Monthly Archives: October 2015

De weg kwijt

dubben is zinloos omdat je de taal van je onderbuik uitvoert met je hoofd

“Heeft u al gegeten?”
Altijd maar die vragen: “Heeft u al gegeten? Wilt u een kopje koffie? Moet u naar het toilet?” Gek wordt hij er van. Ze zien toch wel dat hij woest is omdat niemand zijn werk hier naar behoren doet. Ze lapzwansen maar een beetje. “Weet u wat ik zou willen? Een ijzeren staaf, dan zou ik er eens flink op los slaan.”

Moet je nou horen wat ze zegt. Hij mag zijn personeel dus niet slaan, terwijl ze werkelijk alleen maar lanterfanten. En nu wil ze hem ook nog mee naar zijn kamer nemen. Dat pikt hij niet en terwijl zij de rolstoel duwt houdt hij zich vast aan de leuning die langs de muur is gemonteerd. Ook dat mag hij niet, want volgens haar komen ze dan niet ver.

“Vertel eens, waarom bent u eigenlijk zo ontzettend boos?”

Wat een vraag, ze ziet toch zelf ook wel dat het hier een zootje is. En wat doet ze nu weer? Moet je zien, ze pakt een stoel en gaat er gewoon bij zitten. Gek wordt hij er van. Wacht even, zij lijkt ook wel boos. Of nee, boos is niet het juiste woord. Ze kijkt een beetje strengt. Misschien moet hij toch even luisteren.

“Weet u, zelfs al loopt iedereen hier te lanterfanten, dan nog mag u er niet met een ijzeren staaf op los slaan. De slavernij is al een poos afgeschaft hoor. Bovendien is het niet uw personeel. U bent in een verpleeghuis en woont hier. Wij doen allemaal ons werk en op dit moment is dat er voor zorgen dat iedereen zijn eten krijgt. Dat ziet er in uw ogen misschien uit als lanterfanten of lapzwansen, maar dat is het niet.”

Hij luistert en als hij niet reageert herhaalt ze haar verhaal nog een keer en vraagt uiteindelijk of hij een boterham wil. Maar hij weet het nu allemaal niet meer en geeft geen antwoord.

“Ik laat u even alleen en kom over een minuut of tien terug.”

Na tien minuten is ze er weer. Hij zit er verslagen bij en als zij vraagt of hij een boterham wil zegt hij: “Ik moet het dus allemaal anders aanpakken? Het was helemaal verkeerd van mij. Ik had meteen naar u moeten luisteren”

“Ja, u was even in een andere wereld. Die waar u het vroeger voor het zeggen had. Dat is lastig hè?”

Hij knikt, zet zijn bril af en veegt een traan weg.

“Kan ik iets doen waardoor u zich wat beter voelt?”, vraagt ze hem. Hij schudt zijn hoofd, hij weet het niet. “Helpt het als ik flink op u mopper?” Hij knikt en dan noemt ze hem een grote sufferd, maar pakt tegelijkertijd zijn hand vast. Een poosje blijven ze zo zitten.

“Kom, ik neem u mee naar de huiskamer, dan krijgt u daar een boterham en een kop koffie.”

Dat weet je toch nog wel?

NAH

In de huiskamer zijn ze met elkaar in gesprek. Ze praten met elkaar, maar allemaal over iets anders. Ik duik er midden in vraag hem of hij vaker gevist heeft, want daar had hij het over.

Dat heeft hij en hij heeft ook regelmatig vis gevangen. Nee, hij heeft ze nooit mee naar huis genomen om te bakken, gooide ze altijd weer terug.

Ik vertel over mijn neef die ook zo’n enthousiast visser was en vaak op de pier ging zitten vissen.

“Heeft u wel eens op zee gevist?”, vraag ik.

“Ja, natuurlijk, daar was je toch zelf bij?” krijg ik als antwoord.
“Werd ik niet zeeziek?”. Hij vindt het een beetje domme vraag. “Weet je dat niet meer dan?”

Stiekem moet ik er een beetje om lachen en zeg: “Ach, dat ik dat soort dingen nou toch vergeet. Er is vast iets mis met mijn geheugen”.

Verbijsterd

verbijsterd

In de vorige eeuw stond er een klein, miezerig mannetje met snor op. Hij wilde de hele wereld regeren en ontketende de Tweede Wereldoorlog. Het is hem, Adolf Hitler, uiteindelijk niet gelukt. Ik vraag me ook af of hij er überhaupt over nagedacht heeft hoe hij leiding aan heel de wereld moest geven. Volgens mij niet, hij wilde iets, begon ergens aan, maar verder dan zijn neus lang kijken deed hij niet.

