Monthly Archives: May 2015

Verward en verwarrend

Opgelicht

Misschien kan ik het wel aan die mevrouw vragen. Ze zit tenslotte achter de balie, dus wie weet.

“Ik wil hier rondlopen. Mag dat?” Gelukkig, het mag. “Ik vind al die rode stoelen zo mooi. Zijn die te koop?” Nou, dat is toch ook wat, ze zijn niet te koop, maar volgens die mevrouw mag ik er wel in zitten.

“Dus ik mag er in zitten? Alleen?” Ik loop weg, draai me na een paar stappen weer om en ga weer terug naar de balie: “Ik mag er dus alleen in zitten?” Ja hoor, ik mag er gerust in gaan zitten volgens die mevrouw.

“Nou, dan ga ik maar weer.” Ik draai me om en ga weer terug naar mijn eigen plek.

Advertisements

Vrijheidsberoving

Vrijheidsberoving

Vanmorgen vroeg viel het allemaal nog wel mee. Er kwam een vrouw met een witte jas die vroeg of ik wilde douchen. Natuurlijk wilde ik dat, want ik weet dat ik dat niet meer zo goed zelf kan. Ik was blij dat ze aanbood om me te helpen. Na het douchen liep ze weer met me mee naar mijn kamer en gaf me mijn scheerapparaat zodat ik me kon scheren. Zelf ging ze de badkamer opruimen en kwam  later terug om met me naar de ontbijtzaal te lopen. En daar zaten al die gekken, ze keken naar me maar zeiden niks. De vrouw met de witte jas zette een mandje met brood, boter en kaas op tafel. Ik had al laten weten dat ik ‘s morgens altijd kaas op brood eet. Dat vind ik lekker. Daarna kwam ze met een cupje waarin medicijnen zaten. Mijn medicijnen, wel te verstaan. Ik keek er naar en besloot dat ik ze niet in wilde nemen. Wie had dit voorgeschreven? Ik slikte altijd alleen metformine en nu zaten er wel een stuk of 8 pillen in het cupje.

“Uw huisarts heeft dit voorgeschreven”,  zei de vrouw met de witte jas aan. Ik geloofde haar niet en liet dat ook duidelijk weten. Insuline spuiten mocht ze wel hoor, ik weet dat ik dat nodig heb, maar die pillen vertrouwde ik niet. De vrouw nam ze weer mee en maakte met mij de afspraak dat de dokter in de loop van de ochtend uit zou komen leggen waarom ik die pillen in moest nemen. Niet dat ik daar wat aan had, want het was een dokter die bij dit huis hoort. Eéntje die ik niet ken dus.

Langzaam werd ik bozer en bozer en besloot dat ik een jurist zou moeten raadplegen. Tenslotte was ik van mijn vrijheid beroofd en dat is niet wettelijk toegestaan. Aan de vrouw met de witte jas vroeg ik of zij een jurist was. Dat was ze niet, nee, ze was verpleegkundige. Zie je wel, dacht ik, dan ben ik dus echt in het gekkenhuis. “Ik wil mijn vrouw bellen”, zei ik. De vrouw gaf me haar telefoon en zei dat ik dat gerust mocht doen. Daar stond ik dan, met die telefoon in mijn handen en ik had werkelijk geen idee wat ik met dat ding moest. Hoe moest ik dat bedienen en wat was het telefoonnummer ook alweer? Ze zag het waarschijnlijk aan me en bood aan om te bellen. Ze hield het toestel tegen haar oor en zei na een poosje: “Uw vrouw neemt niet op. Ik probeer het later nog een keer”. Maar wat is later. Ik hoopte toch wel dat dit binnen afzienbare tijd was. De vrouw beloofde mij om het over een kwartier nog een keer te proberen.

Na verloop van tijd kwam de vrouw in de witte jas terug. Mijn vrouw had haar gebeld, liet ze weten. Maar hoe kon ik weten of dat waar was? Volgens haar zou mijn vrouw na 15.00 uur bij mij op bezoek komen. Ik werd steeds bozer en dat was waarschijnlijk goed aan me te zien. De vrouw met de witte jas aan liep weg. Misschien was ze wel bang voor me.

Na een poosje kwamen een vrouw en een man door de deur naar binnen. Ik kende ze. De vrouw woont bij ons in de straat en de man ken ik van mijn werk. Ze vroegen of ik mee wilde om een kopje koffie te drinken en gezellig bij te praten. Dat heb ik toen maar gedaan. Ik was blij dat ik iets bekends zag.

Wat is de bedoeling?

Bedoeling

Dat is een interessante vraag: Wat is de bedoeling? Waarvan, zul je misschien denken. Tja, ik bedoel dit nogal ruim alhoewel ik op ideeën werd gebracht tijdens een studiebijeenkomst op het werk. Daar werd ons uitgelegd dat je vanuit een cirkel moet denken. Het middelpunt is de bedoeling, dat is het vertrekpunt. Daar omheen zit onze leefwereld en daar omheen de systeemwereld. Dat zijn de regels die noodzakelijk zijn zodat het geen ongeorganiseerde puinhoop wordt.

Vaak werken we van buiten naar binnen en dan krijg je het volgende:

de kapotte roltrap: www.youtube.com/watch?v=47rQkTPWW2I

de paarse krokodil: www.youtube.com/watch?v=mJipJwDPJ-g

We kunnen dus beter van binnen naar buiten werken: Wat is de bedoeling, hoe pas ik dit toe in de leefwereld en welke regels kan ik daarbij gebruiken? Tijdens deze uitleg kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk altijd al zo werk. Ook in de ouderenzorg, mogelijk doordat ik daar pas twaalf jaar werkzaam in ben. Het werd me overigens niet altijd in dank afgenomen hoor. Ik had heel wat botsingen met de verpleeghuisarts. Neem die keer dat een dementerende vrouw een hersenbloeding kreeg. Voor die tijd was ze nog redelijk mobiel met haar rollator en scharrelde ze lekker rond. Na die hersenbloeding was ze druk, zenuwachtig, onrustig en zeer valgevaarlijk. Ze stond zo maar op uit haar rolstoel, ging aan de wandel en daar lag ze weer. Om haar te beschermen vroeg ik familie of we een werkblad op haar stoel mochten plaatsen. De verpleeghuisarts was vrij, maar ik mailde hem hier direct over. Wat kreeg ik, en public, de wind van voren zeg. De regels waren dat ik eerst hem moest raadplegen, daarna mocht ik pas de familie de familie inschakelen en ik mocht zeker niet op mijn eigen houtje zulke beslissingen nemen. En dan te bedenken dat ik ze niet eens op mijn eigen houtje nam, want het hele team had hier zijn stem in. Tja, die regels kunnen behoorlijke obstakels zijn.

Buiten dat kwam ik tot de conclusie dat ik in mijn privé leven meestal ook op die manier te werk ga. Het wordt niet door iedereen begrepen en soms heeft men daardoor een oordeel over mij en dat is niet altijd leuk.
Neem bijvoorbeeld onze zomervakantie. Mijn lief gaat met zijn twee kinderen op vakantie en ik ga in mijn eentje kamperen. Ik ben bang dat er veel mensen zijn die dat raar vinden en er de volgende mening op na houden: “Je wist toch waar je aan begon toen je met je lief trouwde. Je wist dat hij die twee nog jonge kinderen had, dan is het toch de bedoeling dat je je daar voor inzet? Dat je het leven voor hen zo prettig mogelijk maakt?” Ik ben niet alleen bang dat er mensen zijn dit dit zo zien, ik weet het zelfs zeker, want het is mij een aantal keer op die manier onder mijn aandacht gebracht.

Maar wat is nu precies de bedoeling? Volgens mij dat wij allemaal een fijne vakantie hebben. Dus niet een vakantie die voor een aantal mensen leuk is en voor één doodvermoeiend. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Ik heb er dus voor gekozen om niet met mijn lief mee te gaan en ga alleen. Zij hoeven geen rekening met mij te houden, ik loop niet met allerlei irritaties rond en we komen allemaal weer blij terug van onze vakantie. Want dat is toch de bedoeling? Het lijkt veel op “omdenken” en volgens mij toon ik hiermee lef in plaats van dat ik me aan mijn verantwoordelijkheden onttrek.

Proef kamperen

14-05-2015 (2)

Het idee dat ik onze nieuwe tent in mijn eentje op kan zetten heb ik maar laten varen. Dat gaat me niet echt lukken. Ach, dacht ik eerst nog, er zijn altijd wel kampeerders die je daarmee willen helpen. Kijk, dat was al de eerste twijfel, maar na het proef kamperen heb ik bakzeil gehaald en gevraagd of mijn lief toch maar mee wil. Natuurlijk wil hij dat en eigenlijk is hij er blij mee. Dan weet hij straks waar ik mijn plekkie heb en hij weet zeker dat de tent goed staat.

We hebben vanaf Hemelvaartdag onze nieuwe tent uitgeprobeerd. Een stoere onderneming, want echt heel mooi weer werd er niet verwacht. Overdag een graad of vijftien en ‘s nachts hooguit acht. Best koud, zeker de eerste nacht. Wat wil je ook met alleen een hoeslaken over het luchtbed heen. Stom, stom, stom, want dat hadden we van te voren kunnen weten. Gelukkig zijn wij niet voor één gat te vangen en hebben we de volgende dag een extra slaapzak gekocht en deze over het het hoeslaken gelegd. Dat scheelde een stuk!

15-05-2015 (11)

We kampeerden in de omgeving waar ik vier jaar geleden nog woonde. Een mini camping deleek vlak bij Broek en Waterland. Mooi op fietsafstand van Purmerend zodat ik mijn lief kon laten zien waar ik vroeger met mijn kinderen altijd fietste. Zo gingen we de tweede dag naar Purmerend. Konden we meteen samen in lunchroomdeoorsprong lunchen, de lunchroom van mijn dochter en schoonzoon.
Nou dacht ik dat ik in deze omgeving toch wel alle fietspaden had gezien, maar dat bleek niet het geval. We kwamen op plekjes waar ik nog niet eerder was geweest.

16-05-2015 (4)
De dag er na begon erg regenachtig en al gauw kwam ik tot de conclusie dat het slim zou zijn om een paar rubber tuinschoenen te kopen zodat je die aan kan doen als je over een nat grasveld heen moet. Die zijn we dan ook gaan kopen, maar eerst gingen we naar Medemblik. Met een omweg, want mijn topografische kennis laat te wensen over. Het weer klaarde gelukkig op toen we daar eenmaal waren. Het waaide wel flink, maar de zon scheen ook en dat maakte een hoop goed. Via Hoorn zijn we weer terug naar de camping gereden. Met de auto hoor, we deden niet alles op de fiets. Een tussenstop gemaakt bij karstententen vanwege die rubber schoenen. Die bleken ze niet te hebben, maar we kochten er wel een nieuwe fluitketel en een gaatjestapijt voor in de tent. Uiteindelijk hebben we de rubber schoenen bij Tuincentrum Overvecht in de Zuidoostbeemster gekocht. Allemaal bekend terrein voor mij en heerlijk om mijn lief te laten zien.

16-05-2015 (13)

‘s Avonds liepen we 3½ km naar Monnickendam om daar lekker een patatje te eten. Heerlijk! Daarna dezelfde afstand weer terug en nog even met een boek op schoot in de tent. Wijntje er bij, een schaaltje chips onder handbereik. Heerlijk!

De laatste dag zijn we, weer op de fiets, naar Purmerend gegaan om de verjaardagen van twee kleinkinderen te vieren. Jordy werd drie en Milou was al jarig geweest en één geworden. Het werd in één keer gevierd. Daarna weer een uurtje terug en de tent afgebroken. Een karwei wat ik waarschijnlijk wel in mijn eentje kan. En anders zit er niks anders op dan hulp van één van andere kampeerders te vragen, want mijn lief is dan zelf op vakantie met zijn kinderen.

Al met al waren het hele fijne en ook wel stoere dagen. Want zeg nu eerlijk, wie gaat er met deze temperaturen nou in een tent kamperen?

Opgelicht

Opgelicht

Het leek zo’n aardige man, de eigenaar van het kleine autobedrijf in Noord Holland. Als er iets met mijn auto was kon ik deze gewoon ‘s morgens om 6.30 uur al bij hem langs brengen. Hij bracht mij vervolgens naar mijn werk gebracht en haalde me later weer op. Misschien een noodzakelijke service, want een bus reed daar niet. Ja, aardig was hij, maar achteraf betwijfel ik of hij ook eerlijk was.

Na jaren geen eigen auto gehad te hebben kocht ik bij hem een Daihatsu Cuore. Knalrood en goed zichtbaar dus. Heerlijk, zo’n klein karretje wat ik makkelijk overal kon parkeren.  “Wel alle weken uw koelvloeistof controleren hoor”, zei hij. Ik deed het braaf de eerste weken, maar uiteraard kwam daar de klad in. Overigens zie ik nooit iemand wekelijks zijn koelvloeistof controleren, maar dat even terzijde. Nadat de auto een grote beurt had gekregen werd me dit weer heel nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Op een gegeven moment was het koelvloeistofreservoir dan ook gewoon leeg. Ik kan me niet herinneren dat ik last heb gehad van een kokende motor, iets wat volgens mij wel gebeurt als de koelvloeistof op is. Mijn auto deed het gewoon helemaal niet meer. En dat midden op de snelweg, terwijl ik onderweg was naar Haarlem.

Wegenwacht gebeld, auto weg laten brengen naar de aardige eigenaar van het kleine autobedrijf.

Hij vond het heel vervelend, maar omdat ik zo eerlijk zei dat ik de koelvloeistof niet regelmatig had gecontroleerd, kreeg ik een forse korting op de rekening. Het arbeidsloon had hij gehalveerd. Tja, misschien was dat zo……… Na verloop van een jaar of drie bleek de ophanging van het motorblok doorgerot te zijn. Had ik ook al nooit van gehoord. Toch kocht een jaar of twee later weer een auto bij deze aardige man. Een Renault Clio werd het deze keer. Met deze auto kwam ik ongeveer elke drie maanden bij hem. Er was altijd wel wat. Het meest is me bijgebleven dat mijn koplamp unit er gewoon uitviel tijdens het rijden. Ik reed er dwars overheen, hoorde het glas kraken maar had geen idee waar ik overheen was gereden. Thuisgekomen liep ik een rondje om de auto om te kijken of mijn banden nog intact waren. Naar die koplamp heb ik niet gekeken. Dat viel me de volgende dag pas op. Dat werd dus een nieuwe koplamp unit. Enige weken later vloog er een eend tegen de andere koplamp aan en weer moest er een nieuwe koplamp unit in. Daar kon die aardige man natuurlijk niet zo veel aan doen, denk ik.
Op een dag deed mijn Renault Clio niets meer. Ik moest voor een koorrepetitie naar Edam, maar mijn auto had de geest gegeven. Ik besloot een andere auto te kopen, iets wat de aardige man niet helemaal begreep. Als hij ‘dit en dat’ even repareerde was alles zo’n beetje weer nieuw aan de auto. Nou, ik had het helemaal gehad en kocht een Fiat Panda. Niet geheel naar de zin van die aardige man, want hij wilde liever dat ik de Opel Agila zou kopen. Hij bleef maar aandringen, maar ik vond ‘m niet lekker rijden en bovendien werkt aandringen bij mij meestal niet, dan ga ik dwarsliggen. De Fiat Panda heb ik nu 5 jaar en is van het bouwjaar 2004, maar hij doet het nog prima.

Naast al die reparaties kreeg mijn auto in het najaar een winterbeurt en rond juni een grote beurt. Dat was nodig, vond de aardige man. Nu gaat mijn auto naar de officiële Fiat garage en krijgt hij helemaal niet twee maal per jaar een beurt. Laatst werd ‘ie APK gekeurd en werd de grote beurt omgezet in een kleine omdat ik maar 12000 km had gereden. Tja……..een beetje opgelicht voel ik me achteraf wel. Niet alleen met mijn auto overigens. Bij de podoloog heb ik ook mijn vraagtekens. Ieder jaar voor controle en elke twee jaar nieuwe steunzolen. Toen ik eenmaal hier woonde ging ik naar een podotherapeut die me vervolgens vroeg of ik last van mijn voeten had. Mijn steunzolen waren inmiddels drie jaar oud, maar last had ik niet. De zooltjes waren nog helemaal gaaf en de podotherapeut bleek het onzin te vinden om dan nieuwe aan te meten. “Komt u maar terug als u klachten krijgt”, kreeg ik als advies mee.

En dan nog de oogarts waar ik ieder jaar heen moest voor een gezichtsveldonderzoek en oogdrukmeting. Mijn oogdruk is, erfelijk, hoger dan de normaalwaarden. Nadat ik hem vertelde van mijn verhuizing was zijn reactie: “Jammer, ik zal u missen”. Een nogal wonderlijke uitspraak. Hier ga ik eens in de twee jaar naar de oogarts, voor dezelfde controles, maar voor een jaarlijkse controle bleek mijn oogdruk niet hoog genoeg. Geen wonder dat de vorige oogarts het jammer vond dat ik ging verhuizen. Hij liep hierdoor een flink bedrag aan inkomsten mis. Toch niet zo heel gek dat ik me achteraf opgelicht voel.

Dromen

dromen

Ik heb het warm, niet in de laatste plaats door al die vrouwen die in mijn keuken bezig zijn. Ze hebben het druk, dekken mijn lange eettafel, snijden brood in plakken en schikken vleeswaren op schaaltjes. In een hoek van de keuken staan twee vrouwen, waarvan één de cake uit de oven haalt en de ander een appeltaart in punten snijdt. Lief dat ze me verwelkomen in dit dorp. Het ziet er een beetje Engels uit, maar de vrouwen spreken gewoon Nederlands. Ze hebben bloemetjesrokken aan en sommigen dragen er een schort overheen. Druk praten ze door elkaar, geven elkaar instructies en glimlachen af en toe naar mij.

Ik wil dit niet, het is te veel. Te veel eten, maar ook te veel mensen. Waar is mijn lief? Hij is er wel, maar ik kan hem net niet zien, terwijl ik hem wil vragen wat hier hier van vindt. Misschien kan hij op een diplomatieke manier tegen de vrouwen zeggen dat het zo wel genoeg is. Ik ben niet zo diplomatiek en ben dan ook zeker niet geschikt voor een baan in de politiek.

“Dames, zo is het wel genoeg. Er hoeft echt niet nòg meer op tafel”, zeg ik tegen de vrouwen. Ik bedwing de neiging om het kleed van de tafel te rukken. Het zou leuk zijn om te doen als ik zeker zou weten dat al het serviesgoed gewoon op tafel zou blijven staan. Als ik ga trekken valt volgens mij alles aan diggelen op de grond. Eén grote bende zou het worden. Nog een klein poosje zie ik het aan. De vrouwen houden niet op en zetten steeds meer op tafel. Schalen met fruit, schalen met cake en en koeken, gebak, en grote schaal slagroom, wijnflessen, thee- en koffiekannen. Ik wil dit niet, hoe goed bedoeld het ook is.

“En nu is het klaar! Ik wil dat jullie allemaal weg gaan en die spullen weer meenemen!”, roep ik.

Dan word ik wakker. Mijn lijf is nog onrustig door deze droom. Meestal heb ik geen idee waarom ik droom wat ik droom. Deze keer wel, het komt door alle indrukken die ik op mijn werk opdoe, vooral door de overleggen en de bijscholing. Maar ook veel nieuwe gezichten, bewoners waarvan ik de naam nog niet ken. Collega’s waarvan ik de namen door elkaar haal. Geen wonder, want ik toen ik deze droom had, had ik drie dagen en één nacht gewerkt. Wat lastig toch dat ik ben zoals ik ben: Alles meteen willen weten en begrijpen terwijl ieder verstandig mens snapt dat dit niet kan.

Ik maak voor mezelf een overzicht van wat ik op korte termijn belangrijk vind in deze functie en daar ga ik mee aan de slag. Zo wordt het overzichtelijker en de droom is een droom en blijft een droom.