Monthly Archives: September 2015

Muziekles of therapie

muziekles of therapie 1

Sinds kort heb ik een andere pianodocent. Na een paar lessen heeft hij al door dat ik me niet prettig voel bij forte spelen. Voor de niet-muziekkenners, dit is luid/sterk/hard spelen. Zijn indruk klopt als een bus. Ik voel me er inderdaad vaak niet prettig bij. Mijn vorige pianodocente was blij dat ze een leerling kreeg die ook zacht op de vleugel kon spelen, dat hoef ik dus niet meer te leren.

Ben ik bang dat ik overlast veroorzaak? Misschien speelt het mee. Aan de andere kant denk ik niet dat dit de oorzaak is. In de periode dat ik in een vrijstaande woning woonde speelde ik meestal ook niet hard. Het lijkt overigens heel wat, die vrijstaande woning. Laat ik je uit de droom helpen. Het was een vrijstaande bovenwoning, boven een slagerij.
Ook in de periode dat ik kerkorgelles had ging mijn voorkeur uit naar de zachtere, warmere registers. Zodra er een trompet of iets dergelijks bijgetrokken moest worden voelde het voor mij niet fijn meer. Hoe minder registers ik gebruikte, hoe prettiger ik me voelde.

Waar komt dat vandaan? Het is toch van de zotte dat ik blogschrijfster ben, goed kan tekenen en pianospelen, in een koor zing en dit vervolgens het liefst zou verstoppen. Hoe tegenstrijdig is het dat ik aan de ene kant wil laten zien en horen wat ik kan terwijl ik aan de andere kant liever niet te veel opval? Is dat het resultaat van hoe ik ben opgevoed? Zit het in mijn genen? Is het onzekerheid of ben ik gewoon bescheiden?

Aan de manier van spelen is af te leiden wat voor persoonlijkheid ik ben. Tja, daar kan ik wel iets mee, maar het zet me ook aan het nadenken. Ik weet wel dat mijn lief aan mijn spel kan horen wanneer ik boos of gefrustreerd ben. Dan hamer ik op de toetsen en leef ik mijn frustratie op de piano uit. Daar zoek ik dan ook wel muziek bij waar dat bij kan. Met iets zoets of romantisch lukt dat niet. Zou het ook te horen zijn als ik verdrietig ben of juist heel blij? Dat heb ik mijn lief nooit gevraagd en hij heeft er ook nooit iets over gezegd.

Stel dat het bescheidenheid is, misschien is die helemaal niet terecht. Dat is lastig, want ik heb altijd geleerd dat dit de mens siert. Al te veel of valse bescheidenheid is natuurlijk helemaal niet goed. Als ik daar last van heb wordt het tijd dat ik dat overboord gooi.

Wat gebeurt er als ik me, door op een andere manier met die muziek om te gaan, prettiger ga voelen bij forte spelen? Gooi ik die onterechte of valse bescheidenheid dan van me af? Krijg ik er meer zelfvertrouwen door? Word ik zelfs een totaal ander mens?

Weet je wat ik doe? Ik ga gewoon lekker piano spelen en probeer de aanwijzingen toe te passen. Dan zie ik wel of ik daardoor verander en misschien gaat dat zo geleidelijk dat ik het niet eens in de gaten heb. En als ik me dan uiteindelijk heel erg prettig voel bij dat forte ben ik misschien wel verandert in een bitch. Maar dan wel in een bitch die goed piano kan spelen.

Advertisements

Onrust en loopdrang

De honderdjarige

Ze wordt steeds vroeger onrustig. Ontstond dit voorheen pas tegen drieën, tegenwoordig is het om elf uur al raak. Dan staat ze op uit haar stoel en begint van de ene plek naar de andere te lopen. Nou ja, lopen? Ze struikelt nog net niet over haar eigen voeten en is dus echt val-gevaarlijk.

Al een paar keer was er iemand met haar meegelopen tot zij moe werd en eindelijk ging zitten. Gewoon op een stoel aan een andere tafel. Ineens irriteert haar weer iets en hup, daar gaat ze weer.

