Monthly Archives: March 2015

Een dikke moeder

Een dikke moeder

Mijn oudste kleindochter, drie jaar, gaat binnenkort met de peuterspeelzaal op schoolreisje. Ze gaan naar het Sprookjesbos in Enkhuizen. 

Ik weet nog goed dat haar moeder, mijn jongste dochter, voor het eerst met schoolreisje ging. Ook naar het Sprookjesbos en ik ging zelf als hulpmoeder mee. Uiteraard was het niet de bedoeling dat je je eigen kind in je groepje had. Zo kwam mijn dochter bij een flink uit de kluiten gewassen moeder terecht. Ze hield er bijna een trauma aan over, want deze moeder had duidelijke regels en tijdstippen waarop de kleuters naar de wc mochten En zo gebeurde het dat toen mijn dochter plassen moest dit niet kon. Ze moest het maar even ophouden. Dat valt niet mee als je vier jaar bent.

De weken na het schoolreisje bekeek ze alle dikke moeders met de nodige argwaan. Spelen bij een kindje uit de klas was prima, maar het mocht geen dikke moeder hebben. Dikke moeders waren gewoon niet aardig.

Ja hoor, dat hebben wij weer

dat hebben wij weer 1Ooit meegemaakt dat je in een restaurant allebei soep bestelt die je echtgenoot dan inderdaad krijgt, maar jijzelf niet? Ik wel, het zal ook niet. Volgens mij weten ze daar dat ik schrijf en helpen ze me op deze manier een handje.

Vanwege het examen waar ik voor geslaagd was, met een 9, nam mijn lief me mee uit eten. Terwijl we stonden te wachten tot de ober ons het tafeltje wees zag ik dat kerriesoep met croutons en lente-ui de dagsoep was. Ik besloot als voorgerecht voor deze soep te kiezen. Mijn lief koos de Velouté van Toscaanse pomodori met basilicum. Tomatensoep dus.Dat hebben wij weer

Na een poosje arriveerde de ober met slechts één bord soep. Die van mijn lief. Hier was ik wat verbaasd over, dat begrijp je. Een eindje verderop zag ik twee obers met elkaar praten, of overleggen. Ze keken onze kant uit, haalden hun schouders op en gingen ieder weer hun eigen weg. Later kwam er weer een andere ober langs, zag dat ik geen voorgerecht had en sprak een collega aan. Die kreeg vervolgens een rood hoofd. Volgens mij was er iets niet helemaal goed gegaan. Zullen we jouw bord maar gewoon in het midden zetten en hier samen van eten?”, stelde ik mijn lief voor. We zaten nog wat te grinniken toen één van de obers zich bij ons tafeltje voegde en liet weten dat er een misverstand was ontstaan over mijn soep. De kerriesoep bleek een lunchgerecht te zijn en stond nu voor mij te boek als “hoofdgerecht”. Het gaf allemaal niets, want hij ging het direct rechtzetten.

Het duurde nog even, maar daar kwam ook mijn soep. Een veel grotere portie dan die van mijn lief, want tja, het was een lunch hoofdgerecht. Ik bedankte de ober en zei er toch nog even bij dat ik ze er van verdacht dat ze even snel een blikje kerriesoep bij de Jumbo hadden gehaald. Gelukkig kon de man er om lachen.

Later viel mij op dat er obers mèt en zonder schort rondliepen. Die zonder schort droegen een giletje over hun overhemd en slechts één van de twee had een dikke portefeuille aan een riem hangen. Ik kon het niet laten om tijdens het betalen te vragen wat het verschil was tussen al die verschillende obers. Het antwoord was vrij logisch: “Mijn collega’s zonder schort zijn hoger dan wij. Die zonder schort en ook nog zonder portefeuille moest ook iets in de zalen doen. Dan schijnt zo’n portefeuille lastig te zijn.Mooi, dat wist ik dan ook weer. Ik bedankte de ober voor zijn uitleg en wenste hem nog een fijne avond.

dat hebben wij weer 2

Vandaag ging mijn lief naar de huisarts. Niets ernstigs hoor, maar wel even nodig. Na verloop van tijd belde hij naar huis, waar ik dan toch even van schrok. Stel je voor het zou toch iets ernstigs blijken te zijn en hij moest direct door naar het ziekenhuis, dacht ik. Niets was minder waar. De huisarts had zich vergist en dacht dat het zaterdag was. Hij was inmiddels door de doktersassistente gebeld en zou er zó aankomen.

