Monthly Archives: June 2015

Een wurm in mijn nek

wurm

Hij zat voor ons en had een wurm in zijn nek. Behalve dat was hij erg ongedurig, verplaatste zich naar een andere stoel en besloot uiteindelijk over de rij voor hem heen te stappen en daar te gaan zitten. Zo zat hij, met wurm en al nog steeds voor me. Vol aandacht luisterde hij naar de twee vioolleerlingen die hun D-examen deden. Vijftien en zeventien waren de twee meisjes en ze zaten op het niveau van een beginnende conservatoriumleerling. Machtig vonden wij het om te zien dat er nog jongelui zijn die zich voor dat soort activiteiten in willen spannen.

Maar ja, die wurm hè. Mijn blik werd er naar toe gezogen, want ik heb er zelf ook één in mijn nek, tenzij de kapper mijn haar goed knipt. Bijna niet één kapper kan dat. Zelfs niet als ik, de leek, uitleg hoe ze dat moeten doen. Als je zo’n wurm hebt, heb je een kruin onder in je haargrens. Al je haar groeit dan naar het midden. De kapper knipt de onderkant keurig recht, föhnt je haar, trekt het met haar vingers nog even mooi in model en dan kom je thuis. Weg mooie rechte lijn en daar is die wurm. Het hangt als een sliertje in je nek en is geen gezicht. Lekker belangrijk, denk je misschien, want je ziet de achterkant zelf toch niet. Nou, mij is het een doorn in het oog. Ik heb ook al een kruin rechts bovenin. Als mijn haar te kort is valt dit open en heb ik mijn achterhoofd een scheiding. Geen gezicht. Overigens had deze man niet zo’n scheiding. Hij had alleen een wurm.

Mijn jongste dochter vond mijn wurm vroeger vies. Geen idee waarom, want zo erg is het nu ook weer niet. Haar dochter, mijn oudste kleindochter, bleek ook zo’n wurm te hebben. Je ziet er niets van, want ze heeft lang haar. Dat is misschien wel het handigst als je met zo’n probleem opgescheept zit.

De oplossing zit ‘m in een andere manier van knippen. In plaats van de onderkant zo mooi mogelijk recht te knippen moeten ze gewoon een ronding knippen. En dan niet de zijkanten korter dan het midden. Nee, precies andersom. Ooit had ik een kapper die dat deed. Toen was ik een jaar of twintig. Daarna heb ik nooit meer een kapper kunnen overtuigen van deze manier van knippen. Dus wat gebeurt er iedere keer als ik mijn haar heb laten knippen? Je raadt het al, ik knip de wurm er eigenhandig af. Het is geen gezicht als mijn haar nat is, want dan zit daar een gat, maar als het droog is valt het precies goed.

De laatste keer heeft mijn lief de wurm er afgeknipt.

Coronation Street

Coronation Streetjpeg

Afgelopen maandagochtend waande ik mij heel even in Coronation Street. Je weet wel, die serie waarin alle vrouwen met krulspelden in hun haar rondliepen.

Mijn lief en ik gingen bij mijn dochter oppassen. De aanleiding was niet leuk, want zij  moest onder het mes bij de kaakchirurg. Ooit heeft zij 18 jaar geleden een ongeluk gehad waarbij zij vier voortanden kwijtraakte met wortel en al. Jaren liep zij met een “plaatje”, tot zij op haar 18e een brug kreeg. Tot voor kort ging dit goed en als er problemen waren werd het opgelapt. Nu moest de brug verwijderd en werd haar kaak voorbereid voor implantaten. Ze kwam van de operatie terug en werkelijk waar, Marijke Helwegen was er niets bij. Mijn dochter was gewoon Marijke Helwegen in het kwadraat.

Omdat ze op maandagochtend al vroeg de deur uit moest besloten mijn lief en ik te overnachten in een bed & breakfast. We konden het ons niet veroorloven om ‘s morgens in een file terecht te komen. Natuurlijk hadden we bij één van de kinderen kunnen slapen. Dat zagen we niet zo zitten. Ik had de hele weekend gewerkt. En geloof het of niet, maar in een verpleeghuis is het in een weekend altijd veel drukker dan door de week. Ik had me een slag in de rondte gewerkt en moest er niet aan denken om een gebroken nacht te hebben doordat ik bij een kleinkind op de kamer zou slapen. Nee, zo’n bed & breakfast is dan echt een uitkomst. We hoefden er niet te ontbijten, want dat zouden we bij mijn dochter doen.

Het bed & breakfast werd gerund door een stel ras Amsterdammers. Niks mis mee hoor, met dat stel, we moesten alleen door hun huiskamer naar onze slaapkamer. Dat voelde wat ongemakkelijk. Ons wandelingetje ‘s avonds hebben we dan ook maar laten schieten. We hebben wat gelezen, wijntje er bij en daarna gauw slapen. Dat was hard nodig, want rond 21.30 uur keek ik scheel van de moeheid.

‘s Morgens werden wij al vroeg wakker en om 8.00 uur waren we klaar voor vertrek. Daar stonden we dan, in de woonkamer. Geen eigenaar te bekennen. Mijn lief liep naar beneden. De achterdeur bleek niet op slot, zodat hij de tas vast naar de auto bracht. Ik liep wat heen en weer en vroeg me af wat we hier mee aan moesten. We konden natuurlijk het geld op tafel leggen en gewoon weg gaan, maar dat voelde wat raar. Uiteindelijk besloten we op zoek te gaan naar de slaapkamer van de eigenaar. Die bleek beneden te zijn. Wat voorheen garage was, was nu slaapkamer. Ik gaf een bescheiden roffeltje op de deur en ja hoor er kwam leven in de brouwerij: “Ja?”, hoorden wij de vrouw zeggen. “Wij willen graag vertrekken”, zei mijn lief. Er klonk wat gestommel, de deur ging open. Ik kon nog net mijn lach verbijten. Daar stond zij, in haar bloemetjes peignoir en ja, je raadt het al, met krulspelden in het haar. Nadat ik haar het geld had gegeven wenste zij ons een fijne dag en verdween weer.

De honderdjarige

De honderdjarige

Ze lag nog in bed toen ik haar hielp met het eten van de pap. Mijn oog viel op een krantenknipsel wat aan het prikbord hing waaruit bleek dat zij al 100 jaar oud was.

“Goh, u bent al honderd. Dat is een hele leeftijd. Ik ben net over de helft.”

Ze reageerde heel verbaasd: “Ben ik al honderd, nee toch?” Ik vertelde over het krantenknipsel en zei dat ik het haar na het eten zou laten zien. Zo gezegd zo gedaan. Verbaasd bekeek ze het artikeltje. “Kijk, dat bent u”, en ik wees haar op de foto aan. Ze bekeek zichzelf eens goed en kwam tot de conclusie dat zij dat echt niet was.

Kinderen had ze niet, ze was nooit getrouwd geweest. Ze was gewoon nooit de ware tegengekomen. Ze had wel een broer, die was ouder dan zij. Hij leefde nog, volgens haar. “Goh, dus u ben honderd en uw broer is nog ouder”, reageerde ik. “Honderd? Ben ik honderd? Nee toch zeker.

Op het tafeltje stond een foto van haar met een klederdrachtkap op. Ik pakte deze op, liet hem haar zien en vroeg of zij dit was. Aandachtig bekeek ze de foto en na een poosje zei ze: “Nee hoor, dat ben ik niet. Dat is vast opoe.”

Een lekker stuk

k5750124

De ene dag ben ik vriendelijker dan de andere dag. Waar dat aan ligt weet ik niet. Daarvoor laat mijn geheugen me te veel in de steek.

Vanmorgen was ik wakker toen de zuster binnen kwam. Ze zei me vriendelijk gedag en pakte mijn hand toen ik deze naar haar uitstak. Vervolgens trok ik haar naar me toe en ja hoor, ik kreeg een knuffel. Daarna kreeg ik mijn medicijnen. Vandaag was een goeie dag, dus nam ik ze zonder problemen in. Ja, de ene dag is de andere niet. Ik heb van die dagen dat ik echt niet te genieten ben en op alles en iedereen boos ben. Dan gooi ik wel eens een kopje door de huiskamer. De zusters vinden dat geloof ik niet leuk. Dat is vast omdat ze de scherven op moeten ruimen.

Na het innemen van mijn medicijnen ben ik weer heerlijk in slaap gevallen tot ik wakker werd gemaakt. Moet je bij mij niet doen. Dan begint mijn dag echt verkeerd, behalve vandaag. “Kijk eens wie ik meegenomen heb!”, zei de zuster. Ik was eigenlijk een beetje ontstemd, tot ik de broeder zag die schuin achter haar stond. Ik lachte van oor tot oor en zei: “Wat een lekker stuk”.