Monthly Archives: July 2015

Mijn kampeervakantie – De traumahelikopter

21 juli 2015

traumaheli

Daar waren ze al. Rond tien uur reed mijn dochter, met haar kinderen de camping op. Jordy had er al lang naar uitgekeken. Vroeg alle dagen of ze morgen dan eindelijk naar Texel gingen. Naar oma met haar tent.

Jordy vertelt over de grote boot waarmee hij naar Texel gevaren is. Ondertussen kijkt hij op de camping zijn ogen uit. Al die grote tractoren, maar ook dat kleintje waar een jongen in rondrijdt. Het is allemaal reuze spannend. Milou moet even wennen, maar kruipt op een gegeven door het gras. Eerst naar de buren links, daarna naar de buren rechts.

Samen met Jordy ga ik naar het sanitairgebouw. Onderweg komen we de grote trampoline tegen. Daar moet hij toch echt 21 juli 15 (3)even op. Heel even dan, want er zijn ook wat grotere kinderen aan het springen en het gaat er wild aan toe. Stel dat hij er af valt. Ik moet er niet aan denken.

Na de koffie vertrekken we naar Boerderij De Bonte Belevenis. Daar beleef je werkelijk van alles. Samen met Jordy kneed ik deeg voor een broodje. We doen er maanzaadjes op. Het gaat de oven in en we mogen het na een uurtje ophalen. In de tussentijd gaan we andere dingen doen: Op de tractorbaan, dan naar de skelterbaan waar ik Jordy moet duwen omdat de skelters net te groot zijn. De glijbaan, de wip en ook op de trampolines, die in de grond verzonken liggen. Minder gevaarlijk dus, maar toch goed uitkijken.

Milou vindt het ook prachtig op de trampo. Ze kruipt er op rond, laat zich op haar buik vallen en heeft daar een grote grijns bij op haar gezicht.

Als het broodje klaar is vertrekken we naar het strand. “Waar is de zee, oma?” wil Jordy weten.

21 juli 15 (4)

Hij kijkt zijn ogen uit. Zo’n grote zee!! Daar wil hij in. Eerst even in het kleine beetje water wat vlak bij de strandvlag is. Daar spettert hij vrolijk in rond, maar toch wil hij liever naar de zee met al die golven. Ik ga met hem mee en samen springen we over de golven heen, of we rennen voor de golven weg. Terug het strand op. Wat hebben we een lol samen.
We lopen weer naar mijn dochter en ik ga in het zand zitten. Milou vind dat zand overigens maar niks. Ik neem haar op schoot, pak wat schelpjes uit het zand en laat haar daarmee spelen. Langzaam begint ze aan het zand te wennen. En ja hoor, daar gaat ze weer, kruipend over het zand. Met één oog hou ik haar in de gaten.

Later nog een keer met Jordy het water in en dan is het tijd om weer af te drogen en aan te kleden.

Net als we terug willen lopen zien we twee ambulances en een politiemotor. Dat is wat voor Jordy, hij vindt het allemaal reuze spannend. We moeten even blijven wachten, want de ambulance broeders moeten het strand op. Er heeft iemand een hartstilstand gekregen, horen we. We schrikken er van. Dat is niet zo best. Als ik achterom kijk zie ik dat er iemand gereanimeerd wordt.
Bij het strandpaviljoen willen we een ijsje kopen. Het voelt wat gek, terwijl er verderop zo’n drama aan de gang is. Voor iedereen gaat het leven gewoon door, behalve voor die ene. Er landt een traumahelikopter op het strand. Voor Jordy wordt het steeds spannender. Milou heeft hier allemaal geen erg in. Die zit hevig met haar ijsje te knoeien. Geeft niks, ze geniet er van.

“Weet je waarom die helikopter op het strand landt?”, vraagt mijn dochter aan Jordy. “Dat is omdat er iemand heel erg au heeft en naar het ziekenhuis moet worden gebracht”. Ik luister en ben blij dat ze het op deze manier aan hem vertelt.

Het is al met al een geweldige dag. Jordy heeft op één dag zo ontzettend veel beleefd dat het lijkt alsof hij veel langer op Texel is geweest. Ze gaan weer naar huis en het is even best heel stil, maar niet vervelend stil. Ik zit voor mijn tent nog lekker na te genieten van deze dag.