Hmmmmm………………………..een huisarts die zich in de dag vergist. Lijkt toch wat verdacht. Toch geen beginnende dementie mag ik hopen.

Waar ben ik nu weer in beland?

Nederland is gek geworden

Nederland Doet en zo deed ik ook. Ik worstelde me door een waslijst van activiteiten en besloot me aan te melden voor de muziek activiteit in een dagopvang voor verstandelijk beperkten. Eerlijk gezegd was dit het enige wat mij aansprak. Waarom? Tja, hoe zal ik dat eens uitleggen. Misschien wilde ik gewoon eens kijken hoe het er daar toegaat en of deze doelgroep ook mijn doelgroep zou kunnen zijn.

Je raadt het al, het was niet echt mijn ding. Eigenlijk had ik dat best van te voren kunnen bedenken, maar eigenwijs als ik ben vond ik dat ik dit moest doen. Het begon er mee dat ik de drie, zo bleek later, stagiaires voorbij fietste en een deel van een gesprek hoorde: “Nee hoor, het is allemaal prima geregeld. Alleen die vrijwilligers zijn een probleem”.

Leuke start, dacht ik nog, terwijl ik mijn fiets in het fietsenhok zette. Ik parkeerde de gedachte en besloot hier later op terug te komen. Want hoezo zouden wij een probleem zijn?

We werden allemaal naar een groep gestuurd. Daar bleek al gauw dat de medewerkers niet precies wisten wat wij kwamen doen. Ons was verteld dat we koffie zouden drinken met de cliënten van de groep, zodat zij een beetje aan ons konden wennen. “Oké, dan gaan we koffie drinken”, was de nogal laconieke reactie. Alle andere bezigheden werden stopgezet en iedereen kreeg een plek bij de tafel.

Tja, ik wist al niet precies wat ik hier ging doen, maar nu wist ik het helemaal niet meer. Dat werd snel opgelost, want één van de cliënten bleek mij te hebben uitverkoren tot zijn persoonlijke begeleider. Hij kwam naast me zitten en pakte een bak waarin puzzelstukken zaten van de houten insteekpuzzels. Eén voor één gaf hij de stukken aan mij en ik legde ze keurig op de tafel. Af en toe vertelde hij wat er op het plaatje stond. Toen alle stukken op tafel lagen ging hij ze in de puzzel steken. Soms kreeg ik ook een stukje en mocht ik meedoen. Vervolgens was hij niet meer bij me weg te slaan. Ook niet toen we naar “de muziek” gingen. Hij klampte zich aan me vast en was niet van plan om nog te laten gaan. Ik bekeek hem eens en meende te zien dat hij zich bij al die herrie niet op zijn gemak voelde. Mijn gevoel bedriegt me meestal niet, al trek ik het soms zelf wel eens in twijfel, maar dat terzijde. Dansen wilde hij niet, maar hij deed wel zijn arm om me heen. Tussen alle dansende cliënten door loodste hij mij naar de kast. Daar pakte hij een kartonnen boekje uit. Vervolgens liep hij naar de andere kant van de ruimte. Hij wilde samen het boekje lezen. Daar zaten we dan en al gauw kwam er een andere cliënt bij zitten. Ik had haar al eerder gezien, die ochtend, toen liet ze duidelijk weten dat ze in haar nek gekriebeld wilde worden. Dat was ook nu het geval. Het bleek goed te combineren. Bij de één kriebelde ik in haar nek en met de ander las ik het boekje door.

Om niet helemaal het gevoel te hebben dat ik me alleen met deze twee cliënten bezighield ben ik nog even naar de tafel met xylofoons gelopen. Daar heb ik, samen met een vrouw met het Down syndroom, op gespeeld.

Het werd koffiepauze en iedereen ging weer terug naar zijn eigen groep. Er werd fruit schoongemaakt en opgegeten. “Wat gaan we nu straks nog doen?” vroeg één van de medewerkers. Ze had vast niet goed geluisterd, want we moesten na de pauze weer terug naar de grote zaal. Daar zou aan de hoogste groep een dansje worden geleerd en de dansleraar zou zelf nog een demonstratie geven.