“Wilt u misschien naar het toilet?”, wordt vaak aan haar gevraagd. De ervaring is dat dit bij dementerenden vaak de oorzaak van de onrust is. Maar nee, ze wil niet naar het toilet. “Acht, rot toch op”, zegt ze.

Net als ik langs haar loop wil ze voor de zoveelste keer opstaan. Voor ik het weet reageer ik: “Ga jij eens gauw zitten”. Ik hoor zelf dat ik klink als een schooljuffrouw. Verbouwereerd kijkt ze me aan, zakt op haar stoel terug en blijft gelukkig weer een poosje zitten.

Wat later op de dag gebeurt hetzelfde. Weer wil ze aan de wandel gaan als ik langsloop. “Blijf maar gewoon lekker zitten”, zeg ik tegen haar.
“Maar ik wil staan”, is haar reactie.

“Ik sta al en dat is echt wel genoeg”, antwoord ik haar. Weer die verbouwereerde blik, maar gelukkig blijft ze weer een poosje zitten.

En weet je, dit klinkt misschien allemaal heel naar. Want waarom zou ze niet mogen lopen? Nou, gewoon omdat ze val-gevaarlijk is. Ze zou dus zomaar een heup kunnen breken en dat is een ramp als iemand dementerend is. Zo iemand moet naar het ziekenhuis, is niet instrueerbaar en zal dus ook daar iedere keer op willen staan. Daar zijn ze in het ziekenhuis niet op ingesteld.  Buiten dat heeft de fysiotherapeut besloten dat ze alleen met rollator en onder begeleiding van één van ons mag lopen. Laat dat nou ontzettend lastig zijn, want daar hebben wij domweg niet altijd de tijd voor. Zeker niet op zo’n dag dat zij ieder half uur uit haar stoel opstaat. En dan moet je toch wat. Vandaag hadden mijn acties resultaat. Morgen is dat hoogst waarschijnlijk weer anders en heeft ze misschien wel maling aan wat ik zeg.

De zoekgeraakte rollator

flauwekul

“Mag ik uw rollator even lenen voor deze mevrouw?” , vraag ik haar. Het mag, maar ze wil hem wel terug, want hij is al zo vaak zoekgeraakt. Onvindbaar is hij  dan en zo maar ineens heeft ze hem weer gevonden. Waar ze hem dan vandaan heeft gehaald is ons een soms een raadsel.

Ik breng de rollator weer terug en zij vraagt of ik even mee loop naar haar kamer. Samen lopen we door de gang, ze is afgeleid door wat er om haar heen gebeurt en wil rechtsaf terwijl we naar links moeten. “Ach, zie je wel, ik word ook al een beetje raar”, zegt zij.

Als we bij haar kamer zijn loopt ze naar binnen. Ze gaat even televisie kijken, of kaartjes maken. Ik wens haar veel plezier en loop de kamer uit.

“Zuster, nu is mijn rollator weer zoek!” roept ze vertwijfeld, terwijl ze achter haar rollator naar mij toe loopt.

Niets is wat het lijkt.

Niets is wat het lijkt

Na het middageten worden sommige bewoners onrustig.

“Waar moet ik nu naar toe?”, jammert zij. “Help me nou toch, waar moet ik heen?”

Mijn collega loopt naar haar toe, slaat een arm om haar schouder en sust: “U mag gewoon hier blijven, u hoeft helemaal nergens heen.”

“Hoe bedoel je? Ik wil helemaal nergens heen. Ik zit hier goed”, reageert zij verontwaardigd.

“U vroeg waar u naar toe moest”, antwoordt mijn collega.

“Ja hoor, dat maak jij er weer van. Ik zit hier prima, ik wil helemaal nergens heen.”

Klein en nietig

Voor vandaag was er geen regen voorspeld. Gewoon helemaal geen regen, ook niet een beetje of wat buien. Nee, vandaag werd onze eerste compleet regenloze vakantiedag. Heerlijk, want nu konden we eindelijk wandelen in plaats van een kasteel of stad bezoeken. Ook leuk hoor, begrijp me niet verkeerd.

