, eten wij bij de patat sinds mijn kleindochter de mayonaise zo noemde toen we bij Burger King gingen eten.

“Isse niet eng, isse donker”, komt van mijn andere kleindochter. Het was donker, de gordijnen waren niet dicht. Ze keek naar buiten en kwam vervolgens tot deze mooie conclusie. Wij kijken graag naar Scandinavische thrillers. Die zijn best spannend en eng en op zo’n moment zeggen wij “Isse niet eng, isse donker”. Ik kan je vertellen dat zo’n thriller dan ook meteen minder eng is.

“Kedonnolds! We gaan bij Kedonnolds eten”, juichte mijn kleindochter. Sindsdien gebruiken wij het als krachtterm of om aan te geven dat we ergens heel enthousiast over zijn.

“Mei sie” is een uitspraak van mijn lief. Hij zegt vaak meisie en laatst kwam er achteraan. Ja, jij bent mei sie. Waarop ik enthousiast uitriep: “Ja, ik jouw sie”.

“Dees en Lelle” is van mijn kleindochter. Als zij het over zichzelf had, zei ze “dees”. Haar broertje heet Jelle, maar je J was lastig om uit te spreken, dus Jelle werd Lelle. Inmiddels kan ze de J goed uitspreken en doet dat ook bij alle woorden die met die J beginnen. Alleen Jelle blijft Lelle, behalve als een ander dit zegt. Dan kijkt ze verbaasd op. Nu gebeurt het regelmatig dat ik iets zie en dan zeg: “Kijk,  dees bedoel ik”. Steevast komt er dan achter aan: “Ja, en Lelle”.

En dan de laatste, die is nog niet lang geleden ontstaan: “Weeteniet” en dan lekker dom en lijzig uitgesproken. Ik heb nogal eens de neiging om dingen aan mijn lief te vragen die hij niet kan weten. Gewoon  omdat het dan gaat over het verloop van een film. Of omdat ik tijdens een vakantie vraag: “Wat zou dat zijn?” Allemaal dingen die hij niet eens kan weten. Dan krijg ik dus dat dommig en lijzig uitgesproken “Weeteniet” als antwoord.

Ik vraag me af hoe één van de dementerende ouderen zou reageren wanneer ik dat als antwoord geef op de vraag: “Waar moet ik nu naar toe? Hoe kom ik weer thuis?” Stel dat ik dan heel dommig zou zeggen: “Weeteniet”. Misschien kijken ze dan heel verbaasd. Of ze schieten in de lach, maar het kan ook zijn dat zo iemand woest wordt.

Mochten jullie nu denken dat wij een raar zijn of een stel malloten dan kan ik jullie gerust stellen. Meestal zijn wij hele normale mensen, vooral als er anderen bij zijn. Maar soms doen we gezellig even raar en dat is best fijn. Het is echter absoluut geen reden om ons in een dwangbuis af te voeren.

Advertisements

2 thoughts on “Hele normale mensen

  1. Wat een prachtige voorbeelden van jullie eigen Familietaal heb jij hier beschreven.

    Jammer ik ben de voorbeelden uit mijn jeugd allemaal vergeten.

    Zomerse groet,

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s