Monthly Archives: August 2015

Olifanten in Avifauna

Avifauna

Een aantal jaar geleden belde mijn leidinggevende mij met de vraag of ik alsjeblieft mee kon naar Avifauna. Alles was geregeld, maar de gediplomeerde verzorgende was onverwacht ziek geworden. Als je op reis gaat met bewoners uit een verpleeghuis moet die er echt bij zijn vanwege het verzekeringstechnische verhaal. Door schade en schande wijs geworden vroeg ik bedenktijd. Ik moest iets anders afzeggen en wist niet of ik dat er voor over had. Uiteindelijk belde ik na tien minuten dat ik er aan kwam.

In Avifauna kreeg ik een omvangrijk persoon toegewezen. Haar mocht ik de hele dag begeleiden. Volgens mij heb ik er flinke spierballen mee gekweekt die dag. Avifauna is namelijk nogal heuvelachtig en de paden zijn niet echt op rolstoelen berekend.

We besloten de dag met een bezoekje aan de roofvogelshow. Het was flink warm geworden zodat we de meeste bewoners een hoed op zetten en voor de zoveelste keer met zonnebrandcrème insmeerden. Het was een fantastische show maar of onze bewoners daar iets van meekregen betwijfel ik. Ongemerkt observeerde ik de boel en daar had echt niemand erg in hoor. Stuk voor stuk zaten te knikkebollen in hun stoel. Niemand kan mij dan ook kwalijk nemen dat ik me afvroeg wie we hier nu eigenlijk een plezier mee deden.

Op de terugweg maakte ik hier en daar een praatje en vroeg aan één van de bewoners of ze het leuk had gevonden. Een ietwat moeilijke vrouw die niet snel tevreden te stellen was. Ooit werd ze als palliatieve patiënt opgenomen en was ze er van overtuigd dat ze dood zou gaan. Na een maand of wat knapte ze echter op en moesten we haar voor haar bestwil gaan mobiliseren. Dat heeft ze ons altijd kwalijk genomen. Teleurgesteld zei ze vaak: “Ik kwam hier om dood te gaan en zelfs dat werd me niet gegund.” Lastig hoor.

olifanten

Ze had het deze dag toch wel naar haar zin gehad. Het was leuk in Avifauna, vooral bij de OLIFANTEN.

Huftergedrag

huftergedrag

Neemt het huftergedrag in Nederland toe of verbeeld ik me dat en ben ik gewoon te truttig. Vandaag was van dat truttige overigens weinig te merken want zelfs ik begon huftergedrag te vertonen. Alles leek vandaag fout te gaan zodat mijn humeur een zeer bedenkelijk niveau bereikte.

Druk doende een brief aan de Emmeloordse huisartsen te schrijven, bleek mijn printer er eigen ideeën op na te houden. Na het afdrukken stonden er woorden dik of schuin gedrukt. Niet alleen schuin gedrukt naar rechts, maar ook naar links hellend. Bah, ik was er een hele poos zoet mee. Uiteindelijk de brief maar even gelaten voor wat het was en mijn folders een aantal keer uitgeprint. Daar gebeurde ook vreemde dingen mee, want sommige zinnen stonden gegolfd in de tekst. Wat bleek uiteindelijk de boosdoener? De cartridge die vervangen moest worden. Hier had ik op mijn vrije dag een paar uur tijd in gestoken. Vervolgens bleek op het naambordje mijn naam niet goed geschreven en moet nu opnieuw besteld worden. Alles wat fout kon gaan ging dus zo’n beetje fout.

Vind je het gek dat ik dan geïrriteerd reageer als ik gebeld word door Natuurmonumenten. Een poos geleden heb ik via hun website een wandelroute gedownload. Ik weet nog dat er verplichte velden ingevuld moesten worden met mijn e-mailadres en telefoonnummer. Niet invullen betekende geloof ik ‘geen wandelroute’. Eem uiterst enthousiast heerschap begon het gesprek met de vraag of ik genoten had van de wandeling. Dat had ik niet, want ik heb de route uiteindelijk niet gelopen. De enthousiasteling vertelde dat hij zelf ook graag wandelde en haalde allerlei voorbeelden aan. Ik had totaal geen zin in dit gesprek en reageerde als volgt: “Ik krijg het gevoel dat het uw bedoeling is dat ik donateur word bij jullie en dat is niet mijn bedoeling.” Zijn reactie daarna vond ik toch wat bedenkelijk: “U wilt dus wel van de natuur genieten maar er niet voor betalen.” Dat had hij niet moeten zeggen want toen kapte ik het gesprek af, wenste hem nog een prettige middag en hing op. Toegegeven, het was wat hufterig.

