Monthly Archives: February 2016

Meer ruimte

 

NAH

Ik heb hem, met hulp van de actieve lift, op het toilet geholpen. Het lijkt er op dat hij niet goed begrijpt wat hij daar nou eigenlijk moet doen.

“Kijk, als je zó gaat staan”, en hij beeld iets met zijn handen uit waardoor ik begrijp dat ik mijn ene voet schuin voor de andere moet zetten. Ik doe wat hij zegt en zet mijn rechter voet iets voor de linker. “Bedoelt u zo?” Ja, ik blijk het goed te hebben begrepen.

“Zie je, als je zó staat blijft het hetzelfde, maar je hebt dan meer ruimte voor de vracht.” Daarna begint hij de punt van mijn jasje om te vouwen en ziet ook daar de voordelen van in. “Zie je wel, als je dit doet heb je ook hetzelfde, maar weer meer ruimte voor de vracht.” Ik beaam dat ik het begrijp en zie tegelijkertijd dat hij erg onrustig is.

Na een poosje help ik hem weer in zijn rolstoel en pak het werkblad, wat wij tijdens onrust mogen gebruiken. “Ik doe het tafeltje weer even op uw rolstoel. Kijk, als ik het er op deze manier op zet heeft u dezelfde ruimte, maar meteen ook meer ruimte voor de vracht. En bovendien kan uw kop koffie er dan op staan.”

Hij steekt z’n duim op en zegt: “Zie je wel, wij zijn niet zo gek als we er uit zien”.

Advertisements

Bommenwerpers

flauwekul

Meestal wil hij zo lang mogelijk in bed blijven liggen en dan nog moeten we moeite doen om hem zo ver te krijgen dat hij zich wil laten helpen met wassen en aankleden. Gisteren kwam hij meteen op de rand van zijn bed zitten toen ik bij hem kwam.

“Ik zit in het vliegtuig”.

“Waar gaat u naar toe?”

“De lucht in.”

“Dat doen vliegtuigen wel vaker”.

“Ja, maar wij gaan bommen werpen en de Duitsers uit de lucht schieten”.

“O bah, wat vervelend. Aan de andere kant zijn de Duitsers wel onze vijand. Het geeft alleen zo’n rommel, al die uit de lucht geschoten vliegtuigen.”

“Ze zingen allemaal.”

“Wie?”

“Nou, iedereen in het vliegtuig.” Hij staat op en zingt uit volle borst:

 En te midden van die rommel, rommel,

 dreef de torenspits van Bommel, Bommel

En te midden van die rommel, rommel,

dreef de torenspits in ‘t rond.

Bij de tweede regel zong ik mee, waarna hij mij verbaasd aankeek. “Mijn vader zong dit ook altijd”.

“Maar ik, en hij noemt zijn eigen naam, ben wel bang.”

“U bent bang?”

“Ja, want als er een bom op ons huis valt vliegt het in de brand.”

Gladde wegen

NAH

Ze is al 94 en toen ik gisterochtend bij haar kwam zei ze: “Goedemorgen, vandaag mag ik naar huis. Mijn tijd hier zit er op, ik ga weer naar mijn kinderen.”

“Dan zal ik u eerst maar helpen met wassen en aankleden, want in uw nachthemd kan u niet naar huis.”

“Nee, dat gaat niet. Help me maar even dan kan ik straks naar huis.”

“Het heeft wel heel erg gevroren en de wegen zijn glad. Er rijden geen bussen en met de auto is het ook best gevaarlijk.”

“Dan blijf ik nog een nachtje en ga ik morgen wel naar huis.”

Leven in vrijheid

De jakkie

Aan één stuk door zat ze te jammeren dat ze niet wist waar ze was. Ze was hier nog nooit geweest en niemand wilde haar helpen. “Iedereen laat me in de steek, niemand praat tegen me. Ik kan net zo goed dood zijn.”

Wij hadden onze hele truccendoos al binnenstebuiten gekeerd, maar alles hielp maar even en meer tijd dan dat “even” hebben wij tegenwoordig eerlijk gezegd niet meer.

De andere bewoners ergerden zich aan haar gejammer. “Zo iemand hoort hier niet, die hoort op een gesloten afdeling”, zei één van hen.

Tja, dat krijg je nou als je de deuren van een gesloten afdeling open zet omdat het thema van dit jaar “Leven in vrijheid” is. Daar raakt toch iedereen van in de war.

 

Wel eten, niet eten

 

 

brein01

Ze heeft een peg-sonde. Dat is een sonde die via de huid in de maag is geplaatst. Als zij niet wil eten krijgt ze sondevoeding. Waarom ze niet wil eten is iets waar we nog niet achter zijn. Ze heeft afasie, dus praten kan ze niet. Soms lijkt het willekeur of ze wel of niet eet, maar na vanmorgen denk ik er toch weer anders over.