Kijk nu eens naar Angela Merkel. Heeft zij niet een steeds grotere vinger in de pap? Het lijkt er op dat zij het voor het zeggen heeft in Europa. Zij neemt beslissingen en hakt knopen door, schijnbaar zonder enig overleg met haar achterban in Duitsland. Maar ook met de andere Europese leiders heeft zij weinig ruggespraak. Of liegen de kranten dat het gedrukt staat?
Op eigen houtje beslist ze dat alle vluchtelingen welkom zijn. Niet in alleen in Duitsland, nee, in heel Europa. En nu doet ze weer een knieval voor Turkije. Zij belooft zonder slag of stoot miljardenhulp en versnelling van de procedure voor toetreding tot de Europese Unie. Allemaal in ruil voor Turkse hulp om de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen. Volgens mij zit niemand te wachten op toetreding van Turkije. Hoe betrouwbaar is dat land? Gaat het ook werkelijk beloften nakomen die gedaan worden of haken het af zodra de miljarden binnen zijn. Hoe veel is de hulp van Turkije waard? Elkaar helpen doe je toch zonder er eisten tegenover te stellen?
Het klinkt mooi hoor: “Samenwerking is beter dan tegenover elkaar staan”.

Hoe lang gaat het nog duren voordat het echt mis gaat. Ik lees nu al dat Duitsland aan de rand van een burgeroorlog staat. En ook in Nederland zie ik het nog wel eens mis gaan. Ik ben me er van bewust dat de vluchtelingen hulp nodig hebben. Maar als ik dan lees dat een aantal van die vluchtelingen een vrouwelijke buschauffeur uit de bus sleurt omdat zij met hun dronken kop boos zijn dat niet voor iedereen plaats is in de bus, vraag ik me toch af hoeveel eisen je als vluchteling mag stellen.

Mijn laatste vraag voor vandaag is dan ook: “Hoe lang duurt het voordat ons kabinet in wanhoop uitroept dat zij verbijsterd zijn. Dat zij niet snappen hoe dit heeft kunnen gebeuren”.

Ik ben saai en daar ben ik trots op

saai

Eén dode tijdens het dance event in Amsterdam dit weekend. Een jaar of dertig, een pilletje teveel geslikt en weg is de rest van haar leven dat ze nog voor zich had. Ik kan er met mijn pet niet bij.

Zelf ben ik opgegroeid in een christelijk gezin en uitgaan werd niet gewaardeerd. Overigens had ik daar ook geen behoefte aan. Wat mij soms wel dwars zat was dat ik op school niet kon meepraten het uitgaansleven. Ik voelde me anders dan anderen en dat vond ik best vervelend. Maar stel dat ik een feestbeest was geweest, dan had ik me waarschijnlijk niet veel van mijn ouders aangetrokken en was gewoon gaan feesten. Nu ben ik bijna 57 en ik hou nog steeds niet van feestjes. Een concert vind ik leuk op z’n tijd, maar ja dan zijn het wel klassieke concerten. Of erger nog, een orgel- of koorconcert Voor een etentje ben ik ook te porren, maar dan het liefst alleen met mijn lief. Zet mij vooral niet in een grote groep mensen, want dan verzuip ik. Geef me dan gewoon wat te doen, foto’s maken of zo, dan red ik me wel. Dat heb ik nodig om te voorkomen dat ik na een uur gillend weg wil. Daar heb ik zelfs last van tijdens familiefeestjes. Kortom, ik ben dus gewoon lekker saai. Nog regelmatig voel ik me anders dan anderen en soms vind ik mezelf zelfs een beetje raar. Het boeit met alleen steeds minder, sterker nog, ik vind het zelfs wel grappig op z’n tijd.

Weet je wat ik trouwens niet begrijp? Die dance event bezoekers doen allemaal oordopjes in omdat de muziek te hard is. Ik denk dan al gauw dat het praktischer zou zijn om de muziek wat zachter te zetten.

Vervolgens gaan ze aan de XTC, omdat zo’n event dan leuker is. Ga dan niet! Wat is dat voor lariekoek dat je pillen gaat slikken om iets wat niet leuk genoeg is leuker te maken. Doe iets wat je wel leuk vind.

Maar ja, ik heb makkelijk praten. Ik ben mijn hele leven al saai!

Spijt, heimwee?