Maar zijn de Nederlanders nu hufteriger aan het worden of lijkt het zo? Als ik onderweg naar mijn werk ben mag je op een deel van de N50 maar 70 km p/u rijden omdat ze daar aan de weg werken. Ik rij dan zelf al iets harder, volgens mijn snelheidsmeter, en dan nog willen automobilisten met een noodgang over of dwars door mijn auto heen. Dat kunnen ze dan wel doen, maar voor mij rijdt dan vaak een vrachtwagen die ook niet harder gaat hoor.

Ook op de weg richting Elburg rijdt vrijwel iedereen harder dan toegestaan. Je weet wel, op zo’n weg met dubbele, voor een deel niet-doorgetrokken streep met zwart vlak in het midden. Ja inderdaad, daar mag je dus 80 rijden. Ze racen me voorbij voorbij en verdwijnen al snel aan de horizon. Volgens mij rijden ze minstens 120.

En wat te denken van het deel van de N50, dubbele doorgetrokken streep met groene strook in het midden. Daar mag je 100. Gisteren, zondag dus, vond een automobilist het nodig om me daar in te halen. Tja, dubbele doorgetrokken streep of niet, rij er maar gewoon voorbij. Diezelfde auto stond later vlak voor me bij het stoplicht. Deze actie leverde die persoon dus nauwelijks iets op. Maar ja, je zal maar haast hebben.

Weet je trouwens dat fietsers niet meer op de weg hoeven te rijden tegenwoordig? Hier in Emmeloord dan hoor. Iedereen fietst hier massaal over de stoep. Jong, oud, vaders en moeders met kinderen, maar ook zonder kinderen. En als je er wat van zegt horen ze je niet of krijg je een grote mond. En dat is nog niet alles hoor. Bestuurders van motorfietsen gaan zelfs rijdend door de steegjes. Dat is makkelijk als je vanuit je tuin vertrekt. Stel je voor dat je dat ding naar de straat moet duwen. Fietsers doen dat overigens ook en nog niet zo heel lang geleden werd mijn lief bijna omver gefietst. “Sorry” of iets dergelijks was er niet eens bij. Ja, hufterig dus.

Vandaag, bij de Action, gebeurde ook weer iets waarbij ik zo mijn bedenkingen heb. Er was iets mis bij de kassa en de rij werd steeds langer. Uiteindelijk ging er een kassa extra open en de caissiair liet weten dat we, in dezelfde volgorde, naar de andere kassa mochten. Ha ha, dezelfde volgorde? Degene die achteraan stonden doken als vliegen op een hoop stront naar de kassa en geen mens die er wat aan deed. Flutcaissair! Hij zei niets keek alleen wat ongemakkelijk toen ik zei: “Hoezo in dezelfde volgorde?”

Ik verbaas me over dit gedrag, maar erger me er ook aan. Maar ja, ik ben dan ook van de ongeveer halverwege de vorige eeuw. En als ik daar dan goed over nadenk dan zijn de meeste overdestoepfietsers dat ook. Dan ben ik dus gewoon truttig en veel te netjes. En toch ben ik dat liever dan hufterig.

Niet-aangeboren-hersenletsel

NAH

Ze logeert een poosje bij ons. Haar echtgenoot is ernstig ziek en kan de zorg op dit moment niet aan. Zij is dementerend en heeft daarnaast, door een hersenbloeding, een niet-aangeboren-hersenletsel. Nogal complex dus.

Aan één kant heeft zij een verlamming, maar met haar goede hand probeert ze ons te slaan, te krabben en te knijpen als we haar verzorgen. De zorg moeten we daardoor met z’n tweeën doen, zodat er bij elke handeling iemand is die haar hand vasthoudt. Dit is al tijden zo, ook thuis wanneer ze door de thuiszorg geholpen werd.

Het slaan, krabben en knijpen lijken geen impulsieve reacties, maar gerichte acties waar ze soms bij lacht. Humor van onze helpt niet, net zo min als streng toespreken. Uitleggen dat je haar hand moet vasthouden als ze probeert te slaan helpt even, maar deze informatie is vrij snel bij haar verdwenen. We zoeken met z’n allen naar en manier om haar te verzorgen op een manier die zowel voor haar als voor ons prettig is.