Het kasteel in Vianden was prachtig. Luxemburg, Trier en Saarburg zijn leuke plaatsen, waar we veel kerken bekeken hebben. Dat kan hier, want ze zijn stuk voor stuk open. Ik houd van de stilte in zo’n oude kerk. Bovendien zijn mijn lief en ik allebei altijd nieuwsgierig wat er voor orgel in staat. Kortom, ik wil gewoon elke kerk die ik tegenkom van binnen bekijken. Dat heeft mijn kleinzoon Jordy dus niet van een vreemde. Ook hij wilde tijdens de vakantie elke kerk van binnen zien. Met z’n vieren in het Dordognegebied hebben ze, op verzoek van Jordy (drie jaar oud), heel wat kerken bekeken. Elke keer weer zei hij, als ze naar binnen liepen: “Mama, wat ruik ik?” Je raadt het al; in elke kerk zeiden mijn lief en ik hetzelfde tegen elkaar. Ik besloot mijn kleindochter Milou, ruim een jaar, niet na te doen. Zij ontdekte de acoustiek en liet haar stemmetje flink galmen.

saab club

Na een nacht slecht slapen, dank zij de mannen van de Saab-club, zaten we wat duf aan het ontbijt. Jemig, wat een leven maakten zij vannacht. De hele dag waren ze met hun Saab aan het rondrijden geweest. Ieder in zijn eigen auto, dus dan spreek je elkaar vrijwel niet. Dat haalden ze ‘s nachts in door met z’n tienen op één veranda te gaan zitten praten en lachen. Rond een uur of half één werd ik er wakker van en bewonderde mijn lief die gewoon verder sliep. Zelfs als ‘het schaap’ lachte. Toch een beetje prinses op de erwt dus, dacht ik nog. Mijn bewondering sloeg na verloop van tijd om in ergernis. Hoe durfde hij zo door te slapen terwijl ik maar lag te woelen en draaien? Nee, ik heb hem niet wakker gemaakt, maar zo tegen vieren stapte hij uit zichzelf uit bed en hoorde de herrie aan. Uiteindelijk deed hij het raam open en riep: “Silence!” (op z’n Frans hè). En zowaar, tegen half vijf hield het lawaai eindelijk op. Het was inmiddels de derde nacht waarin ik slecht sliep. De eerste nacht door het betonnen matras, de tweede door het telefoontje met minder leuk nieuws en nu door de heren van de Saab-club.

Na het ontbijt reden we richting Berdorf. Dat is een dorpje in het deel van Luxemburg dat Klein Zwitserland genoemd wordt. Er stonden wandeltochten van 31, 33 en 34 km aangegeven. Gelukkig waren er ook wat kortere routes. Wij kozen die van bijna 11 km, want uit ervaring weet ik dat je dan best een poosje zoet bent. Loop ik in Nederland rustig 6 km per uur, ik wist dat we dat in dit gebied niet zouden halen. Het staat me nog goed voor de geest dat ik zo’n 4 jaar geleden op wandelvakantie in Oostenrijk was. Daar deden we  tochten van een km of 7 en waren dan een groot deel van de dag onderweg.

berdorf preekstoel

Heel toepasselijk op zondag beklommen we eerst de preekstoel (http://www.berdorf-tourist.lu/nl/preekstoel). Pas daarna begonnen we aan de wandeling. Wat klein en nietig voelden wij ons tussen al die hoge rotsen. We klommen omhoog, moesten door spleten en kieren tussen rotspartijen door, daalden weer af om vervolgens weer omhoog te klimmen. Pieken en dalen dus, net als in het leven. En weet je, het bleek best mee te vallen met mijn conditie. Oké, af en toe stond ik wel te hijgen als een postpaard, maar zweten als een otter deed ik niet. Dat heeft vast te maken gehad met de hoge luchtvochtigheid de eerste dagen. Misschien ook nog wel met mijn verkoudheid. Mijn bloed kroop die dagen als stroop door mijn aderen. Daar had ik nu geen last van. Goddank, ik hoef niet naar de sportschool. Dat hardlopen kan ik ook achterwege laten. Blijf ik toch maar gewoon lekker wandelen.