Advertisements

Mijn kampeervakantie – Fonteinsnol

20 juli 2015

20-7-2015 (2)

Vandaag wil ik beslist die Fonteinsnol vinden. Het zit me niets lekker dat ik de vorige keer de bordjes volgde en er uiteindelijk niet kwam. Weliswaar vond ik toen wel een kapper en dat was ook niet verkeerd, maar dat was die dag niet mijn doel.

Ik pak de plattegrond van Texel erbij en speur, met mijn neus bijna op het papier, of ik ergens Fonteinsnol zie staan. Nee hoor, nergens en dat vind ik dan toch wat raar. Als ik nog een keer kijk zie ik wel Fonteinsweg. Volgens mijn logica zou dat bij elkaar in de buurt moeten liggen. Mooi, op deze manier moet het lukken. Maar eerst rij ik naar Den Burg om een pyjama te kopen. Het was afgelopen nacht flink koud. Een shirtje bleek niet voldoende. Ik heb zitten hannesen met de slaapzakken. Ik had er twee aan elkaar geritst. Die ritste ik vannacht, ten einde raad, los en ben in één gaan liggen en heb de andere aan beide kanten over me heen gevouwen. Zo werd ik weer warm. Normaal gesproken zou ik tegen mijn lief zijn aangekropen, maar ja, dat gaat in dit geval niet.

Vanuit Den Burg volg ik het bordje Fonteinsnol. Eenmaal in het duingebied pak ik de kaart er bij en probeer uit te vissen waar ik precies ben. Ik sla vervolgens een weg in die richting zee gaat. Dat is niet de bedoeling. Weer de kaart er bij. Weet je, ik ben een vrouw, dus niet zo handig in kaartlezen. Het is voor mij net een puzzel en na een poosje bedenk ik dat ik de kaart een kwartslag moet draaien. Dan snap ik het beter, zie je. De hele situatie doet me denken aan de vakantie met mijn twee dochters, jaren geleden. We gingen met mijn Daihatsu Cuore naar de Belgische Ardennen. Mijn oudste dochter las kaart, want zij deed de schakelopleiding van defensie en kon dat dus. Terwijl het pijpenstelen regende riep zij ineens: “Mama, dit is de N…. (nummer weet ik niet meer), hier moeten we er af.” Ik vertrouwde blind op haar kaartleeskunst en volgde haar aanwijzing op. Na een poos te hebben gereden kwam ik allemaal kustplaatsen tegen op de borden. Volgens mij gingen wij niet naar de kust, wij moesten ergens onderin België zijn, vlak bij de Franse grens. Helemaal in het binnenland. We reden wel op de goede weg, maar helaas de verkeerde kant uit. Gelukkig konden we er alle drie om lachen. Zelfs zo erg dat de tranen me over de wangen liepen. Ik zag al weinig door al die regen op het voorruit en nu zag ik helemaal niet veel meer. We zijn er uiteindelijk gekomen hoor en het weer knapte toen gelukkig ook op.

20-7-2015 (3)

Maar goed, terug naar Fonteinsnol. Ik heb haar gevonden!!! Een houten uitkijktoren in het duingebied. Bovenop kijk ik over de boomtoppen heen. Heel in de verte zie ik Den Helder liggen. Ik blijf er een poosje staan en geniet van het zonnetje.

“Nol is een ouderwets woord voor duin en Fontein is een waterbron. Die bron bestaat niet meer, maar vandaar dus de naam Fonteinsnol. Heeft niks met snollen te maken dus.”

20-7-2015 (7)

Onder aan de uitkijktoren tref ik ook nog een oorlogsmonument. In 1944 is op deze plek een Engelse bommenwerper neergestort. Ik blijf hier even bij stilstaan en bedenk dat het toch altijd wel een chaos is geweest in de wereld. Even raak ik verstrikt in allerlei tegenstrijdige gevoelens. Wij maken ons druk om onze vakantie, willen alles in de wereld zien wat er te zien valt. Aan de andere kant zijn er mensen die dagelijks proberen te overleven. Vluchtelingen die via Calais naar Engeland willen om daar een leven op te bouwen. Ik ging twee jaar geleden naar Engeland om daar vakantie te vieren. Wat moet ik met al deze gedachten? Maak ik daar de wereld mooier mee, beter door? Ik zet het van me af en fiets via het knooppuntennetwerk, waarbij ik op plekjes kom die ik nog niet ken, terug naar de camping.20-7-2015 (9)

‘s Avonds maak ik voor mezelf nasi op mijn éénpitsgasstel. Heerlijk, dat gepruts op de camping. Het is een beetje teveel voor mij alleen en ik doe het restant in een plastic zakje wat ik in mijn koelkastje leg. Mooi voor een volgende keer.