Bij vlagen vertoont ze hetzelfde gedrag als je haar helpt met eten. Vandaag bedacht ik dat zij met haar ene hand misschien wel zelf de lepel kan hanteren. Ja, ik bedoel maar, als je gericht kan slaan, krabben en knijpen moet zelfstandig eten ook kunnen. Bij de eerste hap help ik haar en dan vraag ik of zij zelf wil eten. Er komt weinig reactie, dus zet ik de kom met pap bij haar neer. Ze kijkt er naar, pakt de lepel en brengt hem naar haar mond. De lepel is flink vol, dus er valt een klodder pap op haar servet. Net als ik een compliment wil geven en mijn collega er op wil attenderen bedenkt zij zich. Ze smijt met een grote boog de lepel door de huiskamer. Spetters pap vliegen in het rond.

Jammer. Misschien vond ze het vervelend dat ze kliederde. Morgen weer een dag met weer nieuwe kansen.

Schutteren en twijfelen

Jonen pontje

Wij hadden al een flink eind gefietst en stonden te wachten bij het pontje van Jonen. Voor ons stond een al wat ouder stel. Hij in race outfit, helmpje op en fietshandschoenen aan. Zij in een gewone sportieve outfit, maar ook met helmpje en fietshandschoenen.

Met de fiets aan de hand liepen we de pont op. De oudere man in race outfit zette zijn fiets tegen de reling en pakte, uit de stuurtas, een tasje met daarin een fototoestel. Door de langsvarende boten wiebelde het pontje nogal. De man haalde, terwijl hij zijn evenwicht probeerde te bewaren, zijn fototoestel uit het tasje.

“Verder inschuiven”, klonk het achter ons. De man pakte verschrikt zijn fiets vast, want inderdaad was er voor hem nog ruimte. Het hele gezelschap schoof naar voren en de man pakte zijn fototoestel weer. Schuin achter ons stond zijn vrouw, die wilde hij fotograferen. Hij bedacht zich en maakte eerst een foto van de overkant en daarna nog snel één van zijn vrouw. De pont was inmiddels aan de overkant en haastig probeerde hij zijn fototoestel terug te stoppen in het tasje. Het ging niet zo soepeltjes, want het pontje wiebelde dat het een lieve lust was. Eindelijk was het voor elkaar en moest het alleen nog in de stuurtas.
Vol belangstelling volgde ik de activiteiten van de man en observeerde van opzij zijn vrouw. Zij keek naar hem, schudde haar hoofd alsof zij zeggen wilde: “Man, wat sta je toch altijd te schutteren. Doe toch eens een beetje normaal”.

“Die man is net ons huidige kabinet. Schutteren en twijfelen en overal net iets te laat mee zijn”, reageerde mijn lief.

Patatje met

patatje met

Terwijl ik op mijn bestelling wacht komt ze binnenlopen. Klein, een beetje krom, grijs haar, dik over de tachtig en op haar rollator ligt een klein bosje rozen. Ze bestelt één patat met een kroket.

“Wat een mooi bosje rozen hebt u gekocht. Voor uzelf?” vraag ik haar. Dat blijkt inderdaad het geval. Vroeger had zij altijd een bloemetje op tafel. Vaak plukte ze een boeketje uit eigen tuin. Nu woont ze in De Diemenhof op drie hoog. Daar heeft ze geen tuin. “Acht van die drie euro word ik niet armer.

Mijn bestelling is klaar, ik zeg haar gedag en fiets terug naar huis en overpeins dat ik het geweldig vind zij zichzelf op deze manier trakteert.

Mijn kampeervakantie – Noodweer

25 juli 2015Noodweer

Het ene moment zit ik nog, in het zonnetje, voor mijn tent. Het volgende moment besluit ik om toch maar in te gaan pakken. Jammer van die vier dagen en van de plannen die ik gemaakt had. Uiteindelijk had ik nog langs de dijk naar De Cocksdorp willen lopen om daarna met de bus terug te gaan. Ook had ik nog graag het rondje Den Burg-De Waal-Oosterend-Den Burg willen lopen. Dat ging er dit jaar niet meer van komen.

“Ga jij ook inpakken nu er voor morgen noodweer is voorspeld?”, vraagt mijn buurvrouw. Eigenlijk ben ik van plan om nog te blijven, want zondag wordt het weer mooier weer. Maar laat ik eerlijk zijn, ik kan het ook niet goed uitstaan dat iemand, ja of iets, de beslissing voor mij neemt om mijn boeltje te pakken. Ik besluit de campingboer op te zoeken en vraag hem naar de weersvoorspelling. Die voorspelt inderdaad niet veel goeds. Dat word dus inderdaad inpakken, want vanaf woensdag gaat het pas weer opknappen. “Kan ik hier pinnen?” vraag ik hem. Het is wat lastig, maar de bedoeling is dat ik contant betaal.