berdorf 2berdorf 1

Conditie? Ik? Nou, echt niet!

uitgeput

Hijgend als een postpaard en zwetend als een otter kwam ik bij de ruïne aan. “Is dit omdat we ouder worden of hebben wij gewoon weinig conditie” Zouden we naar de sportschool moeten?” vroeg ik mijn lief. Hij vond van niet, want we doen genoeg. We wandelen en fietsen regelmatig een flinke afstand. En in mijn eentje draai ik mijn hand niet om voor een wandeltocht van twintig kilometer. Dit geklim en geklauter is gewoon geen dagelijkse kost.

We waren vanaf de camping naar beneden gelopen om die ontzettende leuke ouderwetse telefoon te kopen die we in een winkeltje hadden gezien. Even na twaalven stonden we voor een gesloten deur. Tussen twaalf en twee uur gesloten. We wijzigden onze plannen en gingen lopend naar de ruïne waar we een flink eind voor moesten klimmen. Daar kwam ik dus hijgend als een postpaard etc, aan. Onderweg bedacht ik nog dat ik thuis misschien zou moeten gaan hardlopen, ik had alleen geen idee wanneer. Tussen de bedrijven door? Hardlopen en pianospelen gaan niet samen, maar hardlopen en tekenen of schrijven ook niet. Wandelend ontstaan er wel vanzelf verhalen in mijn hoofd, maar of dat hardlopend ook zo werkt weet ik niet.

Ik zou natuurlijk wel hardlopend naar pianoles kunnen gaan. Hmmm…………geen goed plan, dan kom ik daar buiten adem aan en moet ik eerst een uur bijkomen. En stel dat ik verdwaal, net als laatst met de auto. Weet je wat, laat maar.

ruine La Rochette

De ruïne bleek de moeite waard. Het heeft wel iets, al die brokstukken van een ver verleden. Denk je eens in hoe men dat eeuwen geleden gebouwd heeft. Degene die aan de bouw begon heeft misschien het resultaat nooit kunnen zien. Ik zie mezelf al, eeuwen geleden als slotvrouwe wonend in het kasteel. Met mijn borduurwerk voor het raam, mijn gezelschapsdame altijd vlak in de buurt voor het geval ik een eindje wil wandelen. Dan gaat zij mee, want alleen mag ik dat vast niet. Bovendien moet iemand mijn rok uit het modderpad houden, anders word ik vies. En stel dat ik val, dan helpt zij mij in bad, borstelt daarna mijn haar en maakt er een kunstwerk van op mijn hoofd. Ik hoef me gelukkig niet druk te maken over mijn conditie. Dat is in die tijd voor een vrouw niet belangrijk. Zou mijn eigenwijze ‘selluf doen’ gehalte hier tegen bestand zijn geweest?

werk flick

Hierover nadenkend komen we bij het enige stuk ruïne wat nog intact is. Vol verwachting nemen we de steile trap naar boven. Wat krijgen we daar te zien? Geweven wandtapijten, stoelen met geborduurde zittingen en houtsnijwerk in de rugleuning? Ha ha, nee hoor, er blijkt een expositie te zijn met werken van Roby Flick. Nog nooit van gehoord. Vol verbazing bekijk ik zijn schilderijen. Soms met foto’s midden in het schilderij geplakt. Het is niet mijn stijl en ik zie maar twee of drie mooie werken. Eigenwijs bedenk ik dat ik mijn tekenwerk mooier vind, maar dat hangt hier niet. Nergens overigens. Dat krijg je als je geen naam van betekenis hebt.

We dalen weer af naar het dorp en klimmen weer omhoog naar de camping. Hijgend als een postpaard en zwetend als een  otter komen we boven. Zweten otters eigenlijk?

Steeds weer in zijn territorium

stad Luxemberg

Na eerst “de lage stad”  van Luxemburg te hebben bekeken liepen we verder om ook “de hoge stad” te bekijken. In een soort grot was een lift, dat bespaarde ons een wandeling omhoog. 