Na afloop liep ik naar de drie stagiaires omdat de opmerking over de vrijwilligers weer naar boven was komen drijven. Ik had ‘m nog wel zo netjes geparkeerd, maar daar trok het zich weinig van aan. De stagiair keek nogal verbaasd en moest heel erg diep graven in zijn geheugen. Wat bleek, hem was gevraagd deze activiteit te organiseren. Men was hem alleen vergeten de inlogcode te geven, zodat hij niet bij de lijst van vrijwilligers kon. Laat staan dat hij ze kon mailen over wat hun taak zou zijn. Die mail kreeg ik inderdaad vrij laat, maar veel wijzer was ik daar niet van geworden.

Het was wel goed dat ik om opheldering vroeg, want de opmerking was dus totaal anders bedoelt dan je op het eerste gehoor zou denken. Goed van mij!!

Maar waar was ik nu eigenlijk in beland en waarom voelde ik me daar niet thuis? Gewoon het gebrek aan structuur. Medewerkers die niet wisten wat wij kwamen doen. Maar die vervolgens daar ook niet op anticipeerden door ons duidelijke instructies te geven. Nee, we moesten het gewoon maar zelf een beetje uitvinden. Of, zoals een andere vrijwilligster zie: “Ik hobbel wel gewoon een beetje mee”.

Ruilhandel

WW-uitkering

Ik zie er wel wat in. Mijn pianospel ruilen tegen groente en fruit, mijn tekenwerk tegen een knipbeurt bij de kapper. Mijn lief wil vast wel een “kerkdienst spelen” voor een stukje vlees of een pak koekjes en een kop koffie. En nee, hij speelt geen kerkdienst na, hij begeleidt de samenzang op het kerkorgel. In de volksmond heet dat “een kerkdienst spelen”.

“Maar waarom ruilhandel? Hoe kom je daar nu ineens bij?” Ik hoor het jullie gewoon denken. Het komt inderdaad ook wel wat uit de lucht vallen. Maar als je logisch nadenkt dan is het helemaal niet zo gek. We hebben in dit land zo ontzettend veel werklozen en die hebben allemaal recht op een WW-uitkering. Er komen er nog veel meer bij vrees ik. Kijk maar naar de ontslagen in de zorg, dreigende ontslagen bij V&D, Martinair die inkrimpt en ook de KLM boert niet goed. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Als dan straks in de zorg de “zorgrobot” allerlei handelingen gaat overnemen vallen er nog meer ontslagen in deze sector. Maar wat dacht je van de supermarkten? Over een paar jaar schijnen er geen caissières meer nodig te zijn, hoorde ik op de radio. We moeten in de toekomst allemaal zelf onze boodschappen scannen. Dan zijn er dus weer minder banen, meer werklozen en nog meer WW-uitkeringen die uitbetaald moeten worden.

Volgens mij zitten we over 20 jaar allemaal in de WW. Het is alleen wel heel vervelend dat er dan niemand meer is die de WW-premie ophoest. Niemand werk dan nog, we doen gewoon allemaal vrijwilligerswerk. Mantelzorgen wordt daardoor natuurlijk wel veel makkelijker. Misschien is daar het beleid van de overheid op gebaseerd. Niemand meer een betaalde baan, allemaal een uitkering en iedereen aan het mantelzorgen.

Er blijft dan één probleem: Als er niemand meer is die WW-premie betaalt weet ik niet precies hoe de uitkeringen uitbetaald kunnen worden. Misschien gaan we wel weer terug naar “ruilhandel”. Kijk, zo komen we ergens. Dan hebben we ook de Euro niet meer nodig. Bovendien maakt het dan ook niet meer uit dat we geen rente meer krijgen op ons spaargeld. Dat moeten we, in de beginfase van deze periode, natuurlijk eerst opmaken. Daarna komt die ruilhandel pas van de grond.

Misschien wordt de wereld dan wel veel socialer. We zijn dan uiteindelijk allemaal afhankelijk van elkaar. Wat ik niet heb, heb jij misschien wel. Wie weet heb ik dan wel weer iets wat jij graag hebben wil. Dat is volgens mij het principe van ruilhandel.