Om me heen hoor ik geruchten dat het al om twaalf uur flink gaat regenen. Vervelend, want ik heb nog een hoop te doen. Eerst mijn huurfiets maar terugbrengen. Eenmaal daar ontdek ik dat mijn fietstas er niet afgehaald heb. Die neem ik echt niet lopend mee naar de camping. Ik laat ‘m in een hoekje bij het kantoor staan zodat ik het ding later met de auto op kan halen. Met flinke pas loop ik terug naar de camping en spring vervolgens in mijn auto om geld te pinnen. Als ik terugkom is het half elf en heb ik dus nog anderhalf uur voordat die verschrikkelijke bui los gaat barsten.

Als een speer pak ik alles in en zet de hele handel naast de tent. Af en toe kijk ik naar de lucht en inderdaad wordt het wel wat grijzer. Nu de tent nog. Eerst de vloer aanvegen, dan de ritsen allemaal dicht. Daarna haal ik alle haringen uit de grond,  maak de bogen los, haal ze er uit en mijn hele onderkomen ligt plat op de grond. Nu nog opvouwen. De buurvrouw helpt me de boel recht te leggen, want dat vouwt makkelijker. Wat een werk zeg, ik zweet als een otter en heb vrijwel geen droge draad meer aan mijn lijf.De onderkant van de tent blijkt aan één kant wat nat te zijn en tijdens het oprollen droog ik iedere keer een deel met een handdoek. Daarna pruts ik ‘m in de tentzak. Tevreden kijk ik naar het werk wat ik verricht heb. Ik plof neer op een stoel en drink wat van de karnemelk die ik nog over heb.

PandaPRG1-1 (2)

De buren zijn ook klaar en pakken net de auto in. Ik besluit te wachten tot zij daarmee klaar zijn zodat ik ze niet met mijn Panda in de weg sta. De buurman loopt langs en zegt tot mijn verbazing: “En nu maar hopen dat je opgehaald wordt.” Ik schiet in de lach en zeg hem dat ik wacht tot zijn auto van het pad is. “Ik heb gewoon mijn auto mee hoor. Groot is ‘ie niet, mijn Fiat Panda, maar alles past er in”, reageer ik.

Als de auto ingepakt is, is het al over twaalven en het regent nog steeds niet. Ik betaal mijn rekening en zie dat ik voor deze dagen maar € 80,00 hoef te betalen. Zo goedkoop ben ik nog nooit op vakantie geweest. Geweldig! Ik heb gewoon een supervakantie gehad voor een habbekrats.

24-7-2015

Als ik opschiet haal ik de boot van één uur nog, bedenk ik. Ja, dat had ik gedacht. Vrijdag is in vrijwel alle parken een wisseldag en het loopt storm naar de boot. Geen nood, om half twee gaat er nog een boot en terwijl ik dat aanhoor bedenk ik dat mijn fietstas nog bij de fietsenverhuur staat. Ik vlieg mijn auto uit en in looppas ga ik die kant op. Gauw weer terug en vrijwel meteen mag ik de boot oprijden. Het regent nog steeds niet, maar het is wel kouder geworden. Pas als ik aan dek sta begint het te regenen.

De volgende dag is de zaterdag van die zomerstorm en ben ik blij dat ik thuis op de bank zit.

Mijn kampeervakantie – Twee BN’ers

23 juli 2015

oude mensen incognito

Zo tegen elven sta ik mijn ouders, bij de boot, op te wachten. Ik tuur of ik ze al ergens zie. Lastig, want er staan zoveel mensen. En dan ineens zie ik ze zwaaien. Voordat ik terug zwaai kijk ik nog eens goed. Zijn ze het wel? Ik herken ze aanvankelijk niet eens. Beiden hebben ze een vrolijk gekleurd fleece vest aan, een zonnebril op en mijn vader heeft ook nog eens een petje op zijn hoofd. Ze komen incognito!!

“Ja je weet toch dat we bekende Nederlanders zijn. We hebben eerst gezorgd dat we beroemd werden en dat iedereen ons herkende. Daarna werd dat wat lastig en nu verkleden we ons zodat niemand ons herkent. Je weet toch wel hoe dat gaat me BN’ers”, is mijn vaders reactie. Ik schiet in de lach, want zo werkt het wel met al die beroemdheden.