IMG_4792

Vandaag deed ik mee aan een wandeltocht door Zaanstad. Je weet wel, zo’n  georganiseerde tocht, waarbij je individueel mee loopt. Mijn aanvankelijke plan was om in Apeldoorn te gaan wandelen. Niet gedaan nee, ondanks dat de omgeving daar ontzettend mooi is. Ik wilde mijn jongste dochter even zien en daardoor viel de keus op Zaanstad. Hiermee werd het tegelijkertijd een wandeling door mijn verleden. Heel wat herinneringen kwamen er boven en van sommige werd ik best wat emotioneel.

Spijt dat ik mijn hart heb gevolgd en bij mijn lief ben gaan wonen heb ik niet. Heimwee heb ik soms wel, maar dat verdwijnt ook altijd weer. Mijn lief wil ik niet meer kwijt, ondanks dat bijkomende zaken mij echt wel tegen zijn gevallen. Zaken waar ik aanvankelijk misschien wat te makkelijk over dacht. Het hebben van twee jonge stiefkinderen bijvoorbeeld, maar ook de afstand die ik regelmatig overbrug om mijn kinderen en mijn ouders te bezoeken.

De wandeltocht startte in verpleeghuis Oostergouw. Meteen al de eerste plek waar herinneringen naar boven kwamen. Een jaar of veertig geleden was mijn oma hier opgenomen om te revalideren na een heupoperatie, geloof ik. Het gebouw zelf herkende ik niet, maar de naam wel. Het zal in de loop van de tijd wel gemoderniseerd zijn.

Hiervandaan wandelde ik richting de Oostzij en kwam langs de Bonifatius Parochie waar ik toch zeker een jaar of 10 kerkorgelles heb gehad. De ene week ging ik met de trein vanwege de les, de andere week om op het orgel te studeren. Om in de kerk te komen moest ik door de pastorie, maakte vaak een praatje met mijnheer pastoor en soms, als het erg koud was, kreeg ik na het studeren wel eens een kopje koffie. Met toch de nodige weemoed bekeek ik de kerk voordat ik weer doorliep.

IMG_4794

Ik vervolgde mijn weg en liep over de Gedempte Gracht, die inderdaad ooit gedempt is geweest. De gracht is er weer terug en ik bedacht hoe vaak ik hier gelopen moest hebben. Met de trein naar Zaandam en dan over de Gedempte Gracht naar orgelles. Maar ook heel vroeger, toen ik nog een kind was, liep ik hier met mijn moeder. Dan gingen we naar mijn oma. Een heel eind lopen vond ik dat toen, terwijl je er in tien minuten wel doorheen bent.

IMG_4795

Vervolgens moest ik het station door. Van buiten onherkenbaar, want het is in oude stijl gerestaureerd. Het is prachtig geworden. Binnen was het nog zoals ik me herinner. Hier kwamen nog andere herinneringen naar boven drijven, want wekelijks ging ik met de trein naar school. Een jaar of 44 zal ik zijn geweest toen ik de opleiding voor Verzorgende IG ging doen en daarna nog de opleiding voor verpleegkundige er achteraan. Ik gooide het roer om en heb dat daarna nog vaker gedaan. En warempel, de tocht ging langs die school. Toen ik daar liep bedacht ik dat mijn zoon ook op deze school heeft gezeten. Dus voor introductiedagen, voorlichtingsavonden en het diplomeren van hem, kwam ik er al ver voordat ik hier zelf naar school ging.

IMG_4796 IMG_4798

Het is goed dat ik daarna door een gebied kwam wat ik nog niet kende. Overspoeld worden door herinneringen bleek toch wel een aanslag te zijn op mijn emoties. Door een stukje natuur gelopen en aangezien mijn richtinggevoel mij wel eens in de steek laat, had ik geen idee waar ik liep. Tot ik de watertoren in de verte zag. Daar rij ik nog steeds regelmatig langs als ik naar Beverwijk ga. Door Assendelft ga ik dan altijd, dat is echt zo’n route die ik ook mijn hele leven al ken. Als jong meisje fietste ik daar wel eens met mijn moeder. Dan gingen we van Beverwijk naar Zaandam, naar oma. Toen mijn oudste dochter op schoolkamp ging, ging ik mee omdat ik klassenmoeder was. Naar Wijk aan Zee, en ook toen we fietsten we via Assendelft.

IMG_4802

Daarna een hele poos waar ik echt nog nooit geweest was, tot ik uiteindelijk bij een station het bordje Koog Bloemwijk tegenkwam. Ik zag mezelf zo weer zitten, dat kleine meisje met haar moeder in de trein naar Zaandam, op weg naar oma. Elk station werd omgeroepen en volgens mij kwam voor Koog Bloemwijk het station Krrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrommenie-Assendelt. Nee, die rrrrrrrrrr is geen tikfout. Zo werd het omgeroepen en ik deed dat altijd vrolijk na. Mijn broer is jonger dan ik en was er vast ook bij, maar het gekke is dat ik me dat dan weer niet herinner. Mijn moeder kennende zal ze hem echt niet alleen thuis gelaten hebben.