Ben ik gek aan het worden?

verward

Herken je dat gevoel? Het gevoel dat je misschien wel gek of, erger nog, dement aan het worden bent. Dat je je echt niet kan herinneren waar je iets gelaten hebt, terwijl je het vijf minuten daarvoor nog in je handen had? Het overkwam mij gisteren toen ik op mijn kleinkinderen paste. 

Ik had Elise beloofd dat we, als Jelle in bed lag, even een half uurtje televisie zouden gaan kijken. Elise vroeg er zelf om: “Net als sisteren, oma?” De ‘g’ is een moeilijke letter en tijdsbesef is ook wat lastig, want ‘gisteren’ was een week eerder. De afstandsbediening die overal op werkt kon ik niet vinden, dus hanneste ik er met een ander geval heerlijk op los. Het hielp niets, want het beeld sneeuwde en gaf aan dat er geen signaal was. Achteraf bleek ik de instellingen met deze afstandsbediening in de war te hebben gemaakt.
Net op het moment dat ik mijn telefoon uit mijn tas haalde om mijn dochter te bellen zag ik de centrale afstandsbediening liggen. Mooi, dacht ik, dat is dan opgelost en ik zette de televisie aan. Nou ja, ik dacht dat ik dat deed, want weer werd er aangegeven dat er geen signaal was. Dan toch maar mijn dochter bellen. Zij liet weten dat mijn schoonzoon naar huis kwam, omdat hij houtlijm nodig had. Hij zou het wel even oplossen. Weet je dat zoiets al ontzettend dom voelt? Nog veel dommer voelde ik me toen ik mijn telefoon weer in mijn tas deed en daarna de afstandsbediening nergens meer zag. Er lag een totaal ander apparaat op tafel. Het leek wel een rekenmachine. Veel meer knopjes en die zaten in de breedte in plaats van in de lengte. Verdwaasd bekeek ik het ding en vroeg me af hoe dit nu kon en meteen erachter aan dacht ik: “Lekker handig, straks komt mijn schoonzoon en dan heb ik de afstandsbediening weggetoverd”.

Terwijl Elise bij het kleine tafeltje aan het rommelen was, het scherm van de televisie en vrolijk op los sneeuwde begon ik mijn speurtocht. Wat had ik allemaal gedaan? Ik had mijn telefoon uit mijn tas gehaald en ‘m er weer in gedaan. Tas leeggemaakt in de hoop de afstandsbediening daar te vinden. Nee hoor, het kon ook helemaal niet, want zó groot is mijn tas niet. Misschien ergens op de stoel waar mijn tas in stond. Tas aan de kant, nog een tas aan de kant, een losse capuchon aan de kant, kussens er uit en………………………….Nee hoor, geen afstandsbediening.

Wacht, ik had nog een prinsessenschoentje in de verkleedkist terug gelegd. Verkleedkist leeggehaald en natuurlijk lag daar geen afstandsbediening. Tijdens deze hele zoekactie riep ik herhaaldelijk: “Oma begrijpt hier helemaal niets van”. Elise knikte dan vol begrip en herhaalde mijn woorden: “Oma “besrijpt” er helemaal niets van”. Zij had natuurlijk al lang door dat oma in snel tempo aan het dementeren was geslagen.

Mijn schoonzoon kwam binnen en ik legde het probleem uit. Tot mijn verbazing liep hij naar de eettafel, pakte de afstandsbediening op en zei: “Deze had je moeten gebruiken.” Ik bekeek het ding met grote ogen, want hij had hetzelfde apparaat gepakt wat ik op tafel had aangezien voor een soort rekenmachine. Hoe kon dit nu weer? Zo lag het ene op tafel en zo het andere. Was de boel behekst?

Mijn schoonzoon draaide het ding om en toen begreep ik het. Het had ondersteboven op tafel gelegen en had dus aan die kant een totaal ander uiterlijk. Maar waarom was ik dan niet op het idee gekomen om er even goed naar te kijken? Was het dan toch een plotselinge aanval van Alzheimer? Ik denk van niet, want ik kon nog heel goed terug redeneren wat ik allemaal gedaan had zodat ik op die plekken ben gaan zoeken.