Gisterochtend lukte het me om haar tijdens het ontbijt een beker pap te laten eten. Alhoewel, laten eten is niet de juiste uitdrukking, ik hielp haar de pap te eten.
Vanmorgen lukte het weer. Met een hoop geduld, want zij geeft aan wanneer ze klaar is voor de volgende hap. Ik zie haar soms een keer of vier slikken na één hap. Een tijdrovend klusje dus.

Ze pikt mijn pen uit mijn jasje en voordat ze er mee kan gaan ‘tekenen’ op mijn uniform pak ik ‘m uit haar handen. Ze schiet in de lach en grijpt vervolgens in mijn andere jaszak en vist daar mijn sleutelbos uit. Nog voor ik de bos kan pakken gooit ze ‘m op de grond. En weer schiet ze in de lach.

Op een gegeven moment zitten we even hand in hand en zeg ik: “Ja, hand in hand kameraden”. En vertel er bij dat ik dat als kind verkeerd verstond en luidkeels “hand in hand karbonaden” zong.

Ze schiet in de lach en de bewoner die schuin achter mij zit begint ook te lachen. Ik draai me naar haar om en zeg dat het toch grappig is dat je als kind zomaar iets helemaal verkeerd kan verstaan. Zo zong ik vroeger ook: O dennenboom wat zijn je takken wonderschoon. Ik heb je laars in ‘t bos zien staan, etc.

Ik besteed duidelijk teveel aandacht aan iemand anders, want er wordt geen pap meer gegeten. Ze houdt haar mond dicht en draait haar hoofd weg. Ik draai mijn kruk een slag en zit nu met mijn rug naar de andere bewoner toe en zeg tegen haar: “U vond het geloof ik niet leuk dat ik met de buurvrouw in gesprek ging, dat zal ik niet meer doen.” Het duurde nog een poosje voordat ze bijgedraaid was, maar gelukkig ging zij weer eten.

 

Wat doe je als bezoek te lang blijft?

verbijsterd

Dan zeg je dat je plassen moet.

Ze hangt in haar stoel, haar ogen dicht zodat het lijkt alsof ze zich niet bewust is van haar omgeving. Naast haar zit een jonge vrouw, ze is bij haar op bezoek.

“Volgens mij moet mijn tante naar de wc”, hoor ik haar zeggen.

“Ik maak dit even af en dan zal ik haar helpen”, reageer ik.

“Gaat u mee naar het toilet?”, vraag ik. “Helpt je me dan wel?”  Natuurlijk help ik haar.

“Ach als u toch naar het toilet ga, neem ik meteen maar afscheid. Dan ga ik weer naar huis”, zegt het bezoek.

Zuster, ik moet plassen!

flauwekul

Wat doe je als je vindt dat je te weinig aandacht krijgt? Zeg gewoon dat je naar de wc moet, want dan is er altijd wel iemand die reageert.

“Zuster, help me dan toch!! Zuster, ik moet plassen!”

Met z’n tweeën hielpen wij haar naar het toilet. Eerst staan, dan draaien, broek naar beneden, inco af en daarna kon ze gaan zitten. Ze zat nog geen twee tellen. “Zuster ik hoef niet!!”

Weer staan, inco om, broek omhoog, draaien en daarna weer terug in de rolstoel.

Daarna begon het weer opnieuw: “Zuster, ik moet plassen!”

Ons bent zûnig

zuinig

Echte Hollanders zijn mijn lief en ik. Als iets gratis kan of voor de helft van de prijs zullen wij dit niet laten. Je kan je geld tenslotte maar één keer uitgeven, is ons motto.

Afgelopen zaterdag was zo’n dag. We zijn naar het Rijksmuseum geweest en op vertoon van onze ING pas kregen we 50% korting. Dan heb je ineens een leuk toegangsprijsje.
Wij waren nog in de veronderstelling dat in Amsterdam Noord, op het DSM terrein, gratis geparkeerd mocht worden. Dit hadden we zo’n vier jaar geleden ook gedaan, toen we met de hele familie een feestje vierden op de pannenkoekenboot. In die tijd bleek er echter een en ander veranderd te zijn. Overal zagen we parkeermeters en dat was even flink balen. Vlak bij de pont zat een parkeerwachter op zijn scooter en we besloten hem te vragen voor welke terreinen dit allemaal gold. Voor alles, behalve voorbij het DSM terrein, daar konden we gratis staan. Kijk, dat deed ons deugd en zo konden wij toch gratis parkeren. Hierdoor moesten we een klein eindje lopen naar de pont, maar dat vonden wij niet erg.

