Het Aagtendorp

Aagtendorpjpg

Huilend stond haar kleine meisje naast het bed. Ze had een bloedneus en dit was niet de eerste keer. Ze nam haar bij zich in bed en kneep het neusje dicht bij het neusbotje. Hopelijk zou het deze keer niet zo lang duren. Vorige keer had ze twee keer tien minuten zo gezeten en uiteindelijk had ze een propje watten voorzien van neusspray in het bloedende neusgat gedaan. Een gouden advies van haar huisarts, maar liever wilde ze dat het bloeden vanzelf zou stoppen.

Vroeger dacht ze dat bloedneuzen bij armoedige kinderen hoorden. Toen ze zelf op de lagere school zat, zat er een meisje bij haar in de klas dat regelmatig een bloedneus had. Het meisje zag er altijd wat smoezelig uit, net alsof ze nooit in bad of onder de douche ging. Altijd vette haren die in slierten om haar hoofd hingen en ze stonk ook een beetje. Volgens andere kinderen uit haar klas had dat meisje een gaatje in haar hart. Dat kon ook niet goed zijn en misschien stonk ze daarom wel.
Nu had haar eigen dochtertje met een bepaalde regelmaat bloedneuzen. Die kreeg ze altijd als er iets spannends te gebeuren stond: Een verjaardag of een feestje en nu was de boosdoener het schoolreisje van de volgende dag. En om nu te zeggen dat haar dochtertje armoedig was? Nee, dat ging wat ver.

Het armoedige meisje woonde in het Sint Aagtendorp. Een dorp in de stad en je kon alleen via een poort het dorp in. De muur, die het dorp voor een deel omringde, grensde aan een steegje bij haar in de straat. Soms zaten er kinderen uit het Aagtendorp op de muur. Van die brutale, viezige kinderen die dan vonden dat zij niet meer door het steegje mocht lopen. Haar vriendinnetjes trouwens ook niet. Diep in hun hart waren ze allemaal bang voor die branieschoppers.

Soms sprong zo’n branieschopper van de muur zó het steegje in. Dat mocht niet. Waarom eigenlijk niet? Ze had geen idee, dat was gewoon zo. Andersom mocht wel. Niet dat ze dat wel eens deden, maar het idee dat het mocht was al spannend genoeg.

Soms ging ze, samen met vriendinnetjes, wel eens op de muur zitten. Dan bleven ze net zo lang zitten tot de kinderen uit het Aagtendorp kwamen. Pas op het laatste moment sprongen ze van de muur en renden als de wiedeweerga het steegje uit.

Op een dag zaten ze daar, met z’n vieren, en verbaasd bleven ze zitten kijken naar dat ene meisje wat tussen de rest van de kinderen van het Aagtendorp liep. Ze was heel klein, had korte benen en armen en een heel groot hoofd.

Zie je nu wel dat er rare mensen in het Aagtendorp woonden. Niet alleen armoedig, maar ook nog eens heel anders. Ze konden maar beter maken dat ze wegkwamen, want misschien was het wel besmettelijk.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s