‘s Avonds vertelde ik het aan mijn lief en hebben we er smakelijk om kunnen lachen. Toch bleef het gevoel dat ik ineens gek geworden was nog even hangen.

Wat je belooft moet je doen

wat je belooft moet je doen

Ik probeer me altijd aan mijn beloftes te houden. Soms kan het gebeuren dat zoiets niet lukt, maar dan valt het altijd uit te leggen. Het is dan ook altijd jammer wanneer er iets beloofd wordt, waarna het helemaal naar de achtergrond verdwijnt. Niemand heeft het er dan meer over en de belofte lijkt ineens nooit te hebben bestaan.

Zo zit ik niet in elkaar, dus hierbij de beloofde rodekoolsalade. Dit had je natuurlijk niet verwacht. Je dacht vast dat er een heel ingewikkeld verhaal zou komen. Niets is minder waar, maar ik vond het wel een leuke inleiding. Ik merk namelijk dat de verhalen waar recepten in voorkomen gewoon minder vaak gelezen worden dan “mijn eigen” verhalen. Ook de verhalen waar ik een mening over het één of ander over ventileer zijn minder in trek. Tja, wie zit er ook eigenlijk op mijn mening te wachten. Niemand denk ik. Kennelijk is het wel en wee over mijn eigen besognes veel interessanter. Misschien ook wel logisch, want ik merk dat ik zelf ook graag de blogs lees van bloggers die over hun eigen ups & downs schrijven. Gewoon een menselijk trekje dus.

Ingrediënten voor 2 personen

  • 1 eetlepel vloeibare honing
  • 2 eetlepels citroensap
  • 150 gram dunne reepjes rode kool (gewoon het restant van die ene rode kool waarvan je al eerder delen gebruikt hebt)
  • 2 eetlepels rozijnen (wel even laten wellen in water)
  • 1 handsinaasappelen (mineola’s doen het ook goed en zijn makkelijker te verwerken)
  • 25 gram walnoten, grof gehakt
  • zout en peper

Bereidingswijze:

  • Klop in een ruime kom een dressing van de honing, het citroensap en naar smaak zout en peper. Schep de rode kool en de rozijnen er door en laat de dressing minimaal 2 uur in de kool trekken, zodat de kool zachter wordt.
  • Halveer de sinaasappels en snijd de partjes tussen de vliezen uit. Uit ervaring weet ik dat een mineola zich hier beter voor leent. Vang het sap dat hierbij vrijkomt op in de schaal met rode kool.
  • Meng de partjes sinaasappel en de noten door de rode kool.

Zo, nu heb ik alle vier de recepten met rode kool met jullie gedeeld. Als je zelf een lekker recept weet met rode kool hoor ik het graag.

Rode kool met appel

rode kool met appel

Het is me toch wat! Ik beloof jullie vier recepten met rode kool en ben blijven steken bij de tweede. Nog even en het is zomer. Niemand wil dan nog aan wat voor soort kool dan ook. Dus op de valreep maak ik mijn verzuim nog even goed.

Deze variant is heerlijk, maar je moet er wel van houden om je groente in wijn te koken. Wij smullen hiervan en ook de kinderen van mijn lief vinden het lekker. Nee, nee, ze worden er niet dronken van. Dat zou ik niet in mijn hoofd halen hoor: “Kinderen van mijn lief dronken voeren”. Lijkt me geen goed plan.

Hier komt ‘ie dan:

Ingrediënten voor 2 personen:

  • ¼ rode kool (ongeveer), in smalle reepjes gesneden.
  • 1½ Granny Smit appel in kleine stukjes. De andere helft eet je gewoon lekker op.
  • 1½ dl rode wijn (zie je wel, de hoeveelheid valt best mee)
  • ½ gesnipperde ui en de rest bewaar je, in een goed sluitend bakje, in de koelkast.
  • 2 tenen knoflook, fijngehakt (niet met de knoflookpers doen)
  • ½ theelepel kaneel
  • 1 eetlepel suiker
  • zout en peper (doe ik zelf eigenlijk nooit)

Bereidingswijze:

  • Doe de reepjes rode kool samen met de gesnipperde ui, stukjes appel en fijngehakte knoflook in een pan.
  • Doe de rode wijn en kaneel erbij.
  • Zet de pan op een laag vuurtje en laat 1½ uur zachtjes stoven met het deksel er op.
  • Haal daarna het deksel van de pan en zet het geheel op hoog vuur. Laat het vocht verdampen zodat een mooie stroperige saus overblijft.

