Monthly Archives: April 2015

Naar de tandarts

Tandarts

Een week of twee geleden kwam ik voor mijn halfjaarlijkse controle bij de tandarts. Meestal hoeft er alleen tandsteen verwijderd te worden, maar deze keer werden er twee gaatjes gevonden en er was iets met teruggetrokken tandvlees. Bovendien wilde de tandarts foto’s maken om te kunnen zien hoe alles er onder mijn implantaten er uitzag.

Van dat laatste schrok ik, want twee jaar geleden was er een kies gaan rotten onder een implantaat. Ik mis dus een kies, heb een groot gat tussen twee kiezen in. Nog een kies er uit zag ik niet zo zitten, maar het bleef wel in mijn achterhoofd rondspoken. Spontaan kiespijn kreeg ik er van, die gelukkig ook weer verdween.

Vandaag was het zo ver en zat ik in de tandartsstoel. Eerst werden er foto’s gemaakt, daarna werden de gaatjes gevuld. Iets waar ik niet zo heel veel van voelde gelukkig. Toch lag ik er wat gespannen bij. Handen op mijn buik gevouwen, ogen dicht, alsof ik in gebed was. Af en toe keek ik eens even naar boven en ineens zag ik dat het hoofd van de tandarts verdween.

“Waarom doe je dat?” vroeg de tandarts aan zijn assistente. Die schoot vervolgens in de lag en de tandarts herhaalde zijn vraag, maar zei er bij dat hij helemaal nat werd. Weer schoot de assistente in de lach en ik vroeg me af of het wel goed ging komen met mijn gebit.

“Je gaat toch ook nog tandsteen verwijderen? Vandaar dat water”, zei de assistente tegen de tandarts die daarna zijn werk weer vervolgde. Ik weet het niet hoor, maar zou zo’n tandarts begrijpen dat je als patiënt redelijk hulpeloos in die stoel ligt.

De foto’s werden bekeken en de frons tussen de wenkbrauwen van de tandarts werd steeds groter. Mijn hart klopte in mijn keel. Zou er weer iets mis zijn onder één van mijn implantaten. Ooit leek het een mooie oplossing. Nooit meer problemen, want in de implantaten komen geen gaatjes. Dat de boel er onder weg kon rotten was toen nog niet in mijn hoofd opgekomen. Daar had mijn vorige tandarts het ook nooit over gehad.

Er moest nog even in mijn mond gekeken worden. “Ja, dat klopt”, humde de tandarts, ging weer terug naar de foto’s en zei: “Er zit helaas nog een gaatje, maar daar heb ik nu geen tijd voor. Daar moet u even een nieuwe afspraak voor maken”.

Joepie, onder mijn implantaten is alles goed. Alleen jammer dat ik over krap twee weken weer een gaatje moet laten vullen.

Advertisements

Heimwee

Heimwee

Heb ik dat, heimwee? Nee, volgens mij niet. Toch overviel mij vandaag een wonderlijk gevoel toen ik door Middenbeemster reed en later in Purmerend rondliep.

Van mijn jongste dochter en schoonzoon is gisteren De Oorsprong, een kindvriendelijke lunchroom, geopend in Purmerend en mijn oudste dochter en schoonzoon kregen vandaag de sleutel van hun huis. Dit (en later Middenbeemster) is de omgeving waar ik van mijn 22e tot mijn 53e heb gewoond.

heimwee 1

Vandaag paste ik op de kinderen van mijn oudste dochter, terwijl zij naar de notaris gingen. Daarna ben ik mee gegaan naar hun nieuwe woning. Deze buurt ken ik niet zo goed. Toen ik echter naar de Middenbeemster reed om bij de kaasboerderij van die heerlijke Beemster kaas te kopen overviel mij toch een heimwee-achtig gevoel. En echt heimwee was het niet eens. Het had misschien ook met het mooie weer te maken. Toen ik nog in Middenbeemster woonde liep ik regelmatig naar de kaasboerderij. Daar was ik dan twee keer een half uur zoet mee. Ik woonde boven de slagerij, in een monumentenpand. Niet geïsoleerd dus en zonder dubbele beglazing.  In de zomer was het er heel warm terwijl ik in de winter flink moest stoken, want er steeg heel wat kou vanuit de slagerij naar boven. Een koude vloer dus en vaak ook koude voeten. Evengoed woonde ik er prettig en mijn leven was in die tijd overzichtelijk. Ik had een fulltime baan, zong in een kamerkoor, had pianoles en woonde alleen.