IMG_4804

Bij het station ging de tocht door een fietstunneltje en ik kwam uit op de Parallelweg. Hier moest ik rechtsaf en meteen bedacht ik dat, als ik linksaf zou gaan ik bij mijn oom en tante uit zou komen. Als ik niet met mijn jongste dochter had afgesproken had was ik daar vast even heen gegaan. Nu liep ik door en kwam na een flinke poos terecht op de Westzij. Daar ben ik wat geweest als kind, want in een hele smalle zijstraat, de Reigerstraat, woonde mijn oma in een Zaans houten huisje. Mijn oma had altijd sterretjes in de kerstboom hangen die ze met kerst gewoon aanstak. Kon geen kwaad volgens haar, want dat was koud vuur. Tja………., een beetje gevaarlijk, maar als kind vond ik het wel altijd heel leuk.

IMG_4806

Nog een klein stukje en ik was weer terug in verpleeghuis Oostergouw. Snel in de auto gestapt en naar mijn dochter gereden. Met haar heb ik op de Koemarkt in Purmerend, op een terrasje gezeten. En ook daar begon al pratend een reis door het verleden.

Er zijn momenten dat ik graag weer terug zou willen, maar dan wel met mijn lief. Aan de andere kant weet ik best dat ik dan niet zomaar weer in mijn oude leven kan stappen. Sterker nog, dan moet ik daar weer opnieuw beginnen. En dat, terwijl ik nu net hier mijn ‘dingen’ heb. Mijn werk, het koor waarin ik zing en in de muziekcommissie ga bij het wisselen van dirigent, pianolessen, mijn eigen praktijk die helaas nog niet naar wens loopt.

Het overkomt me tegenwoordig niet meer dat ik denk dat ik een bekende uit Purmerend in Emmeloord zie lopen. Sterker nog, de laatste keer dat ik in Purmerend liep was andersom. Ik dacht toch echt een bekende uit Emmeloord te zien. Ik kwam die keer overigens ook voor het eerst bekenden van vroeger tegen. Mijn pianodocente, die meer was dan dat, want het was tegelijk een soort vriendin geworden. Doordat ik die dag de Koepelkerk in liep kwam ik ook de organist tegen. En later in de Lutherse Kerk zat ook een organist te spelen die ik van vroeger kende. Met beiden heb ik even een praatje gemaakt. Die van de Koepelkerk keek wel wat meewarig toen ik vertelde dat ik geen orgel meer speelde maar piano. “Je moet ook wel kennis hebben van zo’n groot instrument, anders kan je er niet op spelen”, zei hij. Ik heb maar niet gezegd dat mijn laatste orgelleraar tegen mij zei dat veel organisten mislukte pianisten zijn. Daar ben ik dan weer net te netjes voor. Soms wel een beetje jammer eigenlijk.

Daar komt een hapje voor…………………………………..

NAH

Ze is al ver in het dementieproces en ligt de hele dag op bed. Het meeste begrijpt ze niet meer, dus als we haar wassen spant ze al haar spieren en wordt boos. Dan maait ze met haar armen en schreeuwt klagend. Het helpt als je haar na een handeling goed vasthoudt en even knuffelt. Ze schiet in de lach als je varkensgeluidjes tegen haar wang maakt.

Vanmorgen hielp ik haar met het eten van de pap. Ze was nog niet zo lang wakker en het duurde even voordat ze begreep wat de bedoeling was. Af en toe was ze het begrip weer kwijt, maar het hielp als ik zei: “En daar komt een hapje voor de beer, en dan eentje voor de aap en nu eentje voor Milou”. Bij de naam Milou moet ze altijd lachen. Ik heb geen idee waarom, want de uitleg dat dit mijn kleindochter is blijft niet hangen. Misschien vindt ze de naam gewoon leuk.
Toen de hapjes voor …………… niet meer werkten stapte ik over op: “En nu komt er een auto -broembroem-”. Ze moest, bij ieder voertuig dat ik noemde, lachen en at weer verder.

Het duurde even voordat de pap op was en ze mocht weer even slapen voordat ze in de loop van de ochtend op de douche-brancard gedoucht moest worden. Verschrikkelijk vond ze dat, maar haar wond moest worden uitgespoeld. Ze werd boos en gilde: “Dadadadadadadada! Zo!” Ik schoot in de lach en zei dat ze op Milou leek. Die naam deed wonderen want weer schoot ze in de lach tot we verder gingen met drogen en aankleden. Ze was blij toen ze in bed lag. Met een gelukkige glimlach klemde ze haar knuffelbeer heel dicht tegen zich aan.