Dit is zó ontzettend lekker.

Nu zitten we nog steeds met een restantje rode kool. Daar maak ik meestal een salade van. Heel lekker, maar op dat recept moet je nog even wachten.

Zoenen

zoenen

Gisteren zouden we eigenlijk een stuk gaan fietsen. Doordat we allebei ‘s morgens het een en ander te doen hadden werd het wat later dan gepland. De fietsdrager moest nog op de auto, dan de fietsen er allebei op. Het leek allemaal wat omslachtig. Voor mij te vergelijken met de keus tussen schilderen of tekenen. Schilderen vind ik teveel gedoe. Als ik ga tekenen pak ik het papier en de potloden en dat is dan ook het enige wat ik op hoef te ruimen. Maar dat even terzijde.

We besloten te gaan wandelen en reden naar St. Jansklooster, naar het bezoekerscentrum van “De Wieden”.  Van daaruit liepen we een tocht van 8,9 km. Beiden waren we wat stijf door de activiteiten van de dag er voor. Mijn lief had de hele dag geholpen met schilderen bij mijn dochter en schoonzoon in de zaak. En ik had de hele dag opgepast op mijn kleindochter van drie en kleinzoon van anderhalf. Veel bukken, door de knieën en tillen.

Af en toe zei één van ons: “Hebben we hier al eens gezoend?” Om vervolgens even stil te staan en elkaar te knuffelen. We doen dit vaker, ook als we thuis zijn en gewoon op de bank zitten. Maar ook tijdens “lastige” gesprekken. Gewoon om op die manier de druk van de ketel te halen. Zulke gesprekken zijn soms gewoon nodig. Leuk? Nee. Noodzakelijk? Ja.

DSCN3503

Terwijl we op een verlate weg liepen stopte ik met lopen, spreidde mijn armen en zei: “Hebben we hier al eens gezoend?” Dat hadden we niet, sterker nog, we waren daar nog niet eerder samen geweest. Als een stel verliefde pubers stonden we met de armen om elkaar heen en zoenden we elkaar. Een echtpaar fietste ons achterop en ineens hoorden wij de man zeggen: “Jullie zijn nog gek op elkaar. Dat kan je wel zien. Helemaal top!”. Ze wensten ons nog een fijne dag en fietsten ons voorbij.

Zo zoenen wij ons een weg door het leven dat, net als bij iedereen, zo z’n ups en downs heeft.

Tegenvaller

tegenvaller

Soms zit het mee en soms zit het tegen. De economische groei,die valt bijvoorbeeld tegen, hoorde ik vanmorgen op de radio. Je raadt het al, ik was onderweg naar mijn ouders en luisterde naar radio 1. 

De economische groei was hoger ingeschat dan deze uiteindelijk blijkt te zijn. Dan hebben we het nog niet eens over de economische groei in de loop van dit jaar, want die valt ook nog eens tegen. Wat is daar de oorzaak van? De werkloosheid daalt minder snel dan verwacht. En hoe kan dat dan? Door de bezuinigingen in de zorg raakt veel personeel in die sector zijn baan kwijt. Allemaal extra werklozen die recht op een ww-uitkering hebben.

Het eerste wat ik dacht was: “Zijn ze dan ècht dom in Den Haag?”. Ja dus, want zo te horen heeft daar niemand kunnen voorzien dat bezuinigingen gepaard gaan met ontslagen. Dat had ik ze wel kunnen voorspellen hoor, die bui had ik al lang zien hangen.
Nu nog even afwachten of al die extra werklozen straks niet meer kosten dan de bezuinigingen in de zorg opleveren. En dan eens kijken waar ze die ‘onverwachte’ tegenvaller mee gaan compenseren. Ik vermoed dat wij, de Nederlandse burgers, deze op mogen hoesten.