In “de hoge stad” is het centrum. Eigenlijk wisten we wel dat dit niet aan ons besteed zou zijn, maar eigenwijs als we zijn slenterden we er toch doorheen. Dure winkels, merknamen en vrouwen op wiebelende naaldhakken. Leuk om naar te kijken en soms zagen wij in een etalage iets wat wel heel mooi was. “Kijken, kijken, niet kopen”, riepen we dan al gauw en vervolgden onze zoektocht naar een terras om een kopje koffie te nuttigen.

Daar zaten we, met een ontzettend sterk kopje koffie. Een groot deel van de middag bleef de koffie omhoog komen zodat we ter plekke besloten om nooit meer koffie te drinken. Nou ja, niet op een terras, dan nemen we wel thee of zo. We hadden echter wel zicht op een openbaar schouwspel. Een al wat oudere vrouw raakte in gesprek met een ook al oudere man. Het ging er heftig aan toe, dat kon je zo zien. Verstaan deed ik het niet, want het was een soort plat Duits-Frans. Voor hetzelfde geld had het ook Russisch kunnen zijn. Zij bleef maar ratelen en met haar armen zette ze de woorden kracht bij. Hij greep af en toe met zijn hand naar de keel, zo verschrikkelijk was het. Je kon zien dat hij het zat werd, want regelmatig deed hij een stap opzij. Dat weerhield haar niet om door te ratelen en bovendien deed zij vervolgens weer een stapje dichter naar hem toe en kwam weer in zijn territorium.

Geradbraakt

prinses op de erwt

Heb je dat wel eens gedaan, slapen op een betonnen plaat? Ik wel afgelopen nacht en ik verzeker je dat dit niet fijn is. 

Mijn lief en ik zijn op vakantie en na een rit van een paar uur plofte ik met een zucht op het bed. Oeps……………een beetje harde matras, maar misschien is het een traagschuim geval. Zo’n matras wat zich naar je lichaam voegt als je er een poosje op ligt. Niets van dat alles, het bleek een betonnen plaat, kei en keihard. Ik had geen idee hoe ik hierop in slaap zou moeten vallen en voelde me een beetje de prinses op de erwt. Als ik op mijn rug lag raakten mijn hielen, kuiten, billen en bovenrug de matras. Ja en mijn hoofd lag uiteraard op het kussen. De rest zweefde er zo’n beetje boven. “Dit is natuurlijk een matras voor dikke mensen, met veel vet”, zuchtte ik tegen mijn lief. Helaas, ik ben slank en niet zo’n beetje ook. Niet zeuren dacht ik bij mezelf, gewoon even in mogelijkheden denken.

Dat is een van de voordelen van in de zorg werken. Het is daar verboden om te denken dat iets niet kan of onmogelijk is. Volgens mij is dat begonnen tijdens de bezuinigingen, die overigens ook geen bezuinigingen genoemd mogen worden. Nee, in vorige jaren is te veel geld uitgegeven en daarom moet het nu anders. Er moet dus bezuinigd worden. O nee, zo mogen wij dat niet noemen. Wij denken daar dus in mogelijkheden als iets niet dreigt te gaan lukken. Soms heb ik gewoon iets meer tijd nodig als een dementerende bewoner niet mee wil werken. Dan lukken de dingen namelijk wel. Alleen die tijd heb ik niet, dus moet ik een stapje harder lopen. Dat is lastig, want dan houden de bewoners mij niet bij. Dat geeft niet, want ik kan altijd vragen of een collega van de technische dienst versnellingen op de rollators wil plaatsen. Er blijft ook steeds minder tijd over om bewoners te douchen. Maakt niet uit, ik denk in mogelijkheden en misschien moet ik er dan gewoon twee tegelijk helpen. Hup, op een douchestoel en allebei in een andere hoek. Mag niet vanwege de privacy. Zou het wel mogen als ik ze een blinddoek om doe? Misschien kan ik ze alle tien tegelijk in een grote tobbe wassen. Dan geef ik ze daar ook meteen hun ontbijt. Of we slaan het ontbijt over en doen alleen nog een brunch.