Dood- en doodeng

doodengAls een berg zag ik er tegenop. Echt waar, ik vond dit nog enger dan mijn eerste autorijles. Of dan een sollicitatiegesprek of dan mijn eerste werkdag in een nieuwe werkomgeving. Zelfs enger dan het abseilen wat ik twee keer gedaan heb. De eerste keer heb ik me zelfs terug laten halen. Ik had mijn voeten op het uiterste puntje van de rots, mijn benen waren al horizontaal en het enige wat ik moest doen was mijn achterwerk verder laten zakken en me met mijn voeten afzetten. Ik durfde niet, werd spierwit en vroeg me af van wie ik dit moest. Van niemand, dus werd ik weer omhoog getrokken. De tweede keer heb ik het doorgezet, maar dat was meteen ook de laatste keer, want eng bleef het.

Klamme handen en misselijk van de zenuwen was ik. Waarom moest ik dit nu weer zo nodig van mezelf? Omdat het stom , echt ontzettend stom was dat ik hier tegenop zag. Ik had dit nog niet eerder gedaan en vond dat het tijd was mezelf van die belachelijke angst af te helpen. Dus ging ik vanmorgen met mijn auto naar de wasstraat. Mijn lief ging mee, zat naast me op de passagiersstoel. Het liefst was ik uitgestapt en naar huis gelopen, maar ik liet me niet kennen. Bij de wasstraat was stond een rij. Ook dat nog, ik was niet eens meteen aan de beurt en kon dus nog terug. Ik bekeek de man die bezig was met het wassen of afspoelen van de eerste auto. Erg vriendelijk zag hij er niet uit, zodat de moed mij nog meer in de schoenen zakte.

Waarom vond ik dit nu eigenlijk zo eng. Had dat met een ervaring in het verleden te maken? Ik kon het me niet voorstellen. Misschien dat het verhaal van mijn vader is blijven hangen, maar dat was gewoon om te lachen. Hij had een sollicitant in de auto en moest over het Hoogoven terrein naar een andere fabrieksruimte met de jongeman. Zijn auto was nogal vies en hij besloot even door de wasstraat op het terrein te gaan. Helaas voor de sollicitant stond aan zijn kant het raampje een klein stukje open. Vandaar dat mijn vader met die jongeman thuiskwam zodat hij een overhemd van hem aan kon trekken. Niet iets om een trauma aan over te houden zou ik zeggen. Gebruld van het lachen hebben we hierom.

Eindelijk was ik aan de beurt. Ik betaalde, deed mijn raampje dicht en daar begon het circus. De man kwam met het pakkistool (dat was het woord wat mijn zoon, toen hij drie was, gebruikte voor ‘waterpistool’) en keek nog steeds nors en onvriendelijk. Toen mijn achterraampje niet helemaal dicht bleek te zijn kreeg mijn lief de spetters in zijn nek. De man deed die deur open en mopperde dat dit nou niet bepaald handig was. Ja, dat wist ik ook wel, dat hoefde hij er niet nog eens in te wrijven. Raampje dicht, en verder maar weer. Al het vuil afgespoeld, de auto ingezeept en ik mocht de goot in rijden. Volgens mij stond mijn linkerwiel er niet goed voor en de man wenkte ook duidelijk iets naar rlinks. Vandaar dat ik bijstuurde tot ik zag dat de man steeds bozer keek en aangaf dat ik meer naar rechts moest rijden. Ik voelde een hobbeltje toen ik stuurde, maar goed, toen zat ik wel met het wiel in de goot. Daarna hoefde ik goddank niets te doen. Van de weeromstuit begon ik honderduit te kakelen, zo opgelucht was ik. Eenmaal klaar mocht ik weer langzaam wegrijden, de hal in waar de stofzuigers klaarstonden. “Rustig rijden”, zei mijn lief, “het is hier nat, “als je te hard gaat glij je weg.” Het liefst was ik die hal doorgeraced om zo snel mogelijk naar huis te kunnen.

Ik ben trots op mezelf omdat ik dit nu eindelijk een keer gedaan heb, maar ik heb meteen al besloten dat het de eerste en ook de laatste keer was. Ongetwijfeld ben ik een aansteller, maar mijn lief en ik hebben afgesproken dat hij de ene keer zijn eigen auto en de andere keer mijn auto meeneemt naar de wasstraat.