Op de camping drinken we koffie met een plakje cake er bij. Ik hou ongemerkt de tijd in de gaten, want ik wil graag een boottochtje maken in Oudeschild. We moeten dan wel op tijd zijn, want zo’n boot wacht echt niet. Aangezien het tempo van mijn ouders wat lager ligt dan van mij, kondig ik ruim van te voren aan dat we zó weg gaan. We moeten alle drie nog naar het toilet en tja, daar moeten we wel voor naar het sanitairgebouw. Er gaat nog even wat tijd overheen voordat we werkelijk zo ver zijn dat we kunnen vertrekken.

We zijn ruim op tijd in Oudeschild en och hemel, alle boten waar ik tickets wil kopen zijn al vol. Stom, stom, stom, ik had moeten reserveren. Nooit aan gedacht. Er ligt nog één boot waar we een poging wagen en laat die nu nog plaatsen zat hebben. Het is geen vissersboot maar een soort cruiseschip en maakt een tocht naar de Marine Haven. Ook wordt ons beloofd dat we zeehonden zullen zien op de Razende Bol. Eéntje hebben we al in de haven zien rondzwemmen. Geen foto van gemaakt, want ja, onderweg zien we er nog zat.

Het is fris onderweg, dus rits ik de pijpen aan mijn broek. Ik ben ontzettend blij dat ik die gekocht heb, jaren geleden. Het blijft een praktisch garderobestuk. Is het warm dan rits ik de pijpen er af, wordt het koud dan rits ik ze er weer aan.

23-7-2015 (10)

Mijn moeder bekijkt mijn haar en beweert ineens dat mijn grijze haren, ja daar heb ik er wel wat van, ook een groene gloed hebben, net als bij haar. Later vind ze ook nog eens dat mijn lippen blauw zien. Ik heb er net wat labello op gesmeerd, maar bij mijn weten geeft dat geen blauwe gloed. Ik zal toch niet ziek worden, denk ik nog. Dan moet ik er zelf om lachen. Ik voel me helemaal niet ziek, bovendien is het me nog nooit opgevallen dat mijn grijze haren groen lijken. Ook bij mijn moeder zie ik dat niet. Laat maar kletsen, denk ik nog. Komt zeker door die staaroperatie van een poosje geleden. Dan ga je de kleuren zeker anders zien.

23-7-2015 (13)

Op de Razende Bol is geen zeehond te bekennen. Ja, de stuurman schijnt er een paar te zien, maar om me heen hoor ik allerlei tegengesteld gemompel. Misschien hadden ik een verrekijker mee moeten nemen. Hebben we wel hoor, maar die ligt nu gewoon thuis. Geen zeehonden dus, maar het tochtje door de Marine Haven is ontzettend leuk. We krijgen uitleg over de verschillende soorten schepen. We zien onderzeeërs en de Karel Doorman ligt ook in de haven. Indrukwekkende schepen. Allemaal in een onbestemde kleur grijs zodat ze op zee niet direct zichtbaar zijn. Het wordt een leuk tochtje, wat zomaar twee uur en een kwartier duurt.

We lopen nog wat door Oudeschild en gaan dan lekker gebakken vis met patat eten. Onder aan de dijk is een leuke tent waar ik al eens met mijn lief en zijn kinderen heb gegeten. Het is niet duur en je krijgt een flink bord vol. Het smaakt ons voortreffelijk.

IMG_4401

De dag is om voordat we het door hebben. Ik zorg dat mijn ouders de boot van zeven uur halen, zwaai ze na en ga zelf terug naar de camping. Daar teken ik nog een poosje aan het visdiefje en maak ‘m dan ook meteen maar af.

Mijn kampeervakantie – Herinneringen

22 juli 2015

IMG_4398 - kopie (2)

Het was fijn, gister met mijn dochter en kleinkinderen. Vandaag ben ik weer op mezelf aangewezen en dat vind ik ook niet erg. Het is fijn om je dag te kunnen bepalen door wat er in je op komt. Ik bekijk mijn pasteltekening, die van het strand, die ik de avond er voor heb afgemaakt. Best mooi, al zeg ik het zelf.

19-7-2015 (8)

Na mijn ontbijt, boterhammen met gebakken ei, lees ik nog wat voor de tent. Ik begin zelfs nog aan een nieuwe tekening, maar ruim de boel al gauw op. Ik ga naar De Cocksdorp om vanaf de vuurtoren die wandeling naar het dorp zelf te gaan maken. Bij de vogelbroedplek loop ik de duinen in. Tot aan Kaap Noord kom ik slechts twee wandelaars tegen. Verder ben ik echt gewoon helemaal alleen. Ik sla een pad in langs een weiland, het hoort ook bij het Texelpad. Tot een strandje kom ik helemaal niemand tegen. Bij de picknicktafel eet ik mijn broodje op, daarna loop ik weer verder. Het is een heerlijke wandeling en als ik De Cocksdorp binnenloop ga ik eerst De Waddenkerk in. Het is maar een klein kerkje en al gauw loop ik weer door. Bij de Plus haal ik wat pruimen en een halve liter karnemelk. Op een bankje eet ik de pruimen op en drink wat. De rest bewaar ik wel voor later.

22-7-2015 (11)

Ik besluit om via bungalowpark De Sluftervallei naar de vuurtoren te lopen. Het is een voor mij heel bekende weg, want zo’n 13 jaar geleden kampeerde ik daar. Als ik het park nader voel ik dat ik hoge nood heb. Weet je wat, ik ga daar gewoon naar het sanitairgebouw, bedenk ik. Het park is veranderd. Vroeger, och wat word ik oud, was er een hele grote camping. Waar toen de veldjes waren staan nu grote landhuizen. Door de ramen zie ik luxe meubilair en zelfs een zonnebank. Grote, dure auto’s staan er geparkeerd. Ik begin me af te vragen of de camping nog wel bestaat. Dat moet haaast wel, want ik volg de bordjes ‘campingplaatsen’. Hè,hè, eindelijk zie ik het dak van het sanitairgebouw en ik vlieg er naar binnen. Net op tijd! Hebben jullie dat ook? Op het moment dat je heel nodig moet en dan eindelijk bij een toilet bent, je het niet meer op kan houden. Ik verbaas me er iedere keer weer over.

Het enige stukje camping wat er nog is, is het deel met wat toen de natuurplekken heette. Tenten staan in duinpannen en aan de rand staat, net als vroeger, bij de meeste campingplaatsen een picknicktafel. Ik weet nog precies waar onze tent toen stond. Het aanvankelijke plan was toen, dat ik alleen met mijn jongste dochter ging kamperen. Maar ja, ik had een nieuw liefde ontmoet en hij ging mee. Was dat slim? Op dat moment wel, denk ik. Achteraf vraag ik me af of ik niet beter gewoon alleen met mijn dochter had kunnen gaan. Dan had ik zo’n zelfde beslissing genomen als nu. Maar ja, nu is dertien jaar later en dit besluit kwam ook pas na drie gezamenlijke vakanties met mijn lief en zijn kinderen. Ik besluit geen aandacht meer te besteden aan al deze herinneringen. Veranderen kan ik het toch niet meer.

22-7-2015 (13)

Via een duinpad loop ik naar het fietspad wat me weer terugvoert naar de vuurtoren. Het is nog een flinke tippel, zo’n km of vier. Bij de vuurtoren ga ik even op een grote steen zitten. Wat is het hier toch wijds en mooi. Een vrouw wil net met haar zoon in de auto stappen. Hij heeft dorst, maar wil niet uit haar flesje water drinken. Nee hoor, ze geeft dat water nl. ook aan de hond. Hij vertrouwt het niet. Hoe oud zal het joch zijn? Een jaar of twaalf, schat ik. Inwendig schiet ik in de lach. De vrouw kijkt naar mij, haalt haar schouders op en zucht even. “Weet u, dit doet me denken aan mijn jongste dochter. Die wilde geen pruimen eten uit onze eigen pruimenboom. Die waren ook niet te vertrouwen, ze gaan er raar uit”, zeg ik tegen haar. Samen schieten we in de lach om het verhaal.

Ik ga weer naar de camping terug. Even wat boodschapjes meenemen, een lekker biefstukje voor bij het restje nasi. Morgen komen mijn ouders een dagje. Geweldig hoor, 87 en 80 zijn ze en toch komen ze vanuit Beverwijk een dagje naar Texel.

En weet je, terwijl ik dit blog schrijf is mijn lief, met zijn twee kinderen, weer thuis. Ik heb hem gemist, maar voel ook dat ik deze vakantie, in mijn eentje, nodig had om mezelf weer uit te vinden.