Ik dwaal af, het ging over die harde matras en de mogelijkheden die ik daarbij de revu liet passeren. Een vluchteling zou blij zijn geweest met zo’n matras, hield ik mezelf voor. Maar ik ben geen vliuchteling ik ben een vakantieganger. Mijn hele lijf deed zeer. Nu ben ik ook nog verkouden, maar daar krijg je niet zulke zere ledematen van. Ineens dacht ik de oplossing te hebben gevonden. Al die dekens die wij niet gebruikten lagen in de andere slaapkamer op de, ook al ongebruikte bedden. Als we die nu eens op de matras legden, onder het hoeslaken. Wij aan het werk en het leek even te helpen. Mijn lief viel heerlijk in slaap en ik zal ongetwijfeld ook geslapen hebben al voelde dat niet zo toen we half zes wakker werden. Ik was de matras helemaal zat en besloot om op zo’n ongebruikt bed te gaan liggen. Gewoon om even te proberen wat dat voor matras was. Geweldig, dat had ik veel eerder moeten doen. Het gaf mee, het voegde en opgetogen kwam ik terug bij mijn lief. “We gaan die matrassen omruilen”, liet ik weten. “Nu meteen?”, vroeg hij. Ja natuurlijk nu meteen, wat dacht hij dan. Daarna heb ik nog heerlijk geslapen. Zie je wel, als je in mogelijkheden denkt is het leven een stuk aangename

Een vluchteling in huis

vluchteling in huis

Nee nee, niet schrikken. Wij hebben geen vluchteling in huis genomen. Ik geloof niet dat ik daarvoor in de wieg gelegd ben.

Nog maar een paar maanden geleden zei ik tegen mijn lief: “Wedden dat er straks een situatie ontstaat dat je, als je een kamer over hebt, verplicht gesteld wordt om een vluchteling in huis te nemen.” Het leek te zot voor woorden en de overheid heeft het dan ook nog niemand verplicht. Maar sinds de foto van dat verdronken jongetje van drie hoor je die geluiden wel. Volgens mij weten mensen echt niet waar ze aan beginnen.

Stel dat wij een vluchteling in huis zouden nemen, dan ken ik mezelf goed genoeg om te weten dat ik daar aan alle kanten rekening mee ga houden. Dat breekt me na verloop van tijd op en vervolgens word ik bot en onaardig. Heeft iemand daar iets aan? Volgens mij niet.

Ik hoef alleen maar aan de tijd te denken dat de kinderen van mijn lief nog bij ons woonden. Als ik een dagje naar mijn eigen kinderen wilde, in Noord-Holland dan vroeg ik me al af of dat wel goed was voor die twee. Doordat ik een dag weg was, moesten zij namelijk een dag meer naar de gastouder. Achteraf denk ik dat ik me daar veel te druk om maakte. Want wat krijg je vervolgens? Juist ja, last van schuldgevoelens. Werd ik daar vrolijker en gezellig door? Welnee, ik voelde me aan alle kanten tekort schieten. Tegenover de kinderen van mijn lief en ook tegenover die van mij, zelfs al zijn die volwassen en hebben ze zelf kinderen.

Met een vluchteling wordt het van hetzelfde laken een pak. Buiten dat moet ik er niet aan denken dat er een vreemde in mijn huis rondloopt terwijl mijn lief en ik aan het werk zijn.

Erger nog, wie garandeert mij dat die vluchteling niet een geradicaliseerde moslim is? Als ik daar dan rekening mee ga houden loop ik binnen de kortste keren met een hoofddoek om hem niet voor het hoofd te stoten. Of erger nog, ik trek een burka aan. Dan kan ik volgende zomer niet eens meer in een korte broek lopen, want geloof maar niet dat hij dan al woonruimte heeft. Hij zit toch goed bij ons?

Ben ik nu erg egoïstisch? Ik denk het niet. Als ik me niet tegen mezelf bescherm, wie doet het dan wel? Ja, mijn lief wel natuurlijk, maar die vluchteling waarschijnlijk niet.