De pont is overigens geheel gratis. Iets waar ik me nog steeds over verbaas. Eenmaal bij het centraal station namen wij uiteraard niet de tram. We hebben niet eens een OV kaart, dus veel keus hadden we niet. We zijn gewoon gaan lopen naar het Rijksmuseum. Een prima wandeling van een half uurtje.

In het Rijksmuseum hebben we prachtige schilderijen gezien. Ik heb me echt staan vergapen, maar zag ook op sommige schilderijen details die niet helemaal klopten. Gezichten die niet in verhouding waren. Handen die niet “klopten” en bedacht meteen dat ik over mijn eigen schilderkunst niet zo moest zeuren. Ik kan eindeloos blijven neuzelen over iets wat net niet is wat het volgens mij worden moet. Daar kan ik dus gewoon mee stoppen. Na mijn dood worden mijn schilderijen gewoon beroemd en niemand die zeurt over verhoudingen van hoofden of niet-kloppende handen. Laat staan over perspectieven die niet helemaal zijn zoals het zou moeten. Want ook die klopte bij sommige beroemde schilders niet helemaal.

Wat ik me wel heel goed realiseerde is dat er in de tijd van Rembrand en zo nog geen fototoestel bestond. Hij kon niet eerst even een plaatje schieten, of misschien meer, om aan de hand daarvan zijn schilderij te maken. Ik heb me serieus afgevraagd hoe de man deze schilderijen heeft gemaakt. Aan de hand van een hoop schetsen vermoed ik. Misschien moet ik hier maar eens iets over lezen als ik daar mezelf de tijd voor gun.

Een andere schilder, ik weet nu zijn naam al niet meer, had vele zeeslagen geschilderd. Ook al zonder dat hij daar een foto bij had als voorbeeld. Zou die schilder op zo’n schip hebben zitten schetsen wat hij om zich heen zag gebeuren? Dat moet haast wel.

Ik heb laatst geprobeerd iets uit mijn hoofd te schetsen. Doordat ik wat te vroeg was voor mijn pianoles moest ik even wachten en zat ik uit het raam te staren. Ineens vielen me de gestapelde krukjes op voor het raam. Dat intrigeerde mij en ik heb geprobeerd heel goed in me op te nemen wat ik zag. Thuis probeerde ik het te schetsen. Dat lukte maar voor een klein deel en ik heb me voorgenomen om volgende keer weer heel goed te kijken en mijn schets aan te vullen met verdere details. Het zou leuk zijn als het uiteindelijk een leuke aquarel wordt.

Terug naar het Rijksmuseum. Er was een kleine koffiecorner waar wij een duur bekertje koffie kochten. Met hele kleine slokjes heb ik daarvan zitten genieten. Doordat wij uit het zicht van het personeel zaten besloten we ons meegebrachte kadetje op te eten. Ook zoiets oer-Hollands, je eigen brood meenemen. Op mijn werk zal ik ook nooit iets kopen in het personeelsrestaurant, maar eet ik altijd uit mijn broodtrommeltje. Zûnig dus en oer-Hollands.

Nadat onze voeten en rug het Rijksmuseum wat zat waren zijn we terug gelopen naar de pont. Hij vaarde net voor ons neus weg. Jammer, want direct werden wij besprongen door een “straatwerker”. Hij hield een heel vriendelijk verhaal over Amnesty International en ik onderdrukte de neiging om me schuldig te voelen dat ik geen lid wenste te worden. Vriendelijk wuifde ik hem weg en vertelde dat hij beter op zoek kon gaan naar een ander. Mijn lief had hem ook al laten weten dat wij hem best aan wilden horen, maar dat wij geen plannen hadden om donateur te worden. De straatwerker reageerde wat kriegel en liep weg. Tijdens het kwartier wachten zag ik dat hij door iedereen weggewuifd werd en ik bedacht dat dit toch wel een rotjob moest zijn. Dan is het altijd nog beter om je in de ouderenzorg uit de naad te werken.

Bij de auto gekomen aten wij nog een broodje en reden vervolgens naar mijn ouders. Daar hebben we heerlijk zuurkool gegeten. Ook al gratis. We hebben gezellig bijgepraat en na het eten reden wij weer naar huis. Waarschijnlijk hebben we heel wat diesel verstookt, maar het voelde als een bijna gratis dagje uit.

En zojuist heb ik de Woordzoeker in het blad “Boodschappen” gemaakt. De oplossing heb ik doorgemaild en wie weet win ik wel een 3-daags All-In hotelarrangement. Zou dat even leuk zijn!