Mijn kampeervakantie – Ingestort

19 juli 22015

19-7-2015 (22) - kopie

Op het veldje tegenover me is een opblaastent voor de helft ingestort. De buizen zijn lek, iets wat mij er altijd van heeft weerhouden om zo’n tent te kopen. De inhoud van de tent ligt open en bloot onder een loodgrijze hemel. Zo te zien gaat het straks flink regenen en de eigenaren van de tent zijn nergens te bekennen.

Ik loop naar het stel dat voor hun De Waardtent zit te ontbijten. Samen bekijken we de ravage van de lekke tent. Hij, de mannelijke helft van het stel, heeft al rondgekeken en gezien waar de pomp ligt. Als het gaat regenen gaat hij de tent oppompen, zodat de boel droog blijft. Kijk, dat is nu leuk aan kamperen. Er is sociale controle, of het nu om lekke tenten gaat of om onbekende figuren die op de camping gesignaleerd worden.

19-7-2015 (6)

Tegen elven begint het te miezeren en jawel, de man pakt de pomp en begint aan het karwei. Zodra de boel half overeind staat en de boel niet meer open en bloot ligt, stopt hij en verdwijnt in zijn eigen tent. Ik ga ook binnen zitten, iets wat ik niet prettig vind. Een soort claustrofobie overvalt me dan, zodat ik mijn tent wel open laat. Na elven regent het pijpenstelen en besluit het vergezicht af te maken, maar zodra het minder hard regent ga ik op pad. Met de auto rij ik naar De Cocksdorp en loop via een duinpad, om de vuurtoren heen, het strand op. De lucht ziet er dreigend uit, in de verte wordt het lichter. Toch krijg ik een korte maar hevige bui over me heen. Nog net op tijd gooi ik mijn regenponcho over me heen. Terwijl ik terug naar de vuurtoren loop wordt het alweer lichter, het zonnetje gaat schijnen en meteen wordt het warmer.

19-7-2015 (9)

Verderop is een pad dat via een vogelbroedplaats loopt. Via dat pad kan je naar het dorp zelf lopen. Dat wil ik een andere keer nog doen, nu loop ik een kortere route en raak daardoor verzeild op een camping. Een veel grotere dan waar ik sta, maar met kleinere plekken. Ik heb toch maar mooi mazzel met de ruimte die ik om mijn tent heen heb.

In restaurant De Robbenjager eet ik een heerlijke pannenkoek met appel. Een lekkere kop thee er bij. Voelt dat gek, zo in je eentje? Nou, misschien een beetje, maar ik heb dit al vaker gedaan. Tijdens lunchtijd zijn er meer die alleen aan een tafeltje zitten. Allemaal met een smartphone waar ze het druk mee hebben. Ouderwets als ik ben heb ik zo’n ding niet, maar wel een boek waar ik in ga zitten lezen. De pannenkoek smaakt heerlijk en het scheelt vanavond koken en kan ik volstaan met een kopje soep met brood.

Het klaart helemaal op zodat ik uiteindelijk mijn oorspronkelijke plan nog kan uitvoeren. Wandelen van Oudeschild naar Oosterend, waar ik mezelf op een heerlijke kop koffie met appeltaart trakteer.

IMG_4400Op de terugweg heb ik flinke tegenwind. Gelukkig ben ik niet op de fiets, bedenk ik. Het wordt een pittige wandeling en ik voor mijn doen laat terug op de camping. Mijn vergezicht maak ik ‘s avonds af en ik ben heel tevreden over het resultaat.

Mijn kampeervakantie – Ragebol

18 juli 2015ragebol

Na al die wind heb ik op mijn hoofd een ragebol. Ik heb een wat langer model gekweekt en hier op het eiland bevalt dat helemaal niet. Er zullen op dit eiland toch wel kappers zijn die zonder afspraak werken?

Op de fiets naar Den Burg. Niet alleen voor die kapper hoor, het is een gezellig plaatsje waar ik een poosje rondloop. Bij een kapsalon, waar geen enkele klant te bekennen is, stap ik naar binnen..De kapster kijkt in het afsprakenboek en vertelt me dat ze helemaal vol zitten die dag. Ik kan wel een afspraak maken voor maandag. Goh, denk ik nog, helemaal vol, hoezo? De zaak is toch helemaal leeg?  Zoals gewoonlijk ben ik te netjes en zeg niets. Dan maar geen knipbeurt. Ik laat het hele idee varen en besluit op zoek te gaan naar Fonteinsnol. Een naam die ik al jaren op een bord heb zien staan en toch wel tot de verbeelding spreekt. Wat voor snol zal dit zijn?

Twee maal kom ik het bordje Fonteinsnol tegen en daarna lijkt de snol van de aardbodem te zijn verdwenen. Nergens meer een aanwijzing hoe ik daar moet komen. Onderhand ben ik al bijna bij De Koog en besluit daar maar eens rond te struinen. Het is mooi weer, dus een strandwandeling zit er zeker in. Eerst door de winkelstraat. Alhoewel, winkelstraat, het is eerder een terrasjesstaat, maar wel gezellig. De souvenirwinkels oefenen hun aantrekkingskracht op me uit en ik bekijk ze allemaal. Kijken, kijken, niet kopen. Genoeg leuke dingen hoor, maar waar moet ik ze laten? Dan moet er eerst weer iets anders de deur uit. Laat maar.De-Koog-dorp-MSD-20090418-163944

En dan, aan het eind van de winkelstraat zie ik een kapsalon. Ja heus, ook in De Koog zijn kappers. En deze werkt niet op afspraak. Joepie, kan ik toch mijn haar laten knippen. De kapster knipt, of eigenlijk snijdt ze, er een leuk model in. Tijdens de knipbeurt bedenk ik dat ik me niet ga laten verleiden tot föhnen. Kappers doen dan altijd iets met mijn haar waardoor ik mezelf niet meer herken.

Met nat haar loop ik over Zeerandweg, waar ik uitzicht heb over het strand en de zee. Het is er niet druk als je het vergelijkt met Egmond of Zandvoort. Hier heb je nog ruimte om je heen. Bij één van de strandpaviljoens bestel ik een groot glas thee en kijk naar de spelende kinderen. Even bekruipt me het gevoel dat het toch jammer is dat ik niet gewoon vakantie kan vieren met mijn lief en zijn twee kinderen. Het voelt egoïstisch dat ik daar geen zin meer in heb. Overal zie ik gezinnen die dat wel kunnen. Schuldgevoel sluipt langzaam naar binnen en gelukkig herken ik het. “Ga weg, jou kan ik hier niet gebruiken”, zeg ik inwendig. En meteen bedenk ik dat ik helemaal niet weet of deze gezinnen het wel zo gezellig hebben. Misschien zijn zij ook wel moe. Wie weet hebben zij ook regelmatig de neiging om hun kinderen achter het behang te plakken. Dat mag hè, je eigen kinderen achter het behang plakken. Bij stiefkinderen is dit echt streng verboden. Trouwens,er is een tijd geweest dat ik gewoon met mijn gezin op vakantie ging. Toen waren mijn eigen kinderen nog jong en kon ik dit wel. We deden spelletjes, speelden jeu de boules en midgetgolf, ik ging met ze mee naar het recreatieteam, ondernam fietstochtjes, deed zelfs mee aan de bingo en tussendoor las ik of zat ik te tekenen. Toen ze groter werden deden we kaartspelletjes en gingen ze zelf naar het recreatiegebeuren, maar de bingo bleef. Zelfs in Frankrijk.

Langs de vloedlijn loop ik terug. Een stel gooit keer op keer een frisbee in zee. De hond haalt het ding trouw uit het water, tot hij er genoeg van krijgt. De man van het stel gaat zelf het water in. Hij houdt de zijkanten van zijn broek vast en trekt ze hoog op.De hond kijkt toe en moedigt de man blaffend aan.18-7-2015 (9) - kopie

Mijn schuldgevoel het bos in gestuurd fiets ik terug naar de camping. Daar teken ik nog een poosje aan het vergezicht. Een probeersel en zo te zien gaat het aardig lukken.

Mijn kampeervakantie – Windkracht 6

 17 juli 2015windkracht 6Wat ging het tekeer die tweede nacht. De wind rukte aan de scheerlijnen van mijn tent, zodat ‘ie regelmatig stond te schudden. Het polyestertentdoek flapperde er lustig op los. Ik besloot maar gewoon te gaan slapen. Als de boel in zou storten kon ik er toch niet zo gauw iets aan verhelpen.

Windkracht 6, 1

Vond je het dan niet eng? Mijn moeder belde de volgende dag en stelde me die vraag. Dat had ik mezelf ook al afgevraagd, maar nee, ik vond het niet eng. Hooguit wat vervelend. Geen wonder, want 11 jaar geleden zaten we op een camping in Frankrijk in het staartje van de cycloon die over het Loiregebied raasde. Dat is pas eng. Overal tenten die stuk waaiden, zelfs een De Waardtent, die toch stormvast is. Maar ja, dat stel vond het nodig om de tent te verlaten. Ze wilden in de auto schuilen. Terwijl ze de tent open deden kreeg de storm vat op het geval en zelfs een De Waardtent redt het dan niet.
De stroom viel uit, de hele camping onverlicht, gillende schoolkinderen, die de dag er voor aangekomen waren. Allemaal in kleine tentjes waar niets van overbleef. Kijk, dan is het pas eng. Onze tenten waren na afloop nog helemaal in tact terwijl er overal ravage was van afgebroken takken.

Om half zes ‘s morgens besloot ik toch maar even een rondje om te tent te lopen. De storm was gaan liggen en al gauw zag ik dat alle haringen nog in de grond zaten. De scheerlijnen trok ik wat strakker en ik verdween nog even mijn slaapzak ik.

IMG_4399

Tegen achten trof ik Malle Pietje bij de douches. “Wat ging het te keer hè? Mijn tentje stond helemaal te schudden, maar ja zo stevig is het ook niet. Die van u is vast steviger. Weet u…………..” En ja, dat wist ik allemaal al, want dat had hij al verteld.
De ochtend lekker voor mijn tentje zitten lezen en de IJsvogel afgemaakt. Daarna boterhammetjes en een appeltje voor onderweg in mijn rugtas gedaan. Lopend op pad naar Oudeschild. Een mooi tochtje over de dijk langs de Waddenzee. Ver? Nee hoor, een km of vijf. Onderweg zag ik een kapsalon. Mooi, misschien kon mijn haar wel even gefatsoeneerd worden. Op afspraak? Daar had ik geen zin in. Niks geen afspraken, dan maar een ragebol. Oudeschild bekeken en ontdekt dat er toch wel één en ander veranderd is. Vlak voor de jachthaven bleek een heel speelterrein te zijn aangelegd. Basketbalveldjes, voetbalveldjes, de Teso als speelschip, een klimwand en allerlei ‘gewone’ speeltoestellen. Daar heb ik mijn broodje gegeten. Het was inmiddels weer wat harder gaan waaien, maar ja, dat doet het eigenlijk altijd op Texel.

17-7-2015 (8)

Terug nam ik een ander pad. Eerst even mijn appeltje opgegeten op de dijk, waar twee zeemeeuwen meteen om me heen paradeerden. Zo’n appeltje leek ze wel wat. Zodra ik mijn klokhuis weggooide stoven ze er op af. Stoeiden er wat mee en één van hen vloog ermee vandoor.

17-7-2015 (10)

Ik liep een stukje terug naar het smalle schelpenpaadje. Plattegrond erbij, paadje opgezocht en gekeken waar dat ongeveer uitkwam. Dat ging helemaal goed komen. Halverwege nam ik een klaphekjesroute waardoor ik op allerlei mooie plekjes kwam.
Eenmaal terug bleek het veld aan de overkant van het pad aardig vol te raken. Mensen waren druk bezig tenten op te zetten. Leuk om naar te kijken. Ik zette de barbecue weer aan voor de halve paprika die ik gevuld had met cherrytomaatjes en stukjes knoflook. Ingepakt in alufolie werd dat tussen de kooltjes wel gaar. Karbonaadje op het rooster, aardappeltjes in de pan. Mijn maaltijd kon niet meer stuk.ijsNa het eten nog even naar de vuurtoren. Dat stukje strand blijf trekken. Mijn lief belde, en zittend in het zand vertelde ik hem mijn belevenissen van die dag. Daarna heb ik mezelf nog op een lekker ijsje getrakteerd.

Mijn Kampeervakantie – Malle Pietje

mallepietje2

16 juli 2015

k ben zó blij met m’n toiletemmer. Twee keer moest ik ‘m gebruiken die eerste nacht. Wennen aan alle geluiden, vaak wakker en dus plassen. Wennen aan de lichte omgeving, want ja zo’n polyestertent laat nu eenmaal licht door. ‘s Morgens werd ik dan ook al om half zes wakker. Alsof ik naar mijn werk moest. Nog maar even blijven liggen, wat weggedommeld en om half acht de slaapzak uit.

De buurman op het hoekje is ook wakker. Hij lijkt, werkelijk waar, op Malle Pietje. Je weet wel, van Swiebertje. In zijn eentje kampeert hij in een klein koepeltentje. Hij begint direct enthousiast te praten, terwijl ik denk: “Oeps, een beetje zacht, iedereen ligt nog op één oor.
Samen lopen we naar het sanitairgebouw en Malle Pietje licht zijn doopceel. Hij is, 72 jaar oud, op de fiets uit Ommen gekomen. Van de campingboer kreeg hij een tafeltje en een stoeltje, anders had hij op de grond moeten zitten. In de douche heeft hij ze schoon gespoeld en kreeg toen op zijn kop. Dat had hij buiten moeten doen, want de campingboerin had de douches net schoongemaakt. Een poosje geleden is zijn schoonzuster overleden en daar moest hij heen. Toen heeft hij zijn ex gebeld, die uiteraard niet bereikbaar was. Daarom belde hij met haar nieuwe man. Ze bleken op visite te zitten bij kennissen en zij begon direct te vitten dat ze niet begreep waarom hij haar man belde. Uiteindelijk nam ze het hem niet kwalijk, vanwege die overleden schoonzuster. Zijn dochter had hij al vijftien jaar niet gezien en die belde hem ineens toen hij jarig was. Hij noemde de datum er bij, maar die weet ik niet meer. Via zijn dochter kwam hij op het overstappen van de PKN naar de evangelische gemeente en uiteindelijk liet hij nog weten dat zijn maat vier weken de NRC voor hem liep. Want ja, dat doet hij nog steeds. Je moet uiteindelijk wel iets om handen hebben. Of ik ook verwanten had, wilde hij weten. Ik vertelde hem van mijn lief, mijn drie kinderen en zes kleinkinderen. O hemel, daar ging hij weer op in, want zes kleinkinderen is wel veel. Voordat hij verder kon praten zei ik dat ik wel heel nodig naar het toilet moest, wat niet zo gek was, want we waren zo’n drie kwartier verder.

Na mijn ontbijt, in het zonnetje voor de tent, startte ik mijn wandeling terug naar de veerboot. Niet dat ik alweer terug wilde. Nee, ik ging een fiets huren. Het tochtje te voet duurde zo’n veertig minuten. Heerlijk de wind in de haren, waardoor ik wel een wild kapsel kreeg. Het zat echt voor geen meter. Maar goed, ik deed het er maar mee.

16-7-2015 (5)

‘s Middags op de fiets naar Den Hoorn, naar de zomermarkt. Lekker slenteren langs de kraampjes. Het kerkje van binnen bekeken en even zitten luisteren naar een toerist die achter het orgel was gekropen. Spijtig bedacht ik dat het jammer was dat mijn lief niet mee was. Hij had vast ook wel even op dat orgel willen spelen. Buiten zag ik op een poster dat er ‘s avonds een concert in de kerk zou zijn van The International Holland Music Session.

Na mijn avondeten, aardappelen, sperziebonen en een karbonaadje allemaal op die ene gaspit klaargemaakt, ben ik terug naar dat kerkje gegaan. Voor de pauze speelde er een pianist uit Letland en na de pauze waren de pianist en cellist uit Hongarije aan de beurt. De cellist had duidelijk last van de hand waar hij de strijkstok in vasthield. Hij strekte zijn vingers, knakte ze zelfs, maakte een vuist en strekte de hand weer voordat hij aan het volgende stuk begon. Ik heb zitten genieten. en vond het jammer dat het al na anderhalf uur afgelopen was.

16-7-2015 (1)

Daarna, telefonisch, mijn lief nog even gesproken voordat ik mijn slaapzak weer opzocht. Moe van de hele dag buiten bivakkeren viel ik vrij snel in slaap.

Mijn kampeervakantie

15-7-2015 (4)

15 juli 2015

En zo ineens was het 15 juli. Al sinds de vorige avond stonden alle kampeerspullen in de kamer. Het was een uitdragerij en ik bekeek mijn Fiat Panda eens even. Zou dat er allemaal in passen?

Natuurlijk paste het, ik hield zelfs nog ruimte over. In de regen vertrok ik uit Emmeloord. Op buienradar had ik gezien dat het om twee uur een poosje droog zou zijn. Kijk dat is nou wat je noemt ‘mazzel’. Dan konden mijn lief en ik de tent in ieder geval ‘droog’ opzetten. Het weer was werkelijk bar en boos. Ik dacht aan mijn lief en zijn twee kinderen die op dat moment op Texel aan het rondfietsen waren. In de loop van de ochtend had ik hem nog gebeld, nadat ik buienradar had geraadpleegd. Helaas hadden ze toch een fiets gehuurd, want toen ze op de boot waren was het nog mooi weer. Dat bleef echt niet zo hoor, het goot pijpenstelen.

Drijfnat kwamen ze op de camping aan en even voelde ik me schuldig. Doordat ik in mijn eentje op Texel gingen kamperen waren zij nu veroordeeld tot fietsen in de regen. Streng sprak ik mezelf toe: “Nee Wilma, je draait de boel weer eens om. Doordat de situatie met mijn lief en zijn twee kinderen soms erg moeizaam is, en ik niet doodmoe thuis wil komen van onze vakantie, ga ik alleen kamperen. Dat is voor iedereen beter. Dit is niet alleen mijn schuld of mijn probleem. Het is een gezamenlijk probleem, we proberen er het beste van te maken en naar oplossingen te zoeken. Omdenken is daardoor een interessante hobby geworden.

15-7-2015 (1)

Inderdaad werd het om twee uur droog en zelfs warm. Samen met mijn lief zette ik de tent op. Fluitje van een cent behalve dat de campingboer vond dat mijn tent te veel naar links stond. Of we ‘m even een stukje op konden schuiven. Alle haringen weer los en daarna heel voorzichtig aan het bouwzeil, wat onder de tent lag, getrokken. Zo stond ‘ie beter. Tja, ik had het idee dat er vier tenten op het veldje moesten kunnen staan en het bleken er maar drie te zijn. Dat krijg je als je zelf gaat nadenken.

Mijn lief en zijn twee kinderen vertrokken weer en ik besloot boodschappen te gaan doen. Uiteindelijk was het wel de bedoeling dat ik ‘s avonds iets te eten had. Helemaal alleen voor mijzelf gebruikte ik de barbecue. In folie zat een paprika, gevuld met gehakt. Die lag lekker gaar te worden tussen de kooltjes. Aardappeltjes kookte ik in een klein pannetje op mijn éénpits gasstel. Het dochtertje van de campingboer kwam even buurten en vond het maar een saaie bedoening dat ik in mijn eentje was. Als je een jaar of negen bent begrijp je ook niet dat er mensen zijn die dat heerlijk vinden.

15-7-2015 (2)

Na het eten liep ik nog een stukje over de dijk langs de waddenzee. Nog even een telefoontje met mijn lief, daarna nog even lezen en al vroeg in mijn slaapzak. Moe was ik, heel moe. Terwijl ik nog even de dag overpeinsde en mezelf best stoer vond viel ik langzaam in slaap.

Wordt vervolgd…………..

Ik ga op vakantie en neem mee……………………….

vakantie 1

Het moet allemaal in mijn Fiat Panda passen. Uiteraard scheelt het dat ik alleen in de auto zit. Achterbank kan plat en de passagiersstoel kan ik vullen met van alles. Dan moet het lukken met de tent, tentstokken, grondzeil, slaapzak, luchtbed, stoeltjes (ja, want ik krijg bezoek), tafeltje, wasrekje, inklapbare barbeque, campingkoelkastje, afwasteiltje, sporttas met kleding,wandelschoenen,  toiletemmer (ik ga echt ‘s nachts niet naar het sanitairgebouw hoor), campingservies en – pannen, etc. etc.

IMG_4221En dan nog al die kleine dingen: schetsboek groot en klein, potloden, pastelpotloden, pastelkrijt. Geen verf, dat lijkt me te veel gedoe op een camping. Wel veel boeken en mijn borduurwerk want je weet maar nooit of ik dat weer eens oppak. Door al het tekenen is dit er een beetje bij ingeschoten. Het wordt net als het borduurwerk van de waddenvogels een tien jarenproject. Geeft niks, want wat in het vat zit verzuurd niet.

Ik geniet nu al van de voorpret. Heerlijk in mijn eentje kamperen. Gewoon twee weken lang mijn eigen ding doen. Een beetje wandelen en fietsen. Die fiets moet ik overigens wel huren, want de universele fietsdrager die ik heb gekocht blijkt niet geschikt te zijn. Dat ding mag maar 30 kg dragen en mijn fiets is toch wel een tikkie zwaarder. Mijn lief en ik hadden de fietsdrager aan mijn Panda geprutst, daarna hingen we mijn fiets er aan. Mijn lief keek steeds bedenkelijker en ik eerlijk gezegd ook. Nee, dat werd ‘m niet. Nu staat ‘ie te koop aangeboden op Marktplaats. Denk je dat iemand ‘m wil kopen? Niks hoor, nog geen reactie gehad. Na mijn vakantie maar opnieuw te koop aanbieden.

'vakantie

Bij de bibliotheek heb ik de vakantietas gehaald. Mijn lief en ik hebben de buit verdeeld. Hij twee boeken en ik twee. Verder heb ik mezelf getrakteerd op wat nieuwe boeken. Zelfs vandaag nog. We waren naar Leeuwarden, gewoon gezellig even de stad in. Mijn plan was om nog wat shirtjes te kopen en misschien een korte broek. Het is uiteindelijk uitverkoop. Het werd precies één shirtje, meer kon ik niet vinden. De korte broek die ik gepast heb zat niet lekker en eigenlijk stond ‘ie ook niet leuk. Maar ja, dat boek hè! Dat kon ik niet laten liggen. Eerlijk gezegd zag ik nog veel meer boeken, maar vorige week had ik er mezelf ook al één cadeau gedaan. O ja, en een paar weken geleden kocht ik er ook al drie. Bij de kringloopwinkel in Broek in Waterland. Zo goed als nieuw, vooral die ene, die van Cissy van Marxveldt, “een zomerzotheid”. Stukgelezen heb ik het boek in mijn jonge jaren. Nu zag ik ‘m liggen, met de originele omslag en op slag werd ik verliefd. Lijkt me zo geweldig om dat boek nu opnieuw te lezen. Mij benieuwen wat ik er nu van vind.

Je ziet, er gaat genoeg mee en vervelen zal ik me niet.

Oude mevrouw

Oude mevrouw

Voor me uit liep een vader met zijn zoontje van een jaar of drie. Iets achter hem liep de moeder van het jongetje gezellig te praten met een vriendin. Erg snel liepen ze niet, het was geslenter van de bovenste plank. Maar ach, met zo’n ventje van drie kan je waarschijnlijk ook niet sneller. Bovendien hadden ze een iets andere huidskleur dan ik en zijn ze van oorsprong gewend het wat rustiger aan te doen. 

Ik passeerde het stel en bij de voetgangersoversteekplaats en drukte de knop van het verkeerslicht in. Het was rood en dat blijft het daar ook altijd vrij lang. Het stel kwam dichterbij en de moeder van het jongetje zei al direct: “Kan het ook wat vlugger hier?” Dat verbaasde me nogal, want veel haast leken ze niet te hebben.

“Voor mij is het groen hoor”, zei de vader en samen met het jongetje stak hij alvast over. Meestal hou ik mijn mond, maar nu was ik in een bui dat ik het niet kon laten. “Mooi voorbeeld geef jij”, zei ik. Tot mijn verbazing kreeg ik bijval van de vriendin van de moeder van het jongetje. Dat leverde bij de vader van het kind een hoop frustratie op. Hij keek achterom en beet mij toe: “Daar hoef jij je niet mee te bemoeien!”

“Participatiemaatschappij”, reageerde ik. Hij nam het me niet in dank af. “Dan hoef jij je er nog niet mee te bemoeien, oude mevrouw!” En ik me maar verbeelden dat ik er nog jong uitzie voor mijn leeftijd. Maar echt, hij zei letterlijk, ‘oude mevrouw’. Inmiddels was het verkeerslicht groen geworden, ik liep ze voorbij en haalde nadrukkelijk mijn schouders op.

Het was goed dat hij me niet een oud wijf noemde. Dan had ik gereageerd: “Als jouw zoon je voorbeeld blijft volgen en een keer doodgereden wordt, dan zal je nog wel eens aan mijn woorden denken”. Misschien had ik dit gewoon moeten zeggen…..

Toen mijn kinderen klein waren bleven wij keurig op groen licht wachten. Als een andere voetganger gewoon doorliep riepen wij vervolgens in koor: “Ooohh! Dat mag helemaal niet.”

Flauwekul

flauwekul

Hij had ‘s nachts gerust wel even geslapen hoor. Een uurtje, misschien twee. Daarna was hij druk in de weer geweest, had flink rondgelopen en een aantal kasten opnieuw ingericht. Of eigenlijk had hij ze leeggehaald en de zuster die nachtdienst had ruimde ze weer in.

Nu zat hij te dutten op een stoel, terwijl de zij de overdracht deed naar de collega’s die vanaf 7.00 uur het stokje over gingen nemen. Ze vertelde de bijzonderheden van de afgelopen nacht en ineens klonk er vanuit de stoel: “Hoe lang duurt die flauwekul nog? Ik ben moe en wil naar bed!”.