Geluidsoverlast

geluidsoverlast

Ik weet nog goed dat ik aan de vorige eigenaar van dit huis vroeg of de woning erg gehorig was. Zij verschoot van kleur en liet weten dat de buurjongen nog wel eens de radio wat hard aan had staan. Vervelend, maar daar vroeg ik het niet om. Ik speel dagelijks piano en ik weet dat die geluidstrillingen via de betonnen vloer naar de rest van de huizen gaat.

Mijn buren horen mij inderdaad als ik piano speel. Aan de ene kant wonen buren die daar geen punt van maken. Zij vindt het zelfs wel prettig en rustgevend. Laat ik eerlijk zijn, ik speel op niveau dus gepruts is het niet. Het betekent echter ook dat ik dagelijks studeer, want ik heb nog steeds pianoles. Heerlijk vind ik dat.

De andere buren vinden het geloof ik niet zo heel fijn. Vooral hij houdt niet zo van pianomuziek. Dat is jammer voor hem, aan de andere kant houden wij ook niet van de ‘boenkeboenke-muziek’ die zoonlief daar regelmatig hard aan heeft staan. Hij moet dan even los en dat moet kunnen vindt hij. Dat dit dan zo hard moet dat wij de teksten van de muziek kunnen verstaan gaat ons wat te ver.

Nu, anderhalf jaar verder is het gelukkig een stuk minder. Het heeft wat botsingen gegeven en steevast was hun reactie: “Maar wij horen de piano ook.” Dat klopt, want ik speel dagelijks een half uur tot drie kwartier. Altijd overdag en als ik al eens ‘s avonds speel is het altijd direct na het eten. Na half acht ga ik echt niet meer achter de piano. De muziek van de buurjongen hoorden wij vaak diverse keren op een dag. Oké, inmiddels niet zo heel vaak meer. Slechts een enkele keer moet hij weer los.

Sinds kort heb ik een nieuwe pianodocent. Het viel mij op dat hij een kleed onder de vleugel heeft liggen. Dat zette mij aan het denken en vandaag gingen wij op zoek naar een loper die onder de piano kan en niet opvalt. Op naar Kwantum, die heeft vaak best voordelige coupons of restanten vloerbedekking. Bij de lopers stond nog een een kleine rol, donker van kleur en met rubberen onderlaag. Precies wat wij zochten. Acht euro de strekkende meter. Het hele stuk was krap twee meter lang en al gauw bedacht ik dat wij daar toch korting op zouden moeten krijgen. Ik bedoel maar, wie koopt er nu een loper van minder dan twee meter. Ik liet die opmerking vallen en de verkoper ging er direct in mee. Hij schreef een bon uit en we kregen het hele stuk voor acht euro mee. Dat scheelde ons minimaal een euro of vijf.

Wij vervolgden onze weg en keken nog even naar een stuk raamfolie. Na de ramen van de huiskamer moest het badkamerraam nog van een stukje voorzien worden. Bij Trekpleister waren de rollen in de aanbieding, maar uiteraard was de hele voorraad op. Bij Kwantum waren ze beduidend duurder. Een rol van twee meter voor tien euro. We hebben helemaal geen twee meter nodig. Er lag ook een rol zonder verpakking waar een stuk uitgeknipt bleek te zijn. Raar, zoiets doe je toch niet. Aan de andere kant kon het voor ons wel eens korting opleveren. Mijn lief en ik naar de balie met die vraag en eerlijk gezegd was ik ook wel benieuwd waarom dat stuk uit de rol was geknipt. Volgens de verkoopster was dat gedaan voor iemand die thuis een stukje uit wilde proberen. Nog nooit van gehoord en best wat raar dat ze die rol dan gewoon in het schap laten liggen. Maar korting kregen we, zelfs flinke korting, want voor twee euro vijftig mochten wij de aangebroken rol meenemen.

Geweldig vond ik het, want voor tien euro vijftig waren we gewoon klaar. Wat ik al niet over heb om de overlast zo klein mogelijk te houden. Eerlijk is eerlijk, het raamfolie was daar ook voor bedoeld. Niet voor het geluid, maar voor de inkijk.