Echt overzichtelijk kan ik mijn leven nu niet noemen. Ik schep voor mezelf wel orde in de chaos die soms ontstaat. Dan geef ik er weer een richting aan, maar vervolgens gebeurt er weer iets wat die orde weer overhoop gooit. Misschien mis ik gewoon het overzichtelijke en heeft het helemaal niets te maken met Purmerend en/of Middenbeemster.

Heimwee 2

Later liep ik door het centrum van Purmerend. Doordat ik zonder mijn lief was, verdween mijn huidige leven gewoon even naar de achtergrond. Als iemand me had gezegd dat ik gewoon daar ergens woonde had ik het helemaal niet vreemd gevonden. Ik raakte er wat van in de war, maar parkeerde dat gevoel maar even. Wat kon ik hiermee? Niets uiteindelijk, en ik weet uit ervaring dat dit gevoel weer verdwijnt als ik weer onderweg naar huis ben.

IMG_3973

In de Oorsprong kreeg ik koffie en appeltaart geserveerd door mijn dochter. Het is een mooie ruime zaak met een geweldige speelruimte voor kinderen. Mijn dochter en schoonzoon hebben zeker 6 weken hard gebuffeld om de boel voor elkaar te krijgen. Mooi om te zien hoe ze hier hun schouders onder zetten. In die zes weken reed ik een aantal keer heen en weer om op hun kinderen te passen. Een enerverende ervaring, maar ook een heel leuke. Mijn kleinkinderen meemaken zonder dat hun ouders er bij waren is een hele goeie manier om ze goed te leren kennen. Zo ging ik met die twee op de

fiets om een bezoekje aan de kinderboerderij te brengen. Een andere keer ging ik met ze, ook op de fiets, naar mijn oudste dochter en haar gezin en uiteraard ook naar mijn zoon en zijn gezin. Ik vond het reuze makkelijk dat ik daar de weg wist. Ook tijdens het fietsen overvielen mij allerlei gevoelens.Voor mijn gevoel was ik even terug in de tijd, want vroeger fietste ik hier met mijn eigen kinderen. Eén voorop, één achterop en één naast me. Niet zo gek dus dat het fietsen met mijn kleinkinderen zo vertrouwd voelde.

En toch, heimwee heb ik niet. Het zijn van die gevoelens die naar boven komen, ik heb er ook geen invloed op. Vandaag deelde ik dit gevoel met mijn lief en hij vond het helemaal niet vreemd. Hij heeft hetzelfde als hij in Apeldoorn is. Dan is hij ook ineens “thuis”. Maar ook bij hem verdwijnt dat gevoel zodra hij weer in de auto stapt en naar huis rijdt.

Mijn wapenarsena

mijn wapenarsenaalGoh, bleek ik toch mijn gummiknuppel, pepperspray en zakmes niet nodig te hebben. En dat terwijl ik het zo’n goed idee vond om ze mee te nemen toen ik met de trein naar Leiderdorp ging. Met deze uitrusting kon toch mooi een conducteur helpen die gemolesteerd werd door een reiziger die boos was omdat hij aangesproken werd op het “zwartrijden”.

Al direct toen ik door de incheck-poortjes ging vroeg ik me af hoe het bestaat dat er nog “zwartrijders” zijn. Met geen mogelijkheid had ik het perron kunnen bereiken zonder in te checken. Iets wat bij mij overigens op nogal wat problemen stuitte. Omdat ik niet bepaalde een doorgewinterde treinreiziger ben besloot ik een E-ticket te bestellen. Mijn OV-chipkaart had nog wel wat saldo maar helaas niet genoeg voor deze reis. Wel heb ik het in de bus gebruikt. Dat gaf overigens ook nogal wat gedoe.

Maar eerst die trein. Ik moest inchecken, geen idee hoe of wat, dus pakte ik mijn OV en hield ‘m voor het apparaat. “Saldo te laag”. Ja dat wist ik ook wel, maar wat nu. Om me heen kijkend zag ik dat iedereen met zo’n kaart incheckte. Werkelijk niemand had een E-ticket. Was ik dan echt de laatste persoon in Nederland die zo ouderwets reisde? Op naar het enige loket, een klein hokje midden in de stationshal, om te vragen hoe ik in vredesnaam het perron op kon komen. “Mevrouw, op uw E-ticket zit een barcode, die moet u er voor houden”. Ik voelde me redelijk stom, want dit had ik zelf ook kunnen bedenken. Zo’n zelfde stommiteit beging ik in de bus. Ik hield mijn OV chipkaart niet tegen de goeie plek op dat apparaat en volgens mij was het toen echt wel overduidelijk dat ik nooit met openbaar vervoer reis.

Eenmaal in de trein zat men, het was ‘s morgens even na achten, te slapen of zijn smartphone te checken. Tegenover me een vrouw op leeftijd die ieder ogenblik dat ding tevoorschijn haalde, want dan gaf het ding een riedeltje om aan te geven dat er weer nieuws was. Met verbazing bekeek ik dit even en haalde uiteindelijk mijn boek uit de tas. Ja, gewoon een boek. Zo’n geval met letters die een verhaal vormen. Iets wat je kan lezen dus. Wel stom overigens dat ik van de twee boeken, die in de la lagen, precies het boek had meegenomen wat ik net uit had. Niet goed gekeken dus. Verder gebeurde er helemaal niets. Men sprak niet met elkaar en een conducteur heb ik, zowel heen als terug, niet gezien. Laat staan één die gemolesteerd werd. Daar zit je dan met je goeie fatsoen, bewapend met gummiknuppel, pepperspray en mes.

Waarom zat ik eigenlijk in die trein? Ach, ik moest verplicht de praktijkdag volgen. Gespreksvoering moest getraind worden. Als gewichtsconsulent moet je namelijk gesprekken voeren en vooral goed luisteren naar wat je cliënt zegt. Die zegt vaak niet eens wat ze eigenlijk bedoelt. Lekker handig, je moet dus tussen de regels door luisteren en goed op lichaamstaal letten. Iets wat ik, dankzij mijn proefcliënten al ontdekt heb.

Was het leuk? Ja, eigenlijk wel. Ik vond het heerlijk om zo’n dwarse, niet meewerkende cliënt te spelen. Zo’n vertegenwoordiger van 28 die het suf vindt om zijn eigen lunch klaar te maken en mee te brengen en liever een broodje bal koopt. Vervolgens wil zo iemand wel afvallen. Ik kon ‘m prima nabootsen. Maar ook de rol van gewichtsconsulent was leuk om te doen. Door wat ik in de praktijk al meemaak, kon ik hier best goed mee omgaan. De bal terugkaatsen, vragen stellen zodat iemand uiteindelijk toch voelt dat hij/zij aan zet is. Dat er toch echt iets van haar of hem zelf verwacht wordt.

Aan het eind van de dag weer terug met de bus. Geen conducteur te bekennen. Geen slapende reizigers, maar ‘bellers’. En weer allemaal smartphoners, maar ook mensen met een laptop op schoot “filmpje kijkend”. Zowel heen als terug zag ik maar twee mensen met een boek op schoot. En beide keren was één van die twee ik zelf.

En mijn wapenarsenaal? Dat laat ik volgende keer gewoon thuis.

De oude man

de oude man

Hij is in zijn tuin aan werk en ziet het stel lopen. ‘Vast de route kwijt’, denkt hij bij zichzelf. Dat gebeurt hier zo vaak. Dan lopen ze bij die modderbende, gaan tussen de bomen door en missen het rode paaltje.

“Gelukkig is jouw richtinggevoel beter dan het mijne. Ik zou hier gewoon linksaf zijn gegaan”, hoort hij de vrouw tegen de man zeggen. ‘Vrouwen en hun richtinggevoel. Het lijkt echt nergens op’, denkt hij. Hij is benieuwd of ze hem aanspreken en vragen welke kant ze op moeten om in Orvelte te komen. Ineens hoort hij een mannenstem en ja hoor, ze willen inderdaad weten of ze zo goed gaan.

“Wacht even”, zegt hij, “ik kom even bij u”. Hij loopt de tuin uit en voegt zich bij het stel. ‘Heerlijk, al die mensen die niet meer weten hoe ze verder moeten. Heeft hij mooi de gelegenheid om een praatje te maken’, denkt hij.

De oude man 1

Hij begint te vertellen over zijn tuin van 2 ha. Dagelijks is hij daarin aan het werk. “Er staan 600 Rododendronstruiken in waarvan 452 verschillende”. Hij heeft het er druk mee, is ook lid van de de Nederlandse Rododendron Vereniging en reist nog door het hele land om vergaderingen bij te wonen. Sinds zijn pensionering, op 59 jarige leeftijd, woont hij hier. Dat is nu al 28 jaar geleden. ‘Zo denkt hij, en nu mogen jullie best iets zeggen over mijn leeftijd. Uiteindelijk ben ik al 87 en dat is me niet aan te zien’. Er komt echter geen reactie en dat vindt hij toch wel wat jammer.

Hij loopt een stukje met ze mee, zodat ze er zeker van kunnen zijn dat ze weer op de goede route terecht komen. Ondertussen wijst hij van alles aan in de tuin. “Kijk, dat stuk heb ik er laatst weer bijgekregen van Staatsbosbeheer. De jeneverbes boom staat daardoor niet meer langs het pad. Zo staat hij beter beschermd”, vertelt hij.

“Hé, daar staat weer een rood paaltje”, zegt de vrouw. Ja, daarom liep hij ook mee, zodat ze weer op het goede pad terecht zouden komen. Hij houdt het echtpaar nog een poosje aan de praat geeft ze zijn visitekaartje voor het geval ze nog eens in de buurt zijn. Op zaterdagen komt het niet goed uit, maar andere dagen is prima. “Bel wel even van te voren, want het is zonde als je voor een dichte deur staat”, zegt hij en neemt afscheid. Hij moet nodig weer aan het werk.

Het echtpaar loopt door en zij begint te rekenen. “Die man is al 87, dat zou je niet zeggen. Op die manier wil ik ook wel oud worden. Helemaal zelfstandig in een vrijstaand huis. Geweldig toch zeker? Dat vindt de man ook, hij moet er alleen niet aan denken dat hij zo’n lap tuin zou hebben. Dat hoeft voor hem niet.

“Wat een vriendelijke gezicht had de man. Zelfs als hij serieus keek, lachte hij nog steeds”, zegt zij.

“Ja, hij had een echte geinponem”, vond de man.

Eten voor twee

eten voor twee

Voordat ik jullie op het verkeerde been zet met de kop van het verhaal haast ik mij te zeggen dat ik niet zwanger ben. Ik moet er niet aan denken zeg. Niet dat ik kleine kinderen niet leuk vind hoor, dat is het niet. Nee hoor, ik ben gewoon al 56 en oma van 6 kleinkinderen in de leeftijd van 6 maanden tot drie jaar.

Bovendien heb ik net weer een baan gevonden. Stiekem vond ik het toch wel geweldig dat ik ondanks mijn leeftijd nog werd aangenomen. Was je op zoek dan? Ja, zo af en toe deed ik toch wel weer een sollicitatiepoging. Weet je dat je daar soms niet eens een reactie op krijgt? En heel soms heb je al heel snel een afwijzing. Zo gebeurde het dat ik op een avond om 22.00 uur mijn sollicitatiebrief en CV doormailde naar de Obesitaskliniek en ik de volgende ochtend om 9.00 uur al een afwijzing had. Daar baalde ik behoorlijk van. Uiteindelijk kan je je dan toch echt wel afvragen hoe serieus men mijn sollicitatie nam. Was ik te oud? Was het omdat ik uit de ouderenzorg kom? Geen idee, maar het maakte me behoorlijk pissig. Voor hun fatsoen hadden ze ook even een week kunnen wachten met deze reactie. Ha ha, en dat heb ik ze dan ook per omgaande laten weten. Stelletje sukkels.

Ik ga nu gewoon weer in de ouderenzorg werken. In een verpleeghuis op een PG afdeling als een soort “meewerkend voorman”.

Maar goed, daar ging dit verhaal helemaal niet over. Het ging over eten en dan nog wel voor twee.
Misschien herkennen mensen dit probleem: Je haalt een bloemkool en houdt bijna een halve bloemkool over omdat je maar samen bent. Weer gekookte bloemkool eten wordt wat saai, daarom ga ik altijd op zoek naar nieuwe recepten.

Kipcurry met bloemkool voor 2 personen:

Ingrediënten: 2 eetlepels lijfolie of vloeibare braadboter, 350 gram kipfilet in reepjes, 1 kleine gesnipperde ui, ½ rode peper in stukjes (zaadjes verwijderen), een stukje geschilde en in stukjes gesneden gemberwortel van 2 cm, ½ theelepel gemalen komijn (djinten), ½ eetlepel gemalen koriander (ketoembar), ½ theelepel kaneelpoeder, 200 ml kokosmelk, 200 ml kippenbouillon, 250 gram bloemkool in roosjes.

En zelf doe ik er dan nog wat stukjes wortel en doperwtjes doorheen.

Bereidingswijze:

Verhit de helft van de olie en bak de kipreepjes goudbruin. Schep de kip uit de pan. Voeg de rest van de olie toe en roerbak hierin de ui, rode peper, gember, koriander, komijn en kaneel. Giet de kokosmelk en kippenbouillon erbij. Voeg de kip en de bloemkoolroosjes (wortel en doperwtjes) toe en stoof 15 minuten zachtjes zonder deksel op de pan.

Lekker met zilvervliesrijst.

Mijn lief en ik vonden het heerlijk, dus zullen we dit wel vaker eten. Net zoals de puntpaprika’s gevuld met kabeljauwfilet die we vanavond hebben gegeten.

Muziek voor ouderen

muziek voor ouderen

Soms haal ik zelf iets aan en als het dan zover is ben ik geneigd om te denken: “Waarom ben ik hier ooit aanbegonnen?” Dat gevoel ontstond gisteravond, een kwartier voordat ik naar De Hof van Meden zou vertrekken, ook.

De piano stond al klaar en de vrijwilliger wachtte mij op. In de ruimte zaten al twee dames op leeftijd. Dat kan ook niet anders, want ik ging een uurtje pianomuziek verzorgen in een verzorgingshuis. Tja, daar wonen nu eenmaal geen jongeren. Omdat het nog geen tijd was om te beginnen, knoopte ik een praatje aan met de dames en al gauw bleek dat één van de twee ontzettend doof was. Toen ik haar vroeg of zij van pianomuziek hield keek zij mij eens aan en zei: “Ach ik ben doof en hoor er toch niets van”. De andere dame vertelde dat zij altijd de hele dag Classic FM aan heeft staan. Kijk, dat gaf weer hoop.

Nadat de ruimte langzaamaan gevuld was met publiek startte ik met twee rustige en ook wel wat bekende stukken. Om rustig met snel af te wisselen speelde ik daarna “De minutenwals van Chopin”. Eerlijkheidshalve liet ik het publiek weten dat ik dit stuk niet red in één minuut. Ik doe er toch wel wat langer over. Tot grote hilariteit van iedereen zei iemand: “Ach kind, dat geeft niet hoor. Bij ons gaat alles ook steeds langzamer.”

Nog niet eens halverwege het stuk ontstond er een woordenwisseling tussen twee dames. Fluisteren wordt schijnbaar lastig als je ouder wordt, dus op luide toon hoorde ik het volgende:

“Dat kan je toch niet maken, zomaar weggaan tijdens het spelen”.

“O ja, en waarom niet? Dat moet ik toch zelf weten?”

“Nou ik vind het hoogst onbeleefd”.

“Nou en? Ik wil gewoon liever een boek lezen.”

Je raadt het al. Ik raakte hiervan even uit mijn concentraties en bedacht dat ik dit had kunnen weten. Al vaker heb ik gemusiceerd in verpleeg- en verzorgingshuizen. Bij het ouder worden ontstaat er toch lichtelijk een soort van decorumverlies. Men praat op luide toon soms gewoon dwars door de muziek heen.

Jullie denken nu misschien: “Dat doet ze dus nooit weer”. Helemaal fout, want het was heel leuk om te doen. Na ieder stuk werd geapplaudisseerd. En na ieder stuk zei ook steevast een van de aanwezigen: “Ik vind ‘kun je zingen, zing dan mee’ eigenlijk veel leuker.

Al met al een leuke en ook wel hilarische ervaring. Ik ga er vast nog een keer spelen en hoop dan een dwarsfluitist enthousiast te maken zodat we aan samenspel kunnen doen.