Monthly Archives: December 2015

Kippig

 

kippigDaar stond ik dan, kippig om me heen te kijken terwijl de opticien medewerker mijn bril had meegenomen. Ik hoefde alleen maar nieuwe neusvleugeltjes, verder niets.

Ik heb -4,5 en -5,25. Als ik mijn bril afzet zie ik bar weinig. Het voelt dan ook heel ongemakkelijk zonder bril. Gek genoeg heb ik altijd het gevoel dat iedereen aan me kan zien dat ik weinig zie. Slaat nergens op natuurlijk, want bij de opticien is iedereen druk met zichzelf. Nieuw montuur uitzoeken en zo. Bovendien heeft iedereen die daar komt problemen met het zicht.

Wat ik niet begreep is, waar mijn bril gebleven was. De bewuste medewerker liep een kantoortje in, liep er weer uit en raakte aan de praat met een andere medewerker. Met samengeknepen ogen probeerde ik te zien of de vrouw in het kantoortje misschien neusvleugeltjes aan mijn bril prutste. Voor zover ik het kon zien zat zij achter de computer en had niets van doen met mijn bril.

“Wordt u al geholpen?” vroeg de bewuste medewerker mij. Aha, hij was mij gewoon helemaal vergeten. “Nu u het zegt. U heeft zojuist mijn bril meegenomen om de neusvleugeltjes te vervangen”. Wat denk je? Zegt hij: “O ja, nu u het zegt. Er was even iets tussen gekomen.”

Hij liep weg en maakte een praatje met een andere medewerker en eindelijk zag ik hem iets met een bril doen. Mijn bril hopelijk. Na wat gepoets met een grote doek kwam hij eindelijk met mijn bril aanzetten. Triomfantelijk liet hij zien dat de neusvleugeltjes vervangen waren, dat hij een afwerkdingetje had weggewerkt en meteen liet hij weten dat hij mijn glazen met de anti-condensspray had bewerkt. Daardoor zouden mijn brillenglazen niet meer beslaan als ik een winkel binnen ga. “Als dat werkt en het bevalt u kan u hier zo’n spray komen halen”. Het klonk alsof die spray gratis was. Dat was natuurlijk niet het geval, het koste maar € 7,99, zag ik op het reclamebordje.

En wat gebeurde er toen ik thuis kwam en naar binnenliep. Ja hoor, ik had direct beslagen brillenglazen. Logisch, vond mijn lief, die spray was natuurlijk alleen bedoeld voor in winkels. Dat had die man toch ook duidelijk gezegd?

In de war

verbijsterd

Ken je dat? Je zoekt iets en hebt geen idee waar je het gelaten hebt. Ik wel hoor, zojuist overkwam mij dit nog. Gelukkig kon ik er hartelijk om lachen.

Ik legde de ING medewerker uit dat ik geen tancode had ontvangen op mijn gsm. “Heeft u uw telefoon al helemaal uit- en opnieuw weer aan gezet? Dat wil nog wel eens helpen. Of misschien is uw berichtenbox vol, dan moet u deze even legen.”

Ik hoorde het aan en vroeg me af waar ik mijn gsm gelaten had. Mijn tas stond naast me op de grond, maar daar zat ‘ie niet in. Hij lag ook niet op tafel en al helemaal niet op zijn vaste plek. De ING medewerker wenste me een fijne avond en verdwaasd keek ik naar mijn gsm. Ik had ‘m gewoon in mijn hand.

 

 

 

 

Zuster, help me dan toch!

verward

Ze loopt onrustig heen en weer en klampt mij aan: “Zuster, waar moet ik heen? Ik ben helemaal in de war. Hoe kom ik nu thuis?” Ik trek haar tegen me aan en zij slaat haar armen om mijn middel. Zo blijven we een paar minuten staan. Ze kalmeert en ik loop met haar naar de bank waar ze kan gaan zitten en een kop koffie krijgt. 

Terwijl ik verder ga met waar ik mee bezig was zie ik haar opstaan en de volgende zuster aanklampen met dezelfde vragen. Dit herhaalt zich eindeloos. Als ze weer op de bank gaat zitten besluit ik een poosje bij haar te gaan zitten. Paniekerig vraagt zij: “Moet ik hier dan de hele dag blijven zitten? Ik weet helemaal niet waar ik ben. Hoe kom ik nu weer thuis?”

Natuurlijk hoeft ze niet de hele dag op de bank te blijven zitten. Maar als ik dat zeg raakt ze nog paniekeriger. “Waar moet ik dan heen? Ik weet hier de weg toch niet?”

Ik wijs haar naar de twee gangen en stel voor dat zij daar wat gaat lopen. Even op onderzoek uit zodat ze hier de weg leert kennen. Ze kijkt me verontwaardigd aan en zegt: “Maar dat doe ik al zo vaak!”

Niet aangeboren hersenletsel 2

 

Ze krabde, kneep en sloeg als we haar gingen wassen en kleden. We moesten dit met z’n tweeën doen, zodat één haar hand kon vasthouden. Leuk was het niet. Voor ons niet, maar ook voor haar niet. Voordat je verder leest raad ik je aan http://www.warboelwoordenspel.wordpress.com/2015/08/23/niet-aangeboren-hersenletsel te lezen.

We zijn een paar maanden verder en heel langzaam is er iets veranderd. Het is niet helemaal over en waar het precies aan ligt is niet altijd duidelijk. Wat ons heeft geholpen is de video interactie waarbij wij achteraf konden analyseren wat er precies gebeurde.

Als ik haar nu help met wassen en aankleden, doe ik het alleen. Ze krabt en knijpt nog zelden. Ik heb me aangewend om niet te veel te praten en alleen iedere keer goed te vertellen wat ik ga doen. Soms ben ik te snel, of ziet ze niet goed wat ik ga doen. Dan probeert ze nog wel eens te krabben, maar meestal kan ik het voorkomen door te laten weten dat dit niet hoeft. Als ik haar haar wil kammen moet ik haar eerst de kam laten zien. Doe ik dat niet, dan gaat ze alsnog slaan. De laatste tijd krijg ik handkusjes van haar. Dan geeft ze een kusje op haar vingers en aait daarmee over mijn arm.

Ook het eten gaat vaak beter. We houden de sondevoeding achter de hand, maar regelmatig lukt het om haar een beker pap te laten eten. Zelfs een beker (verdikte) koffie drinken gaat goed. En laatst heb ik ontzettend om haar moeten lachen. Haar echtgenoot was op bezoek en ik ben er even bij gaan zitten. Terwijl ik aan de praat raakte met hem kreeg ik handkusjes en vervolgens pikte ze de pen uit mijn borstzakje. Toen ik daar iets van zei maakte ze een lange neus. Uiteraard kreeg ze die lange neus van mij terug en schoten we alle drie in de lach.

Wat een verschil met augustus en dat wil ik je toch graag even laten weten.