Logeren

logeren

“Kom, loopt je even met me mee, dan kan je je jas even ophangen in je kamer.” “Nee, ik hou mijn jas aan, want ik moet nog naar huis. Ik wil niet in het donker terug, dat vind ik helemaal niks”.

“Je hoeft niet naar huis. Je blijft hier logeren, dat scheelt weer een hoop gereis. Zullen we toch die jas maar even op gaan hangen? Het is ook bijna etenstijd, kijk maar, de meesten zitten al aan tafel.”

Ze loopt met me mee en in haar kamer bekijken we de foto’s die op het kastje staan.

“Dat is mijn moeder”.

“Dat kan ik zien. Je lijkt op haar.”

“Ja hè? Dat zeggen ze altijd.”

“Waar is mijn jas nu gebleven?”

“Kijk, daar hangt ‘ie, aan het haakje”

Ze kijkt rond, ziet haar jas en zegt dan ongerust: “Moet ik hier slapen? Ik ken deze kamer helemaal niet”.

“U mag hier logeren. Dit is de logeerkamer.”

Opgelucht kijkt ze me aan. “O, maar dat is fijn. Ik ben toch maar alleen, er is niemand die op me wacht. Weet u zeker dat ik hier mag slapen?”

“Ja natuurlijk. We hebben de logeerkamer speciaal voor u in orde gebracht.”

Na het eten begint het hele verhaal weer opnieuw, maar gelukkig brengt het idee van logeren wat rust. Haar vertellen dat ze bij ons woont brengt haar altijd helemaal